Walvissafari in Andenes
Op 26 mei vertrokken we ’s morgens vroeg met een stralend zonnetje vanuit Lødingen om naar Andenes op Andøya, onderdeel van de eilandengroep Vesterålen te rijden, zo’n 155 km verderop. Op de vakantiebeurs in Utrecht afgelopen januari hebben we daar bij het Noorse verkeersbureau een Italiaan in Noorse dienst gesproken die ons aanraadde om – als we toch naar de Lofoten gingen – even een omweg te maken naar Andenes om daar op walvis-safari te gaan. Zij gaven een 100% garantie: mocht je op die safari geen walvis spotten, dan mocht je de volgende dag voor niets mee, net zo lang totdat je er wel een gezien had. Nou lijkt het ons wel wat om zo’n visje – pardon zoogdier – van een meter of 20 van nabij te zien. Om in Andenes te geraken moesten we wel eerst op dat eiland zien te komen en dat gaat niet anders dan via de Andøyabrua, een brug met een overspanning van slechts 110 m maar wel van zeeniveau naar een hoogte van ruim 30 meter om de Hurtigurten zeeschepen er onder door te kunnen laten varen. Als je er vlak voor staat lijkt het alsof je steil omhoog moet. Op de weg daar naar toe reed een duitse camper al kilometers lang voor ons met de ontzagwekkende snelheid van 60 km/uur; da’s niet erg als je door een mooi landschap toert met weinig verkeer maar als je een brug met een hellingspercentage van meer dan 10% over moet, heb ik liever wat meer vaart. Dus toch maar even vlak voor de brug aan de kant gewacht en een paar keer diep adem gehaald.

In Andenes hebben we midden in het centrum en aan de vissershaven een plekje voor de aankomende nachten gevonden. Andenes is een groot dorp voor Noorse begrippen met kleine houten huisjes die alle uitstralen dat ze een harde winter moeten doorstaan. Er is één winkelstraat met een paar supermarkten en een bakker. Vlak bij onze standplaats stond een huis waar wel een vijftal koppels zeemeeuwen hun nesten hadden gebouwd op en aan de gevel; het was een geschreeuw van jewelste als één van de ouders aan kwam vliegen met gevangen prooi. Er zaten drie nesten boven een slaapkamer-raam; je zou welhaast gek worden van dat constante geschreeuw, maar misschien zijn de bewoners daar wel aan gewend geraakt.

’s Middags hebben we gefietst en kwamen we dezelfde Nederlanders tegen die in Finland naast ons op de camping stonden, ook zij waren in Andenes voor de walvis-safari.
De volgende dag om half een kregen we een rondleiding door het walvismuseum waar we uitleg kregen over het leven van de walvissen. We hebben niet veel nieuws gehoord (dankzij National Geografic), maar het sluitstuk was wel aardig: een skelet van een volwassen potvis van zo’n dikke 20 meter. Zijn schedel is zo lang dat je daar wel languit in kunt gaan liggen.

Vervolgens gingen we de boot op voor een tocht van een uurtje of drie. Gelukkig stond er slechts een flauw briesje van windkracht 4, maar desondanks waren er toch een paar aan boord die na een tijdje de vissen gingen voeren. Wij behoorden daar gelukkig niet toe. We hebben twee potvissen gespot. Potvissen kunnen tot wel een uur onder water blijven en tot een diepte van 2000 meter duiken. Als ze dan weer boven komen hebben ze zo’n 10 tot 20 minuten nodig om “weer op adem” te komen; al die tijd blazen ze stoom af – bijna letterlijk want ze spuiten water omhoog door hun luchtgat – en dobberen ze aan de oppervlakte. Het meest spectaculair is het moment waarop ze weer naar de diepte duiken; als laatste verdwijnt hun flipper onder water. Onze kapitein bracht ons in beide gevallen tot wel een meter of 10 bij de potvis waardoor je goed zicht had op die enorme beesten.


Vervolgens weer over de Andøyabrua – maar nu vanaf de minder steile kant – en de toeristische route over de Lofoten op. We staan nu bij Laukvik, een zeer klein visserdorpje waar de kabeljauw volop aan de rekken hangt, evenals de vissenkoppen zelf. Die laatste gaan naar Afrika waar ze er vissoep van maken. Wij hebben onze camper vlakbij de haven neergezet en inmiddels staat er nog een Nederlander en een Grote Brit met hun camper bij; staan we in ieder geval vannacht niet moederziel alleen.

De laatste foto's staan in Week 5 op Flickr (zie de link in de rechterkolom).
Van het uiterste Noorden naar de Lofoten
Gezien het feit dat het weer hier ineens om kan slaan, kan het gebeuren dat je je plannen moet laten varen. Zo ook onze geplande wandeling op Slettnes. Al bij het wakker worden hoorden we de wind (kracht 7 zo bleek uit de berichten) flink tekeer gaan en de zon zat achter een dik grijs wolkendek. We besloten te vertrekken omdat je toch een flinke route af moet leggen waarbij je niet zit te wachten op onstuimig weer. Na een aantal kilometers begon het dan ook te regenen, gelukkig was het heel rustig op de weg. We hebben wél twee auto’s gezien de eerste 100 km dus we konden in ons eigen tempo onze weg rustig vervolgen en genieten van de prachtige omgeving. De regenbui was gelukkig maar van korte duur. Maar hoe mooi we het in dit gebied ook vinden, we zouden er voor geen geld willen wonen. Alleen al niet vanwege het feit dat ze hier geen zomer hebben en de lange afstanden die je moet afleggen voor je ergens bent . Kilometers lang zie je geen huis en dan opeens zie je er weer een paar staan. Ook zie je soms ineens langs de weg een sneeuwscooter staan terwijl er geen huis te bekennen is in de omgeving. (Neem niet aan dat die voor de rendieren zijn ;-)

Je vraagt je af waar de mensen die zo afgelegen wonen van moeten leven. En wat kunnen wij mopperen als we paar kilometer verder moeten rijden voor een boodschap. Kaal verwend zijn we in Nederland!
Rond 14.00 waren we in Lakselv waar we, nadat we getankt hebben de camper aldaar op de parkeerplaats hebben neergezet voor de rest van de dag en nacht. Het was inmiddels al weer een poos droog dus de wandelschoenen gingen aan en zo kwamen we de tijd wel om.
De volgende ochtend had de grijze lucht zijn jas verwisseld in helderblauw met hier en daar wat wolken en volop zon. Het was weer een buitengewone mooie route, dan weer langs de kust met de helderblauwe zee, dan weer door besneeuwde landschappen of door een loofbomengebied, je raakt niet uitgekeken.

Ons eindpunt van deze dag was Alta. Bij het museum hebben we de camper geparkeerd en geluncht. Het was inmiddels zo’n 24 graden dus de jas kon in de kast blijven hangen. Het museum van Alta staat sinds 1985 op de UNESCO Wereld Erfgoed Lijst vanwege zijn rotstekeningen.

De eerste rotstekeningen werden in het najaar van 1973 ontdekt. Het aantal wordt nu geschat op circa 6000. Ze liggen in ongeveer 100 groepen van vier verschillende gebieden, waarvan Hjemmeluft/Jiepmaluokta het grootste gebied is. Omdat de vegetatie hier enkele generaties nodig heeft om te herstellen als het vertrapt is zijn de groepen in dit gebied verbonden door houten voetpaden. Een gedeelte van de rotstekeningen heeft men roodbruin geschilderd omdat ze anders moeilijk te zien zijn. De kleur is bijna hetzelfde als de roodbruine okerkleur die gebruikt werden voor de grottekeningen. De rotstekeningen zijn ongeveer tussen de 2000 tot 6000 jaar oud al naar gelang de stijging van het land na het verdwijnen van het Scandinavische landijs. Ze bevinden zich tussen 8,5 en 26,5 m boven de zeespiegel. Het gesteente is een licht grijsgroene zandsteen, massief en hard met een hoge kwartsinhoud en is ongeveer 1800 miljoen jaar oud en de figuren werden met een beitel van steen erin gebeiteld waar ze elders in grotten op de rotsen werden geschilderd. Meestal vonden er bij deze plaatsten rituelen plaats.
Door het mooie weer en de prachtige omgeving was het een mooie en leerzame wandeling. Hierna hebben we het museum binnen bezocht en waren we net op tijd weer in de camper toen het begon te regenen.
Onze volgende etappe begon ook met wat kleine buitjes, maar die waren van korte duur. We hebben deze dag flink wat kilometers gemaakt, mede door het feit dat er in mei nog heel veel campings gesloten zijn en je langs de fjorden heel weinig plaatsen hebt waar je kunt overnachten. Maar de uitzichten waren fenomenaal dus het was beslist geen straf. Onderweg hebben we een aantal roofvogels gezien en een eland gespot, waarvan akte ;-)


We vonden een aardig plekje in Nordkjosbotn (je breekt je tong over de namen hier) op een parkeerplaats tegenover een winkel en vanavond staat er rendierenworst op ons menu met Nederlands asperges, die we hier gekocht hebben. Naar buiten kijkend zien we voor ons de besneeuwde bergen met laaghangende wolken en achter ons de bergen met volop groene bomen, het contrast blijft groot, maar dat is het verrassende van Noorwegen.

Met regen werden we wakker en de eerste kilometers bleef dat ook zo. De rit naar de Lofoten verliep voorspoedig, wel een kort oponthoud van zo’n 20 minuten omdat ook hier wegwerkzaamheden moeten gebeuren en aangezien er maar een weghelft dan in gebruik is zit er niets anders op dan te wachten, maar zoals overal in Noorwegen gaat dit goed georganiseerd en zonder haast.
Tegen 14.00 uur kwamen we aan in Lødingen, een klein havenstadje aan het einde van dit eiland. We staan op een prachtige beschutte plek met uitzicht op de zee en de haven. En na een stevige wandeling is het goed te ruste!

Wij zijn bijna 4 weken onderweg en die zijn omgevlogen. We willen onze volgers bedanken voor jullie leuke reactie’s. Op naar de volgende 4 weken. De laatste foto’s staan op Flickr in het album Week 4; morgen beginnen we aan Week 5, de Lofoten.
Slettnes Fyr
Vanmorgen waren we vroeg wakker zodat we tegen 9 uur lokale tijd al weer op weg waren, nu naar Noorwegen naar het 175 km verderop gelegen kleine plaatsje Tana Bru, hetgeen niet meer of minder betekent dan Brug over de Tana. Veel meer is het eigenlijk ook niet. Omdat in ons boekje stond dat je beter in Noorwegen boodschappen kunt doen dan in Finland want Finland zou duur zijn, zijn we in Tana Bru gestopt voor de kleine boodschappen: wat verse groente, vlees en dergelijke voor de komende dagen. Nou, daar schrokken we wel even: € 4,00 voor één hele courgette, € 7,50 voor een kleine bloemkool en zo nog een paar prijzen voor verse groenten die welhaast twee keer zo duur waren als in Nederland en Finland. We hebben ons dus wat beperkt.
Vervolgens zijn we twee kilometer teruggereden naar de camperplaats van Tana Bru, bovenop een heuvel naast de E4 met uitzicht op de brug; er was ook een droog-toilet aanwezig (een toilet zonder spoeling). Wat openbare toiletten betreft kan Nederland nog heel veel leren van de Scandinvische landen, zelfs in the middle of nowhere kun je naar het toilet. Na de lunch keken we mekaar aan met zo’n blik van “wil jij hier de rest van de dag staan?” waarop we besloten om verder te rijden om vervolgens, als we een leuk plekje zouden zien, daar voor de nacht te gaan staan.

De weg volgde eerst de rivier de Tana maar al gauw moesten we linksaf, de heuvels op; hoe meer we stegen, hoe witter de wereld werd. De weg wordt in de winter in colonne gereden achter een sneeuwschuiver aan en de weg kan dan ook met een slagboom worden afgesloten. Gelukkig stond de slagboom open; later kwamen we er achter dat zelfs nog tot half mei dit in colonne rijden verplicht kan zijn. We hebben dus eigenlijk geluk, want de weg is nu nog maar een paar weken individueel toegankelijk. Op de parkeerplaatsen aan deze weg stonden veel auto’s en campers maar we vroegen ons af waar de mensen waren; in de wijde omtrek geen levende ziel te bekennen, totdat we op een gegeven ogenblik een stel mensen midden op een bevroren meer zagen die kennelijk aan het ijsvissen waren. Onderweg zagen we ook verschillende kuddes rendieren en het blijft een prachtig gezicht. Voor het eerst zagen we ook een paar jonge kalfjes erbij. De route was geweldig mooi om te rijden.


Waar ze nu op de Noordkaap met 1000 tegelijk staan, (want iedereen op de camping vertrok vanmorgen die kant op)staan wij hier “moederziel” alleen. Dat vinden wij in het geheel niet erg. Toen wij uit de camper stapten om naar de vuurtoren te lopen – zo'n 50 meter – kruiste een vos ons pad; Janny kreeg hem voor de camera en kon er dus een aantal plaatjes van schieten. Ook zag ik een veelvraat weg schieten tussen de rotsblokken en kon Janny nog een sneeuwgors op de gevoelige plaat vastleggen. Kijk, dat missen al die mensen op de Noordkaap nu, die kijken naar elkaar en voor de rest over het hetzelfde stukje zee als wij



Morgenvroeg lopen we het natuurgebied hier in en dan zakken we vanaf morgenmiddag weer langzaam naar het zuiden in afwachting van al het moois dat de Noorse kust ons nog te bieden heeft.
Adjö Zweden, Bures boahtin Finland
Ondanks dat het de bedoeling was om nog een dag langer in Zweden te blijven, besloten we al rijdende door te rijden naar Finland om de eenvoudige reden dat de camperstandplaats niets te bieden had. Het nabijgelegen natuur/wandel gebied was vanwege het moerasgebied en de hoge waterstand niet echt uitnodigend om daar te gaan wandelen in deze periode van het jaar.

In Pajala hebben we onze lunch genuttigd en wat gewandeld om vervolgens naar onze volgende stopplaats te rijden in Sirkka. In Finland veranderde het landschap al snel in loofbossen en meer landbouwgrond. Kleine gehuchten van zo’n 10 huizen en dan weer kilometers niets.
Tegen 15.00 uur arriveerden we in Sirkka waar we op een parkeerplaats tegenover de plaatselijke nog gedeeltelijk met sneeuw bedekte skihelling onze camper neer gezet hebben. Waar dit in de winter een druk en overvol stadje zal zijn, leerde een rondwandeling ons dat het na het ski-seizoen compleet uitgestorven was. Behalve een paar winkels die open waren, was er geen enkele activiteit te bespeuren hier. Het zomerseizoen begint over een paar weken pas. ’s Avonds was er een prachtig kleurenspel van allerlei tinten rood en geel te zien in de lucht.

Toen we om 1.00 (in Ned. was het toen 24.00) naar bed gingen kon je buiten de krant nog lezen, zo licht was het nog. Het blijft een vreemde gewaarwording, maar gelukkig slapen we goed.
De dag er na scheen de zon weer volop en dat was voor het traject dat we moesten rijden maar goed ook want na een aantal kilometers van de in totaal 175 (en er gaat maar een weg richting Inari) veranderde de weg in een breed zand/kiezel pad en dat zou zo 50 km blijven. Je moet er niet aan denken dat je die weg met een fikse regenbui moet rijden.

Aangekomen in Inari vonden we al vrij snel de camping aan een van de 18.000 meren die Finland rijk is. Later op de dag kwamen er wat meer bezoekers waarvan uiteindelijk twee Nederlandse stellen, dus we waren dik in de meerderheid. Ook troffen we hier een Duitser,die met zijn tentje op de fiets door Finland trok.

We hebben nog een km of 20 in de omgeving gefietst en voor het eerst sinds 3 weken hebben we ’s avonds regen gehad. We hebben ons overigens kostelijk vermaakt met twee sneeuwhazen die elkaar constant op het terrein achterna zaten.

Inari ligt in Lapland, 320 km ten noorden van de poolcirkel en telt slechts 459 inwoners; het is desalniettemin een verzamelplaats van allerlei winkels voor de gehele gemeente. Het is de meest uitgestrekte gemeente van Finland met zijn ruim 15.000 km2 en daarmee even groot als de provincies Groningen, Friesland, Drenthe en Overijssel bij elkaar; de bevolkingsdichtheid is 1 inwoner per 30 vierkante kilometer en dan kun je een wel heel erg grote achtertuin hebben voordat je bij het schoffelen die van je buurman bereikt! In Inari is ook het parlement van de Sami gevestigd, een nomadisch oervolk dat al meer dan 9000 jaar het noorden van Noorwegen, Zweden, Finland en een deel van Noord-Rusland bevolkt. We zijn er niet achter gekomen welke bevoegdheden dit parlement heeft; de Russen, Finnen, Zweden en Noren zullen immers niet voetstoots bevoegdheden overgedragen hebben aan de Sami.
Op onze laatste dag in Fins-Lapland hebben we een cultureel centrum bezocht over de geschiedenis van de Sami. Hun oorsprong ligt in het Oeralgebergte.Het rendier heeft een belangrijke plaats in de Samicultuur. Hij is leverancier van warmte, vlees, melk, huiden voor kleding en onderdak, hoorn voor gereedschap en trekkracht, het aantal rendieren bepaalt de status en rijkdom van een kudde-eigenaar. Ook de loslopende rendieren die we onderweg tegenkomen zijn eigendom van een sami. Van de ca 80.000 Sami zijn er nu nog geen 3000 rendierhouder.

Door het gebruik van sneeuwscooters en terreinwagens, het kleiner geworden graasgebied door bos- en mijnbouwbelangen en door waterkrachtwerken vriezen nu niet alle meren meer dicht, zodat de oeroude trekroutes voor de Sami en hun rendieren zijn verdwenen. Ook hun religie het animisme, waar natuurlijke elementen hun eigen geest hebben, is onder dwang verdrongen door het christendom, kortom hun cultuur is ontwricht.
Heden ten dage kleedt een Sami zich niet meer traditioneel, wonen in moderne huizen, hebben een auto en een gewone baan en op de scholen krijgen de kinderen niets meer te horen over de de Sami-cultuur.
Voor ons was het erg boeiend om zowel binnen als buiten kennis te maken met deze cultuur.
Morgen gaan we de grens over naar Noorwegen!
Poolcirkel, bevroren meren en sneeuwhazen
Na weer een voortreffelijke nachtrust, watertank gevuld en boodschappen gedaan waren we klaar voor de volgende etappe.


Op een kampvuur hebben we onze avondmaaltijd klaar gemaakt en het bleef nog lang lekker warm daar.

Vandaag hebben we bijna 200 km afgelegd; oorspronkelijk was de etappe 144 km lang tot Porjus waar we op een door de elektriciteitsmaatschappij Vattenfall aangelegde camperplaats zouden overnachten maar omdat onze eerste gas-tank afgelopen zaterdag al leeg raakte, besloten we door te rijden naar Gällivare waar volgens de ANWB een gasvulstation zou zijn die onze Nederlandse gasfles met propaan zou kunnen vullen. Op weg daar naar toe overschreden we na 100 km de poolcirkel. De poolcirkel is de denkbeeldige lijn om, in ons geval, de Noordpool waar de zon één dag per jaar niet onder gaat (en in de winter één dag niet opkomt). Het aantal dagen per jaar dat de zon niet opkomt of niet ondergaat, wordt groter naarmate je vanaf de poolcirkels in de richting van de polen gaat. Nu wordt als poolcirkel vaak de 66,5 breedtegraad genoemd, maar dat is slechts bij benadering juist. Door de schommelingen van de aardas (onze aarde wiebelt een beetje) ligt deze cirkel soms iets noordelijker, dan weer wat zuidelijker; in 18 jaar verschuift de poolcirkel maximaal zo’n 600 meter. Ieder jaar heeft dus een eigen poolcirkel en gemiddeld ligt die op een breedte van 66,5

Een stukje verder op weg naar Gällivare zagen we tot onze verrassing een sneeuwhaas de weg over schieten; hij had zijn winterjas nog aan, maar zijn zomervacht was al te zien. Even daarvoor hadden we ook al een eland langs de weg zien grazen.Verder was de weg tamelijk eenzaam: in een uur slechts 6 tegenliggers.

We staan nu op de camping in Gällivare met WiFi, toiletgebouw met wc, douche èn sauna én uitzicht op de besneeuwde bergen. Morgen kunnen we weer uitgerust verder voor de laatste etappe in Zweden.
Voor de liefhebbers: we hebben onze laatste foto’s als aanvulling op week 3 op Flickr gezet.
Meeting Rudolph in Lapland
De zon scheen weer volop toen we rond 9 uur vertrokken voor onze volgende etappe. Al bij het samenstellen van de route hadden we zo onze twijfels of de Wildernisroute, die we na Östersund zouden willen volgen wel open zou zijn; helaas was dat niet het geval zodat we onze route over de E45 vervolgen naar Vilhelmina (scheelt zo’n 500 km). Na zo’n 100 km reden we Lapland binnen waar drie steden Frederika, Dorotea en Vilhelmina op een rijtje liggen die aan het eind van de 18e eeuw werden gesticht en genoemd zijn naar de drie voornamen van de vrouw van koning Gustaf IV Adolf. Ze liggen langs de Inlandsvägen (E45) en de even belangrijke spoorlijn Inlandsbanan. Dorotea noemt zich de poort naar Lapland.


In Vilhelmina vonden we een camping aan een groot meer. Ondanks de temperatuur was het in de zon toch aangenaam om buiten te zitten (thuis zou je er nog niet aan denken!), maar zodra de zon achter de wolken was voelde je de koude noorderwind.

Toen we na de teleurstellende uitslag van het songfestival om 0.30 naar bed gingen was het buiten nog behoorlijk licht, het blijft een gekke gewaarwording dat het in deze tijd van het jaar niet donker wordt hier.

Pinksterzondag werden we wakker van de felle zon en toch was het maar 0 graden, al voelde het warmer. Na het ontbijt hebben we de wandelschoenen aan gedaan voor een flinke wandeling door Vilhelmina en het hoger gelegen Kyrkberget bos waar we Tallus en Tallina ontmoeten, twee houten trollen die het startpunt van de wandelroute zijn.


Vilhelmina zelf heeft weinig te bieden, in 1921 is meer dan de helft van het stadje afgebrand door een niet goed schoongemaakte schoorsteen. In de jaren 60 is er begonnen met het opbouwen van een aantal oude cottages. Verder is er een klein museum waar o.a een ski uit de 4e eeuw te zien is. Tijdens WO II vluchtten er 48.000 Finnen uit Kittälää naar het neutrale Zweden, waarvan er 900 terecht kwamen in Vilhelmina. Hieronder bevonden zich 530 kinderen, vrouwen, oude mensen en een aantal mannen. Omdat er kort na hun aankomst 36 kinderen tussen 5 mnd en 6 jaar stierven (voornamelijk aan difterie en dysenterie) heeft men ter nagedachtenis een Gedenksteen met de namen geplaatst op het kerkhof nabij de houten kerk uit 1834.

(Ter info: zowel Janny als Roland schrijven de verhalen op deze site

Vallende temperaturen
Vanaf Stockholm gaan we langzaam maar zeker naar het Noorden en laten we beetje bij beetje de (meer) bewoonde wereld achter ons. Wel probeerden we nog even Uppsala aan te doen, een stad ter grootte van Utrecht, maar we vonden in het stadscentrum helaas geen parkeerplaats die groot genoeg was om de camper te stallen zodat we een bezoek aan die stad moesten schrappen. In Gävle, zo’n 175 km ten noorden van Stockholm, vonden we een gratis gemeentelijke camperplaats aan de jachthaven met een stroomaansluiting; daar hebben we de camper neergezet om vervolgens de oude binnenstad te voet te verkennen.


De volgende morgen weer vroeg op (de zon kwam al voor zessen op) om verder de E4 af te rijden naar Sundsvall. Onderweg zag Janny de eerste wilde eland in het bos staan, hopelijk volgen er nog vele. Verder voert de weg schier eindeloos door eeuwige naaldbossen met veel meren en hier en daar een boerderijtje.

In Sundsvall waren de camperplaatsen in bezit genomen door heel veel zigeunerfamilies en dus zijn we maar verder getrokken, (nadat we een poosje hebben staan praten met een echtpaar uit St.Oedenrode die in Jannesland een camping exploiteren) nu oostwaarts in de richting van de E45, die door de zweden zelf de Inlandsvägen (Binnenlandsweg) wordt genoemd. In het kleine plaatsje Stöde vonden we een camperplaats aan de rand van het meer, waar we de nacht “in het wild” door hebben gebracht. In Scandinavië mag je op grond van het Allemansrätten (het allemansrecht) onder voorwaarden op elk particulier terrein van de natuur genieten en daar kamperen. ’s Avonds hebben we tijdens een regenbuitje naar de tweede halve finale van het Eurovisie Songfestival gekeken (op de zweedse tv) en daarna uitstekend geslapen; dat laatste mede omdat we wel heel erg rustig stonden.


Wat ons nog meer opgevallen is hier in Zweden: Op elk tijdstip van de dag (vanaf 7 uur in de morgen) zie je overal joggers, mensen op weg naar het werk op de wielrennersfiets en met een rugzak met (naar wat wij vermoeden) de werkkleding. Daarnaast heeft kennelijk elk gezin een hond die ze overal mee naar toe nemen. Ook oude afgedankte auto’s worden als een relikwie naast of achter het huis geparkeerd zodat je bij sommige huizen de jaren 40-50-60 etc ziet staan. Opvallend ook zijn de grote gereviseerde Amerikaanse auto’s die we regelmatig tegen komen. Kortom, afwisseling genoeg.

Op Flickr zijn in Week 2 en 3 de laatste foto's geplaatst.
Welcom Turist, we spik Inglish

Soms zit het mee, en soms zit het tegen. Al vroeg kwamen we aan op de camperplaats midden in Stockholm, die deze dag voor het eerst weer geopend werd na de winter. Helaas waren ze nog niet klaar met alle voorzieningen, maar een vriendelijke jongedame wees ons een plek, en daarna hebben we meteen de fiets gepakt om op verkenning te gaan in de stad (binnen 10 minuten stonden we in de oude stad). De binnenstad van Stockholm is verdeeld over 14 eilanden die door 57 bruggen met elkaar zijn verbonden. Stockholm is desondanks perfect om met de fiets te ontdekken, door de hele stad liggen goede fietspaden en auto’s stoppen ook voor fietsers; zo kun je in relatief korte tijd heel veel van de stad zien. Te voet hebben we de oude stad verkend, smalle straatjes met kinderkopjes (behalve in het midden, daar liggen grotere stenen, die vroeger bedoeld waren voor de notabelen van de stad) Hoezo standsverschil? Na verschillende straatjes doorkruist te hebben kwamen we op het slotplein waar het Kungliga Slottet (koninklijk paleis) staat. Het is in Europa het grootste nog in gebruik zijnde paleis met 608 vertrekken.

Wel hebben we een kijkje kunnen nemen in de koninklijke kerk, waar o.a in 2010 kroonprinses Victoria is getrouwd. Blikvanger in deze kerk is de 3,50 m hoge beeldengroep uit 1489 van de heilige Joris met de draak en Maria.

We wilden graag ook de Ostermalms saluhall bezoeken; deze gigantisch grote markthal ligt in de chique wijk en hier is alles van topkwaliteit, van kleding tot etenswaren. Helaas…ook dat ging niet door, hij wordt op dit moment gerenoveerd. En zo kan het gebeuren dat je binnen korte tijd een aantal to do dingen ongewild van je lijstje af moet strepen.


We hebben in een korte tijd heel veel gezien en natuurlijk speelde het heerlijke zomerse weer ook mee, Stockholm is een bruisende, gezellige stad met vriendelijke mensen. Wij hebben er optimaal van genoten.