Groenlo, Grolle en Grolsch
Vanuit Ahaus is het nog een half uur rijden naar Groenlo en dus gaat daar onze volgende trip naar toe. Al jaren komen we in Groenlo op bezoek bij Roland zijn broer Eric en Anne-Marie, maar nu wilden we ook eens op ontdekking gaan in deze plaats met zijn rijke en bewogen geschiedenis. De meeste mensen kennen Groenlo alleen van de Grolsch fabrieken en toevallig wonen Eric en Anne daar waar de voormalige Grolsch fabriek stond en waar nu als herinnering nog een grote ketel staat.

We hebben in elk geval een paar hele gezellige dagen bij Eric en Anne. En we blijven nog een aantal dagen in de Achterhoek waar het zo ontzettend mooi is om te wandelen en te fietsen. Bovendien doen we ons eigen land tekort als we dat niet vernoemen in dit reisverslag.

Groenlo is ontstaan in het begin van de zevende eeuw, zo rond 610, toen de Saksen zich in de Achterhoek vestigden. De naam Groenlo refereert waarschijnlijk aan een groen loo, groen bos, dat in de buurt lag op hoger gelegen grond. (Germaans: Grõni- "groen" + lauha- "bosje op hoge zandgrond" In de loop der tijden treft men verschillende namen aan in boeken en op kaarten, zoals "Groenlo", "Groenloo", "Groonlo", "Gronlo", "Grol". De naam Groenlo is gebleven, terwijl in de volksmond "Grol" gezegd wordt.

Groenlo is gesticht aan de hoge kant van het riviertje de Groenlose Slinge.De noordzijde van de Groenlose Slinge was een lager gelegen gebied. Voor de rest lag rondom Groenlo een aantal moerassen waarvan de meeste in de loop der eeuwen zijn ontgonnen. De Saksen lieten zich niet makkelijk bekeren, zodat het tot de 9e eeuw geduurd heeft voor het Christendom zich hier kon vestigen. Waarschijnlijk zijn Ludgerus en metgezellen uit Münster verantwoordelijk voor de kerstening. Zo rond 809 ontstaat het kerspel Groenlo, met de eerste eenvoudige parochiekerk gewijd aan de heilige Calixtus. De Oude Calixtuskerk heeft de tand des tijds echter doorstaan, met de nodige reparaties.

Groenlo was als stad in belang gegroeid en was omringd door wallen en was één van de vijf stemhebbende steden binnen de Staten van het kwartier Zutphen. De stad vormde een handelscentrum aan de weg Duitsland - Holland, waardoor Groenlo profiteerde van Hanzekooplieden. Hierdoor ontstond er een bloeiend gildewezen, met ambachten, broederschappen en stichtingen. Vanwege haar welvaart moest Groenlo zich veilig stellen voor belagers.

In 1334 werd de stad ommuurd. In 1550 legde bouwmeester Marcelis Keldermans op last van keizer Karel V nieuwe wallen en grachten in een vijfhoekige versterking aan. Groenlo vormde in de 16e en 17e eeuw een sterke vesting, die als welvarende grensstad herhaaldelijk werd belegerd, vooral tijdens de Tachtigjarige Oorlog. In 1576 kwam Groenlo aan Staatse zijde. In 1580 viel de stad in Spaanse handen door de overgelopen George van Lalaing (Graaf van Rennenberg), stadhouder van de noordelijke gewesten. Na een onsuccesvolle poging in 1595, werd de stad in 1597 eindelijk door Maurits van Nassau heroverd voor de Nederlanden, waarna in 1606 Grol opnieuw heroverd werd door de Spaanse troepen onder leiding van Spinola.

In 1627 werd Grol definitief heroverd door Frederik Hendrik na het groots opgezette Beleg van Grol, één van zijn schitterendste wapenfeiten, door Hugo de Groot vereeuwigd in zijn Obsidia Grollae, alsmede door Joost van den Vondel in zijn lofdicht "Verovering van Grol door Frederick Henrick, Prince van Oranje".

Door de vele belegeringen met de daarmee samen gaande branden en vernielingen heeft Groenlo erg te lijden gehad, waardoor veel waardevol bezit verloren is gegaan. Hoewel de meeste versterkingen na 1672 zijn afgebroken, zijn in Groenlo nog steeds bastions, grachten en kanonnen te vinden. In het kader van historisch toerisme worden enkele oude vestingwerken in Groenlo en omstreken in ere hersteld.
Als stadje aan de grens werd Groenlo al vroeg op 10 mei 1940 door de Duitsers ingenomen, en de eerste Nederlandse krijgsgevangene van de oorlog werd er gevangengenomen. Tijdens de oorlog werden honderden Grollenaren gedwongen om 'schansen' te graven voor de Duitsers.Na Dolle Dinsdag werd de stad overspoeld door NSB'ers en namen de spanningen toe.

Op 24 februari 1945 werd de binnenstad van Groenlo getroffen door een Engels bombardement, waarbij meerdere slachtoffers vielen. Voor Groenlo eindigde de Tweede Wereldoorlog op 31 maart 1945, toen het door Britse militairen uit Ierland en Engeland van de Guards Armoured Division werd bevrijd.

Hieronder een foto van het brouwhuis waarin Pieter Cuijpers voor het eerst in 1615 zijn bier brouwde, het later bekende Grolsch.


De komende dagen stappen we lekker op de fiets in de omgeving van Vorden.
Het laatste stukje Duitsland
Bij ons vertrek uit Lüneburg was het nog mooi weer, maar naarmate we verder richting Nederland reden werd de lucht steeds donkerder en kon de regen niet uitblijven. Net na de middag zijn we neer gestreken in het pittoreske stadje Steinfurst in Noordrijn-Westfalen. Vanaf 15.00 klaarde het gelukkig weer op en konden de wandelschoenen weer aan.

Steinfurt is een gemeente in de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen en is tevens de naam van het voormalige Graafschap van die naam dat tot 1806 bestond. De stad Burgsteinfurt was de hoofdplaats van het graafschap Steinfurt. Beide namen, Steinfurt en Burgsteinfurt, werden en worden gebruikt voor de stad. De nederzetting Burgsteinfurt aan de Steinfurter Aa dateert van voor het jaar 1000. Met de bouw van een burcht door de heer van Steenvorde, Rudolf II, in het jaar 1129 nam de groei van de nederzetting toe.

Rond de burcht die de basis van de heerlijkheid Steinfurt vormde ontstond zo een gemeenschap van boeren, handwerkslieden en handelaren die in de jaren 1338 - 1347 beperkte stadsrechten verwierf uit handen van de heren van Steinfurt.

In 1536 verwerft de stad het volledige stadsrecht en worden gekozen burgemeesters, schepenen en raadsheren verantwoordelijk voor het bestuur. De leden van de stadsregering zijn afkomstig uit prominente families die meestal al generaties in de stad wonen. De bereikte stedelijke autonomie vindt zijn architectonische uitdrukking in de bouw van het Raadhuis in 1561.

Met het uitsterven van het geslacht Von Steinfurt in de 16e eeuw vererft de inmiddels tot graafschap verheven heerlijkheid Burgsteinfurt aan de verwante graven van Bentheim. De graven van Bentheim-Steinfurt gaan over tot het lutheraanse en later het calvinistische geloof. Het kleine graafschap Steinfurt wordt een calvinistisch eiland in het omringende katholieke prinsbisdom Münster. De graven van Bentheim-Steinfurt regeren over het graafschap tot 1806, in welk jaar het graafschap Steinfurt wordt opgeheven en opgaat in het door Napoleon ingestelde groothertogdom Berg. Met de restauratie in 1815 verliest Steinfurt zijn onafhankelijkheid definitief en wordt toegevoegd aan Pruisen. De graven van Bentheim-Steinfurt krijgen ter compensatie de titel 'vorst'. Nog steeds wonen op zowel de burcht in Bentheim als in Burgsteinfurt erven van de toenmalige vorst die zich bij naam 'Prins' van Bentheim-Steinfurt noemen maar geen prins meer zijn, daar Duitsland geen adellijke titels meer kent sinds de afschaffing van het keizerrijk.

Het fraaie, geheel door water omgeven kasteel, dat uit een Oberburg, een Unterburg en een watermolen bestaat, wordt nog steeds door de adellijke familie Von Bentheim-Steinfurt bewoond, en is sinds januari 2009 niet meer voor bezichtiging geopend. Een wandeling door de schilderachtige omgeving hiervan loont desondanks nog de moeite.

Een paar kilometer verderop ligt het stadje Ahaus wat we de volgende dag bezocht hebben en ligt vlak bij de grens met Nederland, ter hoogte van Enschede.

De belangrijkste bezienswaardigheid is het barokke waterslot van de bisschoppen van Münster. Het centrum van Ahaus is in de Tweede Wereldoorlog grotendeels verwoest.



Een heel mooie Hanzestad
Nadat we op maandag 27 juni uit Landskrona zijn vertrokken en van onze laatste Zweedse kronen getankt hebben zijn we richting Denemarken gereden en passeerden we weer diverse lange bruggen waaronder de Oresundbrug.

Ditmaal was er geen enkele controle bij de grens en konden we Denemarken binnen rijden. Je merkt het meteen aan de rijstijl van de automobilisten. Het tempo gaat weer onmiddellijk omhoog en dat is weer erg wennen.
De autobaan vanaf de grens naar Flensburg is niet bijster interessant en halverwege de middag stonden we weer op de parkeerplaats bij de supermarkt in Flensburg waar we weer menige dozen bier, cola e.d in de auto’s en vrachtwagens zagen verdwijnen. Wij hebben hier ook maar even ons Deens geld opgemaakt want anders ligt het thuis ook maar ergens in een laatje.

Het eerste wat ons meteen opviel waren de brandstofprijzen. Was het in de Scandinavische landen normaal om tussen de 1.35-1.45 per liter te betalen in Flensburg was dat 1.09 toen we aankwamen op dinsdag maar dat het snel kan veranderen zagen we toen we op woensdagmorgen gingen tanken en de prijs weer op 1.13 euro stond, maar altijd nog veel goedkoper.
Na een voorspoedige rit, voor zover dat kan rond Hamburg en met wegwerkzaamheden arriveerden we rond de middag in de mooie Hanzestad Lüneburg . Vlakbij de oude stad is een camperstandplaats zodat we te voet de stad konden verkennen. Lüneburg is een meer dan 1000 jaar oude hanzestad. Het is met zijn gebouwen en huizen uit de gotiek, renaissance en barok een van de mooiste steden van Duitsland. Een groot deel van de gevels is in baksteen uitgevoerd.

De eigenlijke stichter van de stad was Hermann Billung, die in 951 van koning Otto I het hertogdom Saksen in leen kreeg. Billung liet op de 58 meter hoge Kalkberg een kasteel bouwen en stichtte ook het benedictijnenklooster St. Michaelis. In 956 verleende Otto I Lüneburg het recht om belasting te heffen over het zout dat uit de bodem gewonnen werd. Er was veel vraag naar zout, dat in die tijd vooral voor het conserveren van levensmiddelen gebruikt werd. Men voerde de zoutproductie steeds verder op en dat legde Lüneburg geen windeieren. Het grootste deel van het zout werd met paard en wagen over de weg naar Lübeck gebracht en vandaar per schip naar Scandinavië en Rusland vervoerd.
In het centrum van de oude binnenstad ligt het 275 meter lange en 40 meter brede plein Am Sande, dat is omgeven door prachtige patriciershuizen met puntige gevels.

Aan het oostelijke uiteinde van het plein staat de mooie 14e eeuwse Johanniskirche, waarvan de 106 meter hoge toren aan de spits 2 m uit het lood staat. De vijfschepige hallenkerk is de belangrijkste kerk van de stad. Koor, apsis, het vier traveeën tellende schip en de westtoren zijn de oudste delen (12de eeuw) van de huidige kerk. In de kerk vinden we een prachtig orgel gebouwd tussen 1551 en 1553 door twee Nederlandse Meesters. In de loop der tijden kwamen er steeds nieuwe registers bij zodat het orgel een voor Europa zeer zeldzaam ensemble van pijpen heeft uit vier eeuwen met 51 registers .

Het monumentaal houtsnijaltaar dateert uit de jaren 1530-1583). Verder zijn er kunstschatten te zien zoals o.a een gouden hostiekastje in de vorm van de kerk uit 1480.

Aan de markt staat het grote Raadhuis waar 3 keer per dag een rondleiding wordt gegeven die zeer de moeite waard is.

Al begon men in 1240 met de bouw van het raadhuis, er zouden verscheidene eeuwen voorbijgaan voordat het gehele complex in de huidige vorm was voltooid. De rechter galerij dateert uit 1330. De wanden en gewelven zijn door M. Jaster beschilderd met scènes uit de Romeinse geschiedenis en allegorieën (1526). Delen van de vloerverwarming uit de bouwtijd zijn nog bewaard gebleven. In drie wandkasten werd vroeger het (inmiddels verkochte) stadszilver bewaard. Aan de noordzijde staat een beeld van de schutspatrones van de stad, de heilige Ursula (omstreeks 1500). Aan de rechter galerij sluiten als nevenvertrekken de oude kanselarij (1433), de keurkamer (1457) en het oude archief (1521) aan. Alle vertrekken hebben nog de oorspronkelijke inrichting. Het voormalige Obere Gewandhaus (15de eeuw) is nu museum, waar o.a. kopieën van het stads zilver geëxposeerd worden. De zich daarboven bevindende feestzaal, tegenwoordig meestal 'Fürstensaal' genoemd en via een rijkversierde opgang bereikbaar, heeft vijf luchters van hertengeweien. Helaas mocht er niet gefilmd en gefotografeerd worden en hebben we maar een foto gemaakt van een foto uit het boekje.

Het hoofdplein van de stad wordt omzoomd door huizen met mooie gevels uit verschillende tijdperken. Een van de belangrijkste daarvan is het Schwarze Haus (nr. 1), in 1548 gebouwd als brouwerij, tegenwoordig de handels- en industriekarner.

Dit is een kleine impressie van een buitengewone mooie en gezellige stad waar het goed toeven is maar waar je ook in de omgeving mooie fiets en wandelroutes kunt volgen. Wij hebben de omgeving op de fiets verkend.

Het aardige van de Lüneburger Heide is de grote variatie die het landschap biedt. Behalve de heidevelden zijn er prachtige beukenbossen, meren en beekjes, dennenbossen en weiden. De oude heidedorpjes zijn vaak met elkaar verbonden door landweggetjes waarlangs berken groeien.

De laatste foto's staan op Flickr in het album Week 10.
Back to the sixties and Picasso
Wat later dan we gewend zijn vertrokken we uit Åmål en dat hebben we geweten. Ons einddoel van deze dag was het stadje Lysekil, gelegen op het uiterste puntje van het schiereiland Stangenäs en hoort als visserplaats tot de grootste in de reeks van het scherengebied van Bohuslän. Onderweg zijn we nog gestopt om het Aquaduct bij Håverud te bekijken, waar het kanaal door een soort stalen goot op granieten pijlers over de stroomversnelling van een riviertje gevoerd wordt, het fraai beboste dal is hier nauw en boven het aquaduct zijn nog een spoorlijn en een verkeersbrug gebouwd. De weg er naar toe ging weer door fraaie bossen met stijgingen van 21%. Aangekomen bij het aquaduct hadden we het geluk dat er net een plezierboot het aquaduct door moest zodat we het hele gebeuren prachtig konden volgen.

Onze weg vervolgend deden vroegere herinneringen ons herleven toen we langs korenvelden vol met korenbloemen en margrieten reden. Jammer dat je in Nederland nauwelijks meer veldbloemen langs de bermen ziet en graan en korenvelden.
Naarmate we dichter bij het schiereiland in de buurt kwamen werd het alsmaar drukker en vooral met gigantische oude Amerikaanse oldtimers en dus was het onvermijdelijk dat we in een file kwamen te staan voor de veerboot. Overal om je heen hoorde je keiharde jaren 60 muziek uit de speakers. Behalve de chauffeur werd er ook erg veel bier gedronken.

Door alles wat je om je heen ziet verstrijkt de tijd wel snel en tussen alle oldtimers konden we na een half uur met de gratis veerboot de oversteek maken naar Lysekil, een boottochtje van zo’n 15 min. Het was leuk om al die feestvierende Zweden te zien. Een kilometer of 5 na de oversteek was er een grote politiecontrole op alcohol. Wij mochten doorrijden maar bijna alle old-timers mochten even een parkeerplaats oprijden. Dat schiet lekker op dachten wij maar na weer een paar kilometer weer een stop. Waar we naar toe wilden. Nou naar de camperplaats in de haven. Dat zal niet gaan zei een vriendelijke Zweed want alles staat dicht en dat gaat minstens 2 uur duren, u kunt hier rechtsaf en dan aan het einde linksaf en daar dan proberen te parkeren. Het was inmiddels ook al aardig warm buiten dus dan die kant maar op, maar al snel zagen we dat er geen doorkomen aan was dus zeiden wij tegen elkaar ,omkeren en zo snel mogelijk van het eiland af zien te komen. Omdat er i.v.m. de midzomerfeesten overal festiviteiten plaats vinden hadden wij het vermoeden dat er een old-timer parade plaats zou vinden in Lysekil. Volgens mij rijden er in Zweden meer Amerikaanse old-timers dan er in Amerika nog zijn. Wij hebben een andere route genomen en staan nu in de rustige marinehaven in Orust.

Orust is een van de twee grootste schiereilanden van het scherengebied en via moderne hoge bruggen worden ze met elkaar en het vasteland verbonden. De kusten zijn rotsachtig maar het binnenland is een golvend landbouwgebied doorkruist door landwegen met kleine gehuchtjes.

We hebben weer een rustige plaats in de marinehaven waar niet bepaald de kleinste bootjes liggen. Voor wie interesse heeft er liggen boten te koop in de prijsklasse van 389.000 tot 1 miljoen euro. Zojuist hebben we zo’n 10 minuten een flinke onweersbui met slagregen gehad maar nu is alles weer rustig en heeft de camper een gratis wasbeurt gehad.
Bij droog weer maar wel bewolkt zijn we de volgende morgen vertrokken uit Orust naar Halmstad. Omdat we geen zin hadden in een grote stad hebben we Göteborg links laten liggen. Onderweg even de Lidl bezocht want er moet toch gegeten worden en vervolgens naar de camperstandplaats in jawel…weer een haven die ligt aan het Kattegat. Het waait hier behoorlijk maar inmiddels was de zon ook flink gaan schijnen en was het aangenaam om buiten te zijn. De haven ligt als het ware ingebed tussen dammen van gigantische rotsblokken en daarachter hoor je de golven beuken wat tevens een prachtig gezicht is om te zien.

Omdat de haven zo’n 7 km van het stadje afligt zijn we de volgende morgen met de fiets naar Halmstad gegaan.

Halmstad (gesticht in de 14e eeuw) is de hoofdstad van Halland en is tevens residentie, garnizoen, industrie en havenstad; het is langs beide oevers van de Nissan gebouwd, in het noordelijk deel van de Laholmsbocht in het Kattegat. De stad is door dennenbos en duinen van de zee gescheiden. In deze stad zie je dat modern en oud goed samen kunnen gaan. De grote markt , waaraan het moderne raadhuis ligt wordt gesierd door de beroemde fontein van Carl Milles: Europa en de stier (1926) met aan de zuidkant de goed bewaarde middeleeuwse Nikolaikerk uit 1460 die helaas i.v.m werkzaamheden binnen niet toegankelijk was.

Wel open was het oudste gebouw van de stad Broktopsgården waar nu een klein cafe in zit. Van oorsprong was het een kleine boerderij en al in 1918 besloot de stad dat het bewaard moest blijven voor de toekomst, een voor die tijd opmerkelijk besluit.

Langs de rivier ligt het fraaie rode 16e eeuwse slot met zijn toren, tegenwoordig de residentie van de gouverneur.

Wandelend door de stad kwamen we ook een gigantisch groot beeld tegen van Pablo Picasso. Overigens ook in deze stad zie je her en der mooie kunstwerken staan.

Wij vonden Halmstad een mooie, sfeervolle en gezellige stad om op je gemak doorheen te slenteren en in een van de mooie parken uit te rusten.


Terug gekomen bij de marinehaven hebben we ons weer reisklaar gemaakt en zijn we naar Landskrona gereden voor onze laatste nacht in het mooie en lieflijke Zweden en ook nu staan we weer in een marinehaven.

Morgen mogen we weer de beroemde Oresundbrug van 16 km over om vervolgens Denemarken binnen te rijden. Hopelijk waait het dan niet zo hard als het op dit moment doet.
Midsommarfest i Sunne
Toen we dinsdagmiddag in Drøbak vertrokken waren we iets meer dan 150 km van Sunne in Zweden verwijderd, de plaats waar Ineke, mijn zus, en Jos wonen. Jaren geleden zei ze al "als je in de buurt bent, kom dan eens langs"; welnu, dichter in de buurt kan bijna niet en dus besloten we om haar te verrassen en onaangekondigd bij haar op de stoep te staan. Nu kun je op twee manieren daar naar toe: via de autosnelweg E6 of via de E16, een voor onze begrippen provinciale weg, die door eeuwig zingende naaldbossen voert. We kozen voor de laatste, met als gevolg dat we pas 's avonds in Torsby aankwamen waar we bij de ICA-supermarkt boodschappen hebben gedaan, maar waarbij het te laat was om nog door te rijden naar mijn zus. We hebben de nacht dus maar doorgebracht op de parkeerplaats van de supermarkt.
De volgende morgen gingen we niet al te vroeg op weg; nu woont Ineke in een buurtschap van het dorpje Sunne, Bäck genaamd, waar de huizen geen adressen met straatnamen hebben, maar alleen maar nummers. We hebben een aantal kilometers onverharde weg gereden en na tweemaal bij huizen te hebben aangebeld en de weg gevraagd werden we naar de juiste boerderij verwezen. Daar volgde een hartelijke ontvangst; het was een echte verrassing om daar ineens, totaal onverwacht aan te komen.

Jos en Ineke wonen in een typisch Zweedse boerderij uit de 19e eeuw; volledig uit hout opgetrokken en sinds de door hen uitgevoerde renovatie wel met een dak met stenen dakpannen. Hun boerderij ligt op een terp zodat je een prachtig overzicht hebt over de omgeving, de weilanden en bossen.

We hebben de eerste dag eigenlijk volledig gebruikt in bijpraten en hebben Ineke en Jos ons ook de omgeving laten zien door een uurtje of twee rond te rijden over stoffige wegen, dwars door de bossen.


Donderdag hebben we het plaatsje Ekshärad bezocht. Dit plaatsje is bekend vanwege zijn roodbonte geshingelde (houtspanen over elkaar) kerkje uit de 17e eeuw. Op het kerkhof staan typische smeedijzeren kruisen op de familiegraven.



De volgende dag gingen we ter afsluiting van ons familiebezoek naar een traditioneel midzomerfeest in Sunne. Oorspronkelijk werd het feest altijd op 24 juni gevierd. Het oorspronkelijk heidense feest ter ere aan de zon werd in de 7e eeuw verchristelijkt en men vierde de geboorte van Johannes de Doper (vergelijk kerstavond 24 december geboorte Jezus Christus). Tegenwoordig heeft het Midzomerfeest nog weinig van doen met de viering van de geboorte van Johannes, maar juist weer meer met zijn oorspronkelijke heidense cultuur. Er wordt gegeten, gedronken en gefeest. De jeugd trekt er op uit en woont diverse feesten bij. Jong en oud leeft zich uit en iedereen is vrij De vakanties beginnen en men trekt massaal naar zijn buitenverblijf om het te vieren. Midzomerfeest is dus een echt volksfeest!

In Zweden is het gebruikelijk om een kruis versierd met bloemen en een krans midden op het gras te zetten en er om heen te dansen. Tijdens het dansen zingt men bekende liedjes. Dit gebruik is in de 14e of 15e eeuw uit Duitsland overgewaaid waar men het versierde kruis majstång noemt of verwijst naar de Duitse Maibaum. veel mensen lopen op deze dag met een bloemenkrans op hun hoofd. Eerst alleen vrouwen en kinderen, maar ook voor mannen is het steeds gewoner geworden.


Aan het eind van de middag hebben we afscheid genomen van Ineke en Jos; we hebben drie prachtige dagen gehad. We staan nu op een camperplaats in Åmål, volgens ons een verlopen badplaats uit het begin van de 20e eeuw aan het Vänern, het grootste meer van Zweden (zo'n 5 maal groter dan ons IJsselmeer). Morgen gaan we naar de scherenkust boven Göteborg.
You're Dutch, so you speak English
Hello, you are Dutch so you speak English, met deze zin werden we vanmorgen toen we net op de camperplaats bij de marinehaven in Oslo gearriveerd waren aangesproken door een andere toerist. Om vervolgens toen hij onze fietsen zag te zeggen, oh you can’t tell me were I can find the bus because you go by bike. En voor we onze mond open konden doen was hij al weg. Grappig dat buitenlanders denken dat Nederlanders allemaal Engels en Duits spreken. Dat is overigens ook wel te merken bij toeristeninfo, souvenir winkels , musea etc. Geen enkele info in het Nederlands , daarentegen wel in het Japans, Frans, Koreaans en vele andere talen. We zullen het maar als een compliment beschouwen.
Na de lunch hebben we noodgedwongen eerst onze fietsen moeten ontdoen van een dikke laag fijn stof voor we richting de stad konden. Vanaf de marinehaven loopt een fietspad en na 4 km stonden we in de stad. Omdat we onze fietsen om de hoek bij het koninklijk paleis hadden neergezet zijn we daar begonnen met onze wandeling.

Dit uit drie vleugels bestaande slot uit 1848 met zijn openbare slottuin is de officiële residentie van de Noorse koning. En ook hier natuurlijk weer de prachtig uitgedoste paleiswachten. Onder begeleiding kun je een aantal kamers in het paleis bezichtigen maar er zijn maar beperkt kaartjes te koop. Wij zijn doorgelopen naar de prachtige paleistuinen waar gigantische bomen staan die geplant zijn in 1842 en overal in de tuin staan prachtige beelden en waterpartijen.

Vanaf het hoger gelegen slot kijk je op de Karl Johans gate, de winkel en flaneerboulevard, die in 1814 op bevel van koning Karl Johan werd aangelegd. De verkeersvrije boulevard met een lengte van bijna 2 km loopt van het koninklijk paleis naar het hoofdstation en vormt het kloppend hart van Oslo, met chique winkels, luxehotels en toprestaurants. Wij hebben even een bezoekje gebracht aan een (volgens onze info) bekende Winston Churchill pub met een prachtig interieur en prijzen waar je van achterover slaat.

Ondanks dat Oslo een duizendjarige historie heeft, zul je er geen middeleeuwse stadskern vinden omdat zoals overal in Noorwegen ook Oslo met zijn vele houten gebouwen vroeger vele male ten prooi is gevallen door brand..
De Bisschoppelijke Domkerk die in 1697 werd ingewijd heeft een indrukwekkende 1500 m2 grote plafondschildering in tempera. De barokke kansel en altaar met een acanthusmotief gelden als oudste voorbeelden van deze ornamentiek in Noorwegen. Ook de koningszetel is bijzonder en in de toren tikt de oudste nog werkende torenklok uit 1718 van Noorwegen.

Ondanks dat het ’s nachts flink geregend had was het droog toen wij de volgende dag voor een 2e ronde Oslo, op de fiets stapten. We zijn begonnen bij de vesting Akershus, de eeuwenoude vesting van Oslo voor een verkenning van 800 jaar geschiedenis van de stad.


Vanaf het bastion zagen we ons volgende doel al liggen n.l. de opera. Dit prachtige markante bouwwerk van glas en marmer rijst als een drijvende ijsberg op uit de haven Bjorvika. De bouw heeft vijf jaar geduurd en heeft 520 miljoen gekost. Het is het grootste cultuurproject ooit in Noorwegen en naar men zegt de mooiste opera ter wereld.

Overigens is Oslo voor mensen die van kunst houden een waar walhalla. Overal in de stad staan prachtige beeldhouwwerken en er zijn meer dan 20 musea’s.
Wij gingen op zoek naar een grote muurschildering van Munch op een kraakpand, maar in ons boekje staat niet waar je die kunt vinden en op onze vragen waar we die konden vinden kon niemand ons antwoord geven. Nu zijn de Noren op het gebied van informatie geven zowiezo niet erg scheutig. Toeristenbureau’s zijn vaker gesloten dan open en als je info vraagt krijg je een nietszeggend foldertje.
We hebben Munch en het museum gelaten voor wat het was omdat we liever naar de botanische tuin die er vlakbij ligt gingen. Een prachtig park, onderdeel van de universiteit en in 1814 aangelegd door Johan Siebke. Alleen al in het fjell-gedeelte dat aan de bergen gewijd is, groeien meer dan 1000 planten uit de Noorse flora. Kortom het was genieten in dit park met zijn oude bomen, subtropische kassen en prachtige bloemen en planten.

Volgens de berichten zou het aan het einde van de middag gaan regenen dus tegen 16.00 maar terug gefietst (totaal 20 km door Oslo gefietst) en we waren net op tijd voor het flink begon te regenen. Morgen komt er weer een dag.
Na een flinke regenbui die de hele nacht doorging was het gelukkig droog toen we opstonden en het werd zelfs warm. Op de fiets richting de beroemde Vigelandsparken, al moet je zelf wel uitzoeken hoe en waar ze zijn want de bewegwijzering in Oslo is erg slecht was onze ervaring. De route om er te komen was daarentegen wel mooi, door een prachtig park met oude bomen en kabbelende beekjes en dat midden in de stad. Je hoort dan gek genoeg ook nauwelijks verkeer. (of ligt dat aan ons slechte gehoor?)
Over het Vigelandspark is een extra verhaaltje geschreven omdat het een bijzonder park is dat de moeite van het vertellen waard is.

Het was in elk geval een hele bijzondere ervaring ondanks onze ergernis af en toe van de hordes Japanners die bij elk beeld op de foto moesten en dan behoorlijk luidruchtig zijn. Het is voor hen rennen, foto maken, en naar het volgende object.
Na op ons gemak alles bekeken te hebben zijn we terug gefietst naar de camper want onze volgende bezienswaardigheid lag iets ten zuiden van Oslo, het volgens onze gids sprookjesachtige Drobak. Dit stadje is gelegen aan de Oslofjord en schepen die naar Oslo varen moeten ter hoogte van Drobak, waar de Oslofjord erg smal is, zo dicht langs de kust varen dat de passagiers bij wijze van spreken bij de bewoners binnen kunnen kijken. Dankzij deze smalle doorgang werd op 9 april 1940 hier een Duits oorlogsschip, de Blücher, met artillerievuur tot zinken gebracht, waardoor de Noorse koning Oslo nog tijdig kon verlaten. Met zijn mooie houten huizen is Drobak een toevluchtsoord van puisant rijke Noren en een groep vooraanstaande kunstenaars die hier hun zomerverblijf hebben, maar het is ook de woonplaats van de Noorse Julenisse (kerstman). Aan het begin van het stadje staat zelfs een verkeersbord met een overstekende dwerg.
Op het mooie geplaveide marktplein staat de statige 18e eeuwse houten villa van de kerstman, waar het hele jaar door kunstnijverheidsproducten in kerstsfeer te koop zijn. We hebben uiteraard hier even een bezoekje gebracht. Op het marktplein is ook een heus kerstman postkantoor en kinderen die de kerstman een brief schrijven krijgen beslist een antwoord, met zelfs het speciale stempel van de kerstman. Aangezien mijn zonnebril in het huis van de kerstman kapot viel, zal ik hem t.z.t dus ook maar een brief schrijven. Who knows!


Na een korte wandeling door het stadje moesten we terug naar de camper i.v.m. de parkeermeter en de boetes zijn torenhoog evenals het parkeergeld maar je moet er wat voor over hebben om het huis van de kerstman te kunnen bezoeken.

We laten Oslo en Noorwegen achter met een tevreden en voldaan gevoel en zoeken de rust weer op in Zweden.
We hebben genoten van elk moment in Noorwegen. De prachtige natuur , het schitterende weer, de rust, onverwachte en leuke ontmoetingen met andere camperaars. En al zijn de Noren niet echt toegankelijk, wij nemen al deze mooie momenten mee terug naar ons kleine kikkerlandje.
Adjø, på gjensyn Norge!
Vigelandsparken
Vigeland (1869-1943), de beroemdste kunstenaar uit Noorwegen, schiep uit de trauma’s van zijn vroege jeugd een kunstwerk van gigantische omvang. Voor hij aan deze beelden begon, werkte hij o.a een jaar in het atelier van Rodin, door wie hij sterk werd beïnvloed. Tussen 1898 en 1902 vervaardigde hij tal van neogotische beelden voor de kathedraal in Trondheim.

De laatste 22 jaar van zijn leven heeft hij bijna uitsluitend gewerkt aan de beelden die in dit park staan. Om zijn idee te kunnen verwezenlijken sloot hij een merkwaardige overeenkomst met de stad Oslo. Al het werk dat hij tot dan gemaakt had liet hij na aan de stad en als tegenprestatie vroeg hij een atelier en de middelen om zijn visioen te verwezenlijken. Hij wilde het leven van de mens van kindertijd tot ouderdom, met alle geluk, hoop, verdriet en vertwijfeling in al zijn vormen laten zien en dat heeft hij op een fenomenale wijze gedaan.

Bij binnenkomst in het park loop je naar de 100 m. lange en 15 m brede brug, die geflankeerd wordt door 58 bronzen beelden van kinderen, mannen en vrouwen, alleen of in groepen. Het thema is de verhouding tussen man en vrouw, en vooral tussen ouders en kinderen.

De kunstenaar zelf had als kind een problematische verhouding met zijn ouders en met vrouwen in het algemeen. Vigeland heeft ooit over zichzelf gezegd dat hij zijn kindertijd altijd met zich meedroeg: zijn opvliegende, driftige en tirannieke vader die streng protestant was, maakte hem van jongs af aan- ook met de zweep- het leven tot een hel en probeerde hem er voortdurend van te doordringen dat vrouwen onrein en slecht waren en dat ze eigenlijk geen mensen waren. De beelden van de vrouwen zijn weliswaar liefdevol uitgebeeld, maar hebben altijd een lege blik. De vader-kindgroepen verraden veel van de kunstenaar, die een uitgesproken haat tegen zijn vader had ontwikkeld omdat deze hem zijn kindertijd had ontnomen. Dit zie je midden op de brug bij een beeld van een jongen die vol woede zijn handen balt en stampvoet.

Verderop komen we bij de fontein van wit en zwart graniet, daaromheen staan twintig boomgroepen, waaronder zich het hele levenspad van de mens voltrekt. Vanaf de fontein (levensbron) loopt een trap naar het midden van dit imposante terrein en hier staat de hoge uit graniet gehouwen monoliet die uit 121 met elkaar verstrengelde lichamen bestaat. Vanwege de gestileerde fallusvorm van de monoliet meent men dat deze het symbool is van de vruchtbaarheid en de oorsprong van alle leven. Rond de monoliet staan 36 uit graniet gehouwen groepen van menselijke gestalten van geboorte tot ouderdom.


Het laatste beeldhouwwerk in dit prachtige park is het levensrad. Het bestaat uit een ring van bronzen beelden van kinderen, vrouwen en mannen, die hand in hand staan, Ze symboliseren de oneindigheid, de weg die de mens van de geboorte tot de dood aflegt al zei de kunstenaar zelf bij de vraag naar de betekenis: ieder kan het uitleggen zoals hij het wil.

In het atelier van Vigeland staan maar liefst 1650 beelden, 3700 uit hout gesneden voorwerpen en zo’n 11.000 tekeningen.

Mocht je ooit Oslo bezoeken sla dit prachtige park dan niet over.
Hardangervidda, een Nasjonalpark

Vanaf Flåm gingen we naar het kleine dorpje Bagn, dat zo'n 150 km vòòr Oslo ligt. Deze etappe leidde ons om te beginnen langs de waterval Tvindevossen, waar net een volle bus luidruchtige Japanners werd uitgelaten toen wij er waren. De waterval is niet bijzonder groot, maar wel bijzonder mooi; het water van de rivier Kroelvi valt over een klif, stapsgewijs naar beneden over een hoogte van 140 meter. Een bordje gaf aan dat we in een beschermd gebied liepen en dat het verboden was om stenen te verplaatsen. In de rivier lagen grote rotsblokken, het kleinste ongeveer 1 m3 en wij waren zeker niet van plan om die op te tillen en mee te nemen.

Als je vroeger met een camper naar Noorwegen ging moest je tevoren een Noorse vergunning aanvragen; die vergunning had maar één doel: er waren tunnels die alleen geschikt waren voor personenauto's omdat ze zo smal waren dat een camper (of vrachtauto) er niet door kon. Op de vergunning stond dan ook een waarschuwing: let op smalle tunnels. Die smalle tunnels zijn er niet meer, ze zijn allemaal verbreed en de vergunning is daarom afgeschaft. Wij zijn inmiddels door 150 tunnels gereden en in één van de laatste daarvan troffen we ondergronds op een kruising van tunnels (!) deze rotonde aan; daar kijk je wel even van op.

Een tweede stop maakten we bij het dal van Mångø; dit dal was al in de steentijd bewoond en is van de 17e eeuw tot het begin van de 20e eeuw door één en dezelfde familie bewoond gebleven. Nadat de laatste bewoners waren vertrokken hebben ze de boerderij als museum ingericht over het boerenleven in de 19e eeuw. Helaas was het museum niet open (even een kiek gemaakt door het raam) en hebben we de directe omgeving maar verkend met onder meer een waterval.


Daarna voerde de etappe ons over de Hardangarvidda hoogvlakte. De Hardangervidda meet 8.600 vierkante kilometer (even groot als Gelderland en Overijssel bij elkaar) en is daarmee Noord-Europas grootste plateaugebergte. De Hardangervidda staat bekend om haar eindeloze vlaktes en uitzichten, onderbroken door grote en kleine meren en talloze beekjes en rivieren, waarin grote aantallen bergforellen voorkomen.

De vidda is niet alleen maar vlak; Gaustatoppen (1.883m), Hårteigen (1.690m) en de Hardangerjøkulen ijskap (1.839m) verheffen zich boven het plateau en functioneren als wegwijzers. In het natuurgebied leeft de grootste wilde rendierenstam van Europa en wordt gezien als de zuidelijkste grens voor meerdere arctische planten en dieren zoals de poolvos en sneeuwuil. Het nationale park heeft een rijke flora en fauna, met ca. 100 verschillende vogelsoorten en 21 verschillende dieren. Wilde dieren zijn we op onze weg daar niet tegen gekomen, wel prachtige vergezichten. We zijn meerdere keren gestopt om van dit moois te genieten, wetend dat dit, na Oslo, het laatste van Noorwegen voor ons zal zijn. Op de Hardangervidda zijn vele wandelroutes uitgezet, samen zo'n 700 km lang; da's wel even iets anders dan ons Nationaal Park de Hoge Veluwe, ons grootste natuurpark.



Na de hoogvlakte volgde een lieflijke afdaling. Je kunt zien dat je dichter bij de (rijke) hoofdstad komt, want de huizen worden ook groter en de tuintjes zijn onderhouden. De weilanden staan wel nog altijd vol met veldbloemen.

Uiteindelijk kwamen we eind van de middag in Bagn aan, waar we onze camper op de camperplaats bij de kerk hebben gezet en de nacht hebben door gebracht.

De Sneeuwweg, uitzonderlijk mooi!
Op donderdag 16 juni zijn we vroeg vertrokken om de komst van de toerbussen voor te zijn die ons immers de weg op de smalle delen zouden versperren. Nou, dat gebeurde niet, maar toen we in Olden linksaf sloegen om naar de toeristische route de Gaularfjellet te gaan, werden we op borden gewaarschuwd voor wegwerkzaamheden en de mogelijkheid dat de weg voor een half uur kon worden afgesloten. We hadden het bord nog niet gelezen of we werden door een jeugdige wegwerker tegengehouden: "het duurt 15 tot 20 minuten", zei hij in vloeiend Engels. Na een uur was er nog geen beweging en de rij stond inmiddels tot midden in Olden. Onze wegwerker voelde zich ook hogelijk opgelaten, want hij kwam zich verontschuldigen dat de oorzaak van het oponthoud een onderaannemer was, die enkel een grote boorwagen waterpas moest zetten en dat lukte kennelijk niet. Na een telefoontje met zijn baas konden we spoedig daarna toch verder.

Wij reden de toeristische route van Viksdalen naar Dragsvik, da's van west naar oost. De Gaularfjellet loopt langs de Gaularvassdraget, een woest stromend riviertje, dat wij stroomopwaarts volgden; we stegen dus betrekkelijk langzaam en passeerden een aantal kleine watervalletjes en grote stroomversnellingen. Om 14.00 uur kwamen we op onze bestemming aan: de (natuur)camping Hov Hyttegrend langs de oever van het riviertje.

Dichtbij de camping ligt de Likholefossen (de waterval van Likhole) en toen we op de camping geïnstalleerd waren hebben we onze wandelschoenen aangetrokken om daar naar toe te lopen. Hoewel hij niet bijzonder groot is, is het een prachtig gezicht. De stalen brug over de waterval is verstelbaar, zodat deze bij hoge waterstanden - aan het eind van de dooiperiode - wat hoger gezet kan worden. Je kunt dan nog steeds vlak boven de waterval lopen. Ingenieus zijn ze wel, die Noren. We zijn daarna nog een stuk doorgelopen, het achterliggende natuurgebied in, maar toen de lucht almaar dreigender werd en onze regen-app ook nog eens regen voorspelde, zijn we omgedraaid. Droog en wel bereikten we de camper, waar we de rest van de dag hebben doorgebracht, terwijl het buiten motregende. Later op de avond konden we weer droog naar buiten.



De volgende ochtend om 9.15 waren we weer startklaar voor weer een dag genieten van alles wat er op ons bordje kwam en dat bordje werd gedurende de dag alsmaar voller. Langzaam klimmend over de rest van de Gaularfjellet waar we uiteindelijk tot een hoogte van 1100 meter klommen en daarna een vrij steile afdaling hadden, met natuurlijk weer prachtige uitzichten, weer terug naar zeeniveau richting Dragsvik.

Daar moesten we met het veer de oversteek maken maar Hella. (ongeveer 15 minuten) en een uur later hadden we een dertig minuten durende oversteek van Manheller naar Fodnes. Beide keren hadden we mazzel dat onze camper kleiner ingeschat werd dan hij is en dat scheelt dan toch al snel 10 euro per keer. Op onze reis zien we regelmatig kwikstaartjes en mussen die aan de voorkant tegen de voertuigen zitten te pikken en vandaag zagen we waarom. Op de veerboot zat een kwikstaart met haar jong. Het vrouwtje pikt dode insekten van de auto’s en voert daarmee zichzelf en haar jong. Gratis overtocht en maaltijd!!

Als je van de veerboot afkomt zijn er twee manieren om van Lærdal naar Aurland te komen. Óf je pakt de kaarsrechte Lærdaltunnel, die met 24,5 km de langste verkeerstunnel ter wereld is, óf je neemt de 45 km lange smalle Sneeuwweg over de Aurlandsfjell. Voor ons was die keuze niet moeilijk, wij gingen als een van de weinigen die van de veerboot afkwamen richting de Sneeuwweg. Je begint en eindigt op zeeniveau en daartussen klim je naar 1300 m. Heel veel haarspeldbochten en vergezichten, watervallen en beekjes en natuurlijk sneeuw. De weg is pas een paar weken open en we hadden dit voor geen geld willen missen. Ook hier val je weer van de oh…kijk daar en wauw…moet je dat daar zien.



Vele malen zijn we op onze route vandaag moeten stoppen voor schapen die rustig op de weg liepen. Ze gaan uit zichzelf op den duur wel aan de kant maar het blijft oppassen geblazen want de lammeren kunnen zo weer de weg opschieten en dan komt er heel snel een blatende ouder achteraan. Wij hadden totaal geen haast en genoten wel van deze capriolen, bovendien was het erg rustig op de Sneeuwweg. We zijn vaak gestopt om een foto te maken of te filmen. Het was overweldigend en je wordt er stil van. Op een gegeven moment reden we als het ware door een tunnel van metershoge sneeuw, je weet echt niet wat je ziet.




Wat hebben die mensen die onder ons door de tunnel reden veel moois gemist. Via een steile en smalle weg daal je af naar het Flamdal. Halverwege zijn we nog gestopt bij Stegastein; dit is een panoramapunt waar je op een soort overhangende brug van larikshout en staal met aan de voorkant dik doorzichtig plexiglas 640 meter boven het fjord een prachtig uitzicht had over de fjorden en het stadje Flam. ( subliem gewoon!)



We waren net op tijd want de lucht begon dicht te trekken en we hadden al af en toe een kleine bui gehad Na een enerverende dag, (het was echt kicken) arriveerden we net op tijd voor het flink begon te regenen op een camping in Flam waar het vol staat met vooral Duitsers en Nederlanders. Maar heel begrijpelijk want de routes die wij de afgelopen dagen gereden hebben zijn dubbel en dwars de moeite waard als je in Noorwegen bent. Rest mij nog te zeggen dat ik mijn hoedje af neem voor Roland voor zijn rijden,want het was soms echt centimeter werk als je een tegenligger krijgt op een weg van amper 3 meter breed met korte passeerstroken om de 150 meter.
We hebben wel veel foto's in dit verhaaltje opgenomen en de reden daarvoor is heel eenvoudig: we konden niet kiezen. De overige foto's staan op Flickr in het album Week 8.