Van Grandeur naar een hoog Anton Pieck gehalte
Aan het eind van de morgen kwamen we op de camperplaats in Brive-la-Gaillarde aan waarbij we de bedoeling hadden om direct aansluitend de stad te gaan verkennen; de oude binnenstad ligt immers slechts op een kwartiertje lopen van de camperplaats. Omdat het al erg warm was, de thermometer stond al ruim boven de 35 gr. C. en zou vandaag de veertig graden aantikken, besloten we om maar lekker onder de bomen te blijven zitten en een rustdag in te lassen. Gelukkig heeft de camperplaats een stroomaansluiting en konden we de airco aan zetten; geen overbodige luxe. En omdat de LeClerc HypermarchĂ© van twee voetbalvelden groot op 5 minuten loopafstand was (met een âespace climatisĂ©â oftewel voorzien van airco) hoefden we ons niet te vervelen!
Na een zwoele nacht liepen we al heel vroeg naar de oude binnenstad. De buitenwijken van Brive zouden we kortweg kunnen typeren als âeen sobere bedoeningâ, maar de oude binnenstad heeft echt de typische Franse Grandeur. Voor middeleeuwse begrippen redelijk ruime straten (wel in de 21e eeuw verboden voor autoâs, behalve aanwonenden) met statige huizen waar de Herengracht nog een punt aan kan zuigen. Midden in het centrum staat de kapittelkerk gewijd aan St. Martinus; al in de 5e eeuw was op die plek een kerk gebouwd en in de 12e eeuw vervangen door de huidige kerk, die nadien wel een paar keer aangevuld en verbouwd is.

Daar waar de dwarsbeuk, een deel van de koorafsluiting en de prachtige kapitelen de romaanse tijd afsluiten, kun je de trap af naar de crypte, waar Merovingische en Karolingische overblijfselen uit de 5e tot de 11e eeuw worden bewaard. De sarcofagen uit de 6e en 7e eeuw springen in het oog, maar ook een buste uit de 11e eeuw.

De markt van Brive is in de 20e eeuw uitbundig bezongen door Georges Brassens, zozeer zelfs dat de Hallen, de huidige overdekte markt, naar hem zijn genoemd. Deze markt wordt drie keer per week gehouden, op dinsdag, donderdag en zaterdag. Zij biedt de bewoners de gelegenheid om heerlijke streekgerechten in te slaan: voor de liefhebbers van Foie Gras en Truffels (helaas niet de goede periode toen wij er waren, want dan moet je er zijn tussen november en februari) is dit een uitgelezen kans. De stad is om die reden geliefd onder gastronomen en fijnproevers. In Les Halles Georges Brassens zelf hebben we niet al te veel tijd door gebracht, het was er namelijk veel te druk. En hoewel mondkapjes verplicht waren voelden we ons er niet op ons gemak.

Daarna hebben we nog een uurtje door de oude stad geslenterd, een terrasje gepakt voor een cappuccino en toen terug gewandeld naar de camperplaats. Op naar de volgende bezienswaardigheid, Carennac, dat 40 km verderop ligt.

Carennac ligt hoog boven de rechteroever van de Dordogne aan de rand van de Haut-Quercy. Als je hier jouw camper op de gemeentelijke camperplaats neerzet, voorzien van alle benodigdheden zoals water, elektriciteit en een serviceplaats voor afvalwater en toilet, weet je precies waarom de streek zo geliefd is onder toeristen: Het heeft alles om het plaatje compleet te maken: een kasteel, een kerk, een klooster, schilderachtige straatjes en een prachtig uitzicht op de Dordogne. Wij hebben even een korte verkoelende regenbui met wat onweer afgewacht voordat we te voet het dorpje in wandelden.

Carennac is ontstaan in de elfde eeuw rondom een priorij van de orde van Cluny, die nog steeds tegen een symbolisch bedrag van ⏠3,- is te bezichtigen. Helaas is het grootste deel in de 100-jarige oorlog met Engeland verwoest maar in de vijftiende eeuw herbouwd en uitgebreid. En ondanks dat ook de Franse Revolutie hier in het klooster danig heeft huis gehouden, is de kloosterhof de moeite waarde om te bezoeken.

In de kapittelzaal is nog een mooie grafligging van Jezus te zien waar de emotie van af spat. Echt even kijken daar, als je er toch bent.

De huizen in Carennac zijn opgetrokken in amberkleurig natuursteen en geeft het dorp een aangename sfeer. Er mag autoverkeer door heen, maar dat was zo weinig dat we geen moeite hoefden te doen om âautovrijeâ fotoâs en videoâs te maken. Carennac prijkt op de lijst van de 155 mooiste dorpen van Frankrijk en is het dat ook dubbel en dwars waard.

De volgende dag, zondag 2 augustus, stond Saint-Cirq-Lapopie op het programma, een klein dorpje dat in 2012 door de Franse TV-kijker is gekozen tot het mooiste dorpje van Frankrijk. Ja, dat doen ze daar, zo zorgen de gemeentes en bewoners er zelf voor dat hun plaats vrij van afval e.d blijft! Zouden ze in Nederland ook moeten doen. Voor we konden vertrekken moesten we nog afvalwater lozen en watertank vullen, een paar minuten daarvoor was er een franse camper aangekomen op de CP plaats en die mensen gingen dus even de camper wassen op de loosplek. Dus wij stonden erbij en keken er naar. Hoogst irritant, vooral als er op een bord bij de CP plaats staat verboden campers te wassen en wees zuinig met water, maar dat even terzijde. Nu is de Haut-Quercy tamelijk dun bevolkt en zijn de wegen navenant; wat wij een binnenweg noemen heet hier gewoon een Route DĂ©partementale waar wij als camper nĂšt op kunnen en bij een tegenligger de berm op moeten zoeken. Gelukkig hoeven we maar 67 km, maar desondanks werd het af en toe wel spannend. Op Zondag hebben de Fransen de gewoonte om her en der verspreid over het platteland Brocantes, MarchĂ©s aux Puches, FoirĂ©es en dergelijke te organiseren, waar Jan en Alleman uit de weide omtrek naar toe gaat. Zo konden we alleen stapvoets door twee kleine plaatsjes rijden omdat de weg volkomen geblokkeerd werd door hetzij voetgangers, hetzij geparkeerde autoâs waardoor het passeren van tegenliggers onmogelijk werd. Af en toe leek het wel het ârecht van de sterksteâ te worden, maar ach, ik ben âgroot en zwaarâ en de gemiddelde bestuurder van een personenauto kiest dan toch eieren voor zijn geld en één fransman was zo aardig om even een dranghek van de straat op het trottoir te zetten zodat het met passen en meten net lukte. Het motto is dan echt ârustig blijvenâŠâŠ..â.
De weg naar het dorp Saint-Cirq-Lapopie is echt een feest (afgezien van de zondagse drukte wegens markten en zo). Wij namen de D662 en die slingert langs de Lot over de noordelijke oever. Het uiteindelijke dorpje blijft lang verscholen om zich opeens, na een tunnel, plotseling te melden. Werkelijk een plaatje!

Na bijna 2 uur draaiden we dan toch de brug over de Lot over naar de camping in Saint-Cirq-Lapopie. Omdat de receptie van de camping gesloten was tussen 12-14 uur konden we er niet onmiddellijk op. Het bleek dat je, je kon aanmelden bij de bar van het naastgelegen restaurant en met achterlating van de Camping-Card als onderpand werd de slagboom geopend en kreeg je een plekje toegewezen. Rond drie uur zijn we langs de Lot naar dorpje gelopen, een wandeling van 20 minuten, waarvan de laatste 10 minuten redelijk steil omhoog: het dorpje ligt ruim 60 meter boven de Lot. De streek is al tienduizenden jaren bewoond: om de hoek liggen de Grottes de Pech-Merle waarin zich bijzonder mooie grottekeningen bevinden, te vergelijken met die van Lascaux, maar omdat je je van tevoren moest aanmelden in deze Corona-tijd en er maar maximaal 20 personen naar binnen mochten hebben we een bezoek aan deze grotten van ons lijstje moeten schrappen.

Saint-Cirq-Lapopie ligt op een strategische plek en met een paar wel geplaatste muren en torens was het door de eeuwen heen goed te verdedigen tegen allerlei schurken, kwaadaardige stammen en invallende koningen. Niet alleen de West- en Oostgothen hebben zich daarop stukgebeten, maar zelfs Koning Richard Leeuwenhart, toch een befaamd krijgsheer, is het in 1199 niet gelukt om het dorpje in te nemen. Het dorpje is geheel autoloos (behalve voor die enkele inwoner die een ontheffing én een parkeerplaats heeft) en dat maakt het prettig om door de echt schilderachtige straatjes te slenteren, zelfs op zondag in de vakantie-periode waarop het wel lijkt of elke Fransman uit de omgeving dit dorpje heeft uitgekozen om het met een bezoek te vereren.

Het dorpje telt talloze galeries en leuke winkeltjes, weliswaar op de toerist afgestemd, maar het zijn vooral de pandjes die, ook het binnenste, je kunnen bekoren. We hebben er een paar uur door de straatjes geslenterd, geklommen en weer afgedaald en waren eind van de middag weer terug.

De aanvullende fotoâs staan onder Frankrijk 6 op de fotosite. Vandaag hebben we het meest zuidelijke puntje van onze rondreis door Frankrijk bereikt en morgen gaan we weer langzaam terug naar het Noorden.
Het Orvelte van Frankrijk
Voor het eerst had het âs nachts en tegen de morgen flink geregend, maar gelukkig was het droog toen wij vertrokken van de camping. Eerst weer boodschappen gedaan en daar kregen we ook nog even een buitje over ons heen maar gaande weg werd het droog en toen we na een uurtje in Montrol-SĂ©nard aankwamen was het droog en liet de zon zich af en toe zien, maar het was wel even verfrissend en een aantal graden minder.

Kennen wij in Nederland het bewoonde museum-dorp Orvelte in Drenthe waar de tijd stil is blijven staan aan het einde van de 19e eeuw hier in de Limousin is dat het dorp Montrol-Sénard.
Dit bewoonde authentieke dorp laat je het landelijke leven zien van het begin van de vroege 20e eeuw met het âChabatz dâEntrat huis en de schuur-kelder, de bakker op de boerderij , de wasserij, de lokale school, het varkens en kippenhok, de broodoven, de brandstapel, de zolder met hennep en wol tentoonstelling, de werkplaats van de schoenmaker en de smid, het cafĂ© en een uitgebreide tentoonstelling over het slachten van een varken.

We troffen zelfs aan de buitenkant van een oude schuur een oude Nederlandse advertentie van de Firma Leusen-Engeln, de grootste speciaalzaak voor babyartikelen uit Schiedam. Omdat er meer spullen stonden (brocanterie) zoals o.a Hollandse gele klompen , een halve auto en een oude sportwagen met NL maar een Frans kenteken hebben we het vermoeden dat er een Nederlander ooit verhuisd is naar dit dorpje.

Wij hebben op ons gemak rond gekeken en aangezien het zondag was, was het dus druk en moesten we soms even buiten wachten om te voorkomen dat er teveel mensen in een ruimte stonden. Mondkapje verplicht natuurlijk, je raakt er aan gewend maar je zweet ook ontzettend met zoân ding op je gezicht en je bril beslaat regelmatig, maar goed, je weet waar je het voor doet.
Het was in elk geval de moeite van het bezoeken waard.
Na dit bezoek was het nog een klein stukje rijden naar de camping des Alouettes in Cognac-le-Forét waar we vier dagen blijven om te genieten met Sietske, Gijs, Juna en Revi.
26 t/m 30 juli
Hoe fijn is het als je, je kleindochter naar je toe ziet komen rennen bij aankomst op de camping. Bij oma op schoot in de camper terwijl opa naar onze plek reed, ze glunderde van oor tot oor. We hebben een riante grote plaats en Juna kan zelf van hun chalet via een paadje naar de camper lopen. Voor de vakantie was haar al beloofd dat ze in de camper zou mogen slapen en meteen na de lunch wilde ze in het grote bed gaan slapen. Een kinderhand is snel gevuld.
De rest van de dag hebben we gezellig samen doorgebracht.


27 juli.
Wij besloten vandaag om de fietsen maar weer eens te gaan gebruiken en naar het stadje Rochechouart gelegen in departement de Haut-Vienne te fietsen. In totaal zoân 32 km maar met een aantal flinke beklimmingen en heerlijke afdalingen (35 km p.u.) erin. De temperatuur zou vandaag rond de 34 graden zijn dus we waren op tijd weg. Onderweg zagen we veel roofvogels op de pas gemaaide korenrollen zitten, dus moest er af en toe gestopt worden om te proberen ze op de foto te krijgen. Na een dik uur fietsen zagen het chateau dat hoog boven de omgeving uittorent. De twee torens zijn dominant aanwezig. Het was nog even een steil klimmetje naar boven en bij de kerk hebben we de fietsen neer gezet om vervolgens even af te koelen in de kerk waar de organist zat te spelen.
Van daaruit via smalle straatjes naar het 15e eeuwse gerenoveerde chateau gewandeld en via de ophaalbrug zijn we het chateau, wat heden ten dage een museum van moderne kunst is, binnen gelopen. Naast de moderne kunst vind je er met zorg gerestaureerde muurschilderingen die je terug brengen naar de tijd van Richard Leeuwenhart en de belangrijke positie die het gespeeld heeft tijdens de honderdjarige oorlog tussen Engeland en Frankrijk.

Het stadje herbergt ook een klein museum Espace Meteorite die het verhaal vertelt van de meteoriet die zoân 214 miljoen jaar geleden in het westen van Frankrijk uit de hemel is gevallen en de klap was zo groot dat het steen in de grond smolt en weer nieuwe gesteente vormde. Rochechouart ligt op de rand van dit inslaggebied en het heeft de bewoners en zijn omgeving ondanks dat ze niet precies weten wat er gebeurde enorm beĂŻnvloed.

We hebben dit kleine museum niet bezocht want bij binnenkomst leek het of je een klap van de molen kreeg zo benauwd was het daar. Het leek ons verstandiger om even een terras op te zoeken en wat te drinken alvorens we de 16 km in de hete zon weer terug moesten fietsen.
De rest van de middag hebben we doorgebracht in de schaduw .

De volgende dag hebben we op Juna en Revi gepast zodat Sietske en Gijs naar Oradour-sur-Glane konden. Het heeft de hele voormiddag gemiezerd maar we zijn toch even met de kindjes het bos ingewandeld. Na de middag ging de zon weer schijnen en hebben we gezellig buiten kunnen zitten en spelen.
Aan het einde van de middag toen het niet meer zo druk was in het zwembad met Sietske en Juna een verfrissende duik genomen.
De dag daarna hebben we op Revi gepast zodat Juna met papa en mama een dagje naar een waterpark kon. âs Avonds gezellig op het terras bij Sietske en Gijs een laatste borrel gedronken want onze tijd op de camping zat er weer op. Het waren heerlijke dagen!

Na de boel te hebben opgeruimd hebben we afscheid genomen van Sietske, Gijs, Juna en Revi die nog een week blijven.
Onderweg eerst weer boodschappen gedaan en toen richting Ségur le Chùteau.
We reden door het plaatsje ChĂąlus waarvan de restanten van het kasteel ChĂąlus-Chabrol het stadje domineert. De donjon, overblijfselen van de kapel en het verblijfsgebouw staan er nog. Vanaf deze plek werd de pijl afgeschoten die in 1199 Richard Leeuwenhart, koning van Engeland, dodelijk trof. Zijn ingewanden (als er nog iets van over is tenminste) rusten in de oude kasteelkapel.
Ségur le Chateau.
Dit idyllische stadje ligt in de bocht van de AuvĂ©zĂšre, midden in de CorrĂšze, en is de wieg van de eerste graven van Limoges, die op deze âveilige plekâ kwamen om hun burcht te bouwen. (gesloten ivm Covid19) Van de 15e tot de 18e eeuw was hier een gerechtshof gevestigd. Vele vooraanstaande families, rechters, ridders en meester-kunstenaars hadden SĂ©gur als woonplaats.
Wij konden midden in het stadje aan een rustige rivier de camper in de schaduw parkeren. We hebben de stoelen buiten gezet en pas laat in de namiddag zijn we gaan wandelen want het was inmiddels 38 graden en dat was niet echt aangenaam. Maar het moet gezegd worden, het is prachtig om hier rond te lopen door de oude straten.

De hooggelegen burcht ligt op een rotspunt en bezit nog overblijfselen uit de 12e eeuw. Beneden aan de voet van de burcht liggen historische panden uit de 15e, 16e en 17e eeuw, die getuigen van een rijk verleden. Het huis van Hendrik IV met kruisvensters, het huis Boyer met vakwerk en uitkragingen zijn hiervan enkele voorbeelden.
Toen ik langs het riviertje achter een van de huizen liep, vloog er een prachtig ijsvogeltje voor me langs, ze blijven helaas nooit lang genoeg zitten om ze op de kiek te zetten, maar het was een prachtig gezicht de zon op die felblauwe vleugels.
Het is inmiddels 21.30 en nog steeds zoân 33 graden, geen zuchtje wind dus ik denk dat het een lange zwoele plakkerige nacht gaat worden.

Op de beide foto's hierboven: 1913 en de situatie nu in 2020 en zoals je kunt zien is er weinig veranderd.
Morgen richting Brive la Gaillarde.
Last van....... een computerventilatortje
Donderdag 23 juli hebben we de 60 km naar Angles sur lâAnglin in een anderhalf uurtje afgelegd. Het leuke van onze navigatie is dat we bijna altijd een andere weg hebben dan de standaard Garmins of TomToms. Ook deze keer benaderen wij de camperplaats via de toegang naar de lagere school en door een smal poortje waar de camper nĂšt door kon. Kennelijk heeft de navigatie dit jaar zijn zinnen gezet op smalle doorgangen. Gelukkig vonden we een plekje onder de bomen en stonden we dus in de schaduw, iets wat we wel konden waarderen met temperaturen die opliepen tot twee en dertig graden.
Angles sur lâAnglin ligt op de twee oevers van de rivier de lâAnglin, op de grens van de Poitou,de Berry en de Touraine. Het dorpje prijkt op de lijst van Les Plus Beaux Villages, de mooiste dorpjes van Frankrijk en na een wandeling door het dorpje, waarover straks meer, konden we vaststellen dat het terecht is. Door zijn strategische ligging verrees al spoedig een kasteel in het dorp, waarvan de resten nog altijd duidelijk zichtbaar zijn. Het is gebouwd in de elfde eeuw door de Bisschop van Poitiers, waarna bij het dorp ook een klooster werd gesticht.

In de rivier ligt een stuw om een watermolen van waterkracht te voorzien. Dat zorgt voor een prachtig plaatje en het geeft je onmiddellijk de drang om jouw schildersezel neer te zetten. Helaas hadden we die niet bij ons en dus moesten we het maar het fotogenieke moment doen en hebben het op de gevoelige plaat vastgelegd.

In de loop van de middeleeuwen wisselt de burcht nog weleens van eigenaar, bijna elke keer gepaard gaande met gevechten en in de 14e eeuw, gedurende de Honderdjarige Oorlog met Engeland wordt de burcht verwoest. Nadien is het kasteel weer opgebouwd, maar in de 16e eeuw lag het dorp in de vuurlinie van de godsdienstoorlogen. De Hugenoten verbouwden de boel grondig en sloopten het klooster. Ondanks al dit geweld bloeide het dorp in de 16e en 17e eeuw door zijn strategische ligging en dankzij de brug en de watermolen werd Angles sur lâAnglin het regionale centrum voor de handel. Helaas stortte in 1741 de brug in en werd hij niet herbouwd, waardoor het met het dorp bergafwaarts ging; pas aan het eind van de 19e eeuw, tijdens de Belle Epoche krabbelt het dorp weer overeind.

Wij besloten rond half drie het dorp in te lopen vanaf de camperplaats die boven aan de rand van het dorp is gelegen. Hoe verder je het middeleeuwse stadje in liep, hoe meer mensen je zag die met pen en papier tekeningen maakten van karakteristieke panden of onderdelen daarvan. Toch was het, ondanks de schoonheid van het dorp, niet druk. Je voelde je soms alleen teruggeworpen in de tijd als je door de stille straatjes liep. Het oudste huis dat we konden vinden dateerde uit de tijd van Jeanne dâArc en had een gevelsteen van 1426.

Na nog een aantal straatjes door gelopen te hebben, belandden we bij een hele aardige man die zijn verzameling ansichtkaarten en andere prullaria in zijn garage had uitgestald en die ons onmiddellijk aansprak, ons daarbij een paar pruimen uit eigen boomgaard aanbiedend. Toen hij hoorde waar we vandaan kwamen gaf hij ons een pak ansichtkaarten en oude fotoâs met de mededeling âuit Hollandâ. Janny heeft ze doorgekeken en de kaarten uit Kopenhagen en Stockholm maar uitgefilterd. Een oude foto rijker met een standaard-molen er op zijn we op een terras gaan zitten om daarna weer terug te keren naar de camper.

Na het eten kwamen onze buren even zeggen dat ze last hadden van de twee computerventilatortjes die de koelkast een handje helpen om te koelen; zij blazen de warme lucht achter de koelkast naar buiten. Uit zetten is heel lastig, want dan doet de koelkast het een stuk minder bij deze temperaturen. Onze buren besloten daarom om een andere plek te zoeken.
De volgende dag zouden we gaan fietsen, een tochtje van 40 km door het dal van de Gartempe. Maar omdat die fietstocht niet door de bossen zou gaan maar via open velden en de hemel om 9 uur al strakblauw was met temperaturen ruim boven de 25 graden leek ons een fietstocht niet zoân goed idee. Vandaar dat we nu op een Camping Municipal staan in Montmorillon, de Stad van het Geschrift en de boekenambachten. We hebben âs morgens door de oude wijk Brouard geslenterd.

Helaas stond de Notre-Dame-kerk in de steigers en was die niet toegankelijk voor het publiek. De kerk schijnt een bijzondere Sainte-Catharine-crypte te hebben met schitterende frescoâs waarvan buiten de kerk fotoâs hingen. We blijven hier nog een dag en gaan dan verder naar Cognac-le-FĂŽret, naar een camping waar Sietske en Gijs met de kindjes een Chalet hebben gehuurd.

Aan het einde van de dag kwam stond er naast ons een tentje van een Nederlands meisje die op de fiets gearriveerd was. Ze begon meteen een praatje en heeft âs avonds een poosje bij ons gezeten. Ze is een derde-jaars studente Aardwetenschappen/Geologie uit Utrecht die vanaf Parijs naar vrienden in Bergerac fiets. Ze vertelde dat ze pas tijdens de corona maanden is gaan fietsen en toen bedacht dat ze wel op fietsvakantie kon gaan naar Frankrijk. Ze was blij dat ze even aanspraak had en lekkere warme thee kon drinken en haar telefoon opladen. Toch knap dat je zoiets onderneemt terwijl je een paar maanden geleden nauwelijks afstanden gefietst heb.

Na een goede nachtrust hebben we deze morgen de fiets gepakt om een paar kilometer verderop wat boodschappen te doen. Gelukkig was het vandaag niet zo warm dus was het heerlijk om even te fietsen. Op de camping is het ondanks het hoogseizoen erg rustig en zijn het vooral Fransen die hier kamperen en dan bedoel ik echt kamperen met een tent en rondom de tent van alles en nog wat! Wat dat betreft is er in al die jaren weinig veranderd. Ik denk wel dat ze veel relaxter zijn in dat opzicht dan wij! Je hoort ook zelden dreinende kinderen!
Morgen breken we hier op en na een korte tussenstop in Montrol-Sénard gaan we naar de camping in Cognac-le-foret waar we een dag of vijf blijven.
Van Kloosters en Kastelen
Om half 9 lieten we de camping achter ons om nieuwe dingen te gaan ontdekken. Even een tussenstop bij âLeClercâ want het inwendige van de mens moet ook gevoed worden. Onderweg reden we langs vele zonnebloemvelden en het blijft een prachtig gezicht.

De tomtom vond het nodig om ons even de verkeerde kant op te sturen en midden in een woonwijk te zeggen dat we onze bestemming hadden bereikt. Niet altijd even betrouwbaar dus of waren het de verkeerde coördinaten die de chauffeur ingevoerd had? Wie zal het zeggen. Maar na een klein ommetje zaten we weer op de goede weg en arriveerden we in Montsoreau. Hier staat ook weer een chateau. Dit is het enige kasteel dat in de bedding van de Loire is gebouwd. De rivier stond vroeger tot aan de voorgevel van het gebouw. Door de verbeterde waterstand is dat nu niet meer het geval en loop er een weg voorlangs.

Architectonisch is het kasteel interessant omdat het is gebouwd in een tijd dat ze hun militaire functie verloren en meer een statussymbool van de adel werden. De bouw begon in 1450, in de tijd dat de aandacht gericht werd op de Renaissance in ItaliĂ«. Voor de geschiedenis heeft dit kasteel geen enkele rol gespeeld. Het werd beroemd doordat Alexander Dumas het als decor koos voor zijn roman âLa Dame de Montsoreauâ. Het kasteel wordt nog bewoond, maar voor 10 euro kun je naar de tentoonstelling over het gebied rondom de Loire. Wij hebben wat rond gewandeld en zijn toen vertrokken naar de Abdij van Fontevraud.
Dit enorme complex kent een ârijkeâ geschiedenis en is beslist de moeite van een bezoek waard.

Priester, theoloog en rondtrekkende prediker Robert dâAbrissel vestigde zich rond 1100 met zijn volgelingen in het bos van Fontevraud en stichtte er in 1101 een uniek kloostercomplex, waar mannen en vrouwen leefden. Robert besloot dat er aan het hoofd van zijn klooster een vrouw moest staan en wees Petronille de ChĂ©millĂ© aan als eerste abdis. De mannen woonden in het Sint Johannesklooster en de vrouwen in het Onze-Lieve-Vrouweklooster. Verder was het Saint Lazare-klooster voor melaatsen en het Sainte-Magdalenaklooster voor tot inkeer gekomen zondige vrouwen. (ahum!). Mathilde van Anjou, tante van Hendrik II van Engeland werd de volgende abdis en begon hiermee een traditie om vrouwen van koninklijke of op zijn minst adellijke bloede aan het hoofd van Fontevraud te plaatsen. Het klooster werd dan ook al snel favoriet bij koninklijke huizen uit Europa.

Op hoge leeftijd nam de koningin van Frankrijk en later van Engeland; Eleonora van Aquitanië , echtgenoot van koning Hendrik II haar intrek in het klooster en werd ze na haar dood hier ook begraven. Ook haar man Hendrik II, haar zoon Richard Leeuwenhart en haar dochter Johanna werden hier begraven.

Het klooster heeft zwaar geleden onder de Franse Revolutie van 1789, delen van het klooster werden verwoest en geplunderd. De laatste abdis stierf in Parijs in armoede. In 1804 werd het complex omgebouwd tot staatsgevangenis en dit bleef zo tot 1963.
Van het enorme kloostercomplex zijn alleen de abdijkerk met de praalgraven, de Romaanse keuken, (deze was helaas gesloten), de kapittelzaal met indrukwekkende muurschilderingen en pilaren met gedetailleerde reliĂ«fs (zie fotoâs in de map Frankrijk 4 die over een paar dagen zal worden geupload), de ziekenzaal Sint Benoit en de priorij Sint Lazare bewaard gebleven.
De enige bewoners van dit prachtige complex zijn zwaluwen die in de klooster rondgangen hun nest bouwen en de zeldzame rotsmus (petronia-petronia in het latijn) Een kleine populatie van deze vogels zijn hier in 1980 ontdekt in de abdij. Hij nestelt zich tamelijk verborgen in rotsen en tufsteen. De mannetjes roepen als waarschuwing een soort âzuuuiiiâgeluid. We zagen ze af en aan vliegen maar het is niet gelukt om ze op de foto te zetten. Dus de nieuwsgierigen onder ons zullen even moeten googlen.

Na de bezichtiging op het gezellige plein voor de abdij even uitgerust en wat gedronken om vervolgens de camper weer op te zoeken (en halverwege moesten we weer terug want ik had mijn hoedje op de stoel laten liggen, maar ze hadden hem netjes binnen gelegd)
Na een korte rit arriveerden we in Chinon waar we aan de rand van de stad op een CP staan met uitzicht op het kasteel en de vallei.
We besloten om na het eten het stadje te bezoeken omdat we bij aankomst behoorlijk wat drukte zagen in de smalle straatjes.
Dus âs avonds eerst een klimmetje naar boven om van het uitzicht te genieten en daarna via een stenen middeleeuwse trap naar beneden naar het stadje.

Chinon is een prachtig bewaard middeleeuws stadje met vakwerkhuizen en smalle straatjes die omhoog leiden naar het kasteel dat hoog boven de stad uittorent. Van welke kant je ook aan komt rijden, dit is het eerste wat je ziet. Het werd gebouwd als bolwerk tegen de Engelsen met wie de Fransen een kleine honderd jaar in oorlog waren. De bekendste persoon die hier enkele maanden verbleef was Jeanne dâ Arc en in het kasteel, dat grotendeels een ruĂŻne is, kun je de geschiedenis van Jeanne en de honderdjarige oorlog bekijken.

Wij hebben heerlijk door de straatjes lopen dwalen en op de terrassen is het normaal heerlijk toeven, maar wij vonden de minder dan 1 meter afstand niet prettig dus zijn weer naar boven gelopen en hebben lekker bij de camper nog een hele poos buiten kunnen zitten. Het oude stadje heeft maar één nadeel: door de smalle mstraatjes mogen ook auto's rijden.
Na een gezonde nachtrust besloten we de volgende dag naar een camping te rijden en een dagje niets te doen (behalve de was).
We staan nu op een prachtige rustige gemeentelijke camping in Descartes waar we een plekje in de schaduw hebben en uitkijken op een prachtig park waar we vanavond hebben gewandeld.

De bedoeling was om morgen het troglodietendorp van Ethni âCite te bezoeken, maar helaas is die vanwege de corona voorlopig gesloten, iets wat we erg jammer vinden. Morgen zetten we dus koers naar Angles sur lâAnglin.

Van Katrijn naar Ongein
18 juli. Vroeg uit de veren en om 8.30 op weg richting Tours met een tussenstop in Chaumont-sur-Loire om het kasteel dat Catharina de Medici en daarna haar rivale Diane de Poitiers toebehoorde. Het kasteel werd echter al in de 10e eeuw gebouwd maar in 1465 laat Lodewijk XI het platbranden om Peter I van Amboise te straffen die betrokken was bij een samenzwering tegen de koning. Nadat hij gratie heeft gekregen wordt er van 1468 tot 1511 een nieuw kasteel gebouwd. In 1550 koopt de echtgenote (Catharina de M.) van koning Hendrik II het kasteel. Zij gebruikte het voor jachtevenementen en om te overnachten als ze onderweg was van Amboise naar Blois.

Zij omringde zich haar hele leven door astrologen, onder wie Nostradamus en Cosimo Ruggieri. Laatst genoemde voorspelt hier dat het einde van de Valois-dynastie in het voordeel van de Bourbons in zicht is. Dit kasteel kent een rijke en interessante geschiedenis. {wat vooral mijn interesse heeft. (Janny)

Vanuit het kasteel heb je een prachtig uitzicht over de Loire en zijn vallei. Wij bezochten eerst het kasteel en daarna de weelderige tuinen waar van juni tot oktober het International Tuinenfestival plaats vindt en dat landschapsarchitecten van over de hele wereld samenbrengt.

Tevens was er een tentoonstelling hedendaagse kunst te zien zowel in als buiten het kasteel. Al met al beslist de moeite waard en ondanks dat er veel mensen waren, merkte je er weinig van omdat je een bepaalde route moest volgen en de tuinen gigantisch groot zijn.

Inmiddels was de temperatuur opgelopen tot 29 graden en na een aantal uren reden we via Tours naar de CP plaats in Saint-Gelouphe. omdat we al ooit eerder in Tours waren en het morgen ivm zondag het daar druk zal zijn, slaan we de stadswandeling over en rijden we de volgende dag verder. We maken een kleine omweg naar Asnieres sur VĂšgre, een karakteristiek frans dorpje dat op de lijst van de mooiste dorpjes in Frankrijk staat. We parkeren de camper op wat een heel goed uitgedoste camperplaats blijkt te zijn met een toiletgebouw en de faciliteiten om de watertank te vullen, de afvaltank te legen als ook het toilet maar nog belangrijker: volop in de schaduw onder reusachtige platanen. Als we dat gisteren hadden geweten waren we zeker nog doorgereden en hier overnacht. Het dorpje heeft drie bezienswaardigheden, het Manoir de la Cour (landhuis van het Hof) uit de 15e eeuw met een rozentuin (en Janny kon het niet nalaten met haar neus in de rozen te duiken), een oude brug in renaissance-stijl die je over de VĂšgre brengt en de kleine St. Hilarius Kerk waarin opmerkelijke muurschilderingen te bewonderen zijn. Deze muurschilderingen zijn op verzoek van de kanunniken van Le Mans tussen de 12e en de 16e eeuw gemaakt en laten je de vlucht uit Egypte, de Presentatie in de Tempel van Jerusalem en de aanbidding door de wijzen zien. Opmerkelijk dat je 900 jaar oude frescoâs in zoân klein dorpskerkje tegenkomt.

We hebben daarna nog wat door het dorpje geslenterd op zoek naar een uitbater die ons aan een kop koffie of iets van dien aard kon helpen, maar die hebben we niet kunnen vinden. Overigens doet dit dorp het in dat opzicht ook niet onder voor elk ander dorp in Frankrijk: geen hond op straat, niemand in de tuin en alle luiken van de woningen gesloten.

Na de lunch zijn we verder getrokken naar Solesmes, waar diezelfde kanunniken uit Le Mans in 1010 een Benedictijner-abdij stichtten. De monniken van Solesmes zijn vooral bekend door hun inzet om het Gregoriaans in oude luister te herstellen. Zij hebben onder andere vele oude handschriften in fotodruk uitgegeven. Omdat de Abdij nog steeds volop door monniken wordt bewoond is alleen de Abdijkerk toegankelijk. Wij stapten daar om 1 uur âs middags binnen en vielen bijna letterlijk met onze neus in de boter. Binnen 5 minuten stroomden de koorbanken vol met de benedictijner monniken en begon het 6e uur (sext uit de Liturgia horarum voor diegenen die het precies willen weten). Wij hebben aandachtig zitten/staan te luisteren.

Daarna hebben we een rondje om het klooster heen gelopen. Omdat het inmiddels 30 graden was geworden besloten we om niet naar de CP op een mixed-parking in Sablé sur Sarthe te gaan maar door te rijden naar Angers waar we nu een plekje op een camping hebben gevonden zodat de airco ook even aan kan.
Vanmorgen zaten om 9 uur al op de fiets naar Angers, een tochtje van 6 km grotendeels over fietspaden, dankzij de de route die ik gisteren met Hike-Bike-Map heb gemaakt voor de wandel-GPS. We konden de fiets bij de kathedraal Saint-Maurice dâAngers neerzetten. Deze kathedraal behoort tot de belangrijkste bezienswaardigheden van de stad. Al in de 6e eeuw stond daar een kerk, die in de 11e eeuw werd herbouwd en in de opvolgende jaren werd uitgebreid. Zijn huidige omvang werd in de 12e eeuw bereikt. Het portaal, dat nu ook weer in de steigers stond, is herhaaldelijk beschadigd geweest. Waren het niet de Hugenoten die, gelijk bij ons de beeldenstorm, huis hielden in kerken, dan wel waren het burgers van de Franse Revolutie die de kerk zwaar beschadigden. Het schip is éénbeukig, dus zonder zijschepen, maar wel imposant breed met zijn bijna 16,50 meter.

Aan de wanden hangen verschillende tapijten/gobelins, ter vervanging van het in de 15e eeuw aan de kathedraal geschonken Wandtapijt van de Apocalyps. Dit wandtapijt is het oudste wandtapijt van een dergelijke omvang dat nu nog steeds bestaat: het totale wandtapijt is 6 meter hoog en 138 meter lang!. Het is gemaakt tussen 1375 en 1382 in opdracht van hertog Lodewijk I van Anjou. Het totale tapijt is onder verdeeld in 6 voorstellingen over twee banen van elk 3 meter hoog en is een âhedendaagse, 14e eeuwseâ vertaling van het Boek Openbaringen uit het Nieuwe Testament. In 1480 schenkt het hertogdom Anjou het wandtapijt aan de kathedraal van Angers. In het tumult van de Franse Revolutie werden de wandtapijten van de muur van de kathedraal gehaald, versneden en gebruikt voor alles en nog wat: van beddensprei tot paardendeken. Een grootscheepse opsporing en restauratie begon in de 19e eeuw. De teruggevonden en gerestaureerde delen beslaan nu nog een lengte van 103 meter en zijn opgehangen in een speciaal ontworpen ruimte van het Kasteel van Angers.

Het Kasteel van Angers is de hofstee van de hertogen van Anjou en werd als feodaal fort gebouwd in het begin van de 13e eeuw. Het is een bolwerk met machtige torens en vliesgevels. Koning RenĂ© I van Anjou voegde er mooie gebouwen, tuinen en voliĂšres aan toe. Na Napoleon werd het kasteel een tijd gebruikt als gevangenis en militair onderkomen. In de vorige eeuw werd het als museum ingericht en is het wandtapijt hier ten toon gesteld. Nadat wij zoân 1,5 uur in het kasteel en op de muren hadden rondgewandeld hebben we op het terras van het kasteel onder de bomen even lekker kunnen zitten met een kop koffie en het mondkapje af, dat overal in het kasteel verplicht was.

Vanuit het kasteel zijn we de oude binnenstad ingelopen; niet autovrij, maar zeer autoluw, mede ook door de zeer smalle straatjes met middeleeuwse bestrating. Hier hebben we bij een restaurant gelegen aan de Maine onze lunch gegeten. Er stonden alleen plaatselijke gerechten op het menu en wij kozen voor Rillettes de Canard au citron confit (iets met eend) en het smaakte voortreffelijk! Vanuit dit historisch centrum zijn we de rivier de Maine overgestoken om uiteindelijk op het Place de Laiterie, aan te komen. Hier vindt je ook het oudst bewaarde gedeelte van de wijk DâOutre Maine.
We steken de Pont de Verdun over en klimmen weer naar boven naar de kathedraal, waar onze stadswandeling begon. We maakten een klein ommetje rond de kathedraal en kwamen dit fantastische vakwerkhuis tegen. Op de Place Saint-Croix vind je het Maison dâAdam, prachtig versierd met houtsnijwerk en met vreemde en vrolijke figuren.

Er staat zelfs een man op in een pose die tegenwoordig door Facebook, Twitter en Instagram zou worden verwijderd!

Opvallend in de steden in Frankrijk zijn de elektrische steps die veel gebruikt worden en die bij ons vreemd genoeg verboden zijn. Na 4,5 uur rondwandelen in deze gezellige stad hebben we de fietsen opgehaald en zijn we daarna in een rustig tempo terug gefietst naar de camping. Morgen zakken we â stroomopwaarts â af langs de Loire.
De aanvullende foto's staan in ons Fotoboek Album 3
Pucelle dâOrleans. (Maagd van Orleans)
Nadat we de watertank gevuld hadden en boodschappen gehaald in de supermarkt ging het richting Orleans. Het was weer erg rustig op de weg en tegen 11.00 waren we op de CP in La Chapelle Saint-Mesmin, een km of 5 van Orleans. Wat ons in al die jaren dat we in Frankrijk komen nog steeds opvalt is dat je nauwelijks mensen ziet als je door de dorpjes rijdt. Alle luiken van de huizen zijn gesloten en ook in de tuinen zie je niemand bij mooi weer buiten zitten.
Het was nog erg rustig op de CP, die pal aan de Loire ligt, maar tegen de avond liep de CP aardig vol. De vakanties in Frankrijk zijn nu ook begonnen en dat is te merken aan de gezinnen met kinderen. We zien nu ook wat meer buitenlanders op de CPâs. (Duitsers en Belgen en af en toe een Nederlander)

Na de lunch hebben we langs de Loire gewandeld, het is een beschermd natuurgebied en je zag er volop zwanen en andere vogels. Het water is kraak helder en ter plekke mag niet gevist worden in de Loire. Na de wandeling was het heerlijk buiten zitten onder de platanen met een boek en genieten van het gekwetter van de vogels.

De volgende dag zijn we via het fietspad die langs de Loire loopt naar Orleans gefietst. Bij de prachtige kathedraal hebben we de fietsen neer gezet om vervolgens aan onze stadswandeling te beginnen. Wie Orleans zegt, zegt Jeanne dâ Arc, die de stad in 1429 redde van de Engelsen. Volgens de legende waart haar geest sinds ze in 1431, toen ze in Rouen werd terechtgesteld rond in Orleans.

Op het Place du Martroi staat een ruiterstandbeeld van de heldin en daar vindt je vlakbij ook het Maison Jeanne dâArc, een vakwerkhuis dat in 1965 uit materiaal van andere oude huizen werd gebouwd op de plek waar Jeanne in 1429 woonde. Binnen is haar levensverhaal te zien via audiomateriaal, wij hebben dit niet bezocht omdat we het verhaal inmiddels wel kennen.

Vanaf het Place du Martroi met gezellige restaurants en oude herenhuizen loop je via de Rue Jeanne dâArc naar de prachtige CathĂ©drale Sainte Croix. Het oude, 13de-eeuwse gebouw werd in 1568 door de Hugenoten vernield, waarna het huidige gotische gebouw in de 17de en 18de eeuw werd gebouwd. Binnen is het leven van Jeanne te zien in glas en lood ramen en het prachtige, uit de Abdij van Saint Benoit sur Loire afkomstige orgel, die op het moment dat wij er waren werd bespeeld.

Op een aantal musea na en het Hotel GrĂŽslot waar diverse koningen zoals Karel IX, Hendrik III en Hendrik IV hebben gelogeerd en waar in 1560 de zeventienjarige Frans II overleed nadat hij een bijeenkomst had bijgewoond met zijn kindbruidje Mary (de latere koningin van Schotland) zijn er verder weinig bezienswaardigheden te zien in deze stad. Het centrum en de rivieroevers zijn prachtig gerenoveerd met brede voetgangers paden waar je op je gemak kunt slenteren, winkelen of op een terras zitten. De stad is ook heel erg schoon viel ons op.

Na een paar uur hadden wij het wel gezien en zijn we weer terug gefietst naar de CP. De rest van de middag lekker in de schaduw gezeten. Morgen vertrekken we hier en gaan we richting Tours
Quatorze Juillet
Op de Nationale feestdag in Frankrijk én onze huwelijksdag zijn we rond half 11 richting Soissons gereden. Het was wederom erg rustig op de weg en onze route ging vooral langs graanvelden, afgewisseld met een zonnebloemveld en bossen.

Nadat we op een camperplaats (vanaf nu aangeduid als CP) in het centrum de camper hadden geparkeerd zijn we op pad gegaan voor een rondwandeling. Soissons was de voormalige hoofdstad van Frankrijk in de tijd van het Frankische koninkrijk en heeft een rijk religieus erfgoed uit de middeleeuwen weten te behouden. De stad is vooral beroemd omdat hier Syagrius, de laatste romeinse bevelhebber van Soissons in 486 door koning Clovis van de Franken werd verslagen

Aangekomen bij het grote plein waar de gotische kathedraal Saint-Gervais-et-Saint Protais uit de 12de-13de eeuw staat was net de kranslegging bij het oorlogsmonument afgelopen. Wij zijn de kerk even ingelopen (uiteraard met mondkapje) en de kerken in Frankrijk blijven indrukwekkend. Slenterend door de stad kwamen we bij de voormalige abdij Saint-Jean-des-Vignes opgericht in 1076. Hiervan zijn nog enkele opmerkelijke overblijfselen te zien, zoals de indrukwekkende voorgevel van de abdijkerk, de eetzaal uit de 13de eeuw en twee galerijen van de gotische kloostergang.

Helaas was verder alles gesloten dus hebben we maar bij de bakker gebakjes gehaald en die bij terugkomst in de camper opgegeten voor we onze reis hervatten. Onze volgende stop zouden de tuinen van Viels-Maisons zijn, maar daar aangekomen was ook die gesloten omdat de eigenaar van de tuinen overleden was. Dan maar verder naar ons einddoel van die dag; Provins; waar we op de CP bij het stadje net buiten de stadspoort konden parkeren en overnachten met om ons heen de stadswallen en graanvelden. Heerlijk rustig dus!

Janny is âs middags even het stadje ingelopen, (ondertussen kon Roland even het alarm nakijken, die het de ene keer wel en dan weer niet deed) maar vanwege de grote drukte (i.v.m nationale feestdag) weer snel terug gelopen naar de camper en hebben we âs avonds en de dag erna kunnen genieten zonder alle drukte van Franse toeristen. Provins staat op de Unesco werelderfgoedlijst en heeft haar rijke verleden als oude hoofdstad van de graven van Champagne en marktstad een prachtig erfgoed overgehouden en deze landheren uit de 12de en 13de eeuw konden vanuit hun sterke vesting zich meten met de koningen van Frankrijk. De graven waren de eerste die in hun rijk een vrijgeleide invoerden die de reizende kooplieden recht gaf op bescherming door soldaten. Dankzij deze garantie, werden de markten van Provins de belangrijkste van Europa. In de kapittelkerk Saint -Quiriace vroeg Jeanne âd Arc op 3 aug. 1429 aan Karel VII om zich in Reims te laten kronen tot Koning.

Ook de Damascus roos meegebracht door Thibaud de Zanger, de graaf van Champagne en bekwame ridder, na een van zijn kruistochten is heden ten dage nog steeds aanwezig in dit kleine pittoreske stadje waar wij met veel plezier hebben rondgewandeld. Dat deze middeleeuwse stad die nog volledig ommuurd is, zo goed bewaard is gebleven komt doordat in de 14de eeuw de handelsroutes veranderden met een langzame verdwijning van de markten tot gevolg, waarna epidemieën, oorlogen e.d lijden tot het verval van de stad en werd het lange tijd een geïsoleerd dorp in een landelijke omgeving.

Tegen 14.00 zijn we vertrokken uit Provins en via de Voie de la Liberte 1944 route naar Montigny-sur-Loing gelegen aan de rand van het woud van Fontainebleau, een van Frankrijks mooiste kastelen (vinden wij) en langs de oevers van het rustige water van de Loing, wat heel wat impressionistische dichters en schilders heeft geĂŻnspireerd en waar ook nu langs de oever menig schilder zijn talent op doek aan het uitleven was.

Toen we aan kwamen rijden was het meteen wauw..wat mooi en vervolgens oehhhh...toen we meteen door een smalle stadspoort , meteen scherp rechtsaf moesten, maar Roland doet dat zonder blikken of blozen!!
Lastiger was het om een parkeerplek te vinden want er stonden erg veel bomen en daar pasten we net niet onder, maar uiteindelijk konden we aan een doorgaande weg langs de kant de camper parkeren om vervolgens even het dorpje in te lopen.
Na een uurtje weer vertrokken naar Nemours waar we op een prachtige CP aan het water staan. Tot nu toe hebben we steeds mooi weer gehad. Afgelopen nacht een regenbui en onderweg ook een klein buitje, maar de temperatuur schommelt steeds tussen de 22 en 25 graden en in de avond koelt het wat af dus prima weer! Onze volgende bestemming is Orleans!

De aanvullende foto? staan sinds 16 juli 2020 op de fotosite (Ook te vinden hiernaast in de kolom rechts onder Links)
En Route!
Solre-le-ChĂąteau, de plaats waar één van de stamoudbetovergrootvaders van Janny in de 12e eeuw is geboren, was onze eerste etappeplaats. Het dorpje heeft sinds vorig jaar zijn gemeentelijke camping ingeruild voor een camperstandplaats voor 14 campers en wij stonden er op een gegeven moment met 9 campers: 3 Belgen, 5 Fransen en wij. Vanwege Corona was het toiletgebouw gesloten. Maar dat hadden we ook verwacht. Solre is bekend om zijn scheve torenspits. De legende doet de ronde dat bij de bouw de duivel heeft geprobeerd om de torenspits om te blazen hetgeen hem niet gelukt is. Naar alle waarschijnlijk is het feit dat de klok van een paar duizend kilo, niet precies in het midden hangt waardoor de torenspits tijdens het âzettingsprocesâ (hij is immers van hout) enigszins uit het lood is gaan staan. Het is wel een heel merkwaardig gezicht.

Van het voorouderlijk kasteel is helemaal niets meer over na twee verwoestingen. De eerste in 1473 en de tweede verwoesting was heel degelijk: in 1793, op het hoogtepunt van de Franse Revolutie is het kasteel volledig afgebroken en werden de stenen als bouwmaterialen voor de burgerwoningen in Solre gebruikt. Er is nog een pentekening bewaard gebleven van het kasteel uit de 18e eeuw, dus we weten wel hoe het er ongeveer heeft uitgezien.
Solre-le-ChĂąteau ligt midden in het Parc Naturel Regional de lâAvesnois, een gebied dat gekenmerkt wordt door licht glooiende heuvels, beboste weiden, loofbossen, graanvelden en kronkelende riviertjes. Kortom een coulissenlandschap. Op de tweede dag van ons verblijf hebben we een 12 km lange wandeling gemaakt aan de hand van een door de VVV uitgezette route: het Circuit de Bois de GroĂ«z. Het was een pittige wandeling met een flink aantal klimmetjes. Onderweg kwamen we een verdwaalde mountainbiker tegen en nog een stuk of vier wandelaars, maar voor de rest waren we één met de natuur. Het laatste stuk van de wandeling ging over de Route Verte dâAversnois, een opgebroken spoorlijn die nu omgetoverd is tot een fiets- en wandelroute, iets dat je de laatste tijd veel ziet gebeuren in Frankrijk, Spanje en Portugal.

Maandag 13 juli 2020 eerst even boodschappen gedaan in Solre bij de plaatselijke supermarkt omdat morgen, 14 juli en de Nationale Feestdag, in Frankrijk waarschijnlijk niet veel supermarkten open zullen zijn. Vervolgens naar het 70 km verderop liggende Saint-Quentin dat we al laverend tussen de tractors met binnengehaald graan na 1,5 uur bereikten. We vonden een plekje op de prachtig aangelegde camperplaats daar. Saint-Quentin is in de Eerste Wereldoorlog bijna geheel verwoest en vervolgens in het tijdperk tussen de twee wereldoorlogen werd opgebouwd met de toen geldende bouwstijl: Art-Deco. We hadden ons er veel van voorgesteld, maar je kwam maar enkele sober uitgedoste panden tegen; laten we zeggen dat het Art-Deco was met de Franse slag. De kathedraal van de stad heeft ook veel schade opgelopen in de oorlog maar gelukkig hadden ze tevoren de 13e eeuwse gebrandschilderde ramen in veiligheid gebracht. Deze zijn weer teruggeplaatst en je kunt ze weer bewonderen. De: kathedraal is niet zo heel erg groot: het schip is 123 meter lang, 52 meter breed en 34 meter hoog en is in de 13e eeuw voltooid.

Het grote plein waar je normaal in het hoogseizoen over de koppen loopt, kost het vandaag geen enkele moeite om aan âsocial-distancingâ te doen, waarbij in Frankrijk de afstand van 1 meter geldt. Overigens worden door de mensen op straat veel meer mondkapjes gedragen dan wij gewend zijn, waarschijnlijk omdat het in winkels en het openbaar vervoer verplicht is. Ook de kathedraal was âcorona-proofâ ingericht met bankjes voor families, alleenstaanden en voor koppels, netjes twee aan twee neergezet.
Naast Art-Deco is Sant-Quentin ook bekend als Kunst- en Cultuurstad van de Picardie, maar wij zagen het er niet aan af. Omdat de temperatuur al aardig begon op te lopen richting het eind van de twintig graden besloten we om door het Parc des Champs, een park aangelegd op de plaats van de oude vestingwerken van de stad, beschut onder grote beuken door, naar de camper terug te wandelen en onze tocht naar Coucy-le-ChĂąteau Auffrique te vervolgens.

Via een kleine âdeviationâ van zoân 20 kilometer wegens wegwerkzaamheden kwamen we bij Coucy aan vanuit het Noordoosten en moesten we dwars door het kleine stadje om op de camperplaats te komen. Nu is Coucy een versterkt middeleeuws stadje met een nog intacte vestingmuur en poortgebouwen en die zijn berekend op middeleeuwse kar en paard en een stuk minder op een camper. De doorgang in het poortgebouw was 2 meter 30 breed en 3 meter 30 hoog, maar omdat wij 2 m 25 breed en 3 m 2o hoog zijn, past dat nĂšt! De camperplaats ligt beneden in het dal en je ziet het kasteel â of wat daar nu nog van over is â vanaf de camperplaats. Na het avondmaal zijn we naar boven gelopen om het stadje te verkennen, dat op de lijst van de 155 mooiste dorpen/stadjes van Frankrijk prijkt. Na de flinke klim van een dik half uur viel de schoonheid van het dorpje een beetje tegen; misschien zijn wij te verwend geraakt door de jaren heen. We hebben er een uurtje rond geslenterd om vervolgens, genietend van het uitzicht over het dal, weer terug te kuieren naar de camper. Morgen gaan we dieper Frankrijk in. Voor aanvullende foto's in het foto-album zullen jullie nog even moeten wachten; de internet-verbinding in dit stukje dun-bevolkt Frankrijk is aap-slecht.
