Van Nederland via Zurich naar Dokkum onder Zijl
Na even wat boodschappen bij de supermarkt in Hasselt gedaan te hebben vertrokken we maandagmorgen al vroeg naar de camperplaats in Weteringen, een plaats zonder voorzieningen aan een vaart waar de plezierbootjes rustig voorbij voeren. We zijn daar op de fiets gestapt om een fietstochtje van zoân 30 kilometer door het Nationaal Park Weerribben-Wieden te maken. Het park is met ruim 10.000 hectare het grootste aaneengesloten laagveenmoerasgebied van Noordwest-Europa. Je moet oppassen dat je niet verdwaald in het labyrint van plassen, meren en slootjes, want simpel even doorsteken als je het verkeerde pad hebt genomen is er niet bij.

Onderweg kwamen we ook nog twee wandelaars tegen die het Jacobspad afliepen; ze deden het in wisselende stukken. We hebben ze een goede tocht gewenst. Vandaag hebben we, naast het park, nog twee doelen op ons programma. Als eerste het dorpje Nederland. Het is in het begin van de 16e eeuw ontstaan toen de eerste bewoners zich op een zandrichel in het het veen vestigden. Omdat hun landerijen zeer laag gelegen was is de naam Nederland ontstaan. Het is nu niet veel meer dan een verzameling van een tiental boerderijen en huizen.

Het volgende stadje was Blokzijl, een vestingstad die als bolwerk door Maurits is versterkt om de Spaanse vloot de weg van de Zuiderzee naar het binnenland te blokkeren. Het is een gemoedelijk klein vestingstadje met een rijke historie en als je in de buurt bent moet je het echt even aandoen.

Midden in Blokzijl staat het standbeeld van Kaatje aan de Sluis (1672-1732), herbergierster en haar hotel/herberg bestaat nog steeds. Kaatje was smoorverliefd op een stuurman ter zee en dat was wederzijds. De stuurman monsterde aan op een VOC-schip en hij beloofde Kaatje dat hij zodra hij terug kwam met haar zou trouwen. Kaatje heeft haar zeeman uitgezwaaid om daarna geduldig te wachten. Om aan de kost te komen is ze een herberg voor zeelieden begonnen en met handel in specerijen (die immers dichtbij waren, gelet op het belang van Blokzijl in de Gouden Eeuw) wist ze een aardig fortuin op te bouwen. Maar ze was bijzonder bekend vanwege haar kookkunsten met de door haar vergaarde specerijen en de recepten die ze bedacht schreef ze allemaal op in haar kookboek dat ze als een groot geheim bewaarde. Haar kookboek was niet te koop, hoewel ze veel aanbiedingen heeft gehad om het te verkopen. Op 59 jarige leeftijd is Kaatje vermoord en bestolen; haar geld, sieraden en kookboek zijn nimmer teruggevonden, maar in de tijd daarna kwamen wel her en der haar recepten boven water. Ze heeft haar zeeman op wie ze zo lang wachtte nooit meer gezien: vier maanden nadat Kaatje was vermoord, keerde hij terug uit de Oost.

Op de weg terug naar de camperplaats kwamen we ook nog door het plaatsje Muggenbeet. Niet genoemd naar het stekelige beestje maar een verbastering van mĂŒcken bĂšk hetgeen in het Oud-Saksisch een kleine beek betekende.

Dinsdag 15 juni waren we al vroeg op pad om via Nij America en Stavoren naar Zurich aan de Waddenzee te gaan. Nij America, dat in de buurt van Nijemirdum in Friesland moet liggen hebben we niet kunnen vinden: Truus van de GPS zei heel netjes âbestemming bereiktâ, maar toen reden we op een weg met links en rechts niets anders dan weilanden met grazende koeien. In Stavoren konden we de camper op een grote parkeerplaats aan de rand van de stad parkeren. Stad? Jazeker, Stavoren is de oudste stad van Friesland: het dorp Stavoren werd in 991 geplunderd door de Noormannen (in de geschiedenisboekjes wordt bijna altijd alleen maar Dorestad, het huidige Wijk bij Duurstede genoemd), en het kreeg in 1062 zijn stadsrechten. In de 13e eeuw sloot Stavoren zich al aan bij de Hanze. In 1345 probeerde de Hollandse graaf Willem IV de stad, destijds de belangrijkste van Friesland, te veroveren. Tevergeefs: in de beroemde Slag bij Warns werden de Hollanders verpletterend verslagen. Stavoren werd groots en rijk door de graanhandel, volledig geĂ«nt op het toen groeiende Amsterdam. Maar helaas, zoals zo vaak komen er momenten waarop het het veel slechter gaat en ook dat trof Stavoren: Hoogmoed komt voor de val. Het ultieme symbool daarvan staat op de kade: het Vrouwtje van Stavoren. Haar geschiedenis is symbolisch voor Stavoren in die tijd. Wil je meer weten over die legende: Google is jouw beste vriend.

Via diverse wegomleggingen en wachttijden bij opgebroken wegen bereikten we aan het begin van de middag Zurich dat nĂ©t na de Afsluitdijk aan de Waddenzee ligt. De camperplaats, ingericht voor 2 campers was in principe vol want er stonden er al drie, maar ze was zo ruim bemeten dat we er nog net bij konden. Het dorpje zelf âhet nie veul op de zökâ zoals ze in Zuid-Nederland zeggen. Je bent er in 10 minuten volledig door gewandeld.

En paar vriendelijke medecamperaars wezen ons op een alternatief: fietsen naar Harlingen over de zeedijk, een tochtje van 8 km, af en toe laverend tussen de schapen door die er grazen of op de weg liggen te slapen. Harlingen is een gezellige stad om te vertoeven. Zo gezegd gedaan en we moeten zeggen: dat hadden we niet verwacht. Harlingen is een prachtige stad, maar doet wel enigszins chaotisch aan omdat het centrum niet autovrij is. Bij nader inzien is dat ook niet goed mogelijk: de panden zijn vanwege het waterrijke centrum alleen via de enkele doorgaande wegen te bevoorraden en ook bewoners kunnen niet anders. Al met al is het een leuke stad om door te slenteren en we werden weer eens bevestigd in de opvatting hoe mooi ons eigen landje eigenlijk is. En mocht je nog een driemaster te kort komen, in de haven van Haringen ligt er nog een te koop voor 1,7 milj. Euri. Een ervaring rijker zijn we aan et eind van de middag terug gefietst. âs Avonds hebben we vanaf een bankje op de dijk kunnen genieten van een prachtige zonsondergang


Omdat we nog nooit in Noord-Friesland zijn geweest besloten we een kleine omweg te maken naar Dokkum, de plaats waar Bonifacius in 754 is vermoord, maar die tegenwoordig beter bekend staat als de plaats waar de Elfstedentocht omkeert om dan in Leeuwarden te eindigen. We konden onze camper kwijt op de camperplaats tegenover één van de drie molens die Dokkum (nog) rijk is en die nét buiten de oude stadswallen ligt.

Te voet ben je in 10 minuten bij het Toeristisch Informatie Punt (vroeger noemde we dat gewoon het VVV-kantoor), waar we door een zeer vriendelijke medewerker te woord werden gestaan. Met een stadswandeling in de hand begonnen we rond 11 uur aan onze stadswandeling. Dokkum kreeg in 1298 als vierde stad in Friesland stadsrechten en rond 1581 worden de vestingwerken om de stad gelegd : wallen en grachten en die zijn tot nu toe nog steeds behouden gebleven. Het effect daarvan is dat het stratenpatroon en de mogelijke bebouwingsoppervlakten nog steeds middeleeuwse maten heeft. Ben je daar naar op zoek dan moet je echt eens in Dokkum gaan kijken. De lokale stadswandeling is in twee uurtjes te doen en als je een terrasje pakt â dat ruimschoots voorhanden is â dan doe je misschien zoals wij er wel wat langer over. Leuk om te weten is dat de bijnaam van de Dokkummer âGranaetâ is. Tijdens de stadhouderlijke periode van de Nederlanden ving men een bijzonder grote garnaal (âgranaetâ in het Fries) en besloten werd om de garnaal aan de ketting te leggen onder de Zijl (één van de kades in Dokkum draagt die naam) totdat de stadhouder zou komen. Deze is nooit komen opdagen, maar volgens de legende ligt de garnaal er nog (wij hebben hem nochtans niet geroken!). Komt daar misschien de uitdrukking âonder zeil liggenâ vandaan? Ik denk het niet, maar leuk is het wel.
Dokkum is in elk geval meer dan de moeite waard om te bezoeken en de Friezen stug? Helemaal niet ze zijn vooral heel vriendelijk. Natuurlijk boffen we ook ontzettend met het mooie weer. Elke dag zon en in de avond koelt het af zodat je goed kunt slapen.

Aan het eind van onze wandeling zijn we nog even naar de Bonifacius-kapel, net buiten de oude stad gelopen. Op de plek waar Bonifacius vermoedelijk is vermoord staat nu een kapel die aan hem is gewijd. Het is een pelgrimsoord geworden en de kapel is nog door Titus Brandsma (geboren in Bolsward) opgericht.

Morgen gaan we naar Bombay en aansluitend naar Earnewald, naar het Nationaal Park de Alde Faenen. San zullen we ook de andere foto's in ons fotoboek plaatsen.
Ballegiens volgens Bartjens
Vorig jaar zijn we begonnen met onze reis naar Wereldse plekken en plaatsen in Nederland en hebben we Engeland en De Krim aangedaan. Omdat we in verband met Corona nog niet naar het buitenland willen nu nog veel landen Oranje kleuren (haha, het EK Voetbal 2021 is ook aan de gang), gaan we die route afmaken. En niet alleen maar langs de plaatsen die ook een evenknie hebben in het buitenland maar we verkennen dan ook de omgeving daarvan voor zover we daar nog niet echt geweest zijn in verleden. We maken dan van de gelegenheid gebruik om dat nieuws te ontdekken.
Hasselt
Onze eerste stop is Hasselt waar we een paar dagen op de camperplaats aan de Jachthaven âDe Molenwaardâ staan. De stad is ontstaan op een rivierduin in de nabijheid van de samenvloeiing van het Zwarte Water en de Overijsselse Vecht. Het rivierduin was begroeid met hazelaars en algemeen wordt aangenomen dat de naam Hasselt daarvan is afgeleid. De stad kreeg al rond 1252 stadsrechten van de Bisschop van Utrecht en heeft een echte grachtengordel: Baangracht, Prinsengracht, Herengracht en Brouwersgracht, die opmerkelijk gaaf bewaard zijn gebleven. Hasselt was vooral door zijn deelname aan het Hanzesteden-verbond gewild onder kooplieden en handelaren, maar ook ambachtslieden vestigden zich aan de grachten.

De huizen zijn wel een stuk minder grotesk als in Amsterdam: zelfs het grootste huis, het Hooge Huijs genaamd, kan niet tippen aan een grachtenpand in Amsterdam, maar juist dat kleine gemoedelijke maakt dat de Hasseltse grachtengordel voor ons erg aantrekkelijk was.
Een ingemetselde stenen kogel in het restant bij een poortje van de stadsmuur die toegang gaf tot het water herinnert aan de belegering in 1657, toen Hasselt het toneel was van een kleine Overijsselse burgeroorlog.

Midden in het centrum vind je het stadhuis, gebouwd in 1550 en daarmee behoort het tot de oudste raadhuizen van Nederland. Het pand is volledig gerestaureerd door de Vereniging Hendrick de Keijser, die nog veel meer panden in Hasselt in eigendom heeft. Het pand is nu een Centrum voor Cultuur, Historie en Toerisme.

De kalkbranderijen behoren tot de oudste industriële bedrijfstak in Hasselt en waren in de Middeleeuwen al aanwezig. Men maakte kalk uit schelpen en dat werd gebruikt als metselspecie in de bouw en mest in de landbouw.

We hebben de hele middag door Hasselt gezworven en als je van gemoedelijke oude steden houdt is Hasselt echt een aanrader.
Zwolle
De volgende dag zaterdag 12 juni 2021 waren we al vroeg uit veren en stapten we âs morgens vroeg op de fiets om de 18 km over de Oostelijke Dijk van het Zwarte Water naar Zwolle af te leggen. In het eerste stuk bij Hasselt was de dijk nog versterkt met de oude stenen keermuur die het water van de Zuiderzee toen buiten de akkerlanden moest houden. De fietsroute is heel idyllisch langs oude boerderijen met rieten daken en met hooimijten en natuurlijke vergezichten.

Zwolle was voor ons een redelijk onbekende Hanzestad en heeft ons wel enorm verbaasd: prachtige middeleeuwse gebouwen, grote delen van de oude stadsmuur zijn nog te zien als ook drie wachttorens c,q, toegangspoorten. We hebben de plaatselijke stadswandeling gedaan, een route van 8 kilometer die je langs veel van de Zwolse bezienswaardigheden leidt. Al met al hebben we vier uur gewandeld, bewonderd en natuurlijk ook een paar keer een terrasje gepakt.

Onze aandacht werd getrokken door de tekst op een muur met Zwollse ballen en het bleek een klein snoepwinkeltje zoals we dat uit onze jeugd kenden: achter de toonbank met oude weegschaal allemaal vakken met snoepgoed en in de ruimte verder talloze stolpflessen met daarin veelkleurige zoetigheden. De uitbaatster was de vrolijkheid zelve en vertelde vol overgave hoe in de kelder van haar winkeltje één dag in de week de originele Zwolse balletjes (ballegiens in Zwols dialect) worden gemaakt: bijna 100% suiker dus om die reden hebben we ze toch maar in de winkel laten liggen, hoewel ze er erg kleurig uit zagen.


Minstens twee Zwollenaren zijn wereldberoemd in Nederland: Thorbecke, de staatsman die eind 18e eeuw werd geboren en als grondlegger van de parlementaire democratie in Nederland wordt beschouwd en Willem Bartjens (1569 â 1638) die zijn rekenboek "De Cijfferinghe van Mr. Willem Bartjens" het licht heeft doen zien. De schoolmeester Bartjens woonde in Zwolle in het Rijke Fratershuis, een pand waar het geboortehuis van Thorbecke nog een puntje aan kon zuigen.

De laatste dag hebben een rondje Hasselt â Zwartsluis -Genemuiden gefietst, dwars door het vlakke land dat hier enorm waterrijk is. Eenden, Zwanen met jongen, Reigers en Wulpen die je op onverwachte momenten tegenkomt. Zelfs een Tureluur met één pootje bleef stil op een paal staan en liet zich gewillig fotograferen.

Morgen gaan we verder naar Nederland.
Wereldse plekken in Nederland
Speciaal voor camperaars is er een route gemaakt om door Nederland te reizen naar plekken met buitenlandse plaatsnamen, zoals Bern, ZĂŒrich, America, SiberiĂ«, Polen en nog veel meer. Tussen onze langere reizen door gaan we dus af en toe een aantal dagen op route in Nederland om die plaatsen te bezoeken en de omgeving te verkennen.
Onze eerste tocht begon op vrijdag 18 september.
Rond half 9 zijn we uit Venray vertrokken Het was niet zo heel druk op de weg en na een korte stop in Raalte voor een vergeten boodschap arriveerden we tegen 11.00 uur op de prachtige natuurcamping Twilhaar in Nijverdal, gelegen in de Sallandse Heuvelrug.

Het Nationaal Park Sallandse Heuvelrug beslaat een groot gedeelte van de heuvelrug tussen Hellendoorn en Holten in Overijssel; het ligt in zijn geheel ten zuiden van de N35 Zwolle - Almelo, en omvat onder andere de Haarlerberg, Holterberg, Noetselerberg en de Koningsbelten. De Hellendoornse Berg ligt buiten het nationaal park, maar behoort wel tot de Sallandse Heuvelrug. Het park is ongeveer 35 kmÂČ groot.
Na de lunch hebben we de wandelschoenen aangedaan en zijn we op pad gegaan om zoân 10 km door het mooie natuurpark te wandelen. Helaas is de heide bijna uitgebloeid. Het gebied is heel gevarieerd, van heide en vennen, beukenbos en dennenbos.

Wel kun je hier al aan de dennenbomen zien dat het milieu zijn invloed laat gelden. Veel bomen zijn op sterven na dood, we hoorden ook maar heel weinig vogels fluiten, maar werden wel verrast door een heel jong reekalf wat voor ons het pad over stak en de bossen in sprong, een prachtig gezicht. Aan de vele en mooie paddenstoelen kun je zien dat de herfst zijn intrede doet. Vlakbij het Informatiecentrum waar we hebben gepauzeerd zagen we een lanceerinrichting van de V1 uit WO II .

Midden in het bos kwamen we een ook voormalig werkkamp uit WO II tegen met een joods monument en een grote schaapskooi. De schapen zullen wel elders aan het grazen zijn geweest.

Terug op de camping waar het inmiddels wat drukker was geworden hebben we nog tot na het eten buiten in de zon gezeten. In de avond koelt het sterk af.
Zaterdag 19 september.
Vandaag hebben we gefietst over de Holterberg. Het is een prachtige route. Onderweg weer regelmatig even gestopt om wat paddenstoelen te fotograferen.

In Holten hebben we een poosje in de zon op een terras gezeten onder het genot van heerlijke huisgemaakte appeltaart en cappuchino. Vlak bij Holten zagen we onderstaand bord staan. Erg grappig!

Omdat het erg druk was in Holten hebben we daar geen rondwandeling gemaakt maar zijn we weer op de fiets gestapt. We hebben een kleine omweg gemaakt om een bezoek te brengen aan het Militair Canadees kerkhof. Het ligt midden in het natuurgebied met een prachtige aangelegde heidetuin erom heen.
Ook ligt hier vlak bij in de bossen een onderduikershut.
De familie Hullegie heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog heel veel Joodse, Nederlandse, Franse, Engelse en Amerikaanse onderduikers geholpen. Dat deden ze onder andere door ze te laten onderduiken op hun boerderij (Huize Hullegie), maar in 1943 werden er ook twee schuilhutten gebouwd in stuifbelten in het bos. Moedige mensen waagden hun leven om eten te brengen naar de onderduikers in de schuilhutten. Ondanks de Duitse razziaâs, gevangenneming en zware ondervraging is nooit een van de onderduikers ontdekt. Allen hebben het leven behouden.

Als we het bospad van de schuilhut uitkomen passeren we het Stevens monument.
Op zaterdag 14 oktober 1944 werd een grote razzia gehouden in Salland, grofweg het gebied tussen Schalkhaar, Holten, Haarle en Heeten. Mogelijke aanleiding was een wapendropping voor het verzet in de voorgaande nacht. Bij deze razzia is aan de Haarlerweg te Holten de 18-jarige onderduiker Marinus Stevens uit Apeldoorn doodgeschoten. De Nijverdalse verzetsman Gerrit Jan Piksen werd gedood in Haarle en de joodse onderduiker Mozes (Maurits) Bachrach (geboren te Arnhem) aan de Portlanderdijk tussen Nieuw Heeten en Schoonheten. Ter nagedachtenis hen is er een monument opgericht langs het bospad.
20 september.
De zon scheen al lekker toen ik om 7.30 ging wandelen. Bijna windstil en er waren meer â vroege vogelsâ. De koolmeesjes kwetterden er vrolijk op los en de zwarte specht liet zich ook horen en zien. Helaas zat ze te ver weg om te kunnen fotograferen. Na het ontbijt hebben we alles opgeruimd en zijn we vertrokken naar Hardenberg, zoân 50 km verder. We staan op een camperplaats met vier plekken. En het is een schitterende plek aan de rand van een groot park met veel water, naast ons een voliĂšre met prachtige vogels.

Een meerkoetje bekijkt het allemaal vanaf zijn nest aan de waterkant en diverse ganzen gakken er lustig op los. Het is een grote bedrijvigheid van mens en dier. ( skatebaan, vissers, wandelende mensen) Wij hebben de fiets gepakt om zoâ n 35 km te fietsen. Al snel fietsten we door Engeland, de eerste plaats van onze wereldreis in Nederland.

Engeland is een buurtschap in de Nederlandse provincie Overijssel en ligt ten noorden van de stad Hardenberg, dicht bij de buurtschap Ane. De naam Engeland komt van gemeenschappelijke weilanden, zogenaamde engelanden, en deze naam is in de omgeving vooral bekend door een klein bos, iets ten noorden van de N34, dat het Engelandsche Bosch wordt genoemd.
In Ane zijn we even gestopt bij het monument van de slag bij Ane in 1227.

Op 28 juli 1227, een hete zomerdag, ontmoetten de troepen van de bisschop van Utrecht, Otto van Lippe, een grote groep opstandige Drenten onder leiding van Rudolf II van Coevorden, een verre voorouder van Roland, op een veld in de buurt van het huidige dorp Ane. De legers werden gescheiden door een moeras zonder enige begroeiing. Het leger van de Drenten bestond merendeels uit lichtbewapend Drents landvolk en bendes onder leiding van Rudolf met onder andere het leger dat net was teruggekeerd van het door hen bezette Groningen; aan de zijde van de Drenten vochten ook vrouwen mee, ongehoord in die tijd. De Drenten die wisten dat zij met hun grotendeels ongeoefende legertje een slag in open veld tegen zo'n zwaar uitgerust leger nooit zouden kunnen winnen, lokten welbewust een gewapend treffen uit in een moerassig gebied, later bekend als de Mommenriete. De paarden van het bisschoppelijke leger zakten in de zompige grond weg en de ridders met hun zware harnassen konden zich hier niet op eigen kracht uit redden. Toen de zwaar geharnaste ridders op hun paarden begonnen weg te zinken in het stinkende moeras vielen de Drenten aan. Met pijlen, speren, messen en knotsen maakten ze korte metten met de vijand. Vrijwel het gehele bisschoppelijke leger werd hierbij genadeloos afgemaakt
Voor de volgende plaats De Krim moesten we even van de route af en 5 km heen en terug fietsen.

De Krim is een veenkoloniaal streekdorp in de gemeente Hardenberg. Winkels en voorzieningen liggen vooral langs de Hoofdweg en aan het Turfstekersplein. Ten zuiden hiervan bevindt zich een woonwijk. De herkomst van de naam is onduidelijk. Soms wordt ze in verband gebracht met de Krimoorlog en soms met de bocht (de krimp) die zich bij het dorp in de Lutterhoofdwijk bevindt. Wat voor de laatste verklaring pleit is dat in de oudste vermelding van het dorp uit 1857 (dus al twee jaar nadat men met de aanleg van de Lutterhoofdwijk de bewuste bocht had bereikt) de naam inderdaad "De Krimp" luidt. Vanaf âDe Krimpâ was het 5 km dezelfde route terug fietsen om vervolgens naar Gramsbergen te gaan.
In Gramsbergen aan de Vecht hebben we bij de bierbrouwerij gepauzeerd. Overigens ook de enige uitspanning die op deze zondag geopend was. Het was druk met fietsers en wandelaars maar het was dan ook heerlijk weer met 23 graden. (Pieterpad loopt hier ook) Onderweg hebben we bij een boer pompoenen gekocht. Terug in Hardenberg even naar de Jumbo en daar zagen we een merkwaardig gebouw. Even een passant die uit de winkel kwam gevraagd wat het was. Het blijkt het gemeentehuis te zijn, wat een aantal jaren geleden uitgeroepen is tot het lelijkste gebouw van Nederland.

Terug bij de camper hebben we nog een poos buiten in de zon gezeten.
21 september
Deze dag hebben we de zuidelijke route gefietst in de omgeving van Hardenberg. De omgeving wisselt ook hier, kleine dorpjes met typische Overijsselse boerderijen, waar sommige op het erf de koffie en thee met koek voor een kleine vergoeding klaar hebben staan. Onderweg zie je regelmatig vistrappen.
Een vistrap of vispassage is een waterbouwkundig kunstwerk dat tot doel heeft vissen toegang te geven tot een door een dijk, dam, stuw of sluis ontoegankelijk geworden achterland. Ook nabij gemalen treft men vistrappen aan om de vis veilig langs het gemaal te laten zwemmen.

Via een kleine pontje (aangedreven via zonnepanelen en héél langzaam) fietsten we door brinkdorp Rheeze, een van de vele kleine dorpjes die je fietsend passeert. Rheeze is een esdorp. Op 1 januari 2020 bedroeg het inwoneraantal van Rheeze 285 personen. Rheeze bestaat al sinds de vroege middeleeuwen. Het heeft een karakteristiek en gaaf bewaard gebleven brink, waar omheen de boerderijen van het dorp zijn gegroepeerd. Eind 1992 is een deel van de kern van Rheeze aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Ook deze dag was het weer prachtig fietsweer met 25 graden en wat wind.
22 september.
De herfst heeft ondanks de nog hoge temperaturen zijn intrede gedaan. Bladeren beginnen te verkleuren en âs morgens kun je genieten van de prachtige dauw die over de velden hangt. We vertrekken al vroeg richting Ommen. Het is maar zoân 52 km dus voor tienen zijn we op camperplaats van Landgoed de Stekkenkamp in Ommen. Onze laatste dag en vandaag fietsen we een rondje Ommen-Dalfsen.

In Ommen stoppen we even bij het beeld van Reinier Paping, winnaar van de elfstedentocht in 1963. Via het Vechtdal waar we de Vecht steeds uit de verte zien fietsen we naar Dalfsen waar we een terras opzoeken. Daarna gaat de route aan de andere kant van de Vecht terug naar Ommen. We passeren veel mooie en statige boerderijen en kasteel Rechteren. Kasteel Rechteren ligt op een eiland in een dode rivierarm van de Overijsselse Vecht. Een stenen boogbrug geeft toegang tot het kasteel. Het is het enige kasteel in de provincie Overijssel uit de middeleeuwen dat bewaard is gebleven. Via vererving komt het in bezit van de Van Heeckerens, die zich na verloop van tijd Van Rechteren gingen noemen. Het kasteel is tot op heden nog steeds in bezit van deze familie en het wordt ook nog steeds door nazaten bewoond.

Het is vandaag minder druk met fietsers en wandelaars dan gisteren en het zijn vooral pensionataâs die we onderweg tegen komen.
Na een rondje van 38 km arriveren we via Vilsteren weer in Ommen waar we even rond wandelen. We doen de boodschappen en fietsen terug naar de camper waar we buiten in de zon met een wijntje en pilsje nagenieten van vijf prachtige dagen. We komen beslist nog een keer terug in deze streek.
Gezien de ontwikkelingen rond Corona hebben we besloten om de camper naar de stalling te brengen en dan hopen we volgend jaar weer mooie tochten te kunnen maken zonder Corona.

Van Frankrijk naar Duitsland en weer terug!
Nadat we rond 9.00 uur Dyon verlieten was het een ritje van 130 km naar Baumes les Dames gelegen in de Jura. Het was erg rustig op de weg, maar de temperatuur liep weer aardig richting de 30+ dus dan is het geen straf om wat langer in de camper te zitten. Het was een landelijke weg met afwisseling in het landschap.

Net rond de middag arriveerden we op de CP gelegen aan een klein haventje waar wat boten lagen die aan het zien al jaren op dezelfde plaats aangemeerd lagen.
De stad dankt zijn naam aan de vele omliggende grotten in de vallei van Doubs en âDamesâ canon van de abdij gesticht in de middeleeuwen en symbool van rijkdom in de stad. De abdij geeft de stad een impuls door een papierfabriek te ontwikkelen en ook de wijnbouw komt van de grond. Het plaatselijke kasteel werd onder Lodewijk XI vernietigd.
Wij besloten om het stadje waar we zoân 2,5 km bij vandaan zaten te laten voor wat het was en de rest van de dag niks te doen. Aan het einde van de middag kwam er naast ons een Spaanse camper te staan met een Nederlands echtpaar woonachtig in Spanje en onderweg naar Duitsland en Nederland om hun kinderen te bezoeken. We hebben op afstand gezellig gekletst. Gelukkig hadden zij er geen problemen mee dat wij de airco aan hadden staan want het was behoorlijk benauwd deze dag en we hadden geen schaduwplek.
16 augustus.
Na slecht geslapen te hebben door het benauwde weer en last van muggen waren we toch vroeg wakker. Om 8.00 kwam de bakker langs met vers brood en daarna konden we weer on route. We reden een poosje langs de rivier de Doubs en het landschap was weer afwisselend.

Vanuit de Jura reden we de Vogezen in richting Colmar. Tegen 11.00 arriveerden we op de CP aan de haven. Omdat Colmar een toeristische trekpleister is én het zondag was zaten we in dubio over wat we zouden doen. We hadden richting de haven al gezien dat alle parkeerplaatsen vol waren en het feit dat we een aantal jaren geleden Colmar al eens bezocht hebben besloten we om niet te blijven. (ook in Frankrijk komen er elke dag meer corona besmettingen bij) Dus even een broodje gegeten en op internet een andere plaats opgezocht en dat werd net over de grens in Duitsland de plaats Durbach. Het ligt midden in een wandel en fietsgebied en wijngaarden die tegen de heuvels aan liggen. We konden gelukkig gedeeltelijk in de schaduw staan.

17 augustus.
Afgelopen nacht werden we verrast met een fikse regen en onweersbui waardoor het in elk geval lekker was afgekoeld toen we wakker werden. Roland had een fietsroute van 25 km gedownload en tegen 10.00 vertrokken we. We hebben onderweg een minuut of 10 de regenjas aangehad maar het viel mee en nadien kon die weer in de tas en werd het een aangename temperatuur om te fietsen. De omgeving is prachtig, we fietsten door kleine dorpjes, langs wijnvelden en appelboomgaarden. En overal volop dikke zwarte bramen, en aangezien we nu plastic zakjes bij ons hadden (voor event. afval) konden we die nu gebruiken om de bramen in te doen. Je hoefde ze maar aan te raken of ze vielen al in je hand. Heerlijk! Af en toe moesten we flink op de pedalen maar het was te doen. We zijn nog even gestopt om te kijken naar een schaapherder die met zijn schapen en honden onderweg was en een toevallige passant (een wat oudere man) stopte ook bij ons en begon meteen in het dialect tegen ons te praten over het feit dat er te weinig gras was voor de schapen.

Veel meer konden we er niet van maken. Blijkbaar zat hij verlegen om een praatje. In Oberkirch zijn we gestopt om te gaan lunchen en er stonden vooral lokale gerechten op de kaart dus wij kozen voor pittige boerenworst met brood en salade. Op het bord lag een hoopje (ter grootte van een ei) wat leek op aardappelpuree en ik nam royaal een hap om vervolgens naar adem te happen, zo heet was dat spul. Ik wist niet hoe snel ik het in mijn servet moest krijgen. De serveerster kwam langs en zeiâŠ.ist es heiss? Ik kon alleen maar knikken en toen zei ze; Das macht die Nase frei!! Nou dat had ze niet hoeven zeggen want ik zat te snotteren van hier tot Tokio. Nou, we hebben het toch maar laten liggen, zonder was de worst en de salade ook lekker. Navraag bij de serveerster bleek het te gaan om geraspte mierikswortel. Nooit geweten dat, dat spul zo heet was.

Nadien hebben we nog even in het mooie stadje wat rondgelopen om vervolgens aan de terugweg te beginnen en dat was twee keer flink afzien vergeleken met de heenweg en we moesten zelfs van de fiets af zo steil ging het naar boven. Maar als je dan over de top bent en met de wind door je haren aan de afdaling begint ben je dat zo weer vergeten.
18 augustus.
Om 9.00 zaten we weer in de camper richting Frankrijk. (we waren vergeten om een voorraad mosterd te kopen, Roland wil geen andere) maar zo konden we ook meteen goedkoper tanken in Duitsland (scheelt 0,26 euro-ct per liter) in vergelijking met Frankrijk dus voor de Straatsburgers loont het wel de moeite om even de Rijn over te steken en daar te gaan tanken. Wij reden dus dwars door Straatsburg (een stad die we al ooit bezochten) naar Saverne in de Elzas.

Saverne ligt aan de Zorn en het Marne-Rijnkanaal. De stad was een leengoed van de prins-bisschoppen van Straatsburg en het zandstenen ChĂąteau des Rohan was een geliefd zomerverblijf. Tegenwoordig is het een museum. In het centrum vindt je veel renaissancistische vakwerkhuizen. Wij hebben op ons gemak door het stadje gelopen voor we naar de SuperU liepen om de boodschappen te doen.
De CP ligt op loopafstand van het centrum. Aan het begin van de avond hebben we een klein buitje gehad. Tot nu toe hebben we de afgelopen 5,5 week 4 keer een regenbui gehad , waarvan 2 keer âs nachts dus de goden waren ons gezind deze vakantie al had de temperatuur een graad of 10 minder mogen zijn, maar ons hoor je niet klagen.

19 augustus
Voor we koers zetten naar PrĂŒm in Duitsland bezoeken we even het kerkhof in het naburige plaatsje Saint-Jean de Saverne waar nazaten van de voorouders van Roland begraven liggen. Zijn roots liggen in dit stadje. Precies 20 jaar geleden hebben we hier een reunĂŻe gehad met allemaal naamgenoten van Roland . De meeste ervan kwamen uit Amerika. Door de diverse oorlogen en vernietigingen van kerkregisters in het verleden is het niet meer mogelijk om zijn stamboom precies in kaart te brengen.

Om 9 uur vertrokken we voor een rit van zoân 250 km. Je merkt meteen aan de wegen wanneer je weer in Duitsland bent. Geen âlappendekensâ meer en rammelend serviesgoed, waar je overigens ook snel aan gewend bent. Maar qua omgeving was het weer prachtig om doorheen te rijden.

Net na de middag arriveerden we in PrĂŒm. PrĂŒm ligt in de deelstaat Rijnland-Palts en staat vooral bekend om zijn abdij die in 721 door de Karolingers werd gesticht. Het maakte deel uit van het keurvorstendom Trier gebied maar was omgeven door Viandes gebied (Konenburg, Neuerburg en Bitburg) Na de Slag bij Waterloo werd PrĂŒm met het hele oostelijke deel van Vianden door het congres van Wenen aan Pruisen toegewezen. . Later bij de opdeling van Pruisen door de geallieerden in 1946 kwam PrĂŒm terecht in de deelstaat Rijnland- Palts.
In 1949 vond er ten gevolge van een grote brand een grote explosie plaats toen er zoân 500 ton springstof ontplofte die gebruikt moest worden voor het verwijderen van bunkers. De explosie liet een krater van 20 meter diep achter. Wonder boven wonder vielen er slechts 12 doden en 15 gewonden) omdat er een tijdelijk evacuatiebevel was uitgegaan.
Veel bezienswaardigheden heeft het gemoedelijke stadje niet. Het klooster werd in 1794 door de Fransen opgeheven. De abdijkerk werd parochiekerk en in 1950 verheven tot basiliek. In deze basiliek ligt keizer Lotharius I begraven.
Maar de omgeving is prachtig om te wandelen en fietsen. Toen we na het eten terug kwamen op de CP was het in no time een aankomen van gigantische luxe caravans van meter of 6,5. Allemaal Engelsen waarvan wij het vermoeden hebben dat het een groep Travellers zijn. Het gemak waarmee ze in een keer zoân bakbeest van een caravan in parkeren wekt wel bewondering. :-)

De aanvullende foto's zullen één van de komende dagen op de fotosite gezet worden.
Van Verzintochnix via Anijs naar Kir en Mosterd
We kennen de verhalen van Asterix en Obelix bijna allemaal wel. Heel GalliĂ« was in de stripverhalen van Coscinny en Uderzo bezet door de Romeinen. âHeel GalliĂ«? Nee, een klein dorpje blijft dapper weerstand bieden tegen de Romeinse overheersing.â Fictie? Neen, niet helemaal! Al in 54 v. Chr. moesten de Romeinen een groot verlies ondergaan toen hun veertiende legioen door de Eburonen, een Frankische stam, werd verslagen. Daarop boden de GalliĂ«rs tegen de Romeinen overal weerstand en als reactie daarop toog Julius Caesar achter de leider van de GalliĂ«rs aan, Vercingetorix. Deze leider op het schild trok zich terug in zijn stad, die door de Romeinen als Alesia werd aangeduid. Het was een grote stad, bewoond door meer dan 5000 mensen, bovenop een heuvel en door vestingmuren beschermd. De Romeinen, onder leiding van Caesar, durfden de stad niet in te nemen, bevreesd als ze waren voor enorme verliezen en belegerden de stad voor bijna een jaar. Uiteindelijk gaf de stad zich in 52 v. Chr. over en toen was echt âheel GalliĂ«â veroverd. Alesia werd geromaniseerd en bleef bewoond tot de 5e eeuw na Christus; toen ze uiteindelijk verlaten werd, telde ze nog een paar duizend inwoners. Pas in de 20e eeuw werd de stad herontdekt en is men met de opgraving begonnen, vooral dankzij de stimulans die President Mitterand daar aan gaf (âbehoud van de Franse Cultuurâ). Na Beaune, hertogenlijke stad vanaf de 14e eeuw, maakten wij dus een sprong in de tijd terug naar het 90 km Noordelijk gelegen Alesia, waar we rond het middaguur aankwamen.

Na PompeĂŻ, dat we in 2018 bezochten, valt natuurlijk elke Romeinse nederzetting, en al helemaal een Gallo-Romeinse nederzetting in het niet. En ook natuurlijk, mag je niet vergelijken. Wel onvoorstelbaar is dat de Franken al een stad kenden van meer dan 5000 inwoners aan het begin van het eerste Millennium. We kwamen tot de conclusie dat ze nog heel veel opgravingswerk te doen hadden en ook dat het een prachtig studie-object was voor aankomende archeologen.

Niet ver van Alesia ligt Flavigny sur Ozerain, een wereldberoemd dorp om twee redenen: het is bekend van de anijssnoepjes, de Anis de Flavigny, die hier worden gemaakt. Nou ja âwereldberoemdâ, ze zijn vooral in Frankrijk beroemd.

Maar voor andere wereldburgers is Flavigny vooral beroemd omdat de film âChocolatâ met Johnny Depp die hier werd opgenomen en als je de film hebt gezien heb je onmiddellijk een beeld van het dorp, dat ook tot de lijst van âLes plus beaux Villages de Franceâ behoort. We hebben er bijna twee uren doorgebracht en hebben ook de âberoemdeâ fabriek van de anijssnoepjes bezocht. Natuurlijk verlaat je het dorp niet met een doosje van deze snoepjes op zak.

We wren eerst van plan om hier de nacht door te brengen en dan pas door te rijden naar Dijon, maar omdat de parkeerplaats helemaal vol stond en de temperatuur nog steeds tamelijk tropisch was, besloten we om toch maar door te rijden naar Dijon, dat slechts 55 km verder ligt. Op de weg naar Alesia waren we al een paar keer een routebord naar de Bron van de Seine voorbij gereden en we besloten om, nu op weg naar Dijon, ook de oorsprong van Frankrijks meest geroemde rivier op te zoeken.

De Seine ontspringt op een hoogte van 446 boven zeeniveau op een heuvel, 40 km ten Noorden van Dijon. Het brongebied is door de stad Parijs opgekocht en is als beschermd natuurgebied gewaarmerkt. En ook weer typisch Frans: ze maken er een heel feest van! Op de plek waar de hoofdbron van de Seine ontspringt, een gat in de grond dat je met twee handen kunt omvatten, hebben ze een ware grot gebouwd met daarin liggend op een sokkel een witte nimf. Het is een overblijfsel van een Galo-Romeins heiligdom, gewijd aan de Godin Sequana, die daarmee tevens de naamgeefster van de rivier werd. Voor het geval je er zin in hebt: hier begint het 880 km lange wandelpas langs de Seine naar Parijs.

In ons Rondje Frankrijk staat dit jaar Dijon op het programma, een stad waar we talloze malen aan zijn voorbij gereden op weg naar Zuiden. Aan het eind van de middag kwamen we op de camperplaats in Dijon aan; nou ja, camperplaats? Die was er vroeger bij de entree van de stadscamping, maar de camping wordt op dit moment grondig gerenoveerd en voorlopig zijn de camperplaatsen vervallen. We hebben dus plaats genomen op de camping met âwerk in uitvoeringâ Het enkele nadeel was dat niet elke stroompaal al was aangesloten dus je zou misschien even moeten zoeken, was het devies op de receptie. Na een tamelijk slechte nacht wegens het enorm drukkende weer, regende het de volgende morgen gelukkig al vroeg, waardoor Ăšn de temperatuur een stuk daalde en het lekker fris werd. Al vroeg zaten wij op de fiets naar Dijon, een imposante stad â we noemden het klein Parijs omdat de gebouwen in de binnenstad ons daar aan doen denken â en hij is heel wandel-vriendelijk. De oude binnenstad is grotendeels gesloten voor het gemotoriseerd verkeer en je kunt er bijgevolg heerlijk door heen slenteren.

Onder de Hertogen van Bourgondië was de stad in de 14e en 15e eeuw één der grootsten van Europa. Het oude centrum is compact en herbergt vele hoogtepunten. Onze wandelroute heeft ze allemaal aangedaan en was niet meer dan 4,5 km lang! En we vielen met de neus in de boter, want het was marktdag, waarop de handelaren hun fruit, groenten, charcuterie, kazen en andere waar uitstallen; niet alleen op straat maar ook in de Halles, de overdekte markt ter grootte van een voetbalveld. Voor het eerst zagen we op de markt ook een Triperie, een speciale slager die als hoofdingrediënt de ingewanden van het slachtvee heeft en daar allerlei producten van maakt. Een foto hebben we toch maar achterwege gelaten om jullie het eten niet te laten bederven :-)

Het museé des Beaux-Arts was ooit het Paleis van de Hertogen van Bourgondië, hier vind je o.a de graftombes van Filips de Stoute, Jan zonder Vrees en Margareta van Beieren. De tombe van Filips de Stoute is tussen 1385 en 1410 gemaakt door de kunstenaars Jean de Marville (fransman) en de Nederlanders Klaas van de Werveen en Claus Sluter. Het museum gaat naadloos over in het Stadhuis waarin in de toren van Philips een plaquette hangt met de declaratie van de rechten van de mens en burgers, basis van de Franse Revolutie in 1789.

Van alle kerken en kerkjes die we hebben heb bezocht willen we toch de Notre-Dame, gebouwd tussen 1230 en 1250, niet onbenoemd laten. Op de gevel boven het portaal zijn twee bogengalerij jen met heel veel waterspuwers in de meest bizarre figuren aangebracht. Kort na de voltooiing van de kerk viel één van deze waterspuwers naar beneden en doodde een kerkganger. Ze werden toen verwijderd en opgeslagen. In de 19e eeuw werden de beeldhouwwerkjes terug geplaatst, reden waarom ze er nu nog zo ongeschonden uit zien.

Binnenin de kerk kun het oudste Maria-beeld van Frankrijk bewonderen; het is uit de 11e eeuw, geheel zwart (zal het daarom binnenkort worden verwijderd of zijn ze in Frankrijk standvastiger met hun erfgoed? grapje) en wordt nog altijd door velen sterk vereerd.

Schrijven over Dijon zonder de âmoutarde de Dijonâ aan te halen is bijna heiligschennis. Maar wat is er nu zo speciaal aan de mosterd uit Dijon? Niet het mosterdzaad, want dat komt tegenwoordig uit Canada of Oost-Europa. Nee, de oorsprong van deze bijzondere mosterd ligt in het sap van de onrijpe druiven dat gebruikt wordt bij de fabricage in plaats van azijn. Al sinds de Middeleeuwen bestaat er een gilde dat nauwlettend toeziet op een juiste productie van de Moutarde de Dijon. Daarna kwamen de grote mosterdfabrieken die de bal aan het economisch rollen hebben gebracht.

Tenslotte staat Dijon ook bekend om het drankje Kir, bestaande uit één -vijfde crÚme de cassis van 16% en vier-vijfde witte mousserende wijn van de druivensoort Aligoté. De opkomst van Kir ligt in bezuinigingen door de gemeente. Tijdens recepties op het gemeentehuis werd gewoontegetrouw champagne geschonken, totdat na de Tweede Wereldoorlog er flink moest worden bezuinigd en juist op dat moment werd Felix Kir burgemeester van Dijon. Hij heeft het idee om het mengsel van crÚme de cassis en de mousserende wijn te serveren in plaats van champagne ingevoerd en sindsdien draagt dat drankje zijn naam. Kortom Dyon is beslist een bezoekje waard.
Morgen duiken we de Jura in om daarna verder naar het Noorden te trekken, langzaam richting huis.
De aanvullende fotoâs kun je vinden op onze fotosite onder Frankrijk 9.
Tropische temperaturen en irritante vliegjes
Na een warme dag kwam er aan het einde van de dag eindelijk even een heerlijke verkoelende onweersbui met regen waardoor de temperatuur meteen een graad of 5 naar beneden ging. Buiten rook alles lekker fris en in de camper was het ook prima toeven. Na een gezonde nachtrust zijn we (10 aug.) rond 9.00 vertrokken. De Inter Marché lag aan het einde van de straat dus meteen de boodschappen voor een paar dagen gedaan voor we koers zetten naar Moulins sur Allier. De bedoeling was om een tussenstop te maken om Montlucon te bezoeken, maar uiteindelijk besloten we toch door te rijden omdat het om 10.30 alweer 32 graden was. Rond de middag arriveerden we op de CP in Moulins sur Allier. Hier was het aanmerkelijk drukker dan we tot nu toe gewend waren maar het was een gigantisch groot terrein aan de oever van de Allier en een voormalige camping. Voor 0,10 eurocent per uur kun je hier gaan staan. Wil je ook stroom dan betaal je 2 euro voor vier uur. We hebben een plek gezocht die redelijk wat schaduw had met een stroompaal. Alle campers namen wel de nodige afstand in acht tijdens het parkeren. Het waren weer voornamelijk Fransen die hier stonden en een enkele Belg en Nederlander.
Tegen 14.30 hebben we de fietsen gepakt om naar de stad te gaan, het was niet ver om te lopen maar wel steeds in de volle zon en dan is het op de fiets net even fijner.
Als je via de brug de stad binnen komt zie je de Notre-Dame kathedraal en de SacrĂ© CĆur prominent staan.

De stad, die zeker niet eerder dan in de 10e eeuw is ontstaan, dankt haar naam aan de talrijke Watermolens op de Allier, die al in de middeleeuwen aanwezig waren. Tot omstreeks 1300 lag het economisch zwaartepunt in Yzeure, dat nu een stadswijk 2 km ten oosten van het centrum is. Door de rivierhandel ontstond daarna de huidige stad aan de rivier.
Moulins was lange tijd de residentie van de hertogen van Bourbon. De 15e eeuw was een bloeitijd voor de stad. Op uitnodiging van de hertogen kwamen er destijds beroemde kunstenaars naar de stad, waaronder de "Meester van Moulins. Met name Jan II van Bourbon, bijgenaamd de Goede liet in de tweede helft van de 15e eeuw veel belangrijke gebouwen in Moulins stichten. Hij was ook opdrachtgever voor het maken van veel kunst uit die tijd. In 1523 verraadde Karel III van Bourbon, die acht jaar eerder wegens dapperheid in de oorlog nog tot Connétable van Frankrijk was verheven, koning Frans I van Frankrijk aan keizer Karel V. Dit leidde ertoe dat zijn bezittingen, waaronder Moulins, aan de Franse kroon vervielen (1531). Moulins was nu geen hoofdstad van een hertogdom meer en verloor aan belang. In 1562 aan het begin van de Hugenotenoorlogen trachtten de protestanten tevergeefs Moulins in te nemen. In de 17e eeuw werd de katholiek gebleven stad zetel van tal van kloosters. Ook trad economische bloei op. Er was nog scheepvaart op de Allier mogelijk, en in de stad werkten een aantal goede smeden, die harnassen en messen maakten. Hinderlijk was, dat de tamelijk wild stromende Allier steeds weer te sterk bleek voor de bij de stad gebouwde bruggen. Pas in 1763 is er een echt solide brug over de rivier gereed gekomen, de Pont Régemortes. Op 3 februari 1918, tijdens de Eerste Wereldoorlog, ontplofte in de stad een munitiedepot. Daarbij vielen tientallen doden. De materiële schade was enorm.
In de Tweede Wereldoorlog werd de stad in juni 1940 door de Duitsers bezet. In de jaren daarna was de stad grenspost tussen de bezette zone van Frankrijk en Vichy-Frankrijk. De grens liep door de rivier. Een herdenkingsteken hieraan staat bij het begin van de brug. In september 1944 werd Moulins, na eerdere mislukte acties door de Résistance de maand daarvoor, tot grote vreugde van de bevolking bevrijd.
De kathedraal was oorspronkelijk een collegiale kerk. Het koor is gebouwd in flamboyant gotische stijl, terwijl het schip en de torens van de façade in 19e-eeuwse neogotische stijl zijn opgetrokken. In de kerk bevindt zich de triptiek van de "Meester van Moulins". Ook deze kerk heeft prachtige glas in lood ramen uit de 15e-16e eeuw. Ook staat hier een beeld uit de 11e eeuw van een zwarte Madonna met kind. De SacrĂ© CĆur, is een parochiekerk die in 1869 is voltooid en geldt als een geslaagd voorbeeld van neogotische kerkarchitectuur.
Tijdens onze wandeling passeerden we ook het paleis van de hertogen van Bourbon waar slechts een donjon van is overgebleven, die men tegenwoordig La mal-coiffée ("de slecht gekapte vrouw") noemt, vanwege het dak dat niet bij de rest van het gebouw past. Het gebouw dateert uit het eind van de 14e eeuw en is 45 meter hoog. In de Tweede Wereldoorlog gebruikte de Duitse bezetter het gebouw als gevangenis. Die functie behield het na de bevrijding nog tot 1984.

Verder zie je ook hier weer oude vakwerkhuizen en smalle straatjes. In een achttiende-eeuws voormalige cavaleriekazerne, in de Madeleine-wijk is het Franse museum voor toneel-, opera-, operette- en balletkostuums en -rekwisieten (Centre national du costume de scĂšne, CNCS) gevestigd. Het geldt als een museum van nationaal groot belang in Frankrijk en bevat meer dan 9000 kostuums, attributen en decors. Het was helaas te laat om het museum nog te bezoeken.

Na een verkoelend drankje zijn we einde van de middag terug gefietst en hebben we nog een hele poos buiten kunnen zitten. Ik blijf me verbazen over de Fransen. Naast ons werd om 23.30 de BBQ nog aangemaakt om te gaan eten. En een kind van een jaar of vier huppelde nog vrolijk rond, maar dat zien we vaker.
11 augustus.
Deze dag hadden we een ritje van 150 km voor de boeg en vooral de eerste 100 km was dat via landelijke wegen met weinig variatie, af en toe passeerden we een klein dorpje. Daarna reden we een deel van de Route van de Grands Crus Bourgogne en dus maakten de gemaaide korenvelden plaats voor in wijngaarden en wijn-chateauâs.

Onze eindbestemming was de camping in Beaune. De temperatuur was weer tropisch warm (34 gr) dus na de lunch de stoelen in de schaduw gezet en niets gedaan. En af en toe de camper in om de koelte van de airco op te zoeken.
12 augustus.
Vanmorgen alweer vroeg op de fiets om de stad Beaune te bezoeken.
Beaune ligt in de heuvels van het departement CĂŽte-dâOr in de regio Bourgogne-France-ComtĂ©. Velen beschouwen de ommuurde stad als de hoofdstad van de Bourgondische wijnen. Ooit was het de thuisbasis van de hertogen van BourgondiĂ«. Zes eeuwen geleden stichtten deze machtige heersers het Hospices de Beaune, een liefdadigheidsinstelling opgericht in 1443 door Nicolas Rolin, kanselier van de hertog Filips de Goede als een armenhuis en het is perfect bewaard gebleven.

Door de honderdjarige oorlog had het merendeel van de bevolking geen inkomen meer en konden ze hier terecht. Het verhaal wordt te lang om het te beschrijven maar het is de moeite waard om het te bezoeken. Vanaf de middeleeuwen tot in de 20e eeuw hebben de zusters van het Hospice voortdurend zieken verzorgd in de verschillende zalen en het verwierf grote bekendheid bij o.a de middenstand en de adel die erg gul waren met het geven van giften waardoor er bijgebouwd kon worden en het is dan ook niet verwonderlijk dat op die manier het HĂŽtel-Dieu is uitgegroeid tot een waarlijk âPaleis voor de Armenâ.

In 1971 werden de geneeskundige praktijken ondergebracht in een nieuw ziekenhuis en bleef het een tehuis voor ouden van dagen tot midden jaren 80. Het hospitum baat 57 hectaren wijngaarden uit en sinds 1859 organiseert het jaarlijks de wereldvermaarde wijnverkoop bij opbod.

Wij hebben op ons gemak alles bekeken van ziekenzaal, apotheek, keuken en de kapel. Een bijzonder stuk is de Polyptiek vervaardigd door de Vlaamse kunstenaar Rogier Van der Weyden op verzoek van kanselier Rolin. Dit kunstwerk dat het Laatste Oordeel voorstelt, bevond zich boven het altaar in de Kapel, maar de zieken konden het alleen bewonderen op zon en feestdagen.
Bezoek je Beaune dan mag je dit beslist niet overslaan.
Wandelend door de stad kom je vestingtorens tegen, natuurlijk bezochten we ook de Basilique-collégiale Notre-Dame met 19 tapijten (16e eeuw gemaakt in Doornik) die het leven van de H.Maagd voorstellen. Helaas zie je ze nauwelijks, ze hangen in het hoogkoor dat afgesloten is.

Een van de oudste gebouwen in Beaune is de kapel Saint-Etienne gelinkt aan het Christendom en maakte deel uit van een karmelitessenklooster dat in 1621 werd gesticht. Nu worden er exposities in gehouden. Grappig is dan wel dat er een plaquette boven de deur hangt waarop staat dat op 20 november 1658 koning Lodewijk XIV hier is gepasseerd.
Op het plein voor HĂŽtel-Dieu en in de aangrenzend Les Halles is er elke zaterdag een grote markt. Deze dag was er op het pleintje een kleine markt met lokale producten zoals kazen, olijven, truffels foie gras, kruiden groenten en wijnen. De bekendste wijn is uit de regio is de Chardonnay.

Terug lopend naar de fietsen kwamen we voorbij een klein atelier waar een oudere man ons naar binnen riep. Hij maakte prachtige sculpturen en houtsnijwerken. Het was zijn hobby zo vertelde hij in half frans en engels, maar hij was zo enthousiast dat die Hollanders zijn werk wilde bekijken en hij bleef maar kletsen. Prachtig dat soort mensen!

Op ons dooie gemak zijn we terug gefietst naar de camping. Even nog de was doen en je verbazen over ...ja weer de Fransen. Komt aan het einde van de middag een klein bestelbusje naast ons staan, deur gaat open en er stappen zes kinderen en drie volwassenen uit. Vervolgens hebben we met verbazing zitten kijken wat er nog meer uit het busje kwam. Grote bungalow tent (jaren 70 model) en een klein tentje. En verder alles wat je nodig hebt om te kamperenâŠ.slaapzakken, luchtbedden, tafels, klein koelkastje etc etc en alles ging heel geordend. Knap hoor dat ze dat allemaal in dat busje hebben gekregen en de volgende morgen in alle vroegte werd alles weer ingepakt in omgekeerde volgorde, je moet er maar zin in hebben. En zo verveel je je nooit op een camping. Het enige vervelende hier waren hele kleine steekvliegjes, ze steken venijnig en ik ben maar binnen gaan zitten want ik sta onder de bulten nu. Morgen hopelijk een vliegenvrije CP.
't Is warm in de Creuse
Het regionale Natuurpark van Millevaches in Limousin gelegen in het voorgebergte van het Centraal Massief strekt zich uit over 314. 000 hectares. Dit vredige gebied, gevoed door vele bronnen, heeft alles om natuurliefhebbers voor zich te winnen, met zijn loofbossen, groene weiden, rivieren, meren, veengronden en droge heiden. Het regionale Natuurpark van Millevaches in Limousin is een paradijs voor wandelaars. En het Park doet zijn naam echt eer aan: wij hebben wel 1000 Limousin koeien gezien en zij ons ook!

Wij stonden op een Aire Naturelle aan de rand van ValliĂšre onder de bomen met voorzieningen (elektriciteit, toilet, douche en wasbekkens); in Nederland noemen we dat Natuurkampeerterreinen en we stonden bijna alleen. De eerste dag was er nog een jong frans stel met een kleine baby en zowaar een Nederlander met een old-school tentje, de volgende dag gevolgd door 3 campers. Het hele terrein biedt wel plek aan 50 kampeermiddelen, dus volledig âcorona-proofâ.

De eerste dag stonden we vroeg op om vóór het heetst van de dag een wandeling te maken van 8 km, heuveltje op, heuveltje af, grotendeels door de bossen, langs beekjes en langs weiden, met daarin grazende koeien. Langs de wegkant absoluut onbespoten braamstruiken waar wij ons tegoed aan deden; heerlijk, net rijp genoeg, niet overrijp en fris in de mond.

Plotseling stonden we oog in oog met een jonge ree die er als een haas vandoor ging. De ontmoeting was te kort van duur om hem op de foto vast te kunnen leggen. Het laatste stukje van de wandeling was het zwaarste, over de asfaltweg heuvel op in de volle zon en aan die 1500 m leek geen eind te komen.

Omdat het nog warmer werd (tot boven de 38 gr.) besloten we de volgende morgen tot een kortere wandeling, van 5 km, door de bossen en helaas ook gedeeltelijk door het open veld met, jawel, gelukkig weer braamsruiken! Geen wild gezien vandaag (behalve een vreemde kikker) en een bijzondere libelle.


Zaterdag 8 augustus hebben via kleine weggetjes de 60 km afgelegd naar Chambon sur VouÚize waar we niet op de prachtig aangelegd camperplaats in de volle zon zijn gaan staan, maar onder bomen op de Camping Municipal. Op de camperplaats stond helemaal niemand, maar dat is eigenlijk ook wel te begrijpen: wij stonden voor ⏠7,50 per dag all-in met stroom, zodat we de airco aan konden doen. We hebben ons die dag verder heel rustig gehouden: bijna 40 gr. Nodigt niet uit tot enige inspanning.
Chambon sur VouÚize ligt aan de samenloop van de VouÚize en de Tardes en heeft een opmerkelijk kerk in graniet uit de 11e en 12e eeuw. Deze adbijkerk, en één van de grootste in de Limousin, is een prachtige getuige van de romaanse bouwkunst met een schitterende koorafsluiting met drie apsissen en twee klokkentoren.

Binnen wekken het houtsnijwerk, een buste relikwie van Saint-Valérie, waaraan de kerk ook gewijd is, en schilderijen de aandacht.

Wij kwamen daar langs toen we de volgende dag ruim 10 kilometer gingen wandelen door de Gorges de la VouĂšize. Deze kloof is niet heel erg diep, de wanden rijzen maar zoân 100 meter op en de overs zijn begroeid met bomen. Het was wel vooral jong hout, hetgeen er op duidt dat het soms aardig tekeer kan gaan rond de Voueize.

Nu was het slechts een klein kabbelend beekje, maar er lagen enorme rotsblokken in die ooit door het water zijn meegevoerd. Een klein wandelpad door de kloof en langs de Voueize leidt je uiteindelijk naar de watermolen van CĂŽtes (le Moulin des CĂŽtes), een afgelegen en volgens ons nu onbewoonde watermolen. Daar hebben we onze boterhammen opgegeten en zijn we weer langzaam terug gekeerd naar Chambon. Het was heerlijk wandelen in de schaduw maar goed schoeisel is wel een vereiste.

In Chambon nog even een terrasje gepakt, die alleen lokale producten op zijn lijstje had staan waardoor het een glas rosé werd, om vervolgens de camping weer op te zoeken. Hoe we het programma de aankomende dagen gaan invullen is nog niet helemaal zeker: op het lijstje staat een stadsbezoek aan Moulins, maar als het te warm wordt gaan we een alternatief zoeken.
Uit Lava opgetrokken
Na een prachtige rit van 67 km door het Cantal gebied, waar we de ene keer prachtige rotsformaties zagen, dan weer hoog gelegen pittoreske dorpjes en waar we voortdurend de rivier de Lot zagen kronkelen door het landschap arriveerden we tegen 11.00 op de CP plaats in Figeac. die ligt boven het stadje tegen de oude stadsmuur. Gelukkig is het niet meer zo heet en is de temperatuur nu rond de 25 gr. De plaats Figeac is ontstaan rondom een abdij die hier in opdracht van koning Pepijn de Eerste van Aquitaine werd gebouwd. Al vrij snel ontstond rondom deze zusterabdij van de abdij van Conques een klein plaatsje. In de middeleeuwen was het zelfs de belangrijkste plaats in de regio Midi-Pyrénées. Dankzij haar ligging op grote pelgrimsroutes groeide de stad uit tot een welvarende koopmanstad. Ook wij zagen vandaag een aantal dappere pelgrims richting de Eglise Saint-Sauveur lopen om hun stempel te bemachtigen.

Wij begonnen onze wandeling vanaf de CP langs de oude stadsmuur richting Eglise Notre Dame du Puy. Volgens de legende gesticht in de tweede helft van de 8e eeuw door de eerste abt van de abdij Saint-Sauveur, hij wilde destijds een kerk gewijd aan de H.Maagd voor de pelgrims bouwen. Op zoek naar de juiste plek verscheen hem een wonder: op een heuvel kreeg midden in de winter een boom bladeren en op die plek werd de kerk gebouwd. History of legende?
De kerk heeft een prachtig altaar uit walnotenhout met inscriptie 1696. Waarschijnlijk was deze kerk vroeger Romaans gezien de kapitelen die in de huidige kerk zijn gebruikt. Omdat de kerk hoog ligt heb je een prachtig uitzicht over het middeleeuwse stadje en de omgeving.
Hierna wandelden we van het ene nauwe straatje door het andere en het stadje heeft de tand des tijds goed doorstaan wat te zien is aan de vele mooi oude huizen en statige herenhuizen. Wat vooral opvalt is dat de straatjes en pleinen heel schoon zijn, we hebben wel eens anders gezien in het verleden.

De rivier de Célé loopt langs het plaatsje en vlak aan de oever staat de Eglise Saint-Sauveur, gesticht door de Abdij van Cluny en nog steeds in gebruik. Het schip is gebouwd tussen de 11e en 13e eeuw en vormt daardoor een combinatie van romaanse en gotische stijlen. De glas in lood ramen zijn van een bijzondere schoonheid met zijn felle en heldere kleuren. Achteraan in het zuidelijke transept is een aparte kapel die voorheen dienst deed als de oude kapittelzaal waar de monniken zich verzamelden rond de abt voor onderwijs en maatschappelijke discussies. Het is een uitzonderlijk mooi ruimte in gotische stijl. (13e eeuw)

Na het bezoek aan de kerk slingeren we weer verder door de oude binnenstad om een terras te bezoeken. Wat meteen opviel was dat mensen als ze elkaar tegen komen een hand geven en men ook veel dichter bij elkaar zat op het terras. Waarschijnlijk komt dit omdat er in de gehele Cantal (net zo groot als N.Holland en Utrecht samen) slechts 49 mensen besmet zijn geweest met het Corona virus en 9 mensen zijn er overleden. Moesten we gisteren toen we op een terras wilde gaan zitten nog wachten tot het tafeltje schoon gemaakt was , handen desinfecteren en mondkapje voor tot je op je plaats zat, vanmiddag waren deze maatregelen er niet . Onze voorkeur gaat dan toch naar de eerste optie.
Na ons drankje konden we weer aan de wandel en kwamen we uit bij het woonhuis van Jean-Francois Champollion en vlak daarachter op de grond van de Place Ăcritures, midden in een 13e eeuws architectonisch complex, ligt een enorme grote replica van de Steen van Rosetta. Kunstenaar Joseph Kosuth heeft deze enorme plaat gebeeldhouwd uit zwart graniet uit Zimbabwe ter ere van J.F. Champollion die voor het eerst de Egyptische hiĂ«rogliefen heeft ontcijferd. Het kunstwerk was in drie gedeeltes, de hiĂ«rogliefen, het demotisch schrift (Egyptisch) en in het Grieks.

In een klein straatje werden we aangesproken door een heuse âridderâ en besloten we om een bezoekje te brengen aan een klein kasteel en als je dan over al die houten afgesleten trappen naar boven loopt zou je graag even terug in de tijd willen om te proeven van het leven dat er toen geleefd werd.

Hierna zijn we na een aantal uren dwalen in dit mooie plaatsje op ons dooie akkefietje terug gelopen naar de camper.
4 augustus.
De zon stond alweer hoog aan de hemel toen we rond 9.30 uur Figeac verlieten. Vandaag stond er een ritje van zoân 115 km op het programma, maar door de mooie route is dat geen straf. Halverwege Aurillac en Salers (ons einddoel) ligt het Cantal dorp Tournemire waar we even van de route afgingen om een tussenstop maakten voor een bezoek aan o.a de burcht die je al vanuit het dal hoog op een berg ziet liggen.

In het gehele dorp heb je schitterend uitzicht over het brede dal. De bergen zijn gevormd door een enorme vulkaan van 3000 m hoog. Ongeveer 100.000 jaar geleden is er in deze omgeving een vulkanische berg uiteen gespat. Hoewel de vulkaan is gedoofd rommelt het nog geregeld onder de grond in de Cantal. De huizen in dit dorpje zijn gemaakt van lavasteen.
De vallei waarin Tournemire ligt is echter niet gemaakt door vulkanen, maar door een gletsjer. Door de hoogte krijgt de Cantal in een ijstijd zijn eigen ijskap met gletsjers en één daarvan heeft het dal in de vulkanische rotsen bij Tournemire uitgesleten met als resultaat een mooi afgerond dal in een U-vorm.
De straat door het dorpje loopt omhoog naar de burcht, gebouwd in de 15e eeuw door een kompaan van Jeanne dâArc, Louis dâAnjony die opdracht kreeg om het gebied te verdedigen. En dus bouw je dan een burcht. De compacte bouw heeft waarschijnlijk te maken met het gebrek aan ruimte in het dorp en de steile bergen. De bouw was echter tegen het zere been van de plaatselijke adellijke familie Tournemire. Hierdoor ontstond er een jarenlange vete tussen de families, waarbij laatstgenoemde uiteindelijk het veld moest ruimen. De burcht wordt nog steeds bewoond door de familie dâAnjony.

De reden dat wij deze burcht wilden bezoeken was omdat hij ondanks de roerige tijden, nog geheel in staat is zoals het in de 14e eeuw is gebouwd. Om het comfort wat te verhogen is er in de 18e eeuw een vleugel bijgebouwd in Lodewijk XV-stijl.
Wij waren er rond 12.00 uur en moesten tot 14.00 wachten tot we de burcht konden bezoeken maar het was het wachten dubbel en dwars waard. Wij hebben eerst maar geluncht en daarna op ons gemak door het dorpje geslenterd en het uitzicht bewonderd.
Onder leiding van een gids (wij waren de enige buitenlanders en kregen de uitleg netjes op papier, al is dat voor Roland niet nodig) mochten er steeds groepjes van 20 mensen naar binnen. Het is echt heel bijzonder om iets te zien waar de tand des tijds stil heeft gestaan. Prachtige en in goede staat zijnde frescoâs, Vlaamse wandkleden , meubels etc.

We hebben via afgesleten stenen traptreden vier verdiepingen bekeken en op de derde verdieping vroeg de gids of we stil wilden blijven staan terwijl hij zijn verhaal vertelde zoveel lawaai maakte de houten vloer waar we op liepen. Vanuit de toren had je een prachtig uitzicht over de omgeving. Na een dik uur stonden we weer buiten en we vonden het beide best indrukwekkend.

Vanuit Tournemire was het nog een half uur rijden naar de camping in Salers, de stad die bekend staat als âLes Plus Beaux Villages de Franceâ Wij hebben inmiddels een aantal van deze mooiste dorpjes gezien. Het was er erg druk toen we tegen 16.00 door het plaatsje reden en aangezien de camping 1,5 km verderop lag, besloten we om de volgende dag al vroeg het stadje te bezoeken. Een wandeling en vier verdiepingen trappen op en neer lopen in een burcht was wel genoeg beweging op een dag. Salers staat bekend om zijn kaas en zijn koeien en laatstgenoemde liepen in de wei die tegen de camping aan lag. Niks mis mee, ware het niet dat er een aantal koeien een gigantische bel om hun nek hadden hangen en voor even is het wel leuk dat gebel, maar als je dat continue hoort wordt je er niet vrolijk van. Deze avond zaten we al vroeg in de camper want het koelde af naar 10 graden. Niks mis mee en het slaapt goed. De volgende dag (5 augustus) waren we om 9.00 uur in het plaatsje en konden we even rustig rond lopen zonder massaâs mensen.

Salers ligt midden in de Cantal die een onderdeel vormt van het Centraal Massief. Het is een ruige streek waar de natuur nog flink zijn gang kan gaan. Het landschap is getekend door de geografische geschiedenis van de streek. Nog voordat de Alpen ontstonden was het Centraal Massief al een hoge bergketen. De Cantal was het dak van het gebergte met vulkanen van meer dan 3000 meter hoog. Tussen Salers en Aurillac lag een super vulkaan, te vergelijken met YellowStone nu; een zeer explosieve berg en toen deze ontplofte verdween de berg voor meer dan de helft. De Puy de Marie, de hoogste top van het Centraal Massief, is een restant van deze ooit machtige vulkaan en het is daarom ook niet vreemd dat de huizen in Salers bijna allemaal gebouwd zijn van vulkanisch gesteente en dakpannen hebben van leisteen. Salers noemt zichzelf de âzwarte diamant op een groen tapijtâ doelend op het zwarte gesteente waaruit de huizen zijn opgetrokken. Het is in terrasvorm gebouwd dus een uitdaging voor je kuiten en de muren die de plaats in het verleden hebben beschermd doen je wanen in (ja, weer) de middeleeuwen. Er staan veel prachtige Renaissance huizen rond het centrale plein waar vanmorgen een kleine markt met lokale producten was.

Roland was een paar dagen geleden zijn zakmes verloren en kon hier in een klein winkeltje gelukkig dezelfde kopen, dus hij was weer happy. Kris kras hebben we door de smalle straatjes gelopen, trap op of af en het zou een prachtig decor zijn voor een film uit vroegere tijden. Dit plaatsje staat beslist in onze top 3 van middeleeuwse stadjes en niet alleen bij ons. In 2012 stond het dorp in de finale van het mooiste dorp dat het nipt verloor van Saint-Cirq Lapopie. Ondertussen begon het behoorlijk druk te worden en na een korte koffiepauze en een bezoek aan de bakker zijn we terug gelopen naar de camper om onze tocht te hervatten. Mocht je ooit hier in de buurt komen, bezoek het dan vroeg in de ochtend zodat je een goed beeld krijgt van de straatjes, winkeltjes etc want het is echt een toeristische trekpleister.

Via een prachtige route met mooie uitzichten en mooie natuur arriveerden we tegen 14.00 uur op de Aire Naturelle camping van Valliére. Hier blijven we de komende drie dagen om te gaan wandelen in dit grote natuurgebied. Behalve een jong Frans stel met een baby en een Nederlander is de camping leeg en dat vinden wij helemaal niet erg.

De aanvullende foto's staan vanaf 6 augustus 19.00 uur op de fotosite plaatsen onder Frankrijk 7.