Terug naar het verleden . . . . .
Omdat we geen zin hebben om in een keer terug te rijden naar huis stoppen we in Cloppenburg.
Cloppenburg is een stad, ongeveer 100 km ten noordoosten van de Nederlandse grens ter hoogte van Ter Apel. Het is de Kreisstadt van het gelijknamige Landkreis Cloppenburg in de deelstaat Nedersaksen.
Tegen een uur of 11 gaan de wandelschoenen aan en we besluiten om het openluchtmuseum te gaan bezoeken. Dit Nedersaksische openluchtmuseum is het oudste “dorpsmuseum” in Duitsland.



Ook voor de kinderen is het erg leuk, ze mogen zelf mee brood bakken, blauwverven (tas) en diverse andere activiteiten.


Het waren vier leuke en relaxte weken, overal was het nog rustig omdat de grote vakantie’s nog moesten beginnen.
Alle volgers bedankt voor jullie leuke reactie’s en tot onze volgende reis.

Alle foto's van onze Sprookjesroute en ook de video-beelden vind je op onze Fotosite
En ze leefden nog lang en gelukkig ......
Nadat we weer voor een paar dagen eten gekocht hadden zijn we vertrokken naar het 80 km verder op gelegen Rehburg-Loccum, wat ligt tussen de Weser en het Steinhuder Meer, midden in het afwisselende landschap van het Rehburggebergte en het natuurpark Steinhuder Meer. Bij binnenkomst zien we meteen een ooievaarsnest met jongen boven op de schoorsteen van een voormalige school.

Wat ook meteen opvalt is de andere bouwstijl vergeleken met waar we vandaan kwamen.De CP plaats ligt tegen de rand van het natuurgebied, dus als uitvalsbasis voor fietsers en wandelaars een prima plek voor een of twee dagen want er wordt druk gebouwd erom heen. Wij besloten na de lunch om te gaan fietsen omdat de wandelroute niet ingekort kon worden in verband met het moerasgebied en het eerste gedeelte ook hetzelfde was als de fietsroute. We fietsen 35 km rond het Steinhuder Meer en we waren niet de enigen, het is een geliefd gebied voor watersporters, fietsers en wandelaars en ook beslist de moeite waard door zijn grote gevarieerdheid. Je kunt merken dat de vakanties zijn begonnen. We stoppen regelmatig om te genieten van uitzichten en om te filmen en foto’s maken. In dit gebied is vroeger veen gestoken net zoals bij ons in de Peel en hier zagen we dan ook de blauwe kikker. Helaas was onze foto erg onscherp en moeten we genoegen nemen met een foto uit de brochure.

We fietsen door bossen, langs vennen en moerasgebied en genieten van al het moois. Onverwacht kregen we ook nog de rode wouw in het vizier die bezig was om een maaltje duif te verorberen. Wat een prachtig dier is het.

Langs de gemaaide tarwevelden was het een drukte van jewelste met ooievaars die nog een graantje mee wilden pikken en zelfs twee kraanvogels. Toch was er ook een flink baal moment toen Janny onderweg tot de ontdekking kwam dat ze een bedeltje van haar armband ergens een keer verloren is. Dit bedeltje met de naam Sietske stelde een baarmoeder voor met een baby en had ze van Roland gekregen bij de geboorte van Sietske. Het ringetje hing nog aan de armband dus het moet afgebroken zijn. Thuis maar eens goed de camper nakijken want wie weet….
Janny was de volgende ochtend vroeg wakker en is een half uur gaan wandelen om te genieten van de zonsopkomst, prachtig om te zien, laaghangende nevel, huppelende konijnen, fluitende vogels en af en toe het gesnurk van de Galloway koeien en dan langzaam de opkomende zon. Prachtig gewoon!

Rond half 10 zijn we vertrokken naar onze laatste sprookjesland, Bremen, waar we overnachten op de camperplaats aan de oever van de Wezer. Hier zijn meer dan 100 camperplaatsen want er is veel verloop omdat de meeste maar een of twee dagen blijven om de stad te bezoeken.
De camperplaats ligt 1,5 km van de oude binnenstad en rond de middag lopen we aan om onze stadswandeling te beginnen bij de St. Petri Dom. De twee torens van de kerk domineren het stadsbeeld van verre. Bijzonder van deze kerk schijnt de crypte te zijn waarin acht gemummificeerde lichamen in een glazen kist liggen van Zweedse officieren uit de Dertigjarige Oorlog, een Engelse gravin, een student en een pauper. Helaas was de crypte tijdens ons bezoek aan de kerk gesloten.

Naast de Dom zie je het oude stadhuis van Bremen staan. Dit gebouw is één van de indrukwekkendste en belangrijkste voorbeelden van de gotische baksteenarchitectuur in Europa. De begane grond was vroeger de overdekte markt waar stoffen en specerijen werden verhandeld. Hoewel 60% van de binnenstad in de Tweede Wereldoorlog is plat gebombardeerd en door brand is verwoest, heeft het stadhuis deze rampspoed overleefd, dankzij heroïsch optreden van de stadsbrandweer.

Onmiddellijk voor het stadhuis staat het standbeeld van Roland (ja hoor, daar is hij weer..) dat in 1404 werd ontworpen en symbool staat voor de stedelijke vrijheid; dit kalkstenen beeld verving een houten beeld uit 1366. Volgens de legende zal Bremen vrij en onafhankelijk blijven zolang Roland over de stad waakt. Het gerucht gaat dat er in de kelders van het stadhuis een tweede standbeeld verborgen ligt, zodat het snel kan worden vervangen voor het geval dat er iets met het huidige beeld zou gebeuren. We hebben de ‘stand-in’ niet kunnen vinden, maar waarom zou ik ook???

Iets verderop, in de richting van het oude gerechtsgebouw maar nog voor de Dom zie je in de straat het Gat van Bremen (Bremer Loch) liggen, een collectebus voor liefdadigheidswerk. Als je er een muntje in gooit hoor je de dierengeluiden van de Bremer Stadtmusikanten (de ezel, hond, kat en haan). Per jaar wordt er zo’n € 15.000 aan muntjes opgehaald, waarmee projecten in de stad worden ondersteunt.

We lopen verder naar het gerechtsgebouw dat aan het eind van de 19e eeuw is opgetrokken. Als je er voor staat en de rest van de omringende gebouwen weglaat waan je je in Parijs. Dat kan kloppen, want het gebouw is geheel in de Franse renaissancestijl gebouwd.

Via de Ostertorstraße lopen we naar de wijk Schnoor, het enige deel van de oude stad Bremen die het middeleeuwse karakter heeft behouden. Het is redelijk ongeschonden gebleven tijdens de bombardementen. De wijk dankt zijn naam aan de ambachten die met de scheepvaart te maken hebben. Dit was het gebied waar de touwslagers hun kabels (snoer, schnoor) maakten voor de zeilschepen. Het was daarmee ooit één van de armste wijken van de stad. De oudste huizen dateren uit de 15e eeuw, maar de meeste nog aanwezige huizen zijn in de 17e en 18e eeuw gebouwd.

Vanuit deze wijk dalen we af naar de rivier en volgen deze een paar honderd meter stroomafwaarts, totdat we bij de Böttcherstraße uitkomen. De panden aan deze straat zijn tussen 1922 en 1931 gebouwd op initiatief van een rijke koffiehandelaar naar een ontwerp van de architect Benard Hoetger. Hitler vervloekte de Böttchenstraße voor zijn expressionistische architectuur. De koffiehandelaar zou overwegen hebben zelfmoord te plegen na deze kritiek, maar zijn secretaris nam het voor hem op bij de despoot en dankzij hem is de straat ongeschonden gebleven.

Wij staan nu weer op de Markt voor het stadhuis en in een hoekje daarvan staat de bronzen sculptuur van de Bremer Stadtmusikanten met de haan bovenop de kat, die op de hond staat en die op zijn beurt weer op de ezel. Het is een mooi sprookje ter afsluiting van de Sprookjesroute. Voor we terug lopen nemen we nog even een drankje in een kloostertuin waar het een oase van rust is. Wat wel opvalt is dat de oude binnenstad echt autoluw is: je ziet er enkel bussen, trams en bevoorradend verkeer. Geen voorbij razende auto’s maar wel heel veel fietsers. Wat dat betreft doet de stad ons een beetje on-Duits aan.

Vanaf morgen rijden we weer langzaam naar huis.
Sterke verhalen en meer ongein
Toen we om 10.00 het gezellige stadje Hann. Münden verlieten scheen de zon al behoorlijk fel. Na eerst weer boodschappen te hebben gedaan en de tank gevuld. (diesel kost nu 2,10 per liter) reden we naar Sababurg om het kasteel van Doornroosje te bezoeken. We rijden door het Reinhardswald een bebost hoogland dat door het Noord-Hessische graafschap Kassel loopt.


We maken wat foto’s en lopen weer terug naar de camper waar we inmiddels gezelschap hadden gekregen van een Zweedse en Italiaanse camper. De kinderen van de Italianen waren erg teleurgesteld dat ze niet naar het kasteel konden, we kunnen het ons goed voorstellen.
We vervolgen onze weg en rijden langs het door Willem IV aangelegde dierenpark in 1570. De muur die rond dit 130 hectare grote terrein uit 1590 is nog geheel intact.

Het was inmiddels broeierig warm en we besloten onze wandeling (met hoogteverschillen) te laten voor wat hij was en zijn doorgereden naar Trendelburg. De CP plaatsen zijn behoorlijk groot en bevinden zich op een groot Domein met uitzicht op de burcht van Rapunzel en een landelijke omgeving.
We hebben onze stoelen gepakt en die in de schaduw aan de Diemel gezet en daar de rest van de middag gezeten. Het was een drukte van jewelste met schoolkinderen die vanaf hier een kanotocht gingen maken. Leuk om te zien.

Ondanks de warmte hebben we toch goed geslapen en tegen de morgen begon het te regenen en was het flink afgekoeld, wel een heel verschil van 30 naar 20 gr. maar dat vinden wij niet erg. In de loop van de morgen zijn we gaan wandelen en natuurlijk moesten we weer klimmen om bij de Burcht van Rapunzel uit te komen. waar nu een hotel in gehuisvest is. We hebben vanaf de Burcht een mooi uitzicht over de omgeving.

Het historische dorpje is niet zo groot en op ons gemak bekijken we het een en ander. We lopen even de Evangelische Kerk binnen waar we een aantal fresco’s uit de 15e eeuw bekijken. Het ruikt altijd erg bedompt en muf in zulke oude kerkjes vinden we.

Het begon wat te miezeren dus zijn we bij het enige pension/restaurant sinds 1612 naar binnen gegaan om wat te eten en drinken. Het interieur oogde uit de 50/60er jaren maar ook dat heeft zijn charme en past ook bij het geheel. Nog overal in Duitsland zie je sigarettenautomaten tegen de muren maar hier binnen stond echt een prachtig oud exemplaar wat nog in gebruik was. Wel met een aanpassing zodat je ook met pinpas kunt betalen.

Het is weer droog als we onze weg vervolgen en passeren ook het oudste huis uit dit dorpje van 1459. We blijven ons verbazen over de goede staat van deze oude vakwerkhuizen en zijn tegelijkertijd ook nieuwsgierig naar de binnenkant van zo’n woning maar daar zullen we wel nooit achter komen.

De volgende dag stond een rit van 66 km op het programma naar Bodenwerder, de geboortestad van de Baron van Münchhausen (1720-1797), je weet wel, die man die zichzelf aan zijn eigen haren uit het moeras trok (althans naar eigen zeggen). Bij Polle, een plaatsje 19 km voor onze bestemming, was er sprake van een Vollsperrung, de weg compleet afgesloten en moesten we 20 km om rijden. Een mooie romantische route met haarspeldbochten en steile afdelingen waar de camper net op de weg paste, maar gelukkig zijn we er gekomen. De gemeentelijke camperplaats is heel erg groot; op een gegeven moment telden we er bijna 80 campers, waarvan het merendeel aan de oever van de Weser stonden maar gelukkig vonden wij nog een plaatsje in de schaduw, want de thermometer wees bijna 30 graden aan.

Nadat we waren bijgekomen van de enerverende rit, zijn we het kleine stadje ingelopen. Eigenlijk heeft het maar één hoofdstraat met eetgelegenheden, terrassen en winkels, hoewel er ook veel panden leeg staan. Her en der vind je de verwijzingen naar hun beroemde stadsgenoot en de sterke verhalen die hij overal vertelde zijn verbeeld in standbeelden. Zo zie je hem zittend op een kanonskogel die zojuist is afgestoten om de vijandelijke posities te inventarissen, zit hij op een half paard dat zijn achterwerk heeft verloren bij het passeren van een valhek in de stadspoort en wist hij terug te vliegen met behulp van een vlucht aangelijnde eenden. Ach, complete onzin natuurlijk, maar het heeft toch wel wat.

En natuurlijk versieren ook hier weer vele vakwerkhuizen het straatbeeld; inmiddels zijn we het stadium van verbazing en verwondering al ver te boven.

De volgende dag besloten we niet naar Polle te fietsen, maar de bijna 30 km langs de Weser naar het Noorden over de Weserradweg af te leggen om dan aan te komen in Hamelen. Polle, de plaats waar we met de camper de Umleitung moesten maken hadden we immers al gedeeltelijk gezien en dat stadje trok ons niet echt. Bovendien wordt in Hamelen op zondag een voorstelling in de open lucht gegeven door vrijwilligers waarbij het verhaal van de rattenvanger wordt uitgebeeld. Omdat je wel ruim tevoren aanwezig moet zijn om een zitplaats te hebben vertrokken we om kwart voor negen. Na een km of 5 zei Janny, ik mis mijn fototoestel. Paniek natuurlijk, ze had hem op de bagagedrager gelegd omdat ze nog even de vuilnis weg ging brengen. Ze grjjpt met haar hand naar achter en pakt tot onze stomme verbazing haar toestel van de drager. En als je nagaat dat we toch echt een paar steile korte klimmetjes hadden gehad dan mag je toch zeggen dat de Goden ons gunstig gezind waren. Iets voor elven parkeerden we onze fietsen traditiegetrouw bij de centrale kerk, in dit geval de St, Bonifatius Dom . Vaak vind je daar fietsbeugels, maar belangrijker: zo hoef je nooit te zoeken of raden waar je jouw fiets hebt neergezet. De Dom zelf is nauwelijks een bezoek waard en dus pakken we even een terrasje vooraleer we naar de open lucht voorstelling gaan, die plaatsvindt naast het Hochzeitshaus. Op zich is die leuk in scene gezet en vooral de in grote getale aanwezige kinderen vermaken zich uitstekend. Bovendien werd er voor de voorstelling in vijf talen het verhaal verteld.

Na de voorstelling lopen we de Mariakerk in, die in de Tweede Wereldoorlog zwaar is beschadigd en eind jaren vijftig van de vorige eeuw werd is herbouwd en gerestaureerd. Binnen vind je een gebrandschilderd raam met een voorstelling van de Rattenvanger.
We lopen om de kerk heen en gaan de grote winkelstraat in waar de de belangrijkste gebouwen van Hamelen tegenkomen: het Stiftsherrenhausen en het Leisthaus. Beide gebouwen stammen uit de Middeleeuwen, maar kregen halverwege de 16e eeuw hun huidige vorm. Zij hebben een pittoreske gevel, rijkelijk gedecoreerd met verbluffende details. Je moet er echt even de tijd voor nemen! Op de bovenste verdiepingen van deze met elkaar verbonden huizen bevindt zich het museum.


Aan het eind van de winkelstraat gaan we rechtsaf de Bungelosenstraat in; in deze straat mag je niet dansen en niet zingen of muziek maken, omdat volgens de legende de rattenvanger hier aan het eind, toen de stad hem niet wenste te betalen voor zijn diensten, de kinderen van de stad via deze weg heeft weg gevoerd en sindsdien nooit mee zijn teruggekeerd. We slenteren nu verder door de oude stad, langs de oude stadsmuren en komen uiteindelijk bij de Vispoort terecht. Deze werd voor het eerst genoemd in 1386. We passeren daarna het Bürgerhaus, één van de mooiste klassieke huizen van Hamelen. Het is vermoedelijk gebouwd in 1530 en heeft overvloedig houtsnijwerk, decoratieve architectonische details en een prachtige grote ingang.


We komen nu weer uit bij het begin van onze wandeling en pakken nog even een terrasje bij het Gästehaus Im Rattenkrug om van daaruit weer naar onze fietsen te gaan en de terugtocht naar Bodenwerden te maken. Vanaf morgen laten we de streek van de vakwerkhuizen grotendeels achter ons.
De aanvullende foto’s staan op ons fotoboek 2022 Duitsland waarvan de link in het rechterpanel is gegeven.

Sprookjesachtig Hannoversch Münden
Van Wolfshagen naar Hannoversch Münden is slechts een kattensprong van nog geen 40 km, ook als je eerst tussendoor nog even naar de grote stad (Kassel) rijdt om daar boodschappen te doen. We staan op het terrein van de lokale roeivereniging, die op hun terrein ook een camping hebben ingericht voor bezoekende verenigingen, maar als je tevoren even belt mag je er ook als niet-roeier staan.

Hannoversch Münden ligt aan de samenloop van twee rivieren, de Werra en de Fulda, die na hun samensmelting verder gaan als de Weser. Deze ligging heeft de stad geen windeieren gelegd: door een natuurlijke rotsblokkade in de Werra, moesten schepen hun lading via de stad overbrengen op een ander schip omdat doorvaren onmogelijk was. De goederen werden dus tijdelijk even in de stad opgestapeld. In Nederland kennen we dit ‘stapelrecht’ ook en steden, die dat hadden, voeren er wel bij. Je ziet het nu nog terug in de huizen in de binnenstad: groot, natuurlijk allemaal vakwerkhuizen en bovendien groot in aantal, namelijk ruim 700 op dit moment. De oude stad had een stadsmuur van 1,7 km lengte en 5 meter hoog, versterkt met 26 torens, maar helaas zijn er daar maar een paar van overgebleven.
‘s Middags lopen wij van onze stek naar de oude stad voor een stadswandeling van een paar kilometer.
Als eerste komen we de Obertor tegen, een ronde stadstoren. Opmerkelijk vonden we het opschrift op een plaquette aan deze toren: vertaald stond er “Wij bidden om vergeving en vrede. Velen zwegen toen onze Joodse medeburgers hun rechten werden ontnomen, gemeden, verdreven, gefolterd, gedeporteerd en vermoord werden. Wij bidden om moed opdat we niet weer zwijgen als mensen om ons heen gediscrimineerd worden.”

Na een paar honderd meter komen we bij de Kronenturm die in de middeleeuwen als gevangenentoren werd gebruikt en waarvan de officiele naam de Fengenturm is, maar de bevolking noemde de toren naar de naastgelegen Herberg Zur Krone.

We slenteren verder over de stadswallen (nu plantsoen) en komen uit bij het Welfenkasteel, dat in 1560 volledig door brand is verwoest en is herbouwd in de stijl van de zogenaamde Weser-renaissance; het is nu als cultuur-historisch museum in gebruik. Ons sprak het kasteel niet zo aan, maar wel de huizen in de onmiddellijke omgeving. Het waren daar nog de aloude straatjes en de vakwerkhuizen, die hier stelselmatig per verdieping een handbreedte uitsteken, lijken dan sterk voorover te hellen.

We lopen verder door de smalle straatjes en komen uit bij de Oude Brug over de Werra aan de noordzijde van de stad. Deze brug is één van de oudste in Duitsland en zijn oorsprong wordt geschat op 1250. Vroeger was de brug verrijkt met torentjes en luifels, maar die moesten aan het eind van de 18e eeuw wijken voor de grotere goederenwagens die van deze brug gebruik maakten op hun route tussen Hannover en Kassel. In 1986 is de brug volledig gerestaureerd en is nu alleen nog toegankelijk voor fietsers en voetgangers.


We gaan weer over de brug terug en lopen de stad weer in, ditmaal over de grootste winkelstraat naar het stadhuis. Dit historische gebouw is een van de belangrijkste exemplaren van de Weser-renaissance. Tegenwoordig is het de administratieve zetel van de burgermeester en herbergt het onder meer de burgerlijke stand en het toeristenbureau. Het pand is rijkelijk versierd/



We gaan nu zigzaggend weer langzaam terug naar onze plek aan de Fulda.
De volgende dag maken we een fietstocht, hoofdzakelijk langs de Werra en daarom vrij van grote beklimmingen. Het landschap zelf is prachtig, maar helaas voerde de route ons door dorpjes waar we nergens een kop koffie of iets dergelijks konden krijgen, daarom niet getreurd, op water en brood kun je ook de wereld bekijken.

De wolf en de zeven geitjes
We hadden ‘s nachts een regenbui gehad, maar gelukkig was het droog en scheen de zon toen we opstonden. Nadat we het toilet en het grijze water op de daarvoor bestemde plaats geloosd hadden zijn we vertrokken. Eerst nog even naar een postkantoor (eindelijk gevonden) en toen richting Frankenberg. Onderweg realiseerde Roland zich dat hij vergeten was om water te tanken, maar gelukkig zou er in Frankenberg ook een watertappunt zijn. De afstand van 40 km was snel overbrugd en de CP plaats snel gevonden. Rondom in het groen en op korte loopafstand van de oude binnenstad. Helaas was het watertappunt in verband met werkzaamheden afgesloten dus dat was een tegenvaller.
We zijn lekker in de schaduw gaan zitten en halverwege de middag naar de binnenstad gewandeld.
Rond het jaar 500 hadden de Franken hier een vesting op deze berg en daarna was Frankenberg enige eeuwen onbewoond tot de landgraaf van Thüringen er in 1233 een burcht en een stad stichtte.
Ook in dit stadje had heb je weer verschillende niveau’s maar erg veel inspanning kostte het niet. We kwamen uit op de Obermarkt waar het Stadhuis een prominente plaats inneemt. Dit vakwerkgebouw met 10 torentjes wordt als een van de mooiste gemeentehuizen in Duitsland beschouwd.

Kleine lokale ondernemers hadden hun waren in de grote hal uitgestald dus konden we even een kijkje nemen binnen. Vroeger werd deze hal gebruikt voor feesten voor de bevolking. Op de eerste verdieping is een trouwlocatie. Het is inderdaad een prachtig gebouw.

Aan het einde van de straat staat het oudste Steinhaus, gebouwd rond 1260. Ook hier staan grote en prachtige vakwerkhuizen.
9 mei 1456 was een tragische dag voor Frankenberg, toen bijna alle huizen van de oude en nieuwe stad afbrandden omdat en klein meisje met vuur had gespeeld.
Roland maakte nog even een flinke val omdat er een kinderkopje ontbrak in de straat. (Voor de jeugdige lezers; een kinderkopje is een kleine vierkante steen) Gelukkig viel de schade mee. (paar schaafwondjes)
Op ons dooie gemak slenteren wij door dit stadje om daarna richting het winkelcentrum te lopen om een terras op te zoeken en wat boodschappen te doen voor we terug lopen naar de camper.
De dag daarna waren we op tijd weer on route richting Basdorf, een klein plaatsje gelegen in de buurt van Waldeck. En ja hoor: Umleitung en in plaats van 20 km werd het slingerend 30 km. We hebben er eerst een wandeling gemaakt in het natuurpark Habichtswald en troffen daar een Duitser, zittend op een bankje voor een oud houtvestersverblijf. Dit gebouwtje was gebouwd om de bosarbeiders te huisvesten gedurende hun werkzaamheden in het bos en is schamel ingericht met houten bedden, een kachel en een tafel met 4 stoelen. Hij zei dat het al jaren niet meer in gebruik is en dat je het tegenwoordig kunt huren als 'vakantieveblijf'. Of er veel animo voor is kon hij niet zeggen.


Hierna zijn we doorgereden naar de twee zussen en zwagers die daar ook op vakantie waren. We hebben een gezellige middag en avond gehad. Het huisje waar ze verbleven ligt aan de rand van het natuurgebied en we zagen er regelmatig de rode wouw rond vliegen.



Onderweg even wat boodschappen gedaan.We staan nu op een vrij grote CP plaats waar we de derde Nederlandse camperaars in 2 weken tegen komen. Het zijn vooral Duitse pensionata’s die we tegen komen.
Ook deze dag doen we het even rustig aan en maken we een kleine wandeling waarbij we even de kleine oude binnenstad inlopen. Ook hier weer de nodige vakwerkhuizen.

Op het marktplein staat de sprookjesfontein, die een scene uit het sprookje “De wolf en de zeven geitjes” laat zien. Zes geitjes waren denk ik even op vakantie. ;-)

Hier staat ook het “Oude Stadhuis” wat nu een hotel met restaurant is. We stoppen even om wat te gaan drinken en dat was maar goed ook want er viel even een flinke regenbui en na 20 min. konden we onze wandeling droog aflopen.
De aanvullende foto's tot en met vadaag vind je op onze fotosite "Foto's 2022 Duitsland" (zie link in rechterpaneel)

In de voetsporen van Bonifatius
Soms zie je iets wat je vast wilt leggen op een foto maar is er geen gelegenheid en dat overkwam ons deze morgen. Onderweg naar onze volgende plaats reden we weer door heuvelachtige gebieden met bossen en akkerbouw en dan ontwaar je ineens een groot korenveld barstend vol korenbloemen en klaprozen die als een prachtige gekleurde deken tegen een glooiende helling lijkt genesteld . Zelden zoiets moois gezien. Helaas was er geen mogelijkheid om te stoppen en dat is dan even balen. Na een tussenstop bij de supermarkt arriveerden we om 11.00 op de CP plaats in Fritzlar. Na de lunch gingen de wandelschoenen weer aan om naar boven te lopen waar het historische stadje ligt. Janny gepaard met brace, wandelstok en een paracetamol in de hoop dat het beter zou gaan dan gisteren. (opgeven is geen optie) Na het passeren van een oude stenen brug over de Eder bereik je de rand van de oude stad, die gebouwd is op de steile oevers van de rivier.

Fritzlar is in 754 gesticht door Bonifatius, die de Heilige Eik van Donar, aanbeden door de Germanen, kapte en van het hout de christelijke kapel ter ere van St. Petrus daar bouwde, waaruit later het klooster ontstond dat het begin vormde van Fritzlar. Fritzlar heeft in de loop der eeuwen diverse namen gehad. En waarom ????

Gelukkig was de klim naar de oude stad niet zo steil (wel een flink aantal trappen)en stonden we al snel bij de ingang van de heksentoren waar onze wandeling begon. Vroeger werd Fritzlar de stad van de torens genoemd want niet minder dan veertig torens maakten onderdeel uit van de stadsmuur en stadsverdediging. Vandaag nog sieren 10 torens het stadsbeeld, waarvan de Grauer Turm uit 1273 de grootste verdedigingstoren van Duitsland is.

We lopen verder buiten langs de stadmuur om bij het busstation weer door een stadspoort naar binnen te gaan. We zijn dan op de Kasselerstrasse beland, de oude verbindingsweg tussen Kassel en Giessen. Aan deze straat vind je de twee oudste stenen huizen van Fritzlar uit de 14e eeuw.

Aan het eind van de straat kom je na een scherpe bocht naar rechts op de Markt. Het marktplein wordt algemeen als een van de mooiste en best bewaard gebleven marktpleinen van Hessen beschouwd. Midden op het plein vind je een renaissancebron uit 1564 met in het midden ridder Roland. Wie kan er nu zeggen dat hij bij leven al een standbeeld heeft. ;-)
Bijna alle gebouwen die aan de markt staan waren toendertijd koopmanshuizen van rijke handelsfamilies die enorm in aanzien stonden. Ze zijn nu allemaal van grote cultuur-historische waarde en bij ons zouden ze allemaal tot Rijksmonument zijn verheven. Het meest interessantst is wel het huis aan de oostkant van het marktplein: het vakwerkhuis dat met een hoog torentje is versierd. Het was destijds het geldwisselkantoor van de Michielsbroederschap.

Op de markt zijn we bij een barrista neergestreken voor een kop cappuccino en te genieten van de middeleeuwse sfeer, waarna we de markt achter ons lieten en uitkwamen bij het zo genoemde Hochzeitshaus. Dit vakwerkhuis van 4 verdiepingen en toch wel 40 meter diep is in 1580-1590 gebouwd om de bevolking de mogelijkheid te bieden om te trouwen en daarna uitbundig feest te vieren.

Daarna slenteren we door naar de Domplatz. Hier staat een standbeeld van Bonifatius met de bijl in de hand, kijkend naar de St. Petrus Basiliek met zijn twee machtige torens. Binnenin de kerk vallen drie dingen op: het triomfkruis dat in het midden van de dom hangt en uit de 13e eeuw stamt, een slank sacramentshuisje uit 1506 en geheel vervaardigd van kalksteen en tot slot fresco’s uit de 13e eeuw.

Maar het meest bijzondere van de Dom vind je in het Dommuseum. Daar tref je o.a een prachtig vakwerk altaarkruis aan uit de 11e eeuw en een relikwie-houder uit de eerste helft van de 8e eeuw, rijkelijk voorzien van uit ivoor gesneden beeldjes.

Tegenover de dom vind je het oude stadhuis, dat al in 1109 wordt beschreven en vanaf 1274 als gemeentehuis in gebruik is. Het is daarmee het oudste gemeentehuis van Duitsland. Het gebouw laat aan de westkant nog de muren uit de romaanse tijd zien en werd oorspronkelijke gebruikt door de ambtenaren van de aartsbisschop van Mainz. In 1423 is door een brand grotendeels verwoest en in 1441 weer opgebouwd in de destijds gotische stijl.

Vanaf het stadhuis lopen we achter de Dom door en gaan via trappen weer naar beneden, terug naar de Heksentoren waar onze wandeling begon.
Dit mooie stadje leent zich uitstekend om als decor te dienen voor een historische film.
We hebben nog lang buiten kunnen zitten en vlakbij de CP was de jeugdbrandweer aan het oefenen. Mooi om te zien hoe serieus ze bezig waren met een z.g reddingsactie. Vroeg me trouwens af of zoiets in Nederland ook bestaat.

De volgende dag heb we een grote afstand van wel 40 km overbrugd naar Bad Wildungen.
Nadat we weer een plekje gevonden hadden werd het weer tijd om de was te doen. Het was broeierig warm vandaag en we hebben er maar een rustdag van gemaakt tot na het eten, toen we besloten om een stadswandeling te maken. Al snel zie je op een heuvel slot Friedrichstein liggen, gebouwd rond 1200. Wij laten dat links liggen omdat het een steile klim van zo’n 300 m is en daar hebben we geen zin in met dit weer.
We verblijven nu in een streek met veel kuuroorden en ook Bad Wildungen was ooit een geliefd kuuroord en de bijna 1000 jaar oude Köningsquelle is een van de oudste minerale bronnen in dit district.
Wandelend over een licht stijgende weg en een aantal trappen bereiken we de oude binnenstad. Wat meteen opvalt zijn de gigantisch grote vakwerkhuizen in de hoofdstraat.

We horen muziek dus lopen die richting op en staan even stil bij de muziekkapel van de plaatselijke brandweer wiens pot gespekt moest worden. De muziek was niet echt “je van het” maar het plezier dat ze met zijn allen hadden was hilarisch. En daar gaat het tenslotte om. Na een poosje vervolgen wij onze route en het valt op dat het allemaal wat rommelig en verpauperd uitziet.
Een van de bezienswaardigheden is de Evangelische hallenkerk in gotische stijl uit 1300 met het beroemde “Wildunger”-altaar van een van de bekendste schilders Conrad van Soest die het voltooide in opdracht van de Orde van St. John in1403. Men is volop bezig met de renovatie van deze kerk.

De bedoeling was om ergens gezellig op een terras te gaan zitten, maar het enige wat we zagen waren ongezellige lege terrassen dus besloten we naar ons eigen terras te gaan bij de camper. We hebben in elk geval een avondwandeling gemaakt maar het stadje heeft verder weinig indruk nagelaten.
Tegen de ochtend hoorden we dat het regende maar dat was gelukkig van korte duur en bij het opstaan was het nog bewolkt maar verder was het een aangename temperatuur om te gaan fietsen. We hebben een prachtige fietstocht gemaakt in de omgeving met een aantal hoogteverschillen door bossen, landerijen en kleine dorpjes.

In een dorp, tevens groot kuuroord heb we even gepauzeerd, tevens om postzegels te kopen waar we al drie dagen naar op zoek zijn. Je moet hier echt voor naar een postkantoor en die zijn schaars en beperkt open. Er was een winkel die had ze wel maar dan moest je daar ook de kaarten kopen maar die hadden we dus al.
Natuurlijk hebben wij ook even een flesje gevuld met mineraalwater uit een bron. Het is te drinken maar daar is dan ook alles mee gezegd. In een groot prachtig park zie je veel vooral oudere gasten rustig wandelen of op een bankje zitten en het heeft wel wat.

Af en toe leek het wel of we alleen op de wereld waren want over de hele route
zijn we vier fietsers tegen gekomen .
We waren bijna terug bij de CP toen het begon te miezeren, we hebben even 5 min. geschuild en toen konden we weer verder. We waren nauwelijks terug in de camper toen het flink begon te regenen. Maar gelukkig klaarde het ook weer snel op en liet de zon zich weer zien. De ALDI ligt recht tegenover de CP dus we hebben meteen weer voor een paar dagen boodschappen gedaan want morgen vertrekken we weer verder.
Beeldig Rotenburg an der Fulda
De temperatuur was al aardig aan het stijgen toen we deze zondagmorgen vertrokken richting Rotenburg an der Fulda. Het was erg rustig op de weg dus de te rijden 100 km verliep voorspoedig. Rond het middaguur arriveerden we op de CP en we hadden geluk dat er nog een schaduwplek vrij was met daar achter een grote boom waar we heerlijk in de schaduw konden zitten. We kijken uit over de rivier en het nieuwere stadsgedeelte en via het fiets/wandelpad is het zo’n 500 meter lopen naar de oude binnenstad. Het was broeierig benauwd (35 gr) dus wij hebben, net als alle andere camperaars onze stoelen onder de boom gezet en daar was het heerlijk toeven.

Er stond een aangenaam windje dus we kwamen onze tijd wel door. Na het eten zijn we naar het stadje gelopen en hebben onszelf daar maar verwend met een heerlijke coupe ijs met vers fruit van jawel…een Italiaanse ijssalon. Na een korte wandeling door de stad zijn we terug gelopen en hebben we nog een poosje buiten gezeten.
Vroeg in de morgen, rond een uur of vijf, begon het flink te regenen en onweren dus koelde het meteen flink af. De planning was om te gaan fietsen maar het heeft de hele voormiddag geregend.
Tegen half 2 werd het droog en liet de zon zich weer af en toe zien, dus gewapend met de paraplu zijn we aan de stadswandeling begonnen.
Rotenburg aan de Fulda wordt ook wel de parel van Fulda genoemd en ligt niet alleen in het smalste deel van de Fulda-vallei, maar ook midden in de sprookjesachtige beboste bergketens. De plaats wordt in de 8e eeuw voor het eerst genoemd en krijgt in 1248 stadsrechten, ongeveer 100 jaar nadat Burcht Rodenberg werd gebouwd. We wandelen door het middeleeuwse stadje met zijn mooie kleurrijke, grote, scheve of rechte vakwerkhuizen en je zou bijna willen dat al die oude huizen hun verhalen zouden kunnen vertellen.

Bijna meteen vallen de vele bronzen beelden op uit diverse sprookjes, waarvan er zo’n twaalf groepen beelden te vinden zijn verdeeld over de stad. Waar in normale steden de beelden een centrale plaats innemen, maken ze in Rotenburg gewoon onderdeel van het straatleven uit: ze zijn eigenlijk onopvallend aanwezig, zoals de Schleichwächter (de stiekeme bewaker) of de Marktvrouwen.

De Markt is nog grotendeels hetzelfde zoals die er ook eind 16e eeuw uit heeft gezien. Opvallend is het oude stadhuis uit 1597, waarvan echter de voorgevel in de Dertigjarige Oorlog is vernield en in 1656 is vernieuwd.

We slenteren langzaam weer terug, lopen langs de Heksentoren, de oude stadsmuur, komen onderweg nog een nieuwsgierige bronzen geit met herdersjongen tegen en belanden uiteindelijk weer aan de oevers van de Fulda. Dit beeld herinnert aan de tijd tot na WO II dat hier op de heuvels geiten werden gehoed.

De volgende dag staat een fietstochtje op het programma. Het gebied hier is wel vrij heuvelachtig, maar er is een prachtige fietsroute (de weg alleen voor voetgangers en fietsers) langs de rivier Fulda en daar zitten maar heel weinig heuveltjes in. Vanaf de camperplaats gaan we stroomopwaarts, dus langzaam omhoog, maar dat heeft dan ook als voordeel dat de terugweg langzaam af daalt. Zodra je Rotenburg achter je laat zie je aan de rechterhand golvende korenvelden; door de zon lijken ze wel van goud. En niet te vergeten de klaprozen in de velden. Voor ons voelt het nostalgisch: in onze jeugd hebben we vaak in korenvelden gespeeld (met toestemming van de boer) en we vinden het beide jammer dat we die uitgestrekte goud-gele velden in Nederland bijna niet meer zien en ze plaats hebben gemaakt voor manshoge groene maïsvelden.

Wat vooral opvalt is het voortdurende gefluit van vogels; het lijkt wel of ze hier in grotere getale aanwezig zijn dan thuis maar dat zal ook kunnen komen omdat verkeerslawaai absoluut ontbreekt en de vogels daardoor de boventoon voeren. Onderweg hebben we nog wel een ijsvogeltje gespot en een buizerd met een meevliegend jong.

Via de slottuinen waar we de fontein passeerden met de Kikkerprins zijn we naar de Aldi gefietst. Zelden zo’n rommelige en chaotische winkel gezien. Terug bij de camper hebben we onze wandelschoenen aangedaan.
De bedoeling was om een kunstroute te gaan lopen maar die had een stijging van 300 meter . Helaas begon de knie van Janny te protesteren en zijn we omgedraaid en langzaam terug gelopen naar het stadje waar we weer het terras hebben bezocht bij de Italiaan.

Terug bij de camper hebben we nog lekker buiten gezeten en omdat we een Aziatisch restaurant hadden gezien in het stadje waar je ook eten af kon halen heeft Roland ‘s avonds Pad-tai gehaald. Het is een mooie afsluiting van drie heerlijke dagen in Rotenburg.

Van de Koninklijke Weg, de Vulkaanweg en overstekend wild....
De zon scheen alweer volop toen we rond half tien vertrokken met de bedoeling om onderweg boodschappen te doen. Maar helaas, aangekomen bij de supermarkt bleek deze gesloten evenals alle andere winkels. Bij navraag bleek dat het sacramentsdag is en dus is alles gesloten. Normaal hebben we altijd wel “ in geval van nood” eten bij ons maar deze keer dus niet want er zijn onderweg winkels genoeg was ons idee. Dus zonder de boodschappen reden we door naar Steinau an der Strasse voor een kleine rondwandeling in een klein pittoresk stadje ( stadsrechten sinds de 13e eeuw) Vanaf de parkeerplaats gaan we over een klein bruggetje over de Kinzig en komen uit op “Am Mühlberg waar we aan het einde aan de linkerkant een hofje inlopen. Hier zien we een klein stukje straat van de Via Regia liggen die in 2002 werd gevonden. De Via Regia, Koninklijke Weg in het latijn, was in de Middeleeuwen een handelsroute die dwars door Europa liep van Santiago de Compostella naar Moskou. Tot in de 19e eeuw bleef deze route zijn werk doen, totdat door de opkomst van de trein andere routes beter en sneller werden.

We komen op een binnenplaats waar het woonhuis staat van de Gebroeders Grimm. In dit huis brachten de broers vijf jaren van hun jeugd door toen hun vader belasting-inner was in Steinau. Aan het huis te zien was het geen onverdienstelijke baan.

We vervolgen ons weg richting de markt met gezellige terrassen. De prachtige huizen hebben allemaal verschillende kleuren van blauw, geel tot roze en doen sprookjesachtig aan.

We vervolgen onze weg richting het in de 13e eeuw gebouwde kasteel door de graven van Hanau om de Via Regia veilig te stellen, later omgebouwd tot renaissancepaleis. Het kasteel is te bezichtigen.

Wij lopen via de grote binnenplaats aan de achterkant eruit en vervolgen onze route. Voorbij de barokke kerk passeren we een fontein met sprookjesfiguren die helaas droog staat.

We eindigen onze wandeling op het terras bij een Italiaan , die hier in deze streek overigens veelvuldig aanwezig zijn en genieten weer van een overheerlijke cappuccino zoals alleen Italianen kunnen zetten.
We lopen terug naar de camper om de laatste 30 km naar de CP te rijden naar . Hochwaldhausen. Helaas na een paar km Umleitung en die voert ons al slingerend 20 km over glooiende hellingen langs akkervelden, kleine dorpjes en bosranden. Toch een mooie route, dat wel. Het enige restaurant in de buurt heeft alleen varkensvlees op zijn menu dus hebben we geïmproviseerd met soep, omelet met tomaat en ui en fruit als toetje.
Na het eten hebben we de wandelschoenen aangedaan om een km of 6 van een historische boswandeling te gaan lopen. Historisch omdat in een ver verleden Bonifatius hier ook gelopen zou hebben. Of het waar is….geen idee maar het was een mooie wandeling door een oeroud bos.


De volgende dag hebben we een rondje op de fiets gedaan, eerst een flink stukje klimmen om daarna rustig af te dalen naar de Vulkan-radweg. Dit is een fietspad over de voormalige Oberwaldbahn, een voormalige spoorbaan. Met het fijne asfalt creëert het de ideale omstandigheden voor recreatieve fietsers.

Op een gegeven moment komt ons een Duitser tegemoet op een ouwelijk uitziende fiets en hij begint spontaan een praatje, doorspekt met Zuid-Duits dialect. De fiets was van zijn oma die in 1913 is geboren en hoe oud die fiets is wist hij niet precies, maar omdat die door de Adler fabrieken in Frankfurt was gebouwd en die in 1950 is gestopt, moet de fiets van vóór die tijd zijn. Daarop maakte hij nu een tocht van Hanau naar Kassel, een route van 300 km. Het was duidelijk een alternatieve duitser, want hij vertelde dat hij op het platteland leefde, geen TV had, noch een computer of een mobiele telefoon en een heerlijk leven had.

Na een rustpauze bij een Bierstube vervolgden we onze weg naar de supermarkt. Boodschappen ingeslagen voor 3 dagen omdat we onderweg al hadden besloten om gedurende de hitte de aankomende dagen - er worden temperaturen verwacht tot boven de 35 gr. - maar te blijven staan en even niet verder te trekken.
Op de terugweg stonden we opeens oog in oog met een ree die op een paar meter afstand uit het bos het fietspad op sprong; ze schrok nogal van ons en sprong snel het talud over en vluchtte weg over een weiland. Te weinig tijd om een foto te maken,wel jammer. Wel vonden we nog tijd om ander wild te fotograferen. Wie weet wat dit is mag het zeggen.

Zaterdag was het een dag met een temperatuur van rond de 38 gr. We hebben wat was gewassen en daarna de schaduw opgezocht en daar de dag doorgebracht met lezen en spelletjes doen. Na het eten hebben we nog een wandeling gemaakt in de nabije omgeving. Gelukkig koelt het ‘s avonds wel af en zwemmen we niet ons bed uit.
Benieuwd naar wat de komende week ons gaat brengen!

