Det har været dejligt
De lichte bui in de avond werd een regenbui die nagenoeg de hele nacht en morgen heeft geduurd. Nou mogen wij beslist niet klagen over het weer de afgelopen vier weken, het was overwegend zonnig en droog met een gemiddelde temperatuur van 21 graden. We vertrokken weer op tijd ( met regen) richting Hanzestad Stade en om Hamburg te omzeilen besluiten met de veerboot de Elbe over te steken. Al snel krijgen we onze eerste omleiding van 20 km maar het is nog redelijk rustig op de weg tot we op de weg richting het veer komen waar we uiteindelijk een uur in de file staan voor we de boot op kunnen. De overtocht duurde zo’n 30 minuten.

Gelukkig schijnt de zon als we wakker worden en het is nog lekker rustig als wij met onze stadswandeling beginnen.
Stade is één van de oudste steden in Noord-Duitsland, met sporen van menselijke bewoning die teruggaan tot 1000 voor Christus. In de 8e eeuw ontstond hier een nederzetting met een belangrijke haven aan de Schwinge, een zijrivier van de Elbe. De eerste schriftelijke vermelding van de stad dateert uit 994, toen Stade geplunderd werd door de Vikingen.

De bloeitijd van Stade duurde tot de Dertigjarige Oorlog in de 17e eeuw. Daarna volgden periodes van Zweedse, Deense en overheersing, waarbij de stad haar Hanzestatus verloor. In 1715 werd de stad veroverd door de keurvorsten van Hannover. In de Tweede Wereldoorlog werd de stad niet noemenswaardig beschadigd. Vandaar dat Stade zo'n goed bewaarde historische binnenstad heeft.


De Oude Haven, werd halverwege de 13e eeuw gebouwd. Waar vrachtvaarders ooit aanmeerden en de economische bloei op gang brachten, zijn nu restaurants, cafés, musea en winkels te vinden.
De oude houten havenkraan werd gebruikt om de schepen te laden en lossen. Het werd in 1898 afgebroken en daarna gereconstrueerd op basis van het origineel.


We wandelen door straatjes met vakwerkhuizen en bij de banketbakker genieten we van een heerlijke kop cappuchino en het gebak laten we ( hoe lekker het ook is) liggen. Na een paar uurtjes in dit mooie stadje rond gewandeld te hebben lopen we terug naar de camper en laten Stade achter om naar onze laatste overnachtingsplaats te gaan van deze vakantie.


Halverwege de middag arriveren we in Minden gelegen in de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen. Ook hier vind je in de oude binnenstad veel oude gebouwen die de rijke geschiedenis van de stad verraden.

We genieten een poosje buiten in de zon voor we via een loopbrug de rivier de Wezer oversteken en de stad inlopen om op zoek te gaan naar een restaurant. Ook hier staan prachtige gebouwen en er hangt een gezellige sfeer in de oude binnenstad met veel terrasjes en eetgelegenheden al zijn er op maandag een flink aantal gesloten.

Het was heerlijk weer om buiten te eten maar dat vonden de wespen ook dus we hebben toch maar een plekje binnen gezocht in een gezellige bistro.

De resterende foto’s zullen thuis nog toegevoegd worden op de site want de stroomvoorziening liet het weer afweten ( vlgs mijn monteur, chauffeur, reisplanner navigator, echtgenoot en alleskunner is de huishoud-accu stuk).
Kirsten en Rubis, de Deense Julia en Romeo
Woensdag 30 juli zijn we weer vroeg op pad om naar het eiland Mors, het grootste eiland in het Limfjord, te rijden, dat ongeveer twee maal zo groot is als Texel. We bereiken het eiland via de Vilsundbrug bij Thy en pikken daar de Margrietroute op die we consequent volgen op het eiland.

We komen hier zelden een andere auto, laat staan camper tegen; alleen soms een boer op zijn tractor. Het landschap is veel gevarieerder dan we tot nu toe gewend waren in Noord-Jutland. Het Noordelijke deel van eiland staat bekend om zijn kliffen (klit in het Deens) Hanklit en Feggeklit. Je kunt er alleen te voet naar toe maar wij kunnen ons vandaag uitstekend bedwingen.

Aan het eind van de morgen komen we in Øster Assels aan, een kleine haven aan het Limfjord waar ze ook 8 camperplaatsen hebben gerealiseerd met alle voorzieningen. Betalen kan via MobilePay, te vergelijken met onze iDeal, waar je je als buitenlander ook bij kunt registreren. Wij besluiten gewoon te wachten tot de havenmeester zelf het staangeld komt innen.

De volgende dag maken we het rondje Mors af en belanden we via dezelfde Vilsundbrug weer op het vasteland. Het wordt een lange rit van 170 km. De eerste stop is bij de Verstevig Kirke, de grootste Deense dorpskerk. Niet dat deze als kerk zo heel bijzonder is, want hij ziet er precies zo uit als alle Deense dorpskerken: wit, enkel scheeps met een kleine vierkante toren.

Wat deze kerk zo bijzonder maakt is de legende die er aan vast zit. Volgens de overlevering ligt op het kerkhof van deze kerk de kleine Kirsten begraven, de zus van koning Waldemar de Grote (tweede helft 12e eeuw). Zij werd verliefd op Prins Buris, de broer van de koningin Sophia van Minsk en toen die relatie niet zonder gevolgen bleef zon de koning op wraak. Op een feest danste hij net zo lang met Kirsten tot zij dood neer viel. Hij liet bij Buris de ogen uit steken en vervolgens liet hij hem vastketenen aan de toren van de kerk. De ijzeren ketting die hij om zijn lichaam droeg was niet lang genoeg om bij het graf van zijn geliefde te komen, dat hij dagelijks bezocht. Toen prins Buris stierf werd hij naast Liden Kirsten begraven. En ter herinnering aan deze geliefden is het nog tot op de dag van vandaag gebruikelijk dat bruidsparen, die in de kerk van Verstevig trouwen, een bos bloemen bij hun graf leggen. Toen we het graf bezochten lag er helaas geen bosje bloemen.
Net naast de kerk liggen de overblijselen van een oude boerderij uit 200 v Chr. De omtrek van de woonstee kun je nog uitstekend zien omdat het plaveisel van natuurstenen dat de bewoners er omheen hadden gelegd nog ongeschonden is gebleven. Het is daarmee het oudst bekende wegdeksel in Denemarken, nog vóór dat de Romeinen in Nederland straten aanlegden.


Eind van de middag komen we op onze overnachtingsplaats aan; een plek naast een oud jachthuisje aan het Vest Stadil Fjord, midden in een wildreservaat. De bedoeling was om de volgende morgen van daaruit een flinke fietstocht te maken, omdat het reservaat bekend staat om zijn vele vogelsoorten. Wij hebben even het huisje bekeken, dat nog tot in de jaren zestig van de vorige eeuw bewoond bleek en slechts twee ruimten groot was. Iets dan als keukentje dienst moest doen en de andere ruimte die als woon- en slaapvertrek was ingericht. Je mag er nog steeds in overnachten.


Net voordat we wilden gaan slapen viel de volledige stroom in de camper uit. Lastig, want dan hebben we ook geen water en houdt de koelkast, ondanks dat die op gas werkt, er ook mee op. Met wat tijdelijke maatregelen was dat in een handvol minuten verholpen en de volgende morgen helemaal. Oorzaak was de accubewaker die kuren kreeg, want ondanks dat de accu nog meer dan voor 90% vol zat dacht de accubewaker dat die onder het kritische punt van 30% restlading was gekomen. Waarom is me nog steeds een raadsel.
Toen het daarnaast de volgende morgen ook nog eens begon te stortregenen, besloten we door te rijden naar Ribe. Geen Vogelroute voor ons dus.

Onderweg zagen we een mooie regenboog en gelukkig scheen de zon weer tegen de tijd dat we in Ribe aankwamen. De parkeerplaats voor campers in de stad ( met faciliteiten) stond al behoorlijk vol maar er was nog een plek waar we konden staan.

Ribe is de oudste en een van de mooist bewaarde steden van Denemarken gelegen in zuid-west Jutland. En tevens ook heel toeristisch. De stad werd in 710 n.Chr.gesticht als marktplaats voor de Noormannen en de Friezen en door de gunstige ligging aan zee was hij eeuwenlang een belangrijke handelspost. In de 12 e eeuw werd de Dom van Ribe gebouwd in Romaanse stijl en heeft als enige kerk in Denemarken vijf schepen. waarna het de status van bisschopsstad kreeg.

We lopen over bolle straatkeien, langs vaak scheve vakwerkhuizen en verborgen hofjes. We strijken neer op het terras van een vakwerk-restaurant waar je, je zelfs binnen in de Middeleeuwen waant ( scheef lopende vloeren en muren)


Langs de rivier die door de stad loopt, de Ribe Vestervang, zitten allerlei terrasjes , restaurants en leuke winkeltjes met Deens handwerk, sieraden, kunst of lokale producten.

Op ons gemak lopen we door dit pittoreske stadje dat ondanks de drukte een vriendelijke uitstraling heeft. We brengen een bezoek aan Det Gamle Rådhus (1496 oude stadhuis) waar we vriendelijk ontvangen worden door een medewerkster en voor het eerst krijgen we een handleiding mee in het Nederlands.

We lopen via kleine steegjes naar de Fiskergade, dit is een stukje authentiek Ribe met de oudste huizen. Bijna alle huizen lijken Schots en scheef te staan. Langs de muurzijden van de hoekhuizen liggen grote keien, die er vroeger voor zorgden dat de ijzeren wielen van paard-en-wagens de muren niet beschadigden.

Aan het einde van dit straatje zien we aan de waterkant een grote zuil staan met een aantal jaartallen erop. Google leert ons dat er in 1634 een stormvloed is geweest en dat was niet de enigste tegenslag ( stadsbrand, de pest, etc) waardoor de stad zijn beste tijd had gehad. Er was geen geld om nieuwe huizen te bouwen . Hierdoor zijn veel oude gebouwen uit de 16e eeuw behouden gebleven.

En zo wandelen wij een aantal uren rond in dit stadje met veel bezienswaardigheden die je beslist zelf moet ontdekken als je naar Denemarken gaat.

2 aug
Het was om 8.00 uur al een drukte van jewelste met vertrekkende campers, gisteravond arriveerde de Italiaanse camperclub met zo’n 20 campers en het was een getetter van heb ik jou daar en die vertrokken vanmorgen weer vroeg. Wij zijn nadat we klaar waren ook maar vertrokken al was dat slechts 2,5 km verderop naar het Vikingmuseum. We hebben daar nog even moeten wachten want hij ging om 10.00 pas open.

In dit Vikingdorp zie je hoe de Vikingen in de nederzetting Ripa ( Ribe) leefden. Je ziet er o.a pottenbakkers, timmerlieden , smederijen en boeren met hun dieren zoals dat 1000 jaar geleden ook was.

Tijdens de zomermaanden komen Vikingen vanuit heel Europa naar Ribe en leven dan zoals het toen ook gebeurde. We spraken diverse mensen waaronder ook Nederlanders die hun vakantie drie weken daar door brengen met hun kinderen. Het is prachtig om te zien.

Gekleed in originele zelfgemaakte kleding ( dus helemaal met de hand) zijn ze druk bezig met op traditionele manier brood bakken, kleren maken, hout bewerken etc etc De kinderen lopen op blote voeten , spelen krijgertje, vissen in een slootje en hebben de grootste lol.

Op een groot veld leefden de mannen zich uit in een gevecht. De motivatie van veel mensen behalve hun interesse in deze tijd is het onthaasten. Even geen pc, gsm en drukte maar leven in de natuur. Hun handvaardigheden bieden ze te koop aan , aan de bezoekers van het museum die overigens zelf ook deel kunnen nemen aan activiteiten. Wij hebben er met veel plezier rond gelopen en het is echt een aanrader als je in de buurt bent.

Na ons bezoek doen we voor de laatste keer boodschappen in Denemarken en rijden naar de camping in Møgeltønder waar we ‘ s middags het dorpje in wandelen. Het heeft één lange straat de Slotsgarden geplaveid met kasseien met historische huizen die rond 1680 op verzoek van de graaf van Schadenborg is aangelegd en de huizen waren bestemd voor de kasteelbedienden.


Dit is onze laatste dag in Denemarken en morgen rijden we Duitsland in.
Over Slettestrand, zandstralen en wortelpaden
Zondag 27 juli zijn we inmiddels alweer drie weken onderweg en de komende 1,5 week rijden we op ons gemak weer terug richting huis. Er staat een flinke wind maar het is in elk geval droog en de zon laat zich ook zien als we vertrekken richting Vittrup waar we tegen 10.30 arriveren op de camperplaats. Onderweg zien we de beroemde vuurtoren Rubjerg Knude staan gebouwd in 1900.

De toren is in 2019 70 meter landinwaarts verplaatst om hem te beschermen tegen erosie, veroorzaakt door de Noordzee en is niet meer in gebruik. We hebben een grote plek ter beschikking omgeven door struiken . Bij de ingang staat een kraam waar je o.a aardappels, eieren, aardbeien en hout kunt kopen. Betalen doe je via een QR code of cash in een afgesloten kistje. Dit soort kraampjes zie je overigens overal langs de weg staan. Ook met spullen zoals klein huisraad, kleding of bv keramiek. Mooie methode.

Ook je aanmelden en betalen wordt veelal gedaan middels een automaat en dat is niet altijd even duidelijk hoe dat werkt. Datzelfde geldt voor de programma’s op wasmachine en droger, want daarvoor heb je bijna een cursus nodig omdat er geen beschrijving bij ligt, soms zelfs niet in een andere taal, en ook met de vertaalapp is het nog vaak lastig. Zo zat onze was vandaag ipv 1,5 uur 3,5 uur in de droger en dan wil er weleens iets uitkomen wat ineens een maatje of wat gekrompen is. Dit is ook de eerste camping waar we bij het betreden van het sanitairgebouw plastic schoenhoesjes over onze schoenen moeten aandoen zodat de vloer schoon blijft. Slim idee maar slecht voor het milieu al dat plastic. Datzelfde heb je in alle winkels waar je handschoenen aan moet doen bij de broodafdeling. Ik denk dan leg er tangen neer dat scheelt zoveel.

Maar goed na de lunch en ondanks de stevige wind stappen we op de fiets voor een tocht door de duinen. De eerste 12 km vielen erg tegen want het fietspad liep langs de weg en dus hoorde je alleen maar het voorbij komen van alle auto’s en het was behoorlijk druk. Maar uiteindelijk was dat de moeite waard toen bleek dat het fietspad over het Saltum strand liep. Het behoort tot de allerbeste en breedste stranden van Noord-Europa met fijn wit zand en prachtige duinen. Vlak langs de zee was de ondergrond vrij stevig en kon je er goed fietsen. Door de stevige wind werden we wel gezandstraald maar het was de moeite waard. Helaas zagen we ook een dode aangespoelde zeehond op het strand liggen. Ook auto’s mogen over het strand rijden.


Na een km of 5 moesten we weer terug de duinen in en zijn we voor de lunch gestopt in de badplaats Løkken. Even dachten we in Zandvoort te zijn, je kon er over de koppen lopen, alle terrassen zaten vol en het ene souvenir-winkeltje na het andere. We hebben maar snel een bakje patat gekocht omdat we zo snel mogelijk weer weg wilde uit de drukte en lekker in de zon op ons eigen “ gras-terras” wilden zitten. Het was een mooie zonnige dag.

Maandag 28 juli
De zon schijnt, een blauwe lucht dus we rijden een aantal kilometers naar natuurgebied Fosdalen waar we een wandeling maken. Het begin was weer vrij pittig met veel klimmetjes heel veel natuurlijke treden die door het bos slingeren en paden vol met boomwortels, het tweede gedeelte liepen we langs een meanderend beekje over vlonders.
Het enigste vogeltje wat we horen is de tjiftjaf.



Tot twee keer toe zit er een grote zwerm zwaluwen midden op de weg waar we voor in moeten houden. We hebben in ons hele leven nog nooit zoveel zwaluwen gezien als de afgelopen weken hier.

We arriveren op een natuurcamping waar we zowaar een Nederlandse camper zien staan.
Het natuurgebied Vejlerne beslaat ongeveer 6000 ha. Hier zou je vrijwel alle grote steltlopers kunnen zien die in Scandinavië leven. Het heeft ook de grootste broedpopulatie van Roerdomp, Zomertaling, Baardman etc Er is vrijwel overal vrij uitzicht, geen hoge bomen en het terrein is vlak. Er zijn ook diverse vogelwachtorens.

Wij gaan per fiets de omgeving verkennen. Helaas moeten we opboksen tegen windkracht 5 en behalve een grote groep zwanen zijn er weinig vogels te horen of te zien. We stoppen regelmatig onderweg om foto’s te maken en te filmen. Sommige stukken zijn vlak dan weer heuvelachtig en na een km of 16 bereiken we na een steil klimmetje Bulbjerg een kalkstenen klif van 47 hoog met een prachtig uitzicht over het omringende landschap. De parkeerplaats staat vol met auto’s van mensen die ook even komen genieten van het uitzicht.

Bulbjerg is ontstaan uit kalksteen dat zo’n 65 miljoen jaar geleden werd afgezet tijdens het late krijt. (meer info vind je op Google)
Wij genieten een poosje van de omgeving en stappen weer de fiets op. We fietsen door duinen, langs heidevelden en door bossen maar we horen en zien geen enkel vogeltje. Ondanks de prachtige route was dit wel jammer omdat we er naar uitgekeken hadden.


Dinsdag 29 juli
We zijn al vroeg wakker en vertrekken dus weer op tijd. We doen onze boodschappen voor een paar dagen en rijden dan naar het Nationaal Park Thy om daar te gaan fietsen.

Omdat de autoweg een gedeelte door het nationaal park loopt zagen we nu wel langs het water diverse vogels. Maar dan kun je weer niet stoppen. Onderweg zagen we iets wat je bij ons nauwelijks meer ziet nl een hele grote wei met een aantal varkens en hun biggen. Her en der in de wei stonden een soort van eenpersoonshuisjes voor de varkens en ze waren lekker in de modder aan het wroeten en rollen. Mooi dat dat hier zo kan. We zetten de camper op een parkeerplaats bij een kerkje en vertrekken van daaruit op de fiets. Het was weer windkracht 5 maar gelukkig weinig open velden dus viel het reuze mee en je raakt er ook wel aan gewend.
De route is weer zeer gevarieerd en erg rustig. En zowaar is er halverwege een terrasje waar we wat kunnen drinken.
Op een gegeven moment zien we een groot meer met een parkeerplaats en we besluiten om daar na het fietsen heen te rijden en daar te blijven staan tot de volgende dag. We parkeren tegen de bosrand en kunnen vanaf hier zo het bos in wandelen.

Thy Nationaal Park is het oudste park van Denemarken waar je te voet of met de fiets meer dan 200 km aan paden kunt verkennen. Edelherten lopen vrij door het park en terwijl ik dit zit te schrijven zien we vlakbij ons een ree staan te grazen. Mooier kun je het niet krijgen.

Van Aalborg tot Ålbæk
Donderdag morgen vertrokken we in de richting van Aalborg om eerst het Nationaal Park Rebild te bezoeken. We rijden dan door het bosgebied Rod Skov, het op een na grootste bosgebied van Denemarken met zijn ruim 80 km², ongeveer 1,5 maal zo groot als ons Nationaal Park de Hoge Veluwe. We stoppen op een parkeerplaats waar we met de camper maar net op kunnen rijden over het smalle wildrooster en maken een wandeling in Rebild Bakker. Het is een heuvelachtig terrein ontstaan in de laatste ijstijd. Het smeltwater van de gletsjers heeft diepe smeltwatergroeven gegraven en dus zijn de heuvels eigenlijk nepheuvels. Sønderkol is het hoogste punt van Rebild Bakker en ligt zo’n 102 meter boven zeeniveau; we lopen met een grote omweg naar de top om de klim minder inspannend te maken. Maar niet alleen daarom; op die manier lopen we ook door het Trollenbos, zo genoemd vanwege de knoestige en kronkelige oude beuken die iconisch zijn geworden en een bijzondere aanblik vormen. De meeste beuken hebben meerdere stammen, vanwege hun oorsprong en groeiomstandigheden.

De beuken hier zijn directe afstammelingen van de eerste beuken die rond de vroege middeleeuwen naar Denemarken werden gebracht. De oudste bomen in het Trollenbos zijn meer dan 300 jaar oud, wat dicht bij de maximale leeftijd ligt die een beuk kan bereiken. Vanaf het hoogste punt leidt een natuurlijke trap ons weer naar de parkeerplaats. Het was een pittig stukje met de zon die behoorlijk warm was.

We slingeren daarna nog een uurtje over de Margrietroute verder en ook nu komen we weer nauwelijks tegenliggers tegen.
We komen begin van de middag op onze camperplaats in Aalborg aan die aan de jachthaven ligt. Omdat het zo nu en dan regent besluiten we het de rest van de dag wat rustig aan te doen en hebben we de Koninginnerit in de Alpen van de Tour de France gekeken.
De volgende morgen zijn we rond 10 uur naar de binnenstad van Aalborg gelopen. Deze stad, ooit een handelspost in de tijd van de Vikingen, is de op drie na grootste stad van Denemarken, na Kopenhagen, Odense en Arhus. Het ligt aan het Limfjord, dat de Noordzee met het Kattegat verbindt; daardoor is Noord-Jutland dus eigenlijk een eiland. Je hebt in de stad zelf niet het idee dat het ruim 100.000 inwoners telt: géén gejakker van auto’s, het merendeel van mensen verplaatst zich met het openbaar vervoer (we zien een stadsbus met drie geledingen rijden), per fiets of te voet en alles gaat in een gemoedelijk tempo, zeer rustig dus.

Aan de haven zagen we de Prinses Juliana liggen, oorspronkelijk uit Amsterdam en nu omgebouwd tot partyboot.

In de binnenstad komen we als eerste het Aalborghus Slot tegen. Het is een vakwerkkasteel gebouwd door koning Christian III van 1539 tot rond 1555, aanvankelijk als vestingwerk.

We slenteren verder door de binnenstad met brede winkelstraten maar de daarop uitkomende zijstraten zijn veelal smal en kennen nog de kleine kenmerkende huisjes uit de 17e en 18e eeuw en vooral de kleurrijke huisjes in de Hjelmerstald mag je niet missen.


Na vier uur door de stad geslenterd te hebben waarbij we ook de lokale middenstand hebben gesteund lopen we via de centrale uitgaans-straat de binnenstad weer uit; hier vind je de ene na de andere kroeg, dancing en wij stonden verbaasd over de openingstijden: van 12.00 uur ‘s middags tot 5 uur de volgende morgen. De rest van de middag hebben we voor de camper zitten kijken naar de bedrijvigheid van de plezierboten en jachten.

Na een redelijk goede nachtrust tanken we even wat water en gaan dan op weg naar Ålbæk dat zo’n 20 kilometer onder Skagen ligt, het meest Noordelijke puntje van Jutland. Ondertussen doen we nog boodschappen bij de supermarkt in Frederikshavn. De camperplaats is een afgezet stuk weide met plaats voor 8 campers, met water en stroomaansluiting; je mag een envelop uit het kastje trekken, jouw kenteken erop schrijven, dag van aankomst en vertrek vermelden en de verschuldigde bijdrage (50 DKK per nacht, omgerekend € 6,50) er in doen. Zes plekken waren al bezet met campers uit even zoveel verschillende landen toen wij om 11 uur in de morgen aankwamen.


Halverwege de fietstocht passeerden we in the middle of nowhere een klein kerkje met een redelijk groot kerkhof; het kerkje was open omdat er later die middag blijkbaar een dienst zou plaatsvinden (we denken een bruiloft of zoiets) want de dominee arriveerde in vol ornaat en buiten stond de champagne al klaar. Ook hier hing in het kerkje een schip om de naam van dat gedeelte van de kerk eer aan te doen.

Op een gegeven moment leidde de route ons over een redelijk hard zandpad en troffen we aan de wegkant een wit soort korstmos aan. Opgezocht wat het was bleek het purper geweimos te zijn dat in Nederland op de rode lijst staat en vrij zeldzaam voorkomt. Het is vrij gevoelig voor luchtverontreiniging en diens aanwezigheid duidt dan ook op goede luchtomstandigheden en hier was het in grote hoeveelheden aanwezig.

We hebben onderweg genoten van het landschap en de rust al moesten we de laatste 6 km weer vol in de wind terug fietsen. Morgen gaan we weer langzaam naar beneden langs de Noordzee-kust.

Van de regen in de ...... kriek
We zijn vroeg wakker en besluiten om de boel op te ruimen en te vertrekken voor we in een rij moeten wachten om onze afvaltank te legen. We gaan boodschappen doen en tanken en dan zoeken we de Margrietroute weer op. De temperatuur loopt aardig op dus ramen open en genieten van de omgeving. Het is een prachtige heuvelachtige route en regelmatig zien we de zee in de verte schitteren door het zonlicht.

Onderweg stoppen we even bij Porskaer Stenhus, het grootste ronde hunebed in Denemarken en dateert uit 3300 vóór Christus. Het is gelegen bij het dorp Knevel op een heuvelachtig deel van het schiereiland, Djursland, bij de ingang van de Oostzee tussen Denemarken en Zweden. De centrale grafkamer is uitgerust met een deksteen van 11 ton omgeven door 23 platen die ooit door bewegingen van gletsjers in de ijstijd vanuit Noord-Scandinavië naar Denemarken zijn gebracht. Hoe de mensen uit het stenen tijdperk deze platen vervoerden en oprichtte is niet bekend.

We vervolgen onze weg richting Ebeltoft en we zien steeds meer mensen die deze zondag naar de zee gaan.
Ebeltoft is een van de oudste handelsstadjes in Denemarken en een geliefd vakantieoord gelegen in Oost-Jutland.
Gelukkig is er nog voldoende plaats op de camperplaats en hebben we ook wat schaduw. We gaan ons aanmelden en meteen op zoek naar een wasmachine nu de zon volop schijnt en achteraf was dat een goede beslissing.
We amuseren ons de rest van de middag bij de zee want met 29 graden was het behoorlijk warm en ‘s avonds is er een prachtige zonsondergang te zien.

Hoe anders is het de volgende dag. Het regent als we wakker worden en dat blijft het doen tot kwart over 10. Volgens buienradar zou het droog blijven tot een uur of 14.00 dus regenjassen mee en op de fiets. We fietsen een prachtige route o.a.langs de zee, we stoppen onderweg omdat we langs de kust planten zien staan die we nog nooit gezien hadden. Het bleek Cambre Maritima ofwel zeekool te zijn een zoutminnende vaste plant die vooral voorkomt langs de Europese kustlijnen en een vrij onbekende eetbare groente is in Nederland maar in andere landen al langer als eetbaar bekend is. De jonge gebleekte en geschilde stengels worden gegeten als asperges. Ook het blad is eetbaar. Het is rijk aan vitamine C en de zeelui aten het vroeger om scheurbuik te voorkomen. En zo leren we steeds wat nieuws.

Verscholen tussen de duinen zien we her en der vakantiehuisjes staan maar ze vallen nauwelijks op omdat ze opgaan in de omgeving. Sommige stukken zijn vlak, andere heuvelachtig. Helaas begon de lucht te betrekken en de regen kwam eerder dan verwacht. Schuilen was niet mogelijk ( behalve bij een bushokje waar, hoe kan het ook, een Nederlands echtpaar stond te schuilen. We vroegen kunnen wij er nog bij, het ging net, mede omdat zij hun fietsen in het bushokje lieten staan). Toen we dachten dat het wat minder ging regenen zijn we weer opgestapt, maar een paar minuten later bleek dat een misrekening: de laatste 4 km zijn we door de stromende regen terug gefietst, nat tot op onze botten. Gelukkig was het niet koud. Roland heeft ‘ s middags toen het een half uur droog was snel een paar boodschappen gedaan en vanaf een uur of 16.00 tot ver in de nacht heeft het continue geregend; op de weer-app zagen we dat er code rood werd afgegeven.
Buiten dat blijven we ons verbazen over sommige camperaars. Naast ons staat een ouder Duits echtpaar met een joekel van een camper en dan gaan ze door de stromende regen met hun afwas naar het sanitair gebouw om de afwas te doen. Wij snappen daar dus niets van, maar ieder zijn ding. Maar goed benieuwd wat de dag van morgen ons gaat brengen.

De volgende morgen (22 juli) is het droog als we opstaan. We kijken naar de weersverwachting en zien dat het weer een natte dag kan worden dus besluiten we in plaats van naar Randers te gaan om daar te gaan fietsen door te rijden naar Viborg. We pakken de Margrietroute weer op en genieten van de rust op de weg. We komen net als de andere dagen geen campers tegen op deze route. Af en toe wat fietsende vakantiegangers. Of de route is niet echt bekend bij buitenlanders of men maakt liever snel kilometers op de autoweg.

We stoppen even bij Ulstrup Castle gelegen aan de oevers van de rivier Gudenå in Favrkov. We hebben geen zin om het kasteel van binnen te gaan bekijken en lopen ( illegaal) even over de binnenplaats om een paar foto’s te maken en wandelen op ons gemak terug naar de camper. Gezien de drukte op het parkeerterrein is dit blijkbaar een geliefde bezienswaardigheid.

Tegen 15.00 komen we aan op een grote parkeerplaats tegen een bosrand met toiletvoorzieningen waar we blijven overnachten. Nog geen drup regen gezien dus trekken we onze wandelschoenen aan volgen een route in het bos. De wandelpaden zijn op een natuurlijke manier aangelegd en wat opviel was dat er geen vogeltje te horen of te zien was.

Plotseling zien we iets van een kunstwerk in een boom hangen, maar wanneer we dichterbij komen blijken het allemaal spenen te zijn. We zijn er nog niet achter gekomen of dit een Deens gebruik is, gelijk de slotjes op Pont Neuf in Parijs.

Tot nu waren het vooral heel veel zwaluwen die we overal zien vliegen zowel aan de kust als in het binnenland. Ook zien we veel kwikstaarten en gigantisch veel grote bonte kraaien en hier en daar de veldleeuwerik die graag vertoeft bij graanvelden. Ook fazanten en hazen hebben het hier goed naar hun zin.
Later op de avond komt dan eindelijk die regenbui.

Na een gezonde nachtrust gaan we weer op pad. Het is bewolkt en soms ziet het er dreigend uit maar voorzichtig komt toch de zon tevoorschijn. Ons eindpunt van deze dag is de haven van Hadsund met onderweg een stop om de Kongehøjen te bekijken. Dit is een van de mooiste en best bewaarde graven uit het stenen tijdperk in Denemarken. Opgravingen toonden aan dat het werd gebouwd in de trechterbekercultuur in het midden van het stenen tijdperk, rond 3200 vóór Christus. Dus lang voordat Denemarken in de Vikingtijd een koninkrijk werd. Bijzonder zijn de 62 stenen langs de voet van de heuvel en de twee bijzonder goed bewaarde grafkamers in de heuvel.


Om 11.00 uur zijn we in Hadsund en hebben een mooi plaatsje in dit rustige jachthaventje. De zon schijnt en we besluiten eerst te gaan fietsen want ook vandaag zou er regen komen. We fietsen over een voormalige spoorlijn, soms door bos, meestal tussen de graanvelden. Opvallend was dat er vooral langs het pad wat tussen de graanvelden liep allemaal bomen met kersen stonden. Dus nieuwsgierig geworden stoppen we even en met de planten-app ontdekken we dat het gaat om de Prunus Cerasus ofwel zure kers (krieken of morellen genoemd) die vooral worde gebruikt in de keuken om jam, taarten en kriekbier te maken.

Wat we hier in Denemarken ook regelmatig zien zijn natuurlijke composteerbare toilethuisjes zelfs met toiletpapier. Best fijn als je nodig moet.

We zien dat de lucht begint te betrekken en besluiten toch maar terug te fietsen, de kleren van een paar dagen terug zijn nog niet droog dus geen risico vandaag en bij terugkomst waren de donkere wolken verdwenen en konden we lekker buiten zitten. Toch maar even alle natte was en zo in de wasmachine en droger gedaan zodat alles weer fris en fruitig is.

Een humoristische kapper
We rijden op vrijdag 18 juli rond 9.00 weg van de camperplaats en dan staat de zon al volop te schijnen; we willen niet te laat in Aarhus (of Århus) aan komen gezien het feit dat het weekend voor de deur staat en er dan al snel geen vrije plaatsen meer zijn. Ook in Denemarken zijn de schoolvakanties begonnen. We stoppen onderweg nog even om boodschappen te doen en rond 11.00 waren we op de plaats van bestemming, de camperplaats aan de haven. Het was wel weer even wennen aan de verkeersdrukte. Gelukkig waren er ook camperaars die weer vertrokken en konden we een mooi plekje met uitzicht over de zee bemachtigen.


Wij stappen na de lunch op de fiets om naar Den Gamble By (de oude stad) te gaan. Het is erg druk in de stad maar we komen waar we wezen moeten; dit openluchtmuseum ligt letterlijk midden in de stad: het stadscentrum is maar 750 m verwijderd. Den Gamele By is levende Deense geschiedenis en je maakt een reis door de tijd van vroeger tot nu.


En natuurlijk niets voor niets ook hier betaal je entree. Meer dan 400.000 mensen bezoeken jaarlijks dit openluchtmuseum in de Botanische Tuinen. Medewerkers in traditionele klederdracht versterken de illusie van een ‘levende” stad en brengt geschiedenis tot leven. Koetsen met twee paarden ervoor ratelen over de kasseien en vervoeren toeristen die een andere belevenis willen dan wandelend.


Bij het bakkerswinkeltje verkoopt de winkeljuffrouw cakes ed gemaakt volgens oude recepten van voor 1800. We lopen een winkel binnen uit de jaren 70 waar televisie’s, radio’s bandrecorders, elpee ‘s te koop zijn uit die tijd. Maar het leukste vonden wij de telefooncel waar een telefoon in stond met draaischijf en waar een vader een poging deed om zijn dochtertje uit te leggen hoe wij vroeger telefoneerden. Aan haar reactie te zien vond ze het maar raar.


Na een paar uur houden we het voor gezien want het was broeierig warm , kopen even een nieuwe pet voor Roland die de zijne onderweg ergens is kwijtgeraakt en stappen weer op de fiets terug naar de camperplaats. We waren bijna bij de camper toen Roland in het zand weg schoof en op de grond viel. Gelukkig mankeerde hij niets en de fiets ook niet maar het is wel even schrikken. Een koud pilsje, een glas rosé en een verfrissende douche vormde de afsluiting van deze dag.
De volgende dag stond de stadswandeling in Århus zelf op het programma. We parkeerden onze fietsen bij de Domkerk. Deze kathedraal is met 93 m lengte en 96 m hoogte het langste en hoogste kerkelijke gebouw van Denemarken. De bouw van de kathedraal begon in de 12e eeuw, en de eerste bouw van de kathedraal op deze plaats werd in 1300 voltooid. Helaas brandde dit bouwwerk samen met een groot deel van de stad in 1330 af. De kathedraal werd daarna herbouwd en in fasen vergroot tot ze in 1500 zijn definitieve, huidige gotische vorm bereikte. In 1642 sloeg de bliksem in de hoge toren in en vloog die in brand. De historische klokken werden vernield, maar de schade aan het interieur van de kerk was minimaal.


Eén schilderij, het 'Lazarusraam', dateert van voor deze periode. Het werd geschilderd in 1300 en werd geborgen uit de vroegere Romaanse kathedraal. Andere interessante kenmerken van de kathedraal zijn een altaar, preekstoel en doopvont, een orgel, gouden poorten en een modelschip.


Vlak voor we dit straatje inlopen zien we het ARoS Kunstmuseum liggen,het is een van de grootste musea in Noord-Europa (600.000 bezoekers per jaar)en bovenin wandel je door een glazen regenboog met een panoramisch uitzicht over Aarhus. Wij laten het museum voor wat het is.

Onderweg komen we verschillende mooie muurschilderingen tegen.



Om niet te vergeten
Op deze 14e juli (onze 47e trouwdag) besluiten we vanwege de slechte weersvooruitzichten (regen) om Bogense te verlaten. Via de kleine Beltbrug komen we op het schiereiland Jutland gelegen aan het Vejleford. We rijden in plaats van alle slingerwegen van de Margrietroute nu eens rechtstreeks over de snelweg naar Velje, de 9e grootste stad in Denemarken. De stad is vooral bekend van de Stimorol die hier gemaakt wordt. Tot de jaren 90 was hier een grote textiel en katoenindustrie.Het is erg rustig als we op de CP in de haven aankomen maar dat zal aan het einde van de dag wel anders zijn.

Inmiddels schijnt de zon volop dus de goden zijn ons gunstig gezind. We gaan op zoek naar het havenkantoor dat in een nieuw gedeelte aan de boulevard is gevestigd en waar moderne woningen zijn gebouwd zoals o.a de Bølgen huizen die ontworpen zijn als een golf in de zee. Erg bijzonder.

Terug bij de camper besluiten we om eerst maar alle was te gaan doen en dan later op de middag de stad in om uit te gaan eten, het liefst in een Thais restaurant. We hebben tenslotte wat te vieren. Dat was leuk bedacht maar helaas zijn nagenoeg alle restaurants op maandag gesloten en dus ook het Thais restaurant. Dan maar zelf koken.
De temperatuur was inmiddels gestegen naar 26⁰ C. en dus wij hebben lekker in de schaduw gezeten, boek en een drankje erbij en aan het einde van de middag lag de was weer schoon in de kast. Na het eten hebben we gewandeld en bezochten we het Fjordenhuus, dit is echt een blikvanger en een opvallend staaltje architectuur ontworpen door de Deens-IJslandse kunstenaar Olafur Eliasson.


15 juli was een dag met heel veel regen, nu hebben de Denen daar geen boodschap aan want die lopen gewoon op hun dooie gemak door zonder plu of regenjas. Kinderen spelen ( wel met regenkleding) gewoon lekker in de zandbak.
Einde van de middag zijn wij gewapend met een paraplu de stad ingelopen. Veel bezienswaardigheden zijn er niet wel veel gezelligheid in de Latijnse wijk Vejle Midtpunkt met zijn kleurrijke paraplu’s boven de winkelstraat, hier vind je veel boetiekjes en cafe’s.

En ondanks de regen was er veel winkelend publiek. Bij een overdekt gedeelte kon je genieten van street-food uit heel verschillende landen. Bij een Deense koffiebar zijn we even neergestreken om wat te drinken. De luchtvochtigheid buiten was 91% en word je niet nat van de regen dan is het wel van het zweten.
Tegen 17.30 zijn we naar een Thais restaurant gelopen waar we gastvrij werden ontvangen. De eigenaresse was een Deense getrouwd met een Thaise kok die ons ook even kwam begroeten. Mevrouw was erg belangstellend en toen ze hoorde dat wij 47 jaar getrouwd waren kwam ze heel blij een Deense vlag bij ons op tafel zetten.

Wij hebben in elk geval heerlijk gegeten en door de regen wandelden we tevreden terug naar ons huisje op wielen.
De volgende dag zijn we net klaar met de boel inpakken als het weer begint te regenen. We stoppen nog even bij de Lidl om boodschappen te doen en vervolgen dan weer de Margrietroute. Het regent nog steeds als we in Jelling even stoppen. Tussen twee grote grafheuvels staat de eerste stenen kerk in Denemarken. Voor het kerkje staan twee grote runenstenen.

Toen Vikingkoning Harald Gormson (bijgenaamd Blauwtand en een voorvader van Janny) in 965 zijn runesteen in Jelling oprichtte, ter nagedachtenis aan zijn ouders Gorm de oude en koningin Thyra, vestigde hij zijn naam ook als de koning die de Denen tot het christendom bekeerde. Kongernes Jelling staat op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO. Het kerkje konden we ivm een uitvaart niet bezichtigen. We zijn de 50 treden opgelopen van de grafheuvel en vandaar had je uitzicht over de omgeving. Rondom het kerkje zijn in kleine hofjes allemaal graven. Best bijzonder om te zien.

Vanwege de regen en de laaghangende wolken slaan we de geplande wandeling bij het Himmelbjerget, die volledig in de mist lag, over en rijden we naar Bryrup-Vrasene waar we een ritje gaan maken over de niet meer gebruikte Horsens-Byrup-Silkeborg- spoorlijn met een oude stoomtrein. Een groep enthousiastelingen proberen het oude materiaal, de gebouwen en de oude spoorweg op het traject Byrup-Vrads in stand te houden. We kopen een kartonnen kaartje (15 euro p.p) zoals wij die nog van vroeger kennen bij de conducteur die later in de trein het kaartje komt knippen.

Het traject is slechts 5 km lang en onderweg zien we een paar meren door de dichtbegroeide struiken. In Vrads stopt hij 30 min en kun je in het stationsgebouw/restaurant wat eten en drinken om vervolgens dezelfde route weer terug te rijden. Wij vonden het tegenvallen gezien het feit dat men dit “De Mooiste Spoorweg van Denemarken noemt en ook omdat de stoomlocomotief alleen op zondag rijdt. Maar met de regen een leuke bezigheid.


Wij hebben nog het laatste gedeelte van de Tour de France gekeken waar Mathieu van de Poel weer een knap staaltje fietsen liet zien.
Donerdag 17 juli. Heerlijk, de zon schijnt weer, na twee dagen slecht weer zijn we blij dat we weer kunnen gaan fietsen. De temperatuur zal vandaag oplopen naar 26 graden dus we willen vroeg gaan fietsen. We maken ons lunchpakket klaar want onderweg is er niets waar we wat kunnen eten of drinken. Om half 10 stappen we op de fiets en al binnen 10 minuten spotten we een ree.

De eerste kilometers moeten we op het smalle paadje vooral opletten waar we fietsen maar daarna fietsen we over een voormalige spoorbaan die vrij hoog ligt waardoor je volop kunt genieten van de omgeving. De route is afwisselend, door bossen en heidevelden, soms pittige heuvels waar je met de wind om je hoofd heerlijk afdaalt. Er zijn nauwelijks tegenliggers.

Het enige wat erg jammer is dat je nagenoeg geen enkele rustplaats onderweg ziet. Pas na 25 km konden we in een klein dorpje even uitrusten aan een picknicktafel. Of ze dat doen om te voorkomen dat er afval in de natuur achterblijft weten we niet maar je ziet echt geen afval liggen hier in Denemarken.

Na onze fietstocht hebben we lekker in de schaduw gezeten en Roland heeft weer deze en gene mede-camperaar van informatie voorzien. Wat ons verbaasd is dat de Denen nauwelijks Engels spreken, van Duitsers weten we ook dat ze meestal niet verder komen dan hun eigen taal dus ja dan is het handig als er iemand in de buurt is die je even kan helpen.
Terwijl ik dit aan het schrijven ben zie ik een ijverige Nederlandse chauffeur die hier komt rusten, druk in de weer met een emmer en poetsdoek zijn Scania poetsen, ieder zijn hobby zullen we maar zeggen. Morgen gaan we richting Aarhus.

Van chique naar schamel
Er stond een stevige wind toen we wakker werden en de lucht keek dreigend maar naarmate we even onderweg waren en er wat spetters uit de lucht waren gevallen klaarde het wat op. We rijden weer een stuk van de Margrietroute en stoppen voor een korte wandeling bij Natuurgebied Tarup-Davide, ontstaan door grindafgravingen met schone grondwatermeren. Er stond zelfs een sauna en een aantal dappere senioren waren aan het zwemmen.

Wij vervolgen onze weg richting Egeskov Slot, de parkeerplaats liet al zien dat dit een toeristische trekpleister is.
Het slot is een van de best bewaarde Renaissance kastelen in Europa met een prachtige kasteeltuin. Graaf Michael Ahlefeldt-Laurvig-Bille opent graag de deuren van zijn slot voor bezoekers dat sinds 1919 eigendom van zijn familie is. Nu weten wij heus wel dat het onderhoud en personeel gigantisch veel geld kost en het ook noodzaak is. Toch nieuwsgierig geworden betalen we 35 euro p.p en daar hebben we geen spijt van gehad.

We dwalen door het slot, bezichtigen prachtige kamers, zien een jurk van wijlen Koningin Marie-Antoinette die ze ooit aan haar gezelschapsdame heeft geschonken.

In een grote zaal stond Titania’s palace ,een paleis op schaal 1:12 met 18 kamers. ( 1.85 hoog, met een oppervlakte van 6m2. Sir Nevele Wilkinson beloofde zijn dochter die elfjes in de tuin had gezien om een paleis te bouwen voor elfenkoningin Titania, haar man Oberon en hun zeven kinderen. Hij begon ermee in 1907 en in 1922 was het klaar. Minitieus is alles gemaakt, van glasservies tot meubels, van kroonluchters tot bestek. Werkelijk prachtig. Een droom van elk meisje. (helaas kon je hier geen foto van maken)

Op de zolder van het kasteel vond men in de middeleeuwen op een gegeven moment een houten pop; hoe lang die daar al lag wist niemand maar op een gegeven moment ontstond de legende dat als de pop werd verwijderd het kasteel op Kerstavond zou instorten. Daarom werd Kerstavond door de bewoners van het kasteel elders gevierd; de huidige familie heeft met die traditie gebroken, maar de pop ligt er nog steeds.

Nadat we binnen op ons gemak alles hebben bekeken waren de tuinen aan de beurt. Een schitterende geurende rozentuin deed mij weer denken aan de rozenvelden van mijn opa waar het ook altijd zo lekker rook als de rozen in bloei stonden.

In de stallen zijn permanente tentoonstellingen te zien van klassieke motoren, auto’s (waaronder één van eerste elektrische aangedreven voertuigen uit 1914) en vliegtuigen. Er is een poppententoonstelling en er is historische kleding te zien. Voor de kinderen is er een grote speeltuin en je kunt de lucht in voor een potje Tree Top Walking. Er worden riddertoernooien gehouden, kortom er is voldoende te doen.

Aan het einde van de middag rijden we naar een camperplaats (zonder voorzieningen) met uitzicht over het landschap en de Zuid-Funense zee. Af en toe stopt er een auto met mensen die komen genieten van het uitzicht maar verder staan we er alleen. ‘s Avonds heeft het geregend.

Het regende toen we wakker werden maar gelukkig was het een korte bui. Ons einddoel van deze dag is Bogense en onderweg stoppen we twee keer voor een bezoek aan een Japanse tuin en een Openlucht museum. We volgen grotendeels weer de Margrietroute en deze slingert door het landschap, door bossen en kleine gehuchtjes; wat ons de afgelopen week is opgevallen dat het lijkt of er niet geleefd wordt, we zien zelden iemand buiten zitten of aan het werk, ramen en deuren zijn dicht. Alleen in de grotere plaatsen is bedrijvigheid te zien. Leuk detail is wel dat we bij warm weer vrouwen op de fiets tegenkomen in een witte badjas. Op een gegeven moment krijgen we in de gaten dat die dus op weg zijn om ergens te gaan zwemmen. Tis wel handig natuurlijk😂 Zo zie je maar dat elk land zo zijn “ dingetje “ heeft.

Peter wilde als landschapontwerper graag een echte Japanse tuin aanleggen. Hij ging meerdere malen naar Japan en studeerde in Kyoto aan de Universiteit landschap-wetenschappen, werkte daarna in Japan bij een tuinbedrijf en kwam terug in Denemarken om zijn droom te verwezenlijken. Inmiddels is hij 25 jaar verder en heeft hij als een van de weinigen in Europa een volledig 100% Japanse aangelegde tuin. Omdat hij ook andere mensen wil laten kennis maken met de Japanse cultuur is hij zijn tuin open gaan stellen voor het publiek.

Inmiddels komen er zo’n 33.000 bezoekers per jaar. Zijn vrouw houdt zich bezig met alles op het gebied van natuurlijk kruiden en Japans voedsel zonder toevoegingen. In hun kleine restaurant serveren ze Japanse gerechten.
Peter vertelde dat we geluk hadden dat we er als eerste waren want meestal vanaf een uur of 11.00 begint de grote drukte. Wij hebben dus op ons gemak in de tuinen rondgewandeld en er hing een serene rust in de tuinen met alleen het gekwetter van de vogels o.a de tuinfluiter, merels en winterkoninkje en hier en daar een kwakende kikker. Werkelijk prachtig wat Peter en zijn vrouw hier hebben weten te verwezenlijken.

Na de Japanse Tuinen reden we verder naar het openluchtmuseum, vlakbij Odense, het Fynske Landsby, hetgeen het Fuunse dorp betekent. Boerderijen, landarbeiderswoningen, weverswoningen en dergelijke uit de 18e en 19e eeuw op het eiland Fünen die op de nominatie stonden om gesloopt te worden,zijn afgebroken en in Fynske Landsby herbouwd.


Op zondagen lopen er vrijwilligers in klederdracht rond en die beoefenen dan oude beroepen. We hebben even gepraat met een paar kantklosters (één jonge vrouw sprak zelfs een beetje Nederlands omdat ze in Leiden Sterrenkunde had gestudeerd), een paar spinsters en een verfster (die gesponnen wol van een kleurtje voorzag, gemaakt van bloemen en kruiden uit de tuin.).

Ook lopen er dieren rond (koeien, schapen, geiten, kippen e.d.). Al met al geeft het een prachtig tijdsbeeld van het leven op het platteland in de voorbije eeuwen en het moet gezegd, ook wij kwamen nog veel voorwerpen tegen uit onze jeugd.


De aanvullende foto's staan op ons Fotoboek onder Denemarken 2025