Op zoek naar de sprookjes ......
De camper weer startklaar, de weersvooruitzichten zomerse temperaturen, dus om half 10 deze maandagochtend vertrokken we met heel veel zin naar Duitsland. Het was redelijk rustig onderweg en om half 3 arriveerden we op de camper- standplaats in Rodenbach, vlakbij Hanau waar we een mooi plekje met schaduw hebben. We staan aan de rand van een groot natuurgebied met veel wandel en fietspaden dus de wandelschoenen aan en aan de wandel. De paden waren licht glooiend maar goed te doen.

Na een goede eerste nachtrust stond er vandaag een fiets en wandeltocht op ons programma. Over het algemeen waren het allemaal goede fietspaden, we fietsten door bossen, langs kleine dorpjes en soms op een fietspad langs de autoweg. Ook nu was het soms heuvelachtig maar over het algemeen allemaal goed te doen. Na 22 km arriveerden we in Gelnhausen waar we even een flinke klim moesten maken naar de historische binnenstad.
We zetten onze fietsen bij de St. Pieterkerk neer en beginnen daar onze stadswandeling, maar eerst een welverdiende cappuccino en een lunch bij een echte Italiaan.
In de Middeleeuwen was Gelnhausen een belangrijke Keizerlijke stad en je vindt er ook nu nog smalle straatjes en heel veel mooie vakwerkhuizen en stadsvestingwerken.
Op de Obermarkt staat een mooi stadhuis uit 1736 met een monument ervoor van het uitgestorven beroep van de lantaarnopsteker.

We passeren ook een van de oudste vakwerkhuizen uit 1351 en het is verbazingwekkend dat ze er van die leeftijd nog zijn.

We lopen daarna richting de oude vesting van keizer Frederik Barbarossa (de edelstamovergrootvader van onze kinderen) en onderweg passeren we nog de heksentoren met massieve muren, speciaal uitgerust tegen de mobiele belegeringskanonnen die toen langzaam opkwamen. Tijdens de heksenjacht werden in totaal 54 heksen en tovenaars hier opgesloten, gemarteld en geëxecuteerd.

Het keizerlijke paleis Hohenstaufen uit 1170 werd in opdracht van Frederik Barbarossa gebouwd. Vanaf hier verzekerde de keizer zijn gebieden in de Wetterau direct aan de uiterst belangrijke handelsroute “Via Regia¨ tussen Frankfurt en Leipzig. Een gedeelte van de ruïnes wordt gerestaureerd.

Rondom de vesting lag een klein dorp met nog steeds talrijke vakwerkhuizen.

We lopen weer terug naar de oude stad en bezoeken de Marienkirche uit de 12e eeuw. Helaas zijn veel kunstwerken verloren gegaan tijdens de beeldenstorm van de Reformatie. Bijzonder in deze kerk is het doksaal dat het schip van het koor scheidt. Daarachter bevinden zich koorbaken uit de 14e eeuw (met graffiti uit de 16e eeuw) en een indrukwekkend hoogaltaar uit 1500

Onze laatste bestemming is de “Halve Maan” , een bolwerk waar we middels een aantal trappen naar boven op de helling van de stad staan. Vanaf hier heb je een prachtig uitzicht. We genieten vanaf een bankje van de omgeving voor we weer afdalen langs de buitenkant van de stadsmuren de oude stad weer binnen lopen door houten poorten. We nemen nog even een drankje voor we weer op de fiets stappen richting camper. We zijn echt onder de indruk van dit stadje en als je in de buurt bent, moet je het zeker bezoeken.

Maar ja, dat was makkelijker gezegd dan gedaan. De weg waarmee we op de fietsroute zouden komen was afgesloten en toen we uiteindelijk na wat omzwervingen op de fietsroute zelf aankwamen liep het fietspad via een onder water gelopen viaduct. Geen omleiding aan gegeven en het fietspad door het weiland eindigde in een grote beek van een paar meter diep en breed. Dus terug en weer door de waterplassen. Uiteindelijk kwamen via een omweg en illegaal (want verboden) over een afgesloten brug over de spoorbaan weer op de oorspronkelijke route terug naar de camperplaats waardoor de fietstocht net iets langer (i.p.v 42 -51 km) werd.
‘s Avonds hebben we het Nederlands elftal te nauwer nood in de laatste minuut zien winnen van Wales, ook bepaald geen hoogvlieger in het Internationale voetbal, maar wie maalt daar om!
Hanau
De volgende dag stapten we om 10 uur, op de fiets om de geboortestad van de Gebroeders Grimm te bezoeken. Ook hier bereikten we de stad na een paar omleidingen; kennelijk willen onze Oosterburen vóór aanvang van de vakanties hun wegennet weer op orde brengen. Hanau is in maart 1945 door een bombardement van de RAF voor 87% vernietigd. Bij het bombardement kwamen meer dan 2000 inwoners om. Het centrum van Hanau kent daardoor nog maar weinig historische gebouwen. Het Goudsmidshuis is er daar één van. De bouw van dit vakwerkhuis begon in 1537.
Vanaf 1597 vestigden zich vele Nederlanders en Walen in Hanau, waaronder tal van goudsmeden. In 1610 verenigden ze zich in een gilde en nadien hebben ze dit huis, dat oorspronkelijk als stadhuis werd gebouwd, over genomen.

Daarna lopen we door naar de tuinen die ooit tot het, door het genoemde bombardement, vernietigde paleis van de Graaf van Hessen, hebben behoord. De tuinen zijn aangelegd in opdracht van de vrouw van de graaf, de Engelse Maria van Engeland en hebben dan ook een typisch Engels karakter. Her en der zie je overal kunstwerken staan die een van de verhalen van de Gebroeders Grimm uitbeelden.

We slenteren terug door de winkelstraten en het nieuwe centrum, passeren we in de voormalige Judengasse een gedenksteen op de plaats waar tot de Reichs-Kristallnacht de joodse synagoge stond. We komen uit bij de Nederlands-Waalse kerk die ook door het bombardement grotendeels is vernietigd en die als ruïne is blijven behouden en geconserveerd.

Als laatste hoogtepunt van Hanau stappen we op de fiets om naar het 4 km verderop gelegen Schloß Phillipsruhe te gaan. Dit slot, gelegen aan de oevers van de Main, werd tussen 1700 en 1725 gebouwd en aanmerkelijk uitgebreid in de 19e eeuw. De kamers van het kasteel zijn te bezichtigen en zijn ingericht in de stijl van de 19e eeuw. We hebben dat maar overgeslagen en zijn na een bezoek aan de tuinen weer naar onze standplaats terug gefietst.

Morgen gaan we richting Hochwaldhausen; de aanvullende foto’s komen later deze week op de fotosite.
Bezoek aan de Haspengouw
Voor we voor een aantal dagen richting België vertrokken werd er op Koningsdag in alle vroegte eerst nog een bezoekje gebracht aan de kindermarkt om wat leuke spullen voor de kleinkindjes te kopen.

Om 10.00 waren we startklaar en onze eerste stop was in Sint Truiden waar een grote camperplaats was zonder voorzieningen, maar dat is voor ons omdat we zelfvoorzienend zijn geen probleem. Omdat België in het verleden weinig of geen camperplaatsen had zijn we er met de camper ook nooit geweest.
Na de lunch zijn we op de fiets gestapt om de bloesem/bierbrouwerij route te gaan fietsen. En we hebben genoten van deze prachtige route ondanks dat de bloesems langzaam aan het verdwijnen zijn. De fietspaden zijn overal goed begaanbaar en ook al heb je geen voorrang bij het oversteken, de automobilisten stoppen wel voor je.

Halverwege hebben we bij een bierbrouwerij lekker in de zon op het terras gezeten met een cappuchino en een Hopverdomme biertje.
Humor hebben de Belgen in elk geval gezien de borden bij het toiletgebouw.

Na een goede nachtrust zijn we op de fiets gestapt om het historisch stadje te gaan bezoeken.
Vroeger heette Sint Truiden Sint Trudo. Een stad gegroeid uit twee heerlijkheden en door Napoleon tot één Sint Truiden verenigd. Nadat we onze fietsen bij het Info centrum op de Grote Markt hadden neergezet zijn we begonnen aan de stadswandeling van 4 km. Het marktplein zelf is met zijn 2 ha, na dat van Sint Niklaas, het tweede grootste van België. Er staan mooie patriciërshuizen rondom het plein en centraal staat het stadhuis. Het stadhuis staat op de scheidingslijn tussen de twee heerlijkheden met aan het hoofd aan de ene kant de abt (Sint-Trudo-abdij) en aan de andere kant de Prins-bisschop (prinsdom Luik) Vijftig klokken zorgen voor klankrijke beiaardmuziek.

We verlaten na dit bezoek de markt en bezoeken het Minderbroedermuseum dat is onder gebracht in het voormalige klooster en een overzicht laat zien van het leven van de heilige Franciscus van Assisi. Een van de topstukken is het altaar in strowerk dat gemaakt werd door de kapucienessen van Antwerpen. Deze slotzusters maakten tussen 1650 en 1870 liturgische voorwerpen van stro.

We lopen over de kasseien door straatjes waar het lijkt of de tijd heeft stil gestaan. In de Sint-Maartenskerk komen we in gesprek met een diaken van de kerk die ons het een en ander over deze renaissancearchitectuur van de kerk en de geschiedenis van sint Truiden wist te vertellen met volgens hem, het meest merkwaardige; het hoogaltaar met beelden in lichtdoorlatend albast wat we echt van heel dichtbij moesten bekijken.

Na een paar uur wandelen hebben we een terras opgezocht om te lunchen om daarna terug te fietsen naar de camper en naar onze volgende camperplaats te verkassen in Borgloon.
’s Middags hebben we genoten van de zon en gezellig zitten kletsen met onze buurtjes Marianne en Henk uit Haarlem , we kwamen met ze aan de praat n.a.v een Belg die campings bezocht om een product aan de “man/vrouw” te brengen om je camper goed schoon te krijgen. Het was buitengewoon hilarisch en we hebben giga gelachen (de dames vooral)
Na een goede nachtrust zijn we de dag erna al vroeg naar Vakantiepark De Molenheide in Peer gereden waar we een dagje op de kleinkinderen gingen passen omdat Sietske en Gijs naar huis moesten ivm een uitvaart . Het was een gezellige dag en rond 20.00 waren we terug op de camperplaats waar het
inmiddels volle bak was dus we waren blij dat we een dag eerder aangekomen waren want je kon niet reserveren.

Na een goede nachtrust zijn we op de fiets gestapt naar Borgloon, het was niet bepaald een vlakke route maar met de elektrische fiets wel te doen. Bij een voormalige stroopfabriek waar tevens het Infocentrum zit hebben we een wandelkaart gehaald om in de voetsporen van de graven van Loon de stad te verkennen.
Borgloon was eens een versterkte stad van waaruit de Graven van Loon regeerden over hun graafschap. De naam Burgloon is samengesteld uit ‘Borg’ en ‘Loon’ wat betekent: ‘Burcht op een beboste heuvel.
De route (5 km) is een gemarkeerd parcours door het volgen van spijkers met daarop de afbeelding van het hoofdje van ‘De Strooplekker’

De stoomstroopfabriek is een van de laatste restanten van de verwerking van fruit tot stroop. Begin vorige eeuw was Borgloon de bakermat van de stroopfabricatie, waardoor de Lonenaren de bijnaam ‘Strooplekkers” kregen. Om verval te voorkomen koopt het stadsbestuur in 2005 de stroopfabriek en wordt er sinds 2006 opnieuw, op ambachtelijke wijze, stroop gestookt.

Tijdens de wandeling merk je het grote niveauverschil. De omgeving vonden wij mooier dan het plaatsje zelf. Vlak achter de kerk ligt op 118 meter boven de zeespiegel de Burgtheuvel. Ooit stond hier het slot van de Graven van Loon. In 1870 werd de burcht gesloopt en met de resten werden alle veldwegen bestraat van deze ooit zo roemrijke burcht.
Het huidige stadhuis uit de 11e eeuw was ooit de woning van de graven van Loon. In 1680 werd het gerestaureerd in Maassstijl. In de middeleeuwen was het de vergaderplaats van gilden en/of ambachten zoals smeden, bakkers, brouwers etc.

Na de wandeling hebben we in de omgeving nog gefietst om kunstwerken te bezichtigen die her en der in de natuur staan maar erg duidelijk was de routekaart niet dus bleef het beperkt tot een kunstwerk, maar de route was wel mooi.


Halverwege de middag waren we terug bij de camper en hebben we buiten nog kunnen genieten van de zon ondanks dat het op de fiets aan de frisse kant was.
Gelukkig was de lucht de volgende dag strak blauw en scheen de zon, dus tijd voor een fietstocht door de omgeving Haspengouw. We moesten af en toe flink op de pedalen in dit heuvelachtig gebied maar het was te doen. Op deze route zouden we ook een paar kunstwerken tegen komen en een daarvan was de zwevende kerk gemaakt door kunstenaar Frits Jeuris. Het is gemaakt van gekloven kersenstammen.

De meeste kleine dorpjes waar we door heen fietsen bestaan vlgs ons vooral van de fruitteelt , er was weinig “leven” te bespeuren laat staan een terras. Op onze route van 33 km zijn we er een tegen gekomen en daar hebben we dan ook gretig gebruik van gemaakt. De Belgen zijn overigens erg gastvrij.
Er was nog voldoende bloesem te zien maar het moet een ware pracht zijn als alles volop in bloei staat.

Voor de liefhebbers die zich een willen voelen met de natuur is er de mogelijkheid om te logeren in een sculptuur-kunstwerk van Dré Wapenaar’.

Onze laatste stop op deze fietsroute was bij een doorkijk kerkje. Blijkbaar een “topattractie” gezien de drukte met wandelaars en fietsers.

Rond de klok van 10.00 zijn we de dag erna vertrokken uit Borgloon naar Tongeren. Helaas was de automaat die ons toegang moest verschaffen tot de camperplaats stuk en moesten we parkeren op de naast gelegen parkeerplaats. De afstand naar het centrum was 1 km maar met een flinke stijging, dus voor het gemak gekozen en er met de fiets naar toe.
Tongeren heeft een geschiedenis van 2000 jaar. Er werden vaak muren gebouwd in Tongeren .Eerst door de Romeinen die in 54 voor Christus hun winterkamp op sloegen in de nabijheid van de plaats Atuataca. Blijkbaar beviel het zo goed in het mooie Haspengouw, want ze bouwden hun kamp uit tot Atuatuca Tungrorum, dat de belangrijkste Romeinse stad werd in deze contreien, en in de Middeleeuwen herhaalden de Tongenaars dat kunstje nog eens.
Wij starten onze wandeltocht op het marktplein waar het standbeeld staat van Ambiorix , die er in slaagden om de Romeinse legioenen hun grootste nederlaag in Galië toe te dienen.

Nog steeds dragen een aantal locaties in Tongeren Romeinse namen zoals het Praetorium. (nu Administratief Centrum) met een standbeeld voor de deur van Flavius Claudius Julianus die in Tongeren verbleef in het jaar 358. Hij sloot toen een verdrag met de Salische Franken, dat mee aan de basis ligt van de Taalgrens tussen Vlaanderen en Wallonië.
In het Gallo-Romeins Museum (waar we een aantal jaren geleden al eens een bezoek brachten) komt het Romeinse tijdperk in Tongeren volop tot leven. Het museum behoort tot de top van archeologische musea in Europa.

Op ons gemak slenteren we over de kasseien langs het riviertje de Jeker en passeren het Begijnhof, de Moerenpoort, etc. en lopen we door het oudst bewaard gebleven Tongeren. In 1677 woedde een grote stadsbrand die bijna alles heeft verwoest; alleen de omgeving van het Begijnhof en de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek bleven gespaard. Bij de basiliek gaan we even naar binnen. Het is een van de mooiste gotische religieuze bouwwerken van België, de bouw nam 300 jaar in beslag en hij staat op de UNESCO wereldgoedlijst.
Binnen vinden we een houten triptiek (altaar) over het leven van Maria. Ooit werd dit schitterende Maria-altaar uit 1520 in 1846 voor een appel en een ei door de pastoor verkocht om een nieuwe vloer in onze Petrusbandenkerk in Venray te kunnen leggen.

Het pronkstuk van deze kerk is het notenhouten Mariabeeld "Oorzaak onzer Blijdschap" en dateert uit 1497. Tongeren is al eeuwen in de ban van Maria. In 1889 gaf de Paus toelating het beeld te kronen. Dat was meteen de start van de Zevenjaarlijkse Kroningsfeesten. In 1 week tijd brengen ze zo’n 500 000 bezoekers op de been. In de meimaand staan er dan ook gigantisch veel bloemen bij het beeld.

Na een aantal uurtjes hielden we het voor gezien en zijn we terug gefietst naar de camper en besloten we om naar huis te rijden i.p.v. de volgende morgen.
We gaan beslist nog meer van België ontdekken, het is ons goed bevallen.
Grensoverschrijdend verkeer
Van Tholen naar de Wouwse Plantage is slechts 40 km dus we waren voor 9.30 bij camping
‘ t Schouwke waar we op de parkeerplaats even een uurtje hebben moeten wachten tot er een plek vrij kwam. De camping heeft 10 plaatsen voor campers en het gaat er gemoedelijk aan toe.

Het dorp is gesticht door de eerste particuliere eigenaar van het landgoed, Pierre Joseph de Caters die sinds 1848 ook de bebouwing van Plantage Centrum had gerealiseerd.
In 1876 liet baron Caters een kerk bouwen en een brede boulevard en zo groeide het dorp langzaamaan verder uit. Het dorp kreeg de naam Pindorp, maar in 1958 werd die na protesten vanuit het dorp, veranderd in Wouwse Plantage.
We zien hier ook het beeld staan van “de Houthakker” of ook wel de Mastepinnerooier. Pin komt van mastepin; de naam voor een den. Een verwijzing naar de stronk die overblijft als een boom wordt gekapt.

Wij hebben de fiets gepakt om de Plantageroute te gaan fietsen. Natuur in de vorm van heide, bossen en vennen vind je hier in de omgeving volop. Die natuur is echter in de loop van de eeuw geheel door de mens tot stand gekomen. Turf is ontgonnen, vaarten zijn gegraven, bomen zijn omgehakt en herplant, heide is geplagd en begraasd door schapen. Kortom de mens heeft flink ingegrepen in de natuur. De oudste productiebossen in Nederland zijn dus te vinden in de Wouwse Plantage. Een dubbelzinnige naam: een woud is een ongerept bos, een plantage een aangeplant bos.
Onze eerste stop was op de Oude Markt in Roosendaal ofwel Tullepetaonestad zo genoemd tijdens de carnaval. Het was zondag en omdat er geen winkels open waren in het centrum was het erg rustig. Ook op de terrassen was het niet druk. Na de koffie op het terras “BijMoeders” en na een blik (en foto) op het standbeeld van de Tullepetaon hebben we onze route hervat. Het is een beeld van een in carnavalstenue gestoken parelhoen, het carnavalssymbool van Roosendaal. Het woord tullepetaon is afgeleid van het ranse woord voor parelhoen: poule pintade. Dit verbasterde men tot poelepetaat en later werd het door letteromzetting en klankomwisseling tullepetaon. Parelhoenders hebben een kleurrijk verenkleed en kunnen behoorlijk en krijsen en tekeergaan, net als de Roosendalers met carnaval. Het beeld is gemaakt door de Roosendaalse kunstenaar Léon Vermunt.

We kwamen langs de Designer Outlet waar we even in een rap tempo doorheen zijn gelopen om een paar Birkenstock slippers te kopen. Het was er ontzettend druk en het voelde heel ongemakkelijk . Bij een aantal winkels stonden lange rijen mensen te wachten om naar binnen te mogen en af en toe zag je nog wat mensen met een mondkapje maar de 1,5 meter werd beslist niet nageleefd hier dus hebben waren bij binnen 15 min. weer bij onze fietsen. De fietsroute liep merendeels door landerijen en viel ons wat tegen. Langzaam zagen we de lucht donkerder worden en omdat er stevige buien voorspeld waren, werd de buienradar even geraadpleegd en die gaf aan regen rond 13.30 en het was 13.25. We waren inmiddels in Wouw en van daar was het nog 4 km terug naar de camping. Dus hebben we de resterende 15 km gelaten voor wat het was . Helaas hebben we het niet helemaal droog gehouden en de regenjassen uit de tas moeten halen maar we waren wel net op tijd binnen voor het harder ging regenen. De rest van de middag hebben we naar de tour zitten kijken en dát was pas echt afzien in de regen!

5 juli
Het weer blijft onbestendig en ook deze dag waren de vooruitzichten bewolkt, regen en af en toe zon. We hebben toch de wandelschoenen aan gedaan om een van de vele wandelroutes te gaan lopen door Natuurgebied de Wouwse Plantage Vanaf de camping is het ongeveer 1 km lopen tot een van de Brabantse Natuurpoorten, herkenbaar aan een grote stalen sleutel van 4 meter hoog waar de wandelroute begint.

Het bosgebied is ongeveer 900 ha groot . Je vindt er o.a heuvels tot 20 meter boven NAP, die een onderdeel zijn van een zandrug die 20.000 jaar geleden is gevormd. Lange lanen met loofbomen, kronkelige paadjes kortom een mooi gebied om te wandelen. Voor een aantal vogelsoorten geldt dat dit het belangrijkste broedgebied in Nederland is zoals voor de wespendief en de zwarte specht. Deze broedgebieden zijn niet toegankelijk voor het publiek. Wij moesten genoegen nemen met veel gekwetter van vogels, want ze lieten zich niet zien.
We hadden ongeveer een uur gelopen en ja hoor...drup drup drup en die druppen werd regen dus de regenjassen aan. Gelukkig liepen we merendeels onder het bladerdek van de bomen. Soms was het glibberen en door de modder, maar over het algemeen viel het mee en na een poosje konden de jassen weer uit en vonden we een bankje waar we even koffie konden drinken en een boterham eten. Ondanks dat er in gebied veel reeën leven hebben we er helaas geen gezien. Onze rust werd alleen af en toe verstoord door een heel laag overvliegend vliegtuig. We zijn slechts vier andere wandelaars in de 3,5 uur dat we gewandeld hebben tegen gekomen. Ondanks de korte buitjes af en toe was het een mooie wandeling en voldaan kwamen we terug op de camping.


6 juli
Eindelijk scheen de zon weer eens toen we wakker werden maar er stond wel een straffe wind. Volgens de weerberichten zou het tot een uur of 15.00 droog blijven dus zijn we op de fiets gestapt om de smokkelroute te fietsen. Deze gaat deels door de Antwerpse Kempen en het is een prachtige route. Net over de grens fietsen we door het langgerekte kerkdorp Hoek. We stoppen even bij het Sint Gerardus klooster. Dit redemptoristenklooster met een kerk, school en grote tuin ligt verscholen in het groen en is gebouwd in 1908 en bedoeld voor herstellende paters uit missiegebieden zoals o.a Belgisch Congo. De kerktoren wordt bekroond door een Kruis met een Heilig Hartbeeld van 4,5 m hoog. Aan het einde van WO ll hadden de Duitsers 150 ton aan explosieven in de toren aangebracht, maar toen men inzag dat het geen zin meer had omdat het een verloren zaak was hebben ze hem niet opgeblazen. De geallieerden konden de explosieven ontmantelen. Wel zijn de diverse kogelinslagen nog zichtbaar in de bibliotheek van het klooster.

In het grensdorp Nispen hebben we in de zon op het terras gezeten en genoten van een heerlijke Kletskoffie. De uitbaters zelf waren trouwens ook gezellige kletsers en ze vertelden o.a over de rivaliteit tussen Roosendaal en Bergen op Zoom. Wil je ruzie met een Roosendaler dan moet je zeggen dat je Bergen op Zoom gezelliger vindt. :-) (we houden onze mening dus maar wijselijk voor ons) Volgens de uitbater is de rivaliteit zelfs zo groot dat de verloskundige zorg in het ziekenhuis in Bergen op Zoom een speciale Roosendaal-verloskamer heeft ingericht, om niet de indruk te wekken dat het geboren kind een Bergenaar zal zijn. Wij vervolgen onze route en fietsen langs de watermolenbeek naar Roosendaal.

Omdat we naar de bakker moesten en ik (Janny) nog naar de Passage wilde hebben we de fietsen bij de Nieuwe Markt neergezet. De Passage is een uniek winkelcentrum en volledig in Venetiaanse stijl gebouwd. De natuurstenen vloeren met mozaïeken, prachtige smeedijzeren hekwerken, balkonnetjes en een grote lichtkoepel met glas en lood zijn prachtig. Zelfs een “live” orkest vanaf een balkon ontbreekt niet in het totaalplaatje. Er zijn luxe winkels en je waant je even in een andere wereld.

Loop je deze passage uit dan valt het op dat er heel veel winkelpanden leeg staan. De corona heeft ook hier hard toegeslagen blijkbaar.
Ondertussen verdween ook de zon en werd de lucht donkerder dus we hebben snel wat boodschappen gedaan en de fietsen weer opgehaald. We hadden nog 8 km voor de boeg met flinke tegenwind. Nog voor we Roosendaal uit waren moesten de regenjassen weer aan . Het was even flink door trappen (zelfs met onze E-bike’s) maar ook dat hebben we weer overleefd. Ben het nu wel een beetje beu, dat weer, maar goed.
Morgen gaan we weer on route.

7 juli
Voor we naar onze volgende camping gaan maken we een tussenstop in Rucphen om de Heemtuin te bezoeken. Deze 2 ha grote wilde-bloementuin is aangelegd door medewerkers van de Sociale Werkvoorziening in Roosendaal en toont een afspiegeling van de natuur en het landschap in het Brabant van de vijftiger en zestiger jaren. Het is het landschap uit de geboortestreek van Vincent van Gogh. Er zijn zo’n 400 soorten wilde planten, 26 dagvlinders, 24 soorten libellen en waterjuffers, 30 soorten broedvogels en een oase van rust en stilte. Wij hebben er met veel plezier rondgewandeld en mocht je ooit in de buurt zijn dan is het beslist de moeite waard om er even de tijd voor te nemen.


Rond de middag hebben we onze rit voortgezet en een uurtje later waren we op de boerencamping in Borkel. Deze camping is nog in een beginners stadium want ze zijn pas dit jaar geopend en zijn nog zoekende naar het hoe en wat, maar wij hebben in elk geval een rustig plekje tussen het groen en verder staan er nog vier campers en een caravan. De zon scheen eindelijk weer volop dus we hebben de rest van de middag lekker niets gedaan.
8 juli
Wakker worden met een blauwe lucht, ramen en deuren open en rustig de dag beginnen. Ondanks dat we op vakantie zijn, zijn we elke dag rond 8.00 uur op en om half 10 zaten we al op de fiets richting Natuurgebied De Plateaux-Hageven waar we wilden wandelen. Fietsen bij de werkschuur van Natuurmonumenten neer gezet en aan de wandel. We hebben de route van 8 km gelopen omdat we daarna ook nog wilden fietsen. Dit wandel gebied is 600 ha groot met vloeiweiden, heide, vennen en gevarieerde bossen. We zagen Galloway runderen en zelfs een klein woelmuisje wat ons angstvallig in de gaten hield. De vogels kwetterden er weer lustig op los, libellen in verschillende kleuren en volop vlinders. Kortom het was een mooie wandeling.

Genietend op een bankje ons brood opgegeten en helaas hadden we het water in de fietstas laten zitten maar we hebben het overleefd.

Onze fietstocht ging voor een groot gedeelte ook langs dit natuurgebied en via Neerpelt fiets je België binnen. Aan de route lag een goudvissenkwekerij en daar was een zelfbediening met warme en koude dranken. Hij doet daar goede zaken mee denken wij, want verder zijn we niets tegen gekomen. Onze route ging ook langs het Sint Benedictusabdij-Achelse Kluis. De Achelse kluis, grenskapel en Eremietenstichting sinds 1650 en werd in 1846 betrokken door Cistercienser monniken (trappisten) en nog steeds wordt hier het Achels bier gebrouwen , dus fietsen stallen en naar het terras. Mondkapje verplicht tot je zit. Het terras werd vooral bevolkt door….jahoor pensionata’s. Daarna nog even de winkel in waar vele soorten trappistenbier te koop zijn.

Aan de voorkant van het klooster zie je ook nog een reconstructie van de doodendraad (den droad) aan de Achelse Kluis. Deze elektrische draadversperring werd door de Duitsers aangelegd in 1916 en liep langs de hele Nederlands-Belgische grens om al het ongewenste verkeer zoals o.a smokkelaars, spionagediensten etc tussen het bezette België en neutrale Nederland tegen te houden.

Even stonden we allebei in een ander land en een mevrouw zei, zal ik even een foto maken van jullie, dus bij deze. :-)

Ook dit was weer een mooie fietsroute van zo’n 22 km dus beweging genoeg gehad. In Borkel hebben we meteen een tafel voor twee gereserveerd bij restaurant De Zwaan (met een prachtige beeldentuin) voor vanavond om de vakantie af te sluiten.
Het eten was heerlijk en voldaan zitten we nu in ons huisje op wielen terugkijkend op vier heerlijke weken en kunnen we volmondig zeggen: WAT IS NEDERLAND MOOI!

De foto’s van de laatste dagen zullen we thuis op de website zetten.
Bedankt weer voor de leuke reactie’s en tot de volgende keer.
Jatmoos en hete hangijzers
Vrijdagmorgen, grijs weer waarbij de einder niet zichtbaar is want het land gaat streeploos over in lucht. We zijn desalniettemin al vroeg onderweg van Middelharnis naar Tholen, een rijafstand van 33 km, omdat aan de haven van Tholen maar vijf camper plaatsen beschikbaar zijn en je, zo weten wij uit ervaring, de grootste kans hebt op een plaats als je ‘s morgens vroeg aankomt. Toen we om half tien bij de haven aankwamen, waren er drie plaatsen vrij. Van de gezellige havenmeester Lydia begrepen we dat er zojuist drie waren vertrokken. Ze vertelde honderd uit en dat zou ze blijven doen.

De naam Tholen verwijst naar de tol die hier vroeger werd geheven op de Eendracht, dat nu het Schelde-Rijnkanaal is. Tholen heeft een historische stadskern, die nog steeds grotendeels is omringd door wallen en vesten. Het gebied binnen de vesten is sinds 1991 een beschermd stadsgezicht en telt enkele tientallen rijksmonumenten.

Een opvallend gebouw is het voormalig stadhuis van Tholen uit de 15e eeuw, dat ontworpen is door leden van de beroemde architectenfamilie Keldermans; in dit stadhuis hangt het oudste carillion-klokje van Nederland, eveneens uit de 15e eeuw. Het stadsbeeld wordt gedomineerd door de Onze-Lieve-Vrouwe-kerk, een kruisbasiliek in de Brabants-gotische sfeer.

Toen we ons geïnstalleerd hadden zijn we op de fiets gestapt naar Bergen op Zoom dat acht kilometer verder ligt. We lopen de stadswandeling van de ANWB (helaas met enige foutjes in de beschrijving, maar een kniesoor die daar op let). We stalden de fietsen traditiegetrouw achter de kerk in het centrum, in dit geval de Sint-Gertrudiskerk aan de Grote Markt. Deze markt wordt omzoomd door de kerk, statige herenhuizen en het oude stadhuis, terwijl de markt zelf bijna volledig wordt bezet met terrasjes. Het oude Stadhuis is te bezichtigen en wij hebben een privé rondleiding gehad van een op leeftijd zijnde vrijwilliger; we vroegen ons tegelijkertijd af hoe dat in de toekomst zou gaan, wanneer jongeren die taak zouden moeten overnemen. Zouden rondleidingen als deze dan nog bestaan?

Het stadhuis bestond oorspronkelijk uit 3 panden die successievelijk in 100 jaar, van 1400 tot 1500, door het stadsbestuur zijn aangekocht en in 1611 van een nieuwe, alle drie de panden betreffende voorgevel werd voorzien met bovenin de spreuk “Mille Periculis Supersum” (vrij vertaald: duizend gevaren kom ik te boven). De vrijwilliger heeft ons drie kwartier rondgeleid en wist het heel aardig en met humor te vertellen. In de grote Schepenzaal wees hij ons op de haardstede, voorzien van grote pot aan een vuurhaal en ook aan de ijzertjes aan de schouw. Deze waren bedoeld voor de hoogedele lieden die na hun vergadering zich aan het haardvuur konden warmen onder het genot van een pijp en wellicht ook een drankje, daarbij met hun hand hangend aan het ijzer; een hangplek voor de stadsbestuurder dus, maar die moesten wel opletten, want als het vuur te hard opgestookt werd kregen ze met een heet hangijzer te maken en brandden ze hun hand daar aan.

Bergen op Zoom is eeuwenlang een vestigstad geweest met wallen, vesten een stadsmuur en stadspoorten. Na twee stadsbranden in de 14e en 15e eeuw is besloten om de vuurgevaarlijke beroepen (pottenbakkers, smederijen e.d.) naar buiten de stad te verplaatsen; gaandeweg werden ook deze uitbreidingen ommuurd en versterkt waardoor Bergen op Zoom die eigenaardige sleutelvorm als oude stad heeft verkregen. Het effect van die uitbreiding was wel dat één van de poorten zijn traditionele functie verloor en werd omgetoverd tot gevangenis. Deze gevangenispoort uit de 14e eeuw is nu het oudste monument van de stad; hij is immers niet in de 19e eeuw geslecht, zoals dat wel het geval was met de vestingmuren en de overige poorten.

De landsheer van Bergen op Zoom was een markies en de markiezen hebben in de jaren 1485-1514 hun onderkomen in de stad gebouwd. Het is daarmee het oudste stadspaleis in Europa. Toen de Fransen in 1747 Bergen op Zoom bezetten werd het een hospitaal en hebben het toen ze vertrokken volledig geplunderd. Het was nog wel goed genoeg om er een militaire kazerne van te maken en als zodanig heeft het tot de zestiger jaren van de vorige eeuw dienst gedaan. Een twintigjarige restauratie brak aan en in 1980 is het als museum in gebruik genomen.

We hebben onze stadswandeling daarna vervolgd met een kleine omleiding: we wilden ook de Synagoge die achter de Sint-Gertrudiskerk ligt bezoeken. Om iets na drie uur kwamen we daar aan. We werden ook daar rondgeleid door een vrijwilligster, die niet verlegen zat om smeuïge verhalen. Ze wist de joodse gebruiken heel beeldend te vertellen. In haar verhaal over de Thora-rollen en het gebruik daarvan wees ze op een lees-stokje in de vorm van een hand of vinger. Omdat de Thora altijd geschreven werd op perkament (dat niet vergaat zoals papier) kon het dus honderden jaren oud worden. Het mocht niet met de hand worden aangeraakt (daar zou het vies, besmeurd van raken) en om de regel te kunnen volgen werd daarvoor het aanwijs-stokje gebruikt die Jad (hand in het Hebreeuws) wordt genoemd. Onze vrijwilligster vertelde daarop dat haar vader op een gegeven moment op de markt de term Jatmoos gebruikte, waarbij zij onmiddellijk dacht aan een stelende jood (jat van jatten en Moos van de voornaam Mozes), maar haar vader bedoelde jad moës hetgeen handgeld betekende. Het kan verkeren.

Onder de synagoge bevindt zich in de gewelven de mikwe, het ritueel bad; die kon daar worden gesitueerd omdat zich onder de synagoge een bron bevind en het bad volgens joodse traditie moet worden gevuld door stromend water, afkomstig uit een bron, rivier of de zee.

We verlieten om half vijf de synagoge en waren daarmee te laat om de Sint-Gertrudiskerk nog te bezoeken, die rond die tijd sluit. Helaas, misschien een andere keer als we nog eens in de buurt zijn.

De volgende dag stapten we al vroeg op de fiets omdat de weersverwachting er voor de namiddag niet gunstig uitzag. De route voerde bijna 15 km langs de Oosterschelde, soms achter de dijk, soms er op en soms er voor. Halverwege kwamen we in een natuurgebied een kluut tegen en Janny kon weer een gespotte vogel van haar lijstje strepen.

De Oosterschelde is een rivierarm van de Schelde maar door getijde
-werking en de aanwezigheid van zout én zoet water leven er duizenden soorten planten, vogels en andere dieren. Er wordt nog op de “oude” manier gevist in de Oosterschelde en het is de kraamkamer van de mosselen. In Yerseke staat de enige mosselveiling van Nederland.

Halverwege draaiden we rechtsaf naar Maartensdijk, waar we in de enkele uitspanning die Maartensdijk rijk is een cappuccino hebben gedronken. Net voor Poortvliet zagen we een veld met vlas staan. In onze jeugd leerden we op de lagere school dat in Zeeland voornamelijk vlas werd verbouwd voor de linnen-industrie. Nu is dat hoge uitzondering geworden. Het was een mooie route van zo’n 38 km.

Rond 1 uur ‘s middags waren we terug aan de haven van Tholen en hebben we buiten gezeten en naar de eerste bergetappe in de Tour de France gekeken. De voorspelling wat het weer betreft kwam uit: om 4 uur begon het te regenen.
Morgen laten we het gezellige Tholen met zijn goedlachse mensen achter en gaan we naar de Wouwse plantage.
De aanvullende foto's tot en met 3 juli staan op onze Fotosite onder de Links.
De Grijze Wolk!
Om 9.00u verlieten we Zutphen om koers te zetten naar Oosterbeek. De afstand is slechts 33 km maar omdat wij met de camper niet door Arnhem mogen moesten we erom heen. Ongeveer 1,5 uur later waren we in Oosterbeek, het was even zoeken en via een smal zandpad kwamen we bij de camping. Helaas geen plaats meer, kan gebeuren dus op naar de volgende, maar helaas ook daar stond alles vol. Onze bedoeling was om het Rosandepad te gaan lopen maar dat plan moet nog even in de ijskast want in die omgeving was er geen vrije plek meer te vinden waar we twee dagen konden blijven, dus Pam…..we kunnen je helaas niet vertellen hoe mooi je omgeving is maar je houdt het tegoed.
We hebben de camper even geparkeerd in het bos om wat te eten en drinken en te bespreken wat we dan wel zouden gaan doen.

Uiteindelijk besloten we om naar het land van Heusden en Altena te gaan om daar te gaan fietsen door de Drunense en Loonse duinen. Op de route passeerden we de buurtschap Bern wat ligt op het “eiland” Nederhemert. Vermoedelijk is Bern gesticht in het jaar 1134 op wat de Abdij van Berne was. Vandaag de dag staat het, inmiddels weer bewoonde brouwershuis van de abdij nog in Bern.

Gelukkig was er op minicamping De Reekens nog een plekje voor twee nachten vrij en zoals de camping-eigenaresse vertelde is het nu de periode van de “grijze wolk” (behoeft denk ik geen nadere uitleg) en begint over twee weken de gezinsvakantie. Nu was dat ook precies de reden dat wij nu onderweg zijn.
We hebben weer even gebruikt gemaakt van de wasmachine en droger dus tot we thuis zijn kunnen we nu vooruit met de schone was.
De rest van de middag niets meer ondernomen, af en toe regende het een paar druppels maar niet genoeg om naar binnen te moeten, dat was de dag ervoor wel anders hoorden we, toen heeft het 1,5 uur aan een stuk gehoosd en hadden sommige het water in de tent staan. ‘s Avonds toen Roland voetballen zat te kijken heeft Janny nog even een ommetje gemaakt.

29 juni
‘s Nachts heeft het geregend maar de weersverwachtingen waren gunstig, dus kon de geplande fietstocht doorgaan. We fietsten om de vesting heen richting Waalwijk waar we gestopt zijn om even koffie te drinken, de huisgemaakte appeltaart was in dit geval een lekker “ontbijt “. De fietsroute ging dwars door Waalwijk en zo op het oog lijkt het een gezellig stadje. Het heeft ongeveer 50.000 inwoners en kreeg in 1303 stadsrechten. Bij een kapelletje voor reizigers hebben we maar even een kaars aangestoken en er waren blijkbaar al veel passanten voor ons gestopt!


Wij vervolgden onze fietstocht en al snel fietsen we door het Nationaal Park Loonse en Drunense Duinen. Een prachtig natuurgebied met bos, heide en vooral veel zand. Het is een van de grootste stuifzandgebieden van West-Europa. De wind kan op veel plekken ongestoord waaien en dat zorgt voor een steeds veranderend landschap. Het enige wat jammer is dat sommige fietspaden erg smal zijn en je dus op moet passen met tegenliggers. Op sommige stukken was het best druk en dan is het hoogseizoen nog niet eens begonnen! Wat wel meteen opviel was dat we weinig vogels zagen en hoorden. (behalve kraaien dan)

Na een rondje van 48 km fietsten we het vestingstadje Heusden binnen, we hebben de fietsen gestald en zijn te voet op verkenning gegaan. .
De eerste vermelding van Heusden dateert uit 722, als Hunsata Super fluvium Mosam. Heusden lag rond 1200 op de strategische grens tussen het hertogdom Brabant, het graafschap Holland en het hertogdom Gelre, terwijl ook het graafschap Kleef er aanvankelijk rechten bezat, hierdoor was de politieke situatie voor Heusden onduidelijk. In 1279 werd Heusden ingenomen door hertog Jan I van Brabant en dit wordt als het begin van de Brabantse invloed beschouwd, hoewel er al eerder schermutselingen waren tussen de drie machtsblokken. Ondanks de bouw van de vestingmuren werd de stad in 1569 door de Spanjaarden belegerd en geheel verwoest. Meerdere keren werd de stad getroffen door de pest en in 1572 werd bijna de hele stad in as gelegd. In 1680 werd het kasteel met omringende huizen verwoest doordat de bliksem in de Kruittoren sloeg. De laatste tragische gebeurtenis vond plaats tegen het einde van WO II. Terwijl de geallieerde oprukten, zochten de Duitsers hun heil achter een nieuwe linie, de Bergsche Maas. Zij lieten de hoogste punten in de vesting, het stadhuis en twee kerktorens opblazen. Heel veel Heusdenaren hielden zich schuil in de kelder van het stadhuis en op 4 en 5 nov. 1944 kwamen er 134 mannen, vrouwen en kinderen om toen de Duitsers onaangekondigd het stadhuis opbliezen. Nog geen vier uur later reden de Schotse tanks en Poolse divisies Heusden binnen. Helaas voor 10 % van de bevolking was dit te laat. Het stadhuis gold als een van de mooiste in Nederland. Hieronder zie je het oude stadhuis in volle glorie op een foto uit de collectie van HeusdeninBeeld.nl

Vanaf 1968 werd een grootscheeps restauratieplan gestart. De binnenstad met omgeving is nu een beschermd stadsgezicht. Het stratenplan stamt nog uit de middeleeuwen. Er is genoeg te zien in dit mooie vestingstadje en er zijn voldoende terrassen om even na te genieten. Ook hier was het druk met genietende pensionata’s.

Eind van de middag waren we terug op de camping en het was een heerlijke actieve dag. Ondanks dat het 21 graden was koelt het ‘s avonds snel af, dus we hebben buiten alles opgeruimd zodat we dat in de ochtend niet meer hoeven te doen voor we vertrekken.
30 juni en 1 juli
Het regende toen we wakker werden en volgens de berichten zou het bewolkt blijven en 16 graden met kans op een bui. Tussen de buien door kon Roland nog even de watertank vullen en daarna zijn we vertrokken. Het was vooral snelweg rijden dus niet echt boeiend en nadat we weer wat boodschappen hadden gedaan in Middelharnis (op Goeree-Overflakkee) zijn we op zoek gegaan naar de camperstandplaats aan de haven. Dat had even wat voeten in aarde want “Truus” was van slag en riep steeds: opnieuw berekenen? Maar om half 12 stonden we weer netjes geparkeerd op de kade bij een inham aan het Haringvliet. En om helemaal in stijl te blijven: het heet hier Nieuw-Zeeland!
Na de lunch zijn we het dorp gaan verkennen.

Middelharnis is een plaats in de gemeente Goeree-Overflakkee en vormt samen met Sommelsdijk een woonkern. Middelharnis was het middelste deel van een schorrengebied dat bekend stond als “Vier Hernissen”.
Het raadhuis (waar tussen 1992 en 2006 het Rien Poortvlietmuseum was gevestigd) is uit het jaar 1639, en gebouwd in Hollands Classicistische stijl. Op het torentje ziet men een koperen gaffelscheepje, wat symboliseert dat Middelharnis van origine een vissersplaats is geweest, wat ook te zien is aan de voormalige visserswoningen langs de kade.

Toen we in de winkelstraat stonden te kijken naar twee stolperstenen met de naam Polak werden we aangesproken door een mevrouw. Die vertelde dat zij ook Polak heette (al was ze geen familie van de namen op de stenen) en ze vertelde het e.e.a over hoe moeilijk het was geweest om als kind op te groeien met hetgeen er gebeurd is in het verleden. Van haar familie had alleen een tante en haar vader de oorlog overleefd. Ze had er duidelijk moeite mee en vond het leuk dat wij er belangstelling in hadden. Een stukje terug hadden wij al een gedenksteen zien staan op de plaats waar indertijd de synagoge had gestaan en de sjoeltrap (sjoel is synagoge in het Jiddisch)
Middelharnis had 69 Joodse inwoners, waarvan enkele familie’s die al meer dan 100 jaar hier woonden. De meeste Joden hadden een winkel of zaten in de handel. Tussen 1942 en 1943 worden ze weggevoerd; de oudste was 94 en de jongste nog geen vier jaar. Zeven zagen kans onder te duiken en in totaal overleefden er zes de oorlog. In 1947 wordt de Joodse gemeenschap officieel opgeheven. Het enige tastbare zijn de drie Joodse begraafplaatsen , een herdenkingsmonument en bovengenoemde herdenkingssteen. Tevens bevat het streekmuseum nog een aantal Joodse spullen. Het feit dat wij in onze reisverhalen melding maken van de Joodse geschiedenis is omdat we vinden dat het niet vergeten mag worden.

Aan de kade is men druk bezig om het aantrekkelijker te maken voor het toerisme en dat lukt heel aardig. Verder zijn er weinig bezienswaardigheden.
Het was marktdag dus zijn we daar ook maar even over heen gewandeld. We hebben even op een terras aan de kade gezeten omdat er de verwarming aan was, maar daarna snel de warmte van ons kleine huisje opgezocht.

Bij het wakker worden zag het er buiten grijs en winderig uit en het was ook behoorlijk fris. Toch besloten we om te gaan fietsen want het zou droog blijven. We hadden een route van 45 km die we uiteindelijk ingekort hebben tot 35 km want het landschap is behoorlijk eentonig. Vooral veel landbouwgronden, doorsneden door afwateringskanalen. Bij de Sas van Dirksland, die het water in het Haringvliet spuide en gebouwd werd in 1790 hebben we even onze boterhammen opgegeten.

We wisten dat het streekmuseum in Sommelsdijk om 14.00 uur open ging, dus hebben we dat bezocht. Het museum is gevestigd in vijf bijzondere panden. Je krijgt er een goede indruk van hoe klein de huisjes indertijd waren. Je krijgt een tijdreis vanaf de Romeinse tijd te zien. Ook de watersnoodramp en de Tweede Wereldoorlog komen aan bod. Met een Virtuele 3D bril beleef je de watersnood en je hebt echt het idee dat je midden in een bizarre film zit. Wij hebben er een uurtje rond gekeken en het was best de moeite waard.

Morgen vertrekken we naar Tholen en hopen we op wat zonniger weer.
Nostalgisch snoepgoed en Drogenap
Aan een haventje van het Twentekanaal op het terrein van De Nieuwe Aanleg zijn een aantal zeer rustige camper plaatsen in een mooie omgeving met faciliteiten. Een prachtige uitvalsbasis voor fiets en wandeltochten . Hier zijn we neergestreken en hebben deze middag heerlijk buiten gezeten en naar voorbij gaande boten gekeken. Even een dag niets doen is ook heel fijn.

De Nieuwe Aanleg is een hotel/restaurant met kegel-en bowlingbanen en gelegenheid voor feesten en partijen. Wij konden mee genieten van de voorbereidingen van een groot Marokkaans feest waarbij echt alles uit de kast werd gehaald. We telden alleen al in het voorste gedeelte van de zaal 10 grote tafels met 12 witte stoelen en alles was splinternieuw! De tafels werden gedekt met goudkleurige borden, prachtige hoge vazen met bloemen en veren. Gigantische goudkleurige kandelaars! Het zag er tip-top uit en we hadden van een afstand best getuige willen zijn van dit feest!
Maar goed, na een goede nachtrust en een gezellige babbel met onze buurtjes, hebben wij de fiets gepakt voor een fietstocht van 45 km door het Gelderse boslandschap. In Gorssel hebben we op het terras bij Loetje gepauzeerd(de naam herinnerde ons aan een oom van Janny, wiens bijnaam Loet(je) was)

Ook zagen we in Gorssel de geelgors vliegen, prachtig vogeltje, net als de fietsroute. We blijven ons verbazen hoe mooi en divers de natuur in Nederland is. Halverwege de middag waren we weer terug bij de camper en konden we onder het genot van een wijntje en pilsje genieten van de zon en de boten.

De volgende ochtend zijn we op tijd vertrokken richting Zutphen omdat er in de stad maar 10 camper plaatsen zijn en kom je dan later op de dag dan kun je er gif op innemen dat het dan vol staat. We waren er om half 10 en hadden geluk, alles stond vol maar een stond er op het punt van vertrekken. Mooi plekje aan het water met een prachtige esdoorn om in de schaduw te zitten.
We hebben even wat gegeten en toen richting de stad gewandeld (5 min) Bij het VVV een stadswandeling gekocht en aan de wandel. Helaas kan ik de stadsgids met info niet meer gebruiken want daar ging een kop koffie overheen.
Zutphen is een Hanzestad en een van de oudste steden van Nederland met vele bezienswaardigheden zoals overblijfselen van de stadsmuren, torens en in goede staat verkerende oude gebouwen. Al in de Romeinse tijd werd langs de rivier de IJssel een Germaanse nederzetting gesticht, op een complex van rivierduinen: Zuid Venne. Nadat Vikingen in de 9e eeuw tijdens diverse aanvallen voor veel verwoesting zorgden ging men de nederzetting beschermen met een ringwal en grachten. Sinds 1197 heeft Zutphen stadsrechten.
Ook nu gaan we niet alles opsommen van hetgeen we gezien hebben.

Vlak bij het VVV kantoor zijn we Museumwinkel Het Snoepje binnen gewandeld. Het monumentale pand staat bekend als het geboortehuis van de verzekeringsmaatschappij van de Nederlanden van 1845, met als bijnaam “Brandkas van Benny” In de voorkamer is de oudste polissenkamer met historische documenten te zien. Tot de inventaris van het museum behoort de kloosterbibliotheek die afkomstig is van het kruisherenklooster uit Uden. En dan natuurlijk een nostalgische ingerichte snoepwinkel met oudhollands snoep. Meer dan 300 soorten zoals ulevellen, polkabrokken, zuurstokken,zoethout, zuurtjes, dropsoorten, bruidssuikers etc etc ook is er suikervrij, glutenvrij, zoutloos en kleurstofvrije snoep te koop. Ook verkopen ze blikjes snoep van gerenommeerde Europese familiebedrijven zoals de voor ons bekende les Anis de Flavigny anijssnoepjes waarvan we de fabriek en museum vorig jaar in Frankrijk bezocht hebben. Kortom het was genieten in dit kleine museumpje waar een jongedame ons van de nodige informatie voorzag.

Zutphen heeft drie grote kerken en een daarvan is de Broederkerk, een van de best bewaarde kloosterkerken van Nederland. In de kerk is nu een openbare bibliotheek maar het is de moeite waard om binnen te lopen en de prachtige originele gewelfschilderingen uit de 16e eeuw te bekijken.

In de vroege 17e eeuw is men hier begonnen met het luiden van de klok op het moment dat de stadspoorten ‘s avonds dicht gingen. Nog steeds luidt de klok elke avond van 21.50 tot 21.55 om te herinneren aan de tijd dat Zutphen nog stadspoorten had.

Een leuk verhaal is de Drogenapstoren, gebouwd halverwege de 15e eeuw. Oorspronkelijk heette hij de Saltpoort omdat het aan de Saltmarkt (Zoutmarkt nu Zaadmarkt) lag. Een eeuw later werd hij de Drogenapstoren genoemd, omdat Thomas van Grol de bijnaam Drogenap kreeg. Hij was de stadstrompetist die boven in de toren woonde en hij had blijkbaar altijd een nap met jenever bij zich. De toren is echter nooit als toegangspoort naar de stad gebruikt.

Het oudste hofje in Zutphen is het Oude Bornhof. Aan het begin van de 14 e eeuw liet Borro, een geestelijke zijn huis na aan de arme en behoeftige mensen van Zutphen. Het witte huis was lang het middelpunt van deze mooie plek middenin het centrum. Pas in de 17e eeuw werden er huisjes omheen gebouwd, die in de 19e eeuw werden vervangen. Alleen het huis van Borro (nu restaurant) bleef staan en de originele oude toegangspoort bleef behouden. Zutphen heeft nog 5 andere hofjes.

Natuurlijk kun je tussen de stadswandeling door regelmatig op een van de vele gezellige terrassen wat eten en drinken. Het was zaterdag, marktdag dus wij besloten meteen om dat gedeelte van de stad op ons gemak de volgende dag te gaan bekijken omdat er nu overal kramen voor alle mooie gebouwen stonden. Ook voor de shopliefhebbers heb je hier volop keuze.
Wandelend door een van de kleine straatjes zagen we op een muur een gevelsteen met in notenschrift de straatroep van de Joodse Voddenkoopman Levie Meyer Lipschits.
In 1930 woonden er 476 Joodse mensen in Zutphen, na afloop van de oorlog nog 60 en enkele jaren daarna nog slechts 30. De synagoge werd verkocht en er vestigde zich een machinefabriek. In latere jaren kocht de gemeente het gebouw en men wilde het slopen om er woningen te bouwen. Gelukkig heeft de stichting tot Behoud Synagoge Zutphen dit weten te voorkomen.

Na een aantal uren wandelen door deze prachtige stad zijn we terug gelopen naar de camper.
27 juni
Het beloofde een mooie zonnige dag te worden dus om 10.00 zaten we al op de fiets voor een 45 km route in de omgeving. De omgeving was minder spectaculair dan eergisteren maar we hebben er toch van genoten. Vooral de Achterhoekse Saksische boerderijen met op dit moment veel bloeiende veldbloemen in de bermen blijven hun charme houden. We passeerden kasteel Vorden, waar we al eens eerder waren, we zitten tenslotte in de geboortestreek van Roland. Het was druk met fietsers langs de IJssel, en het was lastig om ergens een leeg bankje te vinden waar we onze lunch op konden eten, maar ja, dat is meestal op zondag!

Rond 14.00 waren we weer in Zutphen, meteen weer voor een paar dagen boodschappen gedaan en toen de stad weer in om nog het e.e.a te bezichtigen aan gebouwen.
Op advies van vriendin Netty zijn we even neergestreken bij Bonbonatelier Janson en het is een en al chocoladegeur als je daar binnen stapt, het water loopt je letterlijk in de mond. Je zoekt uit welke handgemaakte bonbon (of meer) je bij de cappuccino wilt hebben en dan is het echt genieten op het terras.

En...Netty het ijs bij Talomini gaan we een andere keer proeven, dat was iets teveel van het goede na elkaar. We hebben nog wat gewandeld en gewinkeld en zijn toen bij cafe Revolutie op het terras neergestreken waar we met een biertje en een cocktail hebben zitten nagenieten van deze twee heerlijke dagen in het mooie Zutphen.

Helaas heeft Oranje met 2-0 verloren van Tsjechië, maar Max Verstappen heeft gewonnen in Oostenrijk en Matthieu van der Poel heeft op de tweede dag van de Tour de France de gele trui veroverd.
Morgen gaan we richting Oosterbeek

Terug naar Bûter Brea en Griene Tsiis
Na een goede nachtrust op de Noordkaap stonden Polen en Denemarken op ons programma. Polen is een buurtschap dat uit slechts twee wegen bestaat waar een paar boerderijen aan liggen; ook vind je er aan de Slapersdijk een paar arbeidershuisjes. De buurtschap kreeg zijn naam dankzij haar afgelegen ligging en dat was te merken ook. De camper paste net op de weg en gelukkig kregen we dankzij de afgelegen ligging en de beperkte bewoning géén tegenligger!

Vervolgens voerde de route langs weer smalle wegen naar het iets verder gelegen Denemarken. Het plaatsnaambord was helaas verdwenen; misschien meegenomen door iets te uitbundige Denen nu dat land in het EK Voetbal met 4-1 van Rusland had gewonnen (of waren het de Russen uit Polen die het verlies niet konden verkroppen?). Kortom, geen foto van het plaatsnaambordje Denemarken
Op weg naar Napels (bij Winschoten) passeer je Heiligerlee. Dit plaatsje is bekend geworden door de Slag bij Heiligerlee op 23 mei 1568 waarbij aan de ene kant de Opstandelingen/Staatsgezinden onder aanvoering van de broers Lodewijk en Adolf van Nassau gevochten hebben tegen de Spaanse Troepen, onder aanvoering van Jan van Ligne, Graaf van Arenberg. Door een list versloegen de Staatsgezinden de Spaanse troepen waarbij aan Hollandse kant slechts 50 soldaten het leven verloren en aan Spaanse kant het tienvoudige. Algemeen wordt deze veldslag als het begin van de tachtigjarige oorlog aangemerkt. In Heiligerlee is een lieflijk museumpje ingericht, dat volgens de vriendelijke en zeer enthousiaste vrijwilligster (gepensioneerde onderwijzeres) eigenlijk meer een informatiecentrum is en die ons met prachtige verhalen wist te boeien. Van de slag zelf zijn nagenoeg geen overblijfselen bewaard gebleven en aan de rand van Heiligerlee herinnert een standbeeld ons aan dit begin van de 80-jarige oorlog.

Inmiddels was het bijna middag; we hebben overwogen om verder te gaan naar Napels, hetgeen niet veel meer is dan een straatnaambordje en een handvol huizen aan de rand van Winschoten. Omdat we toch al een klein beetje genoeg hadden van kleine wegen en het telkens in de berm uitwijken voor tegenliggers, besloten we tot een ommekeer op onze geplande route en terug te keren naar het land van “Bûter Brea en Griene Tsiis”, Friesland dus, om vanuit Appelscha het Fries-Drentse Wâld onveilig te maken. We hadden tevoren wel even gebeld met de camperplaatsbeheerder, omdat deze camperplaats heel gewild is, maar gelukkig was er nog een (reserve)plaats vrij, waar we rond 1 uur in de middag aankwamen.

Op 15 km fietsafstand van Appelscha ligt Veenhuizen. Maar om daar met de fiets te komen moet je dwars door het Focheloërveen, één van de laatste gebieden met hoogveen van West-Europa. Veen, veen en nog eens veen, zover het oog reikt. Hier komt o.a de kraanvogel voor en de blauwe kiekendief; beide hebben we helaas niet gezien maar wel de gele kwikstaart, die voor ons de weg over vloog. Je waant je werkelijk alleen op de wereld als je door dit gebied heen fietst. Het enige wat je hoort is het gekwetter van diverse soorten vogels. We hebben over die 15 km bijna twee uur gedaan omdat we heel vaak stil hebben gestaan om te filmen en foto’s te maken.

Veenhuizen is ontstaan doordat de Maatschappij van Weldadigheid (tegenwoordig zouden we het Niet Gouvernementele Organisatie noemen, een NGO dus) in 1823 een contract met de Nederlandse regering sloot om 4.000 wezen op te nemen, waarvoor in Drenthe op de grens met Friesland drie grote gestichten werden gebouwd. Later werden in die gestichten ook bedelaars en landlopers – verplicht – opgenomen. In 1859 werden deze gestichten door de Rijksoverheid overgenomen en omgevormd tot strafinrichtingen en voor het gevangenispersoneel werden woningen gebouwd. Zo ontstond het huidige dorp Veenhuizen. In de laatste jaren van het bestaan van het gesticht Veenhuizen werd het gebruikt als “opvoedingsinstelling” voor dronken bestuurders en in 1984 sloot dit deel voorgoed zijn deuren. Nu is er het Nationaal Gevangenismuseum in gevestigd, waarin je van alles te weten komt over het heden en het verleden van misdaad en straf in Nederland.

Om je een indruk te geven van het 19e eeuwse leven in een strafkolonie voor wezen en bedelaars hebben we hier even het weekrantsoen opgenomen: “De voeding te Veenhuizen is het gehele jaar als volgt: Zondag ratatouille (gestampt eten), Maandag erwtensoep, Dinsdag ratatouille, Woensdag gortsoep met twee lood vleesch, Donderdag ratatouille, Vrijdag gort, Zaterdag gortsoep als boven.”
Karig eten, maar ja de kosten moesten worden gedrukt, want het ging immers om gemeenschapsgeld in een tijd waarin resocialisatie en voorbereiden op de terugkeer in de maatschappij nog een onbekend verschijnsel was Even ter vergelijking: Jolanda X, veroordeeld tot 6 jaar en 10 maanden gevangenisstraf, kost de Nederlandse Staat in 2020 € 574 per dag oftewel € 1.431.597 in totaal. Mocht je ooit in de buurt komen, neem dan een kijkje in het Nationaal Gevangenismuseum in Veenhuizen; wij kunnen het je aan bevelen.

De volgende dag hebben we een 50 km lange fietstocht, dwars door het Fries-Drentse Wâld (ook het Drents-Friese Wold genoemd, net van welke kant je het bos benadert) gemaakt. Het woud is vooral door zijn enorme afwisseling bijzonder mooi: het ene moment fiets je door veengebied, dan door een zeer waterrijk landschap met vele vennen waarbij jouw ogen worden aangetrokken door de knalgele bloemen van het beenbreek, vervolgens fiets je dwars door een stuifzandgebied waar je een Tapuit op je weg vindt, dan weer dwaal je door een dennenbos om vervolgens op een bankje onder reusachtige beuken jouw meegebracht boterhammen als lunch op te peuzelen.

Aan de rand van het natuurpark vind je het esdorp Diever. Esdorpen – tenminste nu nog hun historisch kern – bestaan uit Saksische boerderijen, ruim uit elkaar en zonder enige ordening neergezet en vaak schuilgaand onder enorme eiken of beuken. Bijna altijd heeft een esdorp één of meerdere brinken. Midden op de Brink hebben we ons tegoed gedaan aan een cappuccino met appeltaart om te vieren dat Janny deze dag officieel met pensioen gaat. om daarna even een wandeling door het esdorp zelf te maken. En ja hoor, midden in het dorp een kleine weide met grazende schapen, zoals wij dat uit onze jeugd nog herkenden.

Van Diever naar Appelscha is het nog een uurtje fietsen en op die weg passeer je een onderduikershol uit de Tweede Wereldoorlog. In 1942 is het door een aantal verzetsmensen uit Diever gemaakt om daar onderduikers en neergehaalde piloten een tijdelijke schuilplaats te kunnen geven; in 1944 is het onderduikershol verraden en zijn de makers opgepakt en naar de kampen in Duitsland gebracht; 8 verzetsstrijders zijn omgekomen, slechts één heeft het na kunnen vertellen.

Net buiten het Natuurgebied ligt aan de Drentse zijde het zogenaamde Blauwe Meer, ontstaan door grootschalige zandwinning. Het meer is dan ook zeer diep. In het zand van het Blauwe Meer komt plaatselijk glauconiet voor, een mineraal met een donkergroene kleur dat gemakkelijk verweert. Samen met de diepte zorgt dit voor de blauwgroene kleur van het water. Toen wij er ‘s morgens al om half tien waren was de lucht bewolkt en had het meer een groen-blauwe kleur. We maakten een wandeling rond het meer en zagen daar onder andere een grauwe vliegenvanger.


Onderweg naar Coevorden passeerden we ook nog Marokko en hebben we Moscou en Elim maar overgeslagen. Morgen gaan we verder en komen we in Gelderland.
Speciaal voor diegenen die onze aanvullende foto’s zoeken: je vindt ze onder de link “Foto’s 2021 Nederland” aan de rechterkant op het scherm als je op tablet of PC kijkt, of als je op een smartphone kijkt ga dan naar foto’s, scroll helemaal naar beneden en tik op de link “Foto’s 2021 Nederland”

Van Bombay naar de Noordkaap
Op Donderdag 17 juni scheen de zon al vroeg en het beloofde een warme dag te worden. Rond de klok van 9.00 verlieten we het mooie Dokkum om binnendoor via Bombay, wat uiteindelijk niets meer en minder dan een straat blijkt te zijn, naar de camperplaats in het Nationaal Park De Alde Feanen in Earnewald te rijden. Deze camperplaats is helemaal nieuw met ruime plaatsen en alle faciliteiten incl. wasmachine en droger. We werden verwelkomd door gigantisch veel kikkers in de naast gelegen sloot en een paar nieuwsgierige eenden.
Het park heeft een oppervlakte van 4000 hectare en bied een legio aan mogelijkheden van fietstochten, wandelen, varen, etc. Het is rijk aan diverse soorten vogels en dus een walhalla voor vogelspotters en natuurliefhebbers.

Deze dag stond er een fietstocht op het programma omdat je dan in elk geval wat wind hebt, nu waait het hier toch wel langs al het water, maar het is aangenaam fietsen. Langs vaarten en veengebied, boeren in de weer met het hooien en ooievaars en andere vogels die er volop een graantje van meepikken, kortom genoeg te zien. De bermen rijkelijk begroeid met allerlei soorten veldbloemen. We zijn maar één dorpje gepasseerd, dus dat was een mooi moment om even iets kouds te drinken en onze waterfles te vullen om daarna onze weg te vervolgen. Onderweg kwamen we een zwarte rouwkoets met 2 prachtige zwarte paarden tegen die een overledene naar zijn/haar laatste rustplaats ging brengen. Zoals wij geleerd hebben vroeger zijn we even van de fiets gestapt tot ze voorbij waren en dat deed een groep schoolkinderen die voor ons fietste ook, en dat verbaasde ons want bij ons zie je dat nooit, wel ouderen maar blijkbaar leren ze dat de kinderen hier nog wel.
Halverwege de middag waren we terug bij de camper en hebben heerlijk in de schaduw zitten genieten van de mooie omgeving en tevens de was gedaan. Natuurlijk is er ‘s avonds naar het Nederlands elftal gekeken die gelukkig met 2-0 van Oostenrijk hebben gewonnen.
De volgende dag werden we wakker van de regen die op het dak kletterde maar om 9.00 was het droog en kort daarna hebben we onze wandelschoenen aan gedaan om het gebied te voet te verkennen. Door de regen was de veengrond op een aantal plaatsen flink zompig.


De rest van de dag hebben we (behalve de boodschappen doen) lekker buiten gezeten en kletsen met andere campergasten. Tegen een uur of 19.00 begon het wat te onweren en flink te regenen.
Morgen vertrekken we naar het 30 km verderop gelegen plaatsje Gorredijk om van daaruit een fietstocht te maken naar Moskou en Petersburg .
19 juni.
Het was grijs en winderig toen we deze morgen wakker werden. Na alles opgeruimd te hebben, watertank vullen en afvaltank legen vertrokken we rond half 10 naar Gorredijk.
Gorredijk was vanaf 1630 als nederzetting aan weerszijden van weg en vaart gegroeid. Het ontstond op het grondgebied van het zuidelijker gelegen Kortezwaag. Omdat er turf gewonnen werd en de vaart nodig was om het veen te ontwateren en het turf per schip te vervoeren werd de vaart vanuit Kortezwaag door getrokken. Er werden een sluis en brug gebouwd.
Hierdoor vestigden zich ambachtslieden, neringdoende en kooplieden.
Het voormalige postkantoor en de boterwaag uit 1876 zijn heden nog te zien aan de vaart evenals een aantal historische panden. Op de muur van het voormalig postkantoor zien we een plaquette die een hand toont die het Joodse symbool de Davidster wegrukt. Hiermee wordt de deportatie van de Joden uit de gemeente gesymboliseerd.


Petersburg ligt aan een vaart en aan de overkant ligt Moskou, deze kleine nederzetting (oorspronkelijk in 1899 een boerderij) is door kennelijk socialistische veenarbeiders vernoemd naar de huidige hoofdstad van Rusland. Op de kaart van 1853 staat hier nog de Veldkamp Witte Bult. Het aantal plaatsen in Nederland dat op grond van socialistische en/of communistische motivatie is genoemd naar deze twee steden in Rusland is vrij groot. De gehuchten met dergelijke namen zijn alle te vinden in ontginningsgebieden uit de overgang van de 19e naar de 20e eeuw. Petersburg daarentegen wordt van aangenomen dat het komt van Peter Blauw, één van de eerste inwoners.

In Gorredijk zijn we neergestreken op een terras voor een late lunch en korte wandeling om daarna terug te fietsen naar de camper. Ondanks dat de zon zich soms even liet zien en er een stevig windje stond was het toch heel aangenaam om te fietsen. Morgen rijden we via Egypte, Amerika en Oost-Indië naar Groningen.
20 juni.
In de nacht had het flink geregend met wat onweer, maar het is verder de hele dag droog gebleven. Via allerlei landelijke wegen passeerden we Egypte en Oost-Indië. Amerika hebben we door wegomleggingen niet kunnen vinden , maar vlak bij onze woonplaats ligt er ook nog een dus die komt nog wel aan bod. Onderweg zagen we een aantal reeën staan grazen. Prachtige dieren zijn het.
We verlieten het mooie gastvrije Friesland en reden Groningen binnen wat je meteen kunt zien aan de straatnamen die weer leesbaar zijn. Zo viel ons op dat ze In Friesland heel veel weiden hebben met allemaal namen, zoals o.a. de Rinske Tjalkemawei, totdat we opeens het licht zagen: wei is weg in ‘t Fries.
Groningen.
Rond 11.00 uur arriveerden we op de standplaats aan de haven in Groningen maar die was gesloten of niet meer in gebruik. Het alternatief was de camperplaats bij het transferium 4 km buiten het centrum.
We hebben wat gegeten en zijn toen op de fiets gestapt naar het centrum. Bij de Martinitoren de fietsen gestald (altijd terug te vinden als je ze bij een kerk neerzet.) en eerst op zoek gegaan naar het Info-centrum want we hadden de stadswandeling vergeten mee te nemen.



Vlakbij de kerk staat ook het prachtige Provinciehuis en aan dezelfde weg gelegen kun je door een poort en vindt je een oase aan rust in de Prinsentuin met erachter hotel Prinsenhof. In dit gebouw logeerden sinds eind 16e eeuw de Prinsen van Nassau als ze in de buurt waren. De rozentuin, kruidentuin en prachtige loofgangen geven een goed beeld van hoe men vroeger hier in alle rust afgezonderd van het “ gewone” volk buiten kon zitten.




Tegenover het stationsgebouw ligt een modern museum wat wij links hebben laten liggen om vervolgens in het centrum bij de Drie Zusters (dat overigens aan de binnenkant een prachtige inrichting heeft wat doet denken aan de luxe en sjieke treincoupe’s van weleer) op het terras uit te rusten alvorens we terug fietsten naar de camper.

21 juni.
Na een goede nachtrust werden we wakker met regen. Het wordt een grijze dag met een temperatuur van nauwelijks 16 graden. Wij ruimen alles op en vertrekken richting Noordkaap.
We gaan via Stitswerd (een wierde = terp dorp) een klein pittoresk dorpje, en slingerend over smalle landwegen passeren we het bord Bethlehem (de weg was te slecht en te smal om er heen te rijden) en het dorpje Doodstil dat ooit de titel van mooiste plaatsnaam van Nederland heeft gekregen. Wij rijden er rustig doorheen en stoppen in Uithuizen om een paar boodschappen te doen en gaan dan richting de Noordkaap. We rijden over kaarsrechte wegen met hier en daar in de verte een huis. Bij aankomst aan de dijk staat er nog één auto geparkeerd. We staan nagenoeg in de Middle of Nowhere aan de dijk met achter ons veel windmolens.

Op 3 aug.1940 stortte hier een 2 motorige Wellington 1 C Britse bommenwerper in zee. Een steen op de dijk herinnert aan de zes mannen die hier het leven lieten.
Jammer dat het weer wat minder is, dus de mooie zonsondergang kunnen we vergeten. Morgen trekken we verder.
