Met de camper naar .....

Superigueux

In de voetsporen van edelstamgrootvader Ebles VI van Charenton

Op ons programma stond ook een bezoek aan het Kasteel van Meillant dat zo'n 8 km ten noorden van St. Amand Montrond ligt. Dit kasteel hebben we bezocht voordat we naar Oradour sur Glanes gingen, maar in ons reisverslag hebben we dat kasteel hier een plaats gegeven.

Het Kasteel is in de 12e eeuw gesticht door Ebles (Ebbo) VI van Charenton (1145-1200), gehuwd met Guiberge de Bourbon, de edelstamgrootouders (26 generaties terug) van Janny.
Van de oorspronkelijke bouw rest nog slechts twee torens (vroeger donjons). Het kasteel is in de 15e eeuw grondig gerenoveerd door Charles de Chaumont d'Amboise, een directe afstammeling van Ebles VI. Het kasteel verkreeg daarmee zijn hoofdzakelijke laat-gotische karakter; onder invloed van de Italiaanse Renaissance is kort daarna de weelderige Leeuwentoren aan het kasteel toegevoegd, waarin zich uitsluitend een trap bevindt en waarmee binnen ket kasteel ruimte werd bespaard voor andere doeleinden. Deze "traptoren" is rijkelijk voorzien van beeldhouwwerk, ornamenten e.d.
Het kasteel is alleen te bezoeken met een gids omdat de huidige eigenaar en ook afstammeling van Ebles VI er nog steeds woont; hij bezet met zijn gezin de meest westelijke vleugel en heeft als beroep .......boer! (het kan je zo maar gebeuren na de Vijfde Franse Revolutie)

Om 10.30 uur stonden wij met nog 6 Italianen op de binnenplaats om samen met de gids het kasteel in te gaan. Onze vrouwelijke gids sprak uitstekend en verstaanbaar Engels - dat is bij sommige Franstaligen wel eens anders - en zij was zeer verguld toen zij hoorde dat er een afstammeling van de stichter in haar groepje zat. Janny mocht - als "Lady of the Chastle", zoals onze gids haar steeds noemde, als eerste het kasteel binnen.


De rondleiding was prachtig; aan de muren hingen Gobelins uit de 17e eeuw gemaakt in Brugge, veel kamers hadden nog hun originele wandbekleding ( Spaans verguld leer uit Cordoba of Italiaans leer) en er waren prachtige plafondversieringen. Rond twaalf uur stonden we weer buiten, vele bijzondere indrukken rijker.

Na de lunch maakten we ons op voor een wat langere rit over slingerende D-wegen naar het martelaarsdorp Oradour sur Glanes waar we halverwege de middag aankwamen. De gemeente heeft een prachtige camperplaats gerealiseerd met voorzieningen voor zo'n 20 campers en toen wij aankwamen waren er nog een paar plaatsen vrij. Oradour sur Glanes staat in Frankrijk symbool voor de wreedheid van de Duitse bezetter in de Tweede Wereldoorlog tegen de burgerbevolking. Op 10 juni 1944, vier dagen na de geallieerde invasie in Normandië, moordde een SS-pantserdivisie het gehele dorp uit en plunderde het vervolgens om het uiteindelijk in brand te steken. Niet bepaald een dorpje dat je graag als toerist aandoet, vandaar dat we er separaat een verhaal aan wijden: zie "Gepaste Stilte:Oradour sur Glanes". Het past niet binnen een vrolijk reisverslag.

We hebben één nacht in Oradour sur Glanes gestaan om vervolgens 100 km verder te rijden naar Perigueux, waar we op de gemeentelijke camperplaats ons kwartier hebben gemaakt. Onderweg zagen we ook wat groot wild: een ree in de berm en een overstekend wild zwijn. Ze waren er helaas vandoor voordat we een foto konden nemen. Hoe klein de wereld is bleek diezelfde avond, toen we onze avond-wandeling naar de kathedraal maakten. We kwamen daar een jong gezin tegen, hij uit Mill en zij uit Waalwijk. We hebben gezellig een half uurtje gekeuveld en omdat Janny misschien voor hem nog wat voorwerpen thuis had liggen voor zijn hobby-verzameling werden er wat gegevens uitgewisseld.

Perigueux

Als je een oude stad zoekt waarvan de middeleeuwse straten, inclusief plaveisel, als ook de huizen daarlangs behouden en/of gerestaureerd zijn, dan moet Perigueux beslist jouw eerste keus zijn. Het is een verademing om door zijn smalle straatjes te wandelen zonder dat je door een auto aan de kant wordt gedwongen: auto's kunnen er namelijk nagenoeg niet in.

Perigueux werd al in de Romeinse tijd vernoemd en onlangs zijn nieuwe opgravingen uit de Gallo-Romeinse tijd blootgelegd, maar daarover later meer. Het stadscentrum dat wij bezochten is ontstaan in 1280 toen twee burchten samenvloeiden: die van de graven van Perigueux en de burcht Puy-Saint-Front, die van de (rijke) burgers was. De Kerk St. Front werd kathedraal in de 17e eeuw en de binnenstad ademt nog steeds de sfeer van toen.


Bij de lokale Tourist Information (wij blijven hardnekkig Syndicat d'Initiative zeggen) werden we heel vriendelijk onthaald en toen we naar een beschrijving van de stadswandeling in de oude stad vroegen, kregen we een plattegrond met routebeschrijving in het Nederlands mee. Je kunt de wandeling ook zonder routebeschrijving volgen want overal leiden de gele merktekens van de route je door de stad. Het is een wandeling van dik twee uur. Op de camperplaats tikte de thermometer de 36 graden Celsius aan, in de stad, met zijn nauwe straatjes en hoge bebouwing, was het lekker koel (weliswaar in verhouding gesproken).

In het middeleeuwse centrum vindt elke dag de Marche des fermiers (de boerenmarkt) plaats waar de lokale boeren hun eigen produkten te koop aanbieden. Hier vind je dus tomaten die juist niet volkomen rond zijn, kromme augurken en ga zo maar door. Het was er gezellig druk. Op woensdag en zaterdag is de markt vergroot en wordt hij de markt van de smaak genoemd (marches des saveurs).

In bijna elke straat vind je wel een woning met een houten gevel of één met een toren, als teken van rijkdom. Onder andere aan de Rue de l' Aubergerie vind je op nr 16 het versterkte 15e eeuwse herenhuis "Abzac van Ladouze", als getuige van de rijkdom van de handelaar Ladouze onder Lodewijk XI.

Een zeldzaam voorbeeld van de twaalfde-eeuwse (!) burgerlijke architectuur vind je op de nrs 4 en 6 van de Rue des Farges. Dit huis werd in de zeventiende eeuw verbouwd tot een klooster waar jonge protestante meisjes bekeerd moesten worden tot het katholicisme en staat ook nu nog bekend als het Huis van de Dames van het Geloof. Tevoren zou hier de (voor de Fransen beroemde) opperstalmeester Betrand du Guesclin gedurende de honderdjarige oorlog met Engeland gehuisvest zijn geweest.


Je treft in de oude binnenstad talloze pleintjes aan waar het 's avonds gezellig druk is. De aan het pleintje gevestigderestaurateurs baten het pleintje uit en om tien uur 's avonds kun je er haast geen vrij tafeltje vinden, zo druk is dan nog. Vooral de Place de la Vertu (Plein van de Deugd) is één van de charmantste pleintjes van de stad.

Op onze laatste dag in Perigueux zijn we naar de Gallo-Romeinse overblijfselen van de stad gewandeld. Drie elementen vallen daar op: het amphitheater, met zijn 140 bij 120 meter één van de grootste buiten Rome (maar helaas vervallen tot ruïne en op de plaats van de arena zelf is nu een groot park) en de Tempel van Vesuna, een Keltische Godin, die later door de Romeinen werd overgenomen in hun cultus.

Tot slot moet je in Perigueux minstens de kathedraal hebben bezocht. Tot de 16e eeuw was de St. Étienne de la cité de kathedraal; deze kerk was tot 1577 als zodanig in gebruik totdat de protestanten twee koepels en de klokkentoren vernietigden in de godsdienstoorlog. Vanaf 1689 is de kathedraal Saint-Front als zodanig in gebruik. Op de huidige plaats van deze kathedraal werd aan het begin van de zesde eeuw na Christus begonnen met de bouw van een kapel, aan de rand van een heuvel. Deze kapel groeide al snel uit tot een bedevaartbestemming van gelovigen. Aan het einde van de tiende eeuw na Christus besloot de bisschop Frotaire daarom om de kleine kapel te vervangen door een grotere variant, de kathedraal van Saint-Front. Bisschop Frotaire zou de nieuwe kathedraal echter nooit in haar volledigheid kunnen aanschouwen. Hij stierf in het jaar 1043 na Christus, vier jaar voordat de bouw van de kathedraal van Saint-Front afgerond zou zijn. Frotaire werd begraven in de kathedraal. In het jaar 1047 werd de kathedraal van Saint-Front officieel ingewijd. In het jaar 1120 ging de kathedraal echter in vlammen op, door een fel uitslaande brand. De kathedraal werd echter volledig herbouwd. Zowel tijdens de Honderdjarige Oorlog met Engeland, als tijdens de Godsdienstoorlogen raakte de kathedraal van Saint-Front zwaar beschadigd.

Na de turbulente jaren werd er vanaf het jaar 1852 begonnen met grootschalige werkzaamheden, om de kathedraal van Saint-Front weer in haar volle glorie te herstellen. Deze herstelwerkzaamheden stonden onder leiding van de Franse architect Paul Abadie, en zouden uiteindelijk maar liefst 43 jaar in beslag nemen. Sinds 1998 staat de kathedraal van Saint-Front op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Jaarlijks vergapen duizenden toeristen zich aan de ogenschijnlijk perfect mix van de Byzantijnse- en Romaanse bouwstijl. Van de prachtige glas-in-lood-ramen tot aan de vijf bijzondere koepels bovenop de kathedraal, de kathedraal van Saint-Front is een bijzonder indrukwekkend bouwwerk, dat absoluut een bezoekje waard is!

Vervolgens zijn we zo'n 80 km afgezakt naar het zuiden waar we nu staan: op de camping municipal van Duras en de tuin van een 14e eeuws kasteel. Hier blijven we een paar dagen om te bekomen van alle indrukken en om lekker even niets te doen.

Tot slot: dankzij Sietske weten we dat iedereen die onze site per mobiel bezoekt geen reactie kan plaatsen. De mobiele versie van de site kent die mogelijkheid niet. Inmiddels is week 3 begonnen en dus staan onze overige foto's in het album 2017-3.

Gepaste Stilte: Oradour sur Glanes

Op 21 augustus hebben we Oradour sur Glanes bezocht. Omdat het hier geen feestelijk vakantiebezoek betreft, hebben we er een apart reisverslag van gemaakt. Het heeft een onuitwisbare indruk op ons gemaakt.

Oradour sur Glanes, verder kortheidshalve Oradour genoemd, is een klein welvarend dorpje in de Limousin, zo'n 15 km ten westen van Limoges. Het oorlogsgeweld in de Tweede Wereldoorlog is hoofdzakelijk aan Oradour voorbijgetrokken. Af en toe kwam er een verdwaalde Duitser met de tram van Limoges in het dorp, waar ook drie joodse gezinnen onderdak hadden gevonden en die zich daar schuil hielden. Deze betrekkelijke vrede zou op zaterdag, 10 juni 1944, drie dagen na de invasie van de geallieerden op de stranden van Normandië wreed worden verstoord.

Vlakbij Oradour had het eerste regiment 'Der Führer' van de 2. SS-Panzer-Division "Das Reich" zijn kamp opgeslagen op weg naar Normandië. Het legeronderdeel stond onder bevel van generaal Lammerding (linkerfoto) majoor Diekmann (foto rechtsboven), kapitein Kahn en luitenant Barth (foto rechtsonder). Ook maakten 13 soldaten uit de Franse Elzas deel uit van het onderdeel, de zgn Malgré-nous.

Zij kregen van hogerhand het bevel om Oradour te vernietigen; deze opdracht was voor die eenheid geen vreemde. In de eerste oorlogsjaren hebben zij tientallen dorpen in de Oekraïne met de grond gelijk gemaakt. Men dacht eerst dat het een vergeldingsactie was van de executie door het Franse verzet van een SS-kapitein in Oradour-sur-Vayres, een dorpje dat 25 km ten zuiden ligt van ons Oradour. Later is uit marsorders en andere stukken gebleken dat de actie in Oradour al ruim voordien als zodanig was gepland.

Om 13.30 uur reed het regiment zowel vanuit het westen als vanuit het oosten de enige toegangsweg naar Oradour op en omsingelden ze het dorp. Huis voor huis werd doorzocht en de bewoners werden gesommeerd om zich naar het marktplein (foto hieronder) te begeven voor een identiteitscontrole. Van de ruim 1300 inwoners waren er op de zaterdagmiddag 649 aanwezig.

Foto: Het maktplein rond 1925

Rond half drie waren alle aanwezigen op het marktplein verzameld. Om 15.00 uur werden de mannen en oudere jongens van de groep gescheiden. De Duitsers zetten de vrouwen en overige kinderen in beweging naar de kerk. Toen alle vrouwen en kinderen in de kerk waren werd middenin een grote kist geplaatst waaraan een aantal draden werden bevestigd; die draden liepen door de deur naar buiten en de Duitsers maakten de deur dicht. Inmiddels waren de mannen en oudere jongens in zes groepen verdeeld en elke groep werd naar een verschillende plaats gebracht. Elke plaats was omringd door muren zonder ramen en met slechts één enkele toegangsdeur. In die deur werden machinegeweren opgesteld.

Klokslag vier uur klonk een signaal. Daarop werd de kist in de kerk tot ontploffing gebracht (er zaten granaten en rook-granaten in) en vuurden de machinegeweren hun salvo's af. Net tevoren wist een vrouw, Maguerite Rouffanche, uit de kerk te ontsnappen door uit een raam te klimmen en op die manier aan de afslachting te ontkomen. Vijf mannen, allemaal uit de groep die in de schuur van Laundry waren opgesloten, wisten ook aan de moordpartij te ontkomen door zich voor dood te houden onder de lichamen van hun vermoorde dorpsgenoten.

Na deze daden plunderden de Duitses het dorp en staken ze het vervolgens in brand, waarna nog slechts de muren van de huizen en schuren overeind stonden. De houten daken en vloeren waren volledig in rook opgegaan.

Foto: het marktplein nu

Na de bevrijding in september 1944 heeft generaal De Gaulle een bezoek aan het verwoeste Oradour sur Glanes gebracht en gelastte hij dat het verwoeste dorp een monument zou worden zodat de mensheid nooit zou vergeten wat hier gebeurd was. Dit dorp staat nu bekend als "village martyr", het martelaarsdorp. Het leed van de overlevenden was echter nog niet geleden. Tot 1953 leefden ze in zelfgebouwde noodonderkomens; in dat jaar werd van hogerhand besloten om naast het verwoeste dorp een nieuw Oradour sur Glanes te bouwen en kon met de wederopbouw worden begonnen.

Hoe liep het af met de soldaten die al dit onheil hebben aangericht? De generaal Lammerding werd door een Frans tribunaal ter dood veroordeeld, maar hij woonde na de oorlog in Duitsland, werd nooit uitgeleverd en stierf in 1971. Majoor Diekmann sneuvelde op 29 juni 1944 in Normandië en luitenant Barth leefde tot 1983 in Oost-Duitsland. In dat jaar werd hij in Berlijn wegens oorlogsmisdaden veroordeeld tot levenslang; hij stierf in 2007 op 91-jarige leeftijd. De 13 Malgré-nous werden veroordeeld tot twaalf jaar dwangarbeid. In 1953 echter nam het Franse parlement op verzoek van de afgevaardigden uit de Elzas een wet aan die de uitvoering van die laatste straffen opschortte. Toen dit bericht Oradour sur Glanes bereikte, leverde de burgemeester zijn onderscheiding Légion d'Honneur in en verbrak Oradour alle betrekkingen met de hogere overheid. Parlementsleden waren niet welkom bij de herdenkingen op de 10 juni en als ze wel kwamen werden ze het dorp uit geschopt. Pas na 17 jaar zijn de betrekkingen weer genormaliseerd.

De overige foto's staan zoals gebruikelijk op Flickr in de serie Zuid-West Europa, album 2017-2.


Erfgoed van Coeur de France

Fietsend langs het canal du Niverais valt vooral de armoe en de triestheid van de kleine gehuchtjes op waar we door komen. Winkels en café’s zijn allang verleden tijd, mensen zie je ook nauwelijks en als enig teken van leven zie je daar soms de was buiten hangen wat dan meteen ook weer zo komisch is dat je er wel een foto van moet maken.

Wel wordt je door elke fransman incl. de kinderen overal op de route begroet met bonjour Mme en Mr dus wij ” bonjouren” vrolijk terug. In het stadje Clamecy hebben we op een terras een werkelijk overheerlijke cappuccino gedronken. Want ook dat verschil is hier erg groot. Na een kleine stadswandeling kwamen we uit bij de kerk van Saint Martin die al dateert uit de VII eeuw en we hebben ons staan te verbazen over het prachtige vakwerk van de beeldhouwers. Wat een gigantisch werk moet dat geweest zijn.

Na drie dagen werd het tijd om te verkassen en met een kleine omweg van zo’n 50 km (i.v.m werkzaamheden aan de brug over de Loire die daardoor alleen toegankelijk was voor verkeer lager dan 3 m) en boodschappen gedaan te hebben arriveerden we op de camping Municipal in St.Amand Montrond. Omdat het zo’n 29 graden was besloten we om eerst maar alle was te wassen en dat was achteraf gezien een goede keuze omdat we de dag erna getrakteerd werden op flinke buien. Gelet op die weersverwachting (kans op regen) besloten we om een korte route te fietsen naar het Chateau Aimay le Vieil. We waren net op tijd voor de rondleiding.

Het kasteel werd in de 14e eeuw gebouwd op de plaats van een versterking uit de 12e eeuw. Sinds 1467 is het altijd in bezit geweest van dezelfde familie Colbert. August Colbert had een o.a groot aandeel als generaal onder Napoleon bij de Slag om Waterloo. Helaas begon het te regenen toen we na de rondleiding buiten kwamen en hebben we maar een klein gedeelte van de prachtige tuinen gezien. De buienradar gaf aan dat er rond de klok van drie hevige buien zouden vallen dus leek het ons verstandig om terug te gaan naar de camping. (9,5 km) Helaas moesten we al snel onze regenjassen aan doen en de regen ging al snel over in stortregen. Schuilen ging ook niet, dus flink zijn en doortrappen en als twee verzopen katten tot op de draad drijfnat kwamen we op de camping aan.

De laatste dag van ons verblijf scheen de zon weer volop en konden we bij een aangename temperatuur van 23 graden per fiets naar De Abdij van Noirlac. Deze abdij wordt beschouwd als één van de mooiste kloostercomplexen van Frankrijk. In de 12e eeuw woonden twee gemeenschappen samen in de cisterciënzer kloostergebouwen: de monniken van het koor en de lekenbroeders. Laatstgenoemde, met baard, waren niet-geestelijken die een religieus leven leidden: ze hadden geen toegang tot het kloosterkapittel en waren niet verplicht om deel te nemen aan kerk en gebedsdiensten. Ze waren belast met de taak om de zelfvoorziening van de abdij te waarborgen. Aan het einde van de 12e eeuw werd het echter steeds lastiger om lekenbroeders te krijgen. En werden ze langzamerhand vervangen door slaafse of betaalde arbeidskrachten. Omdat het klooster in verschillende fasen werd gebouwd zie je zowel Gotische als Romaanse invloeden.

De abdijkerk heeft de vorm van een latijns kruis en is 17 meter hoog. Kenmerkend voor de cisterciënzer bouwstijl zijn de beige stenen en de soberheid. De hoogte van het dwarsschip is te verklaren door de taak die aan het licht werd toebedeeld bij de weergave van de goddelijke nauwkeurigheid. In de middeleeuwen schreven de monniken van het koor die een “stem in het kapittel” hadden (meestal degene die uit aristocratische families kwamen en konden lezen en schrijven) in de monnikenzaal hun manuscripten in het net; wat een zware taak was om urenlang met gekromde rug te zitten. Er was één jaar voor nodig om een bijbel over te schrijven. Doordat de regels van het klooster absolute stilte voorschreven, waren de monniken verplicht d.m.v gebaren of via geschreven taal met elkaar te communiceren. Dat zouden wij eens een dag moeten proberen.

Voor ons was dit bezoek met zijn boeiende geschiedenis beslist de moeite waard. (ja, Sietske je zult nog regelmatig iets lezen over kerken, gebouwen en architectuur en we zullen je niet overhoren) .In de kloostertuin stonden prachtige eeuwenoude lindebomen.

Op het eind van de middag zijn we Saint Amand Montrond zelf ingetrokken; hoewel de plaats groter is dan de dorpjes die we de laatste paar dagen aan hebben gedaan, was het voor een zaterdagmiddag toch een doodse bedoening. Het marktplein stond vol met terrassen maar aan die tafels en stoelen zat niemand!

We hebben eerst Fortresse de Montrond bezocht, het enige versterkte fort in het centrum van Frankrijk. Met de Prins van Condé als eigenaar werd dit fort voorzien van een ingenieus defensiesysteem. Lodewijk de Veertiende (Zonnekoning) heeft tijdens zijn jeugdjaren hier gewoond. Helaas had de vrijwilliger van de lokale Archeologische kring die als gids optrad, de goede sleutel niet meegenomen en konden we het fort niet in. Tja….kan gebeuren!

Uit arren moede zijn we vervolgens een brocanterie ingedoken; schappen vol met ongeregeld goed stonden daar opgestapeld in een voor ons schijnbaar ongeordende volgorde. De eigenaar hield een opheffingsuitverkoop en misschien daarom was het een drukte van belang. Ons is niets aan onze handen blijven plakken, behalve wat stof.

De overige ruim 70 foto's staan zoals gebruikelijk op Flickr in het album van de tweede week. Morgen gaat de reis verder naar het Zuiden en doen we Oradour sur Glane aan.

Over het Braamstruikse Binnenpad in de Morvan

Quarré-les-Tombes

Blij dat we de drukte van de camping achter ons konden laten vertrokken we rond half 11 richting Quarré les Tombes in de Morvan. Al snel begon het te miezeren en dat bleef zo tot rond de klok van 16.00. We hadden een mooie plaats tegenover een klein park waar o.a twee eeuwenoude sequoiabomen met een omtrek van zo’n 10 meter stonden.

Gelukkig konden we nog even een wandeling door het dorpje maken op deze zondag waar het een drukte van belang was bij de plaatselijke patisserie die wijd en zijd bekend staat om zijn chocolade. We hebben het winkeltje even bezocht, maar vonden de chocolade die men ons liet proeven vooral heel zoet. Ook naast de patisserie was het een drukte van jewelste waar mensen in de rij stonden bij de boulangerie waar de bakker met zijn vrouw en dochter giga grote wafels stonden te bakken die je naar smaak kon laten beleggen met chocolade, jam, slagroom of karamel.

Nu is de Morvan relatief nog onbekend. Het gebied is dun bevolkt, kalm, stil en verlaten. Op een oppervlakte van 3.500 km2 (70 bij 50 km) vind je 104 dorpen met tezamen slechts 40.000 inwoners. Het is er ontzettend groen en dat betekent dat er veel water uit de lucht valt. Voor Franse begrippen zelfs onvoorstelbaar veel: tot wel 1600 mm per jaar. De lucht is er dan ook zelden strak blauw. Ook wij hebben op onze eerste dag in het plaatsje ons deel van de nattigheid gehad. Op de tweede dag was het echt ’s zomers.

Die tweede dag hebben we een flinke wandeling gemaakt in de omgeving , ondanks de temperatuur was het goed te doen omdat we in de bossen veel in de schaduw konden lopen. Op sommige punten hadden we op onze route prachtige vergezichten over het bocagelandschap met weiden en houtwallen, omsloten door bos en soms op een heuvel een dorpje. Een stukje verder waanden we ons op het Braamstruikse Binnenpad uit de Fabeltjeskrant: een hol paadje met links en rechts tegen de wal aan metershoge braamstruiken. Er hingen genoeg heerlijke zoete bramen die onze dorst konden lessen.

De rest van de middag dachten we lekker te kunnen relaxen maar tegen 16.30 werden we verzocht het terrein te verlaten i.v.m activiteiten die ’s avonds en de volgende dag op het plein zouden plaats vinden; we waren even vergeten dat in Frankrijk Maria Hemelvaart (15 augustus) een feestdag is. Dus snel opgeruimd, water getankt en naar de volgende camperplaats in Chevorches. Het geplande bezoek aan de plaats Vezelay hebben we laten vallen, want het zag er zwart van de toeristen. Als je Vezelay wil bezoeken moet je dat ’s morgens doen wil je rustig het stadje kunnen bekijken.

Chevroches

We staan op de reguliere camperplaats, maar zonder voorzieningen, in de haven van Chevroches aan het Canal du Nivernais. Op deze gemeentelijke standplaats kon je voorheen ook stroom en water krijgen en dat kostte € 5,00 per dag. Toen de beheerder merkte dat er veel camperaars pas ’s avonds laat kwamen en de volgende morgen weer vroeg waren vertrokken zodat hij zijn staangeld miste, werd het water en de elektriciteit afgesloten. Dankzij (sic!) die camperaars sta je hier nu voor niets. Chevroches is een klein, kneuterig plaatsje waar de tijd stil gestaan lijkt te hebben. Voor welgeteld haar 128 inwoners heeft het een kerkje dat voor het eerst in 879 werd genoemd.

Het was een regenachtige dag, zodat we de meeste tijd onder de luifel van de camper hebben doorgebracht. Tussen de buien door hebben we nog wel het dorpje kunnen bezichtigen en hebben we een drie kwartier kunnen wandelen over de oude waterloop van het riviertje de Yonne. Morgen zal het weer opklaren en fietsen we langs het kanaal naar Breves (en weer terug).

We krijgen signalen vanuit Nederland dat niet iedereen een reactie kan plaatsen bij onze reisverslagen. Dat ligt in ieder geval niet aan de site; misschien helpt het om het adres van de site eens opnieuw intikken en niet vanuit favorieten naar de site gaan. Wij kunnen daar helaas van hier uit niets aan doen.

Zoals gebruikelijk staat de rest van de foto's op Flickr. Morgen beginnen aan week 2.



Sur la Meuse

Bogny-sur-Meuse

Beiden keken we uit naar onze rondreis door Zuidwest-Europa en 9 augustus 2017, was het dan zo ver. De reis ging voorspoedig en in Monthermé, één van de eerste plaatsjes in Frankrijk, moesten we stoppen om een gasfles te kopen. Europa mag dan wel één zijn, maar uniform is het nog lang niet. Zweden, Noorwegen, Spanje en Portugal hanteren ieder hun eigen aansluitingen op hun gasflessen en Frankrijk heeft zijn eigen omruilsysteem van zijn - Franse - gasflessen. Op deze reis hebben we dus drie soorten flessen bij ons: een Nederlandse, een Franse en een Spaanse.

Halverwege de middag kwamen we in Bogny-sur-Meuse aan en op de camperplaats aan de oever van de Maas had een Grote Brit en een fransoos zijn plekje al gevonden; wij konden daar nog ruimschoots bij. Vanaf onze standplaats zagen we aan de overkant op de berg een heel groot standbeeld staan en nadat we ons geïnstalleerd hadden maakten we een kleine dorpswandeling die uiteindelijk op een heuvel, na een klim van 140 meter, eindigde op de plek van vroeger het Kasteel Regnard had gestaan; van het kasteel zelf was niets meer over en in de plaats daarvan heeft men het genoemde standbeeld geplaatst. Je had wel een prachtig uitzicht op de kronkelende Maas.


De volgende dag ging onze tocht op de fiets over de Voie Verte de Trans-Ardennes naar Charleville-Mézières, de hoofdstad van de Franse Ardennen, met zijn prachtige Place Ducale; dit plein is een zusje van het beroemde Place des Vosges in Parijs en dat kan ook niet anders want de ontwerper ervan was dezelfde. We hebben nog gezocht naar een uitspanning waar ze de lokale specialiteit - blotekontenschotel (la cacasse à cul nu) - serveerden maar die hebben we helaas niet kunnen vinden; het gerecht bestaat, voor de liefhebber, uit gestampte aardappelen met ui en spek/vette worst.

Troyes

Nadat we op 11 augustus lekker buiten in de zon ontbeten hadden en hadden opgeruimd zijn we vertrokken richting Montgueux. Onderweg zijn we nog gestopt bij een groot monument uit WO l dat tussen de nog zichtbare loopgraven is gebouwd. In dit Osuarium liggen de overblijfselen van 10.000 soldaten.


Montgueux; dit kleine dorpje ligt op een heuvel op 15 km van het centrum van Troyes. We stonden daar bij een champagne-wijnboer; een lekker rustig plekje met helaas wel één groot nadeel zoals later die avond bleek. 's Middags stapten we op de fiets naar Troyes, dè stad van de vakwerkhuizen. We fietsten over de Voie Verte de la Vienne, bijzonder was dit omdat Roland dit gedeelte gelopen heeft op zijn weg naar Santiago in 2015.

Naast de vakwerkhuizen is de stad ook nog vergeven met kerken, basilieken en kathedralen; we hebben de kathedraal Saint-Pierre-et-Saint-Paul, de basiliek Saint-Urbain, en de kerken Saint-Jean-au-Marché, Sainte-Madeleine en Saint-Nizier bezocht. Als je Troyes bezoekt moet je die niet overslaan; elk godshuis heeft wel iets unieks. Zo is de Saint-Pierre-et-Saint-Paul zeer groot en is daar in de 10e eeuw Lodewijk II tot keizer gekroond, heeft de Saint-Nizier een bijzonder mozaïek-dak en valt in Sainte-Madeleine een zeer bijzonder doksaal te bewonderen. Dat laatste lijkt wel een kantwerkstukje in steen

Bon appétit

Er zijn landgenoten die niet naar Frankrijk willen omdat ze de Fransen onaardig vinden; zo zijn ze van mening dat de Fransen je liever kwijt dan rijk zijn en je dan ook daar naar behandelen. Nou, onze ervaringen zijn heel anders. Toen we op een bankje neerstreken in de Jardin des Innocents om onze boterhammen op te eten, wenste elke voorbij lopende Fransman ons smakelijk eten; kom daar in Nederland maar eens om.


Op onze rit naar Troyes hadden we al onze twijfels voor de terugweg; Montgueux ligt op een heuvel die zo'n 400 meter boven het land uitsteekt en de afdaling ging nog wel, zij het over een kiezeltjespad. Maar terug! Dat was puffen en ploeteren en ondanks de elektrische ondersteuning konden we het geheel niet fietsend afleggen. Eenmaal boven besloten we om de volgende dag naar de stadscamping van Troyes zelf te gaan om zaterdag ons bezoek aan die stad af te maken. Daar staan we nu. Morgen gaan we verder, dieper Frankrijk in.

De overige 81 foto's kun je zien door op de link hiernaast (Fotos op Flickr 2017) te klikken.

Andalucía aquí venimos

Na dit jaar in het voorjaar en de vroege zomer het “koude” Noorden te hebben bezocht – maar onze volgers weten al dat het zo koud niet is geweest, integendeel – hebben we ons reisdoel voor 2017 nog niet zo lang geleden bepaald: Andalusië. De autonome regio in het zuiden van Spanje, de regio van de witte dorpjes, de steden Sevilla en Cordoba en natuurlijk de toeristische highlights Granada en Ronda. En omdat we dan toch in de buurt zijn, koppelen we daar tevens Midden- en Noord-Portugal aan vast; met name van de Beira Litoral, de Sierra da Estrela en de Trás o Montes lijken we gecharmeerd te gaan worden.

Gelet op het klimaat aldaar – met name in Andalusië waar het ‘s zomers snikheet kan zijn (met Cordoba als uitschieter: elk jaar weer stijgt daar de temperatuur regelmatig boven de 40 graden Celsius) – is de planning om in de late zomer en de herfst over het Iberisch schiereiland te toeren.

De route is in grote lijnen gereed; het fijn slijpen kan nu beginnen en daar hebben we enorme voorpret aan. De kilometerteller staat voorlopig op bijna 7600 km, maar daar kan nog van alles in veranderen. Door op de kaart te klikken opent de route in Google Maps, waar je tot op straatniveau kunt inzoomen.

Heb je ideeën of tips laat het ons dan weten!

Résumé Scandinavië 2016

Even wat cijfers:

Na twee weken thuis, met weer de nodige ‘verplichtingen’, hebben we de balans opgemaakt van 10 weken toeren door Scandinavië. In totaal hebben we op 12 campings, 16 camperplaatsen, 23 maal “in het wild” en tweemaal bij broer/zus gestaan. We zijn in 17 etappes naar Slettnes Fyr, voor ons het meest noordelijkste puntje gereden op 3785 km van huis verwijderd, hetgeen het etappegemiddelde voor de heenreis op 223 km brengt. De terugweg van 6987 km lang bestond uit 36 etappes van gemiddeld 195 km. In totaal hebben webijna 11.000 km gereden en iets meer dan 1000 liter diesel verbruikt. Hieronder de routes en etappes van de heen- en terugreis. Klik op het kaartje om de route te openen in Google Maps.

Wat was het mooiste?

Dat is een vraag die moeilijk te beantwoorden is. Elk land, elke regio heeft zo zijn eigen charme. De fietsvriendelijke hoofdsteden Kopenhagen, Stockholm en Oslo doen echt niet voor elkaar onder, hoewel het karakter van Oslo, een stad vol kunst, heel anders is dan dat van de twee andere. De eenzaamheid van Zweeds Lapland, de routes door eeuwige naaldbossen en het voortdurend moeten stoppen voor overstekende rendieren heeft een onuitwisbaar beeld nagelaten.


Nog eenzamer was de tocht van Ilfjord naar Slettnes Fyr en terug, waar we over een afstand van 250 km maar 3 tegenliggers tegen kwamen. En om op Slettnes een vos in het wild op aanraak-afstand tegen te komen was ook geweldig; dat hebben de Noordkaap-gangers toch maar mooi gemist!

Over de Lofoten wordt alom geroemd. Deze eilandgroep is prachtig, woest en grotendeels ongerept, maar het beeld dat blijft hangen is dat de Lofoten een aaneenschakeling is van oude vissersdorpen tussen kale, besneeuwde bergen waar je bijna overal de stokvis ruikt en te drogen ziet hangen.


Het vasteland van Noorwegen heeft echter duidelijk onze voorkeur verdiend. De afwisseling in het fjordenlandschap en de nog grotendeels ongerepte natuur vonden wij mooier dan de Lofoten en de Wildernisroute in Zweden. Rijdend van Trondheim naar Oslo vielen we van de ene verbazing in de andere; het bleef een aaneenschakeling van “oohs en aahs”. Vooral de Auerlandfjellet (de Sneeuwweg als alternatief voor de Auerlandtunnel) en de route over Noorwegens grootste natuurreservaat (de Hardangervidda) heeft ons bekoord.

Wat was het meest opvallende?

Het feit dat automobilisten voor jou als fietser of wandelaar stoppen als ze alleen al denken dat je over wilt steken; het geduld dat de mensen op de weg hebben en absoluut geen gejakker en geraas (behalve dan die ene (D) buitenlander). Zodra je van Duitsland Denemarken inrijdt valt je de rust in het verkeer onmiddellijk op. In Zweden en Noorwegen wordt het nog rustiger, relaxter. Zo zeer zelfs dat wanneer je na 10 weken van Zweden Denemarken weer inrijdt je onmiddellijk zegt: “mijn hemel, wat wordt hier gejakkerd.” En dan te bedenken dat je Duitsland nog in moet!

In Zweden brengen de mensen op het platteland (en dat is dus bijna heel Zweden) hun versleten auto niet naar de sloop; ze laten deze bij huis staan. Soms tref je daar dan meer dan 10 exemplaren aan, vanaf de jaren 60 tot aan ver in de 21e eeuw.
Joggende mensen, van ’s morgens 6 uur tot heel laat in de avond; het lijkt wel of heelZweden aan het joggen is. Ze doen het zelfs achter de kinderwagen!
Er wordt heel veel gewandeld met kinderen die op de dagopvang zitten en alle kinderen dragen een veiligheidshesje met hun naam en een telefoonnummer erop.

Bijna alle huizen in het buitengebied in Zweden, Noorwegen en Finland hebben kleine lampen in hun raamkozijn hangen. Bij navraag blijkt dat dit is omdat er geen straatverlichting is en men op deze manier kan zien waar huizen staan.

Verbazingwekkend zijn ook de vele en schone openbare toiletten met voldoende toiletpapier die je overal (zelfs bij een boswandeling) tegen kunt komen.

Kosten van levensonderhoud.

Bijna allen die we spreken willen weten of het echt waar is dat Noorwegen zo duur is. We kunnen dat bevestigen. Niet alleen de meest bekende artikelen (alcoholhoudende drank bijvoorbeeld), maar ook die artikelen waar je het niet van verwacht: vis! Noorwegen is een visserij land en toch is de vis èn niet vers te verkijgen (behalve op de vissersboot zelf, voor het overige alleen ingevroren in de winkel) èn is de prijs hoger dan in Nederland. Voor stokvis – hun nationale trots – betaal je zelfs omgerekend € 75,00 per kilo en wij maar denken dat onze paling voor € 30,00 per kilo al veel kost. Voeding is in de regel 50% duurder en drank tot wel 3 maal zo duur als in Nederland. Rook je, dan zul je voor een pakje shag meer dan € 30,00 moeten neertellen. Hou je van chips dan leg je €4,50 neer voor een zak. Zweden en Denemarken zijn gemiddeld 10% duurder dan Nederland en Finland is qua prijsniveau met ons te vergelijken.

Niettemin hebben wij van de eerste tot de laatste dag,( mede door het uitzonderlijk mooie weer in die 10 weken) genoten. Wij gaan nu op zoek naar een nieuwe uitdaging! Voor de liefhebbers hebben we onder het kopje "Video's" ook eentiental bewegende beelden gezet.

Back Home Again

“Goedenmorgen, wij wilden even op de koffie komen.”; zo begon onze ontmoeting met de uitbaters van de boerencamping “De Grasplas” in Vorden. Het was namelijk de familie Graaskamp en omdat die naam vrij zeldzaam is in de Achterhoek ènmijn grootmoederook Graaskamp heette, was de kans groot dat hier – voor de derde keer gedurende deze reis – sprake zou kunnen zijn van een ‘familiebezoek’. En jawel hoor, Henk Graaskamp zijn grootvader was een neef vanmijn grootmoeder. Henk kon ons vertellen dat hij een broer had die ook genealogisch onderzoek deed; “hij was zo druk bezig met zijn voorgeslacht dat hij geen tijd had om voor nageslacht te zorgen.” Henk zelf vond het feit dat ik aan familiegeschiedenis deed zo interessant dat hij in de loop van de middag een drietal exemplaren van het tijdschrift “De Oogst” bij ons neerlegde waarin verslag werd gedaan van zijn reis naar Zuid-Afrika, waar hij Nederlandse boeren heeft bezocht die nèt na de Tweede Wereldoorlog vanuit Nederland naar Zuid-Afrika zijn geëmigreerd. We hebben die lectuur dankbaar doorgelezen.

De camping was prachtig; Henk had het boerenbedrijf in de “goede” jaren beëindigd en was in de plaats daarvan een camping begonnen; zo’n 25 standplaatsen rondom een grote (vis)vijver waarin ook gezwommen kan worden. Alles heel netjes en schoon, kortom een prachtige plek om per fiets de omgeving van Vorden te verkennen.

Nu ken ik Vorden vanuit mijn jeugd als de plaats die midden tussen kastelen ligt. De Achtkastelenroute van Vorden is wellicht de oudste fietstocht van Nederland. Al in 1913 nam de burgemeester van Vorden toeristen mee om ze het natuurschoon en de prachtige kastelen van zijn dorp te laten zien. Het is een laagdrempelige route. Letterlijk, omdat er nauwelijks hoogteverschillen zijn. Maar ook figuurlijk, want de route is goed bewegwijzerd en op de site van Routeyou kun je de GPS-route downloaden.


De route voerde ons de eerste dag langs Onstein, een landhuis uit 1613, het Huis Medler, wier eerste vermelding plaatsvond in 1483, maar dat in de 80-jarige oorlog geheel is verwoest. Het huidige huis is in 1800 gebouwd en wordt nog steeds door dezelfde familie bewoond. Vervolgens fietsten we langs Kasteel het Wiersse, ook nu nog bewoond door een een Engelse adellijke familie. Bij de buitenplaats is een historisch landgoed gelegen bestaande uit 300 hectare grond waarvan 16 hectare tuin is omringd door 32 hectare landschapspark. Het beheer daarvan geschiedt met een continuïteit sinds 1678 door opeenvolgende families. De tuin staat bekend als de mooiste tuin van Nederland; helaas was hij gesloten toen wij er waren. Deze tuin is maar enkele (zon)dagen per maand open voor het publiek.


Als laatste stond kasteel Wildenborch op ons programma. Het huis wordt voor het eerst vermeld in 1372 als de roofridder Sweder Rodebaert van Wisch eigenaar van het kasteel is. Het kasteel lag strategisch te midden van moerassen en was een ideale schuilplaats na gehouden rooftochten. De heren van Wisch hielden met regelmaat rooftochten in gebieden van het graafschap Zutphen en Overijssel. Naar aanleiding daarvan belegerden burgers uit Deventer in 1490 het kasteel Wildenborch en burgers uit Zutphen het kasteel Wisch in Terborg, maar zonder veel resultaat.


Bij de uitspanning “De Wildenborchhof” hebben we ons op het terras genesteld voor enkele versnaperingen, waarna we monter naar de camping fietsten.

De tweede dag was het weer iets minder; voortdurend dreigde het te gaan regenen en helemaal droog hebben we het niet gehouden. We hebben die dag veel door het buitengebied gefietst en slechts 3 kastelen/buitenplaatsen gezien: het Kiefskamp, Kasteel Hackfort en Kasteel Vorden. Het Kasteel Hackfort heeft een prachtige kruidentuin en moestuin, in gebruik bij het restaurant dat in het voormalige koetshuis is gevestigd. Daar hebben wij een rustpauze genomen en een heerlijke cappuccino gedronken.

In 1672 - het jaar dat in Nederland bekend staat als het rampjaar -was "het volk redeloos, de regering radeloos en het land reddeloos". In dit jaar begon de Hollandse Oorlog en werd de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden aangevallen door Engeland, Frankrijk en de bisdommen Münster en Keulen. De binnenvallende legers trokken op 12 juni 1672 over de Rijn bij Lobith en versloegen het zwakke leger van de Republiek en bezetten snel veel grondgebied in het landschap Twente en het graafschap Zutphen. Onder hen was ook Lodewijk XIV, die kennelijk in Vorden onder een linde heeft gezeten, getuige deze foto met onderschrift.

De daarop volgende dag zijn we in een rustig tempo naar huis gereden. Jullie zullen het nu zonder onze verhalen moeten doen en wij zullen de zomer door moeten zonder jullie aangename reacties. Ach, aan al het goedekomt een eind. De laatste foto's zijn weer geplaatst op Flickr (Album Week 10)