Met de camper naar .....

Het leven is goed in het Brabantse Land!


Onze bestemming deze keer was Geertruidenberg om van daar uit op verkenning te gaan in de omgeving en met name de Biesbosch. Onze standplaats bevond zich bij de kleine jachthaven waar plek is voor 16 campers. Douche’s en toiletten waren er aanwezig en op loopafstand van het oude centrum. Na de lunch dus met de benenwagen op verkenning uit.


In 1213 verleent Graaf Willem I van Holland  “Sint Geertruidenberg’’ stadsrechten. In de late middeleeuwen was de stad een belangrijk handelscentrum van graven en edelen. De Hoekse en Kabeljauwse twisten en de Sint Elisabethvloed maakten daar in 1421 een einde aan en werd de stad een grensvesting. Pas vanaf 1813 hoort Geertruidenberg definitief bij Brabant.

Bij het VVV kantoor voor wandel en fiets info kwamen we aan de praat met de medewerkster die van Roemeense afkomst bleek te zijn  en omdat dit land ook nog op ons lijstje staat hebben we daar ook maar meteen info over gevraagd en ze vertelde honderd uit over wat we vooral NIET over mogen slaan. Altijd leuk dit soort informatie.

 We starten onze wandeling op de historische markt met lei-lindes en monumentale panden en de fraaie Geertruidskerk.  Als je midden op het plein staat zie je de immens grote koeltoren van de Amercentrale staan. Bijna angstaanjagend. Vanaf 1853 stond er een synagoge (bijkerk) aan het marktplein die in 1874 werd vervangen door het huidige gebouw. In 1941 woonden er 14 joden in Geertruidenberg. Tien ervan werden in 1943 omgebracht in de kampen Vught (1) en Sobidor (9) Na de oorlog is de synagoge niet meer voor Joodse diensten gebruikt.

Voor het voormalige raadhuis staat nog de  schandpaal. Voor 1400 was dit raadhuis de grafelijke hofstede. Tijdens de Franse Revolutie werd het Nassau-wapen op dit gebouw onherstelbaar beschadigd.

Via vestinggrachten, bolwerken en ravelijnen krijg je een goed beeld van dit vestingstadje.

Wanneer we de Donge oversteken lopen we meteen Raamdonksveer binnen met beeldbepalende panden aan de voormalige Haven en Het Heereplein. Raamdonksveer; een dorp van schippers, vissers, polder en griendwerkers terwijl het naastgelegen dorp Raamsdonk zich ontwikkelde tot een voornamelijk op landbouw gericht dorp.

Wat ons meteen opviel is dat men in Brabant de bermen niet maait zodat je overal volop veldbloemen ziet staan. Margrieten, klaprozen, boterbloemen het is een prachtig gezicht.

De volgende dag stappen we op de fiets om de monumenten/kunst route  te fietsen. We fietsen langs historische en pittoreske plekken en genieten van de ongerepte natuur langs de Donge die meanderend door het landschap stroomt. Overal zien we jonge eendjes en het is een drukte van jewelste van het gekwetter van vogels.


Een van de kunstwerken die we tegen kwamen was het kunstwerk ter herdenking van de watersnoodramp in febr.1953. Op 1 febr. liep van het bebouwde gebied in Raamsdonkveer 85% onder water. In zo’n 1100 woningen stond het water van 10 cm tot 2,60 meter hoog. Omdat het aan de rand van het rampgebied lag was het goed bereikbaar voor journalisten en de eerste foto’s van de ramp gingen vanaf hier de hele wereld rond.

Tegen de avond zijn we nog naar Made gefietst (7,5 km van Geertruidenberg) omdat Maria en Herman daar logeerden en we de dag erna samen de Biesbosch zouden gaan bezoeken.

Was het tijdens de fietstocht vrijdag met 15 graden nog behoorlijk fris op deze zaterdagmorgen stond de zon al vroeg aan de hemel en het beloofde een prachtige dag te worden. Met de auto zijn we naar de Biesbosch gereden en we hadden geluk dat er nog net 4 plaatsen vrij waren die dag op een van de fluisterboten.

Tot die tijd hebben we eerst het museumeiland bezocht waar alles over het ontstaan en de geschiedenis van de Biesbosch te vinden is.

Nationaal Park De Biesbosch is ontstaan na de St.Elisabethsvloed in 1421. Dat het één van de weinige overgebleven zoetwatergetijden gebieden in Europa is, maakt het tot een uniek gebied. Tot de jaren 70 verdienden talloze griendhakkers, rietsnijders, biezenvlechters, jagers, vissers en landbouwers hier hun brood.

Tijdens onze tocht door De Biesbosch zien we kreken, killen, riet, zandplaten.  Regelmatig zie je sporen en aangevreten hout van bevers.

 Men laat de natuur in dit gebied volledig zijn gang gaan en er is een diversiteit aan vogels en vissen in dit gebied zoals o.a de ijsvogel, flamingo’s en de zeearend.

Na de boottocht maken we nog een wandeling door het Wilgenbos alvorens we terug gaan naar Geertruidenberg om na te genieten op een terras met een drankje en wat later een heerlijke maaltijd. We hebben geboft met het weer want het werd 22 graden met de hele dag zon.

Op zondag maken we weer een fietstocht in de omgeving en bezoeken we o.a Oosterhout waar een treffen was van Old-Timers bij het Catharinaklooster. Er waren schitterende auto's te zien maar voor ons is de Lelijke Eend nog steeds favoriet omdat we die allebei vroeger een gehad hebben.

Ook bezoeken we de Militaire begraafplaats waar zo’n 30 Poolse soldaten begraven liggen uit WO II.

We fietsen weer door een prachtig natuurgebied en kleine dorpjes terug naar de camper waar we nog een poosje buiten genieten van de zon.
We hebben vier dagen genoten van het mooie wat Brabant te bieden heeft en er zijn nog redenen genoeg om terug te gaan.

Overige foto's staan op flickr.






Het land van Bartje

Het land van Bartje (Drenthe) (20 t/m 24 april)

De weersvooruitzichten voor de paasdagen beloofden veel goeds (tussen de 20 en 25 graden) en inderdaad toen we eerste paasdag om 8.00 vertrokken scheen de zon al. Het was vrij rustig op de weg en rond de klok van 11.00 arriveerden we op boerencamping De Hoge Bomen in Eeserveen. We werden door de zoon des huizes hartelijk welkom geheten en op een veldje waar al 5 andere vakantiegangers met caravan/camper stonden, konden we ons installeren.

 Na de lunch zijn we op de fiets gestapt richting Schoonoord. Daar hebben we het Ellert en Brammert openluchtmuseum bezocht.

Het ontstaan van het museum;

Vroeger, vóór 1850 waren grote stukken Drenthe bedekt met hoogveen en als het veen werd afgegraven en gedroogd kreeg je dus turf, een waardevolle brandstof. Om die turf te kunnen vervoeren werd het Oranjekanaal gegraven.

Alles met handkracht en het tracé was dwars door Drenthe van west naar oost. Omdat het niet erg opschoot bouwden de arbeiders plaggenhutten op de hoge zandruggen. Een aantal kanaalgravers besloot om niet meer te verhuizen en zo ontstond het dorp Schoonoord. In 1954 werd het 100 jarig bestaan gevierd en werden er op een stuk hei verschillende plaggenhutten gebouwd, om de herinnering aan de oude woontoestanden weer op te roepen.  Vanwege de grote belangstelling besloot men om ze te laten staan en met andere oude bouwwerken  uit te breiden tot een museum en hier krijg je een goed overzicht te zien van hoe de dorpen zijn oorsprong vonden.



Volgens een eeuwenoude legende leefden in Midden-Drenthe twee gevreesde reuzen. Deze twee reuzen ontvoeren Marieke, een meisje uit Orvelterveen en werd ze zeven jaar gevangen gehouden in het hol van waaruit de reuzen hun rooftochten hielden. Het meisje heeft een afschuwelijk leven bij de reuzen. Eindelijk, na zeven jaar weet Marieke te ontsnappen En dat niet alleen: Marieke bevrijdt heel Drenthe van de moordende reuzen. Het museum kreeg de naam “De Zeven Marken” (genoemd naar zeven dorpjes die midden in een groot veld aan elkaar grensden, het Zeven Marken Punt.) maar nadat er twee levensgrote beelden van de reuzen bij de ingang werden geplaatst sprak men al snel van het Ellert en Brammert museum en kreeg het in 2000 officieel deze naam.


In de dorpsschooltjes zaten alle kinderen in een klas. Een van de vrijwilligsters in klederdracht vertelt in kindertaal het verhaal van Ellert en Brammert.

Tot ongeveer 1930 had vrijwel ieder Drents dorp een grote kudde heideschapen. Deze schapen kunnen leven van het karige voedsel dat op de schrale heide groeit. Het zijn sobere dieren met dunne pootjes, lange staarten en vaak hebben ze horens.. De mest werd gebruikt om de kleine akkers te bemesten en de wol voor kleding, hoewel die daar nauwelijks geschikt voor is. Het Drentse Heideschaap is het oudste schapenras in West-Europa en was na W.O II bijna uitgestorven omdat er kunstmest op de markt kwam. Gelukkig grazen er inmiddels weer echte Drentse Heideschapen in verschillende natuurreservaten.

Na dit bezoek hebben we op de terugweg nog een bezoek gebracht aan de beeldentuin en galerie Harwi.  Een prachtige tuin van zo’n 20.000 m2 met beelden en keramiek. Beslist de moeite waard om te bezoeken.

Het is heerlijk om in Drenthe te fietsen, de natuur is erg afwisselend, heide en vennen, loofbomenbossen en naaldbossen en overal goed aangelegde fietspaden. Zelfs een paar bollenvelden met zijn prachtige kleuren.


Orvelte is een authentiek Drents esdorp en is de laatste 175 jaar nauwelijks veranderd. Hier lijkt de tijd geen vat te hebben gekregen op het oude landschap. Geen asfalt, geen moderne straatlantaarns en in de zomermnd geen auto’s. Er wonen zo’n 100 mensen. Hier vind je de rust van vroeger. Kleine smalle klinkerstraatjes met De Brink als centraal punt. Oude ambachten herleven dankzij de vele vrijwilligers.



Monumentale boerderijen, een kroeg en een grutterswinkeltje waar je het echte Oudhollandse snoep kunt kopen.


 Een zuivelfabriekje uit 1899 en met de Paardentram kun je een rit door de omgeving maken. Al wandelend herleven vroegere tijden en waanden we ons weer even terug in onze jeugd.

Ook kwamen we hier de Nederlandse Landgeit tegen die eeuwenlang het gezicht van de geitenstapel in ons land bepaalde. Door kruising met andere rassen stond ze op het punt van uitsterven. Gelukkig heeft een groep enthousiaste fokkers het ras van de ondergang gered.

Natuurlijk bezochten we ook een aantal Hunebedden waarvan de grootste zich bevindt in Borger.

Het is het eerste hunebed (grafkelder) waarvan bekend is dat er opgravingen zijn uitgevoerd; dat gebeurde in 1685. Dit was echter in een klein hoekje, het grootste deel bleef bespaard van opgravingen. Sindsdien heeft het altijd in de belangstelling gestaan van archeologen en toeristen. Niemand weet, wat voor geheimen het hunebed verbergt. De kelderruimte is al jaren verzegeld en het zal nog lang duren voor er iemand met de schop aan het zoeken gaat.

Het hunebed is gebouwd omstreeks 3400 voor Christus en is dus zo’n 5400 jaar oud. Met zijn 9 dekstenen, 28 draagstenen, 5 poortzijstenen en 2 kransstenen en een lengte van 22,6 meter is dit het grootste hunebed van Nederland. De stopstenen, de stenen die de openingen tussen de grote stenen opvulden en het zand waarmee het hunebed bedekt is geweest, is in de loop der jaren verdwenen.

De grootste steen die ooit in een Nederlands hunebed is verwerkt, ligt hier (schatting 20.000 kilo).

Er is dus genoeg te beleven in het Drentse land, ook al werden we tijdens het fietsen regelmatig gezandstraald door complete zandwolken het mocht de pret niet drukken en we komen beslist nog vaker terug in het land van Bartje.

Resterende foto's worden nog op flickr geplaatst.

De wereld is vol magische dingen ....

Onze “bucket-list” wordt in 2019 weer een onderdeel korter. We gaan in 2019 naar het land van St. Patrick, het land van Groen-Wit-Oranje, van het Gaelic en van het Klavertje Vier: we gaan naar Ierland. En als de Grote Britten niet dwars gaan liggen na maart 2019 beginnen we in Noord-Ierland om daarna hoofdzakelijk de Wild Atlantic Way af te rijden. 

Van Malin Head in het uiterste Noorden waar je, als je heel veel geluk hebt, het Noorderlicht kunt waarnemen tot Mizen Head in het uiterste Zuidwesten waar je stalen zenuwen nodig hebt, gaan we de Atlantische Kust van Ierland verkennen. Het zal een een reis worden van ruim 2000 km langs torenhoge kliffen en levendige dorpen en steden, langs verborgen stranden en prachtige baaien. Stonden in 2018 vooral de Italiaanse steden en Romeinse cultuur centraal, in 2019 zal het vooral de groene natuur zijn die de hoofdschotel van het menu vormt. 

Maar natuurlijk vergeten we de gezellige pubs niet waar onder het genot van een ‘pint of Guinness’ gezellig meegezongen wordt met de lokale muzikant die zijn instrument mee naar de pub heeft genomen en waar ze zelfs een tekst hebben op “Het kleine café aan de haven” van Pierre Kartner (klik hier voor een vertolking door "The Fureys"). En voor al diegenen die ook mee willen zingen: de tekst in het Engels staat hier onderaan.

We vergeten de grote steden niet: Belfast (de grootste stad van Noord-Ierland), Derry (“the maiden City” omdat haar stadsmuren nooit geslecht zijn) in het Noorden, Cork (de stad van lekker eten, krachtige muziek en kleurrijke tuinen) en de hoofdstad Dublin. En daartussen doen we ook nog verschillende grotere plaatsen aan, met uitzondering van Limerick en Tipperary: de weg van de kust daar naar toe is toch echt iets te lang.

Gewoontegetrouw hebben we de hele reis voorbereid en alle bijzonderheden, wetenswaardigheden, interessante punten opgeschreven; maar ook gewoontegetrouw zullen we dat schema, die voorbereide weg, niet helemaal volgen en zullen wij ons door het weer, adviezen van anderen onderweg en aanwijzingen van bewoners op onze route laten leiden; zij zullen ons door magisch Ierland leiden. De Ierse schrijver en nobelprijswinnaar William Butler Yeats (1865-1939) zei het al: “The world is full of magic things, patiently waiting for our senses to grow sharper.”  

De voorpret is zichtbaar geworden in het volgende kaartje en door hier te klikken spring je daar naar toe.

The Red Rose Café (The Fureys)

They come from the farms and the factories too
And they all soon forget who they are
The cares of today are soon washed away
As they sit at a stool by the bar
The girl with green eyes in the Rolling Stones shirt
Doesn't look like she works on the land
The man at the end, he's a very good friend
Of a man who sells cars second hand

Down at the Red Rose Cafe in the Harbor
There by the port just outside Amsterdam
Everyone shares in the songs and the laughter
Everyone there is so happy to be there

The salesmen relax with a few pints of beer
As they try not to speak about trade
The poet won't write any verses tonight
He may sing a sweet serenade
So pull up a chair and forget about life
It's a good thing to do now and then
And if you like it here I have an idea
Tomorrow let's all meet again


An der schönen blauwen Donau en de Rijn

Sigmaringen was de plaats waar we zijn gestopt om o.a te fietsen langs de Donau. Vanuit de verte zie je het slot Hohenzollern al liggen en de CP plaats lag  aan de voet van het slot met uitzicht op de Donau.  Over het weer hadden we niet te klagen want de zon scheen nog steeds en met 21 graden is het heel aangenaam. ’s Middags zijn we de stad ingelopen en het heeft een gezellige sfeer in het autovrije gedeelte van de oude stad. Veel gezellige terrassen en winkels. 

Het slot ligt in de zuidelijke rand van de Schwäbische Alb. Het werd gebouwd op een langwerpige kalkstenen klif uit de Jura. De rots is 20 meter lang en steekt zo'n 35 meter boven de Donau uit. Het is het grootste slot dat langs de Donau gelegen is. Het eerste kasteel in Sigmaringen verscheen al aan het einde van de vroege middeleeuwen. Het werd voor het eerst vermeld in 1077 na de onsuccesvolle belegering van de burcht door Rudolf van Rheinfelden in zijn strijd tegen Keizer Hendrik IV. De familie Helfenstein renoveerde het kasteel in 1200. Karel II was de stichter van de Hohenzollern-Sigmaringen-lijn van de Hohenzollern-familie. Tussen 1576 en 1606 liet hij het kasteel opnieuw verbouwen. In 1623 werd de familie bevorderd van graven tot rijksvorsten van het Heilige Roomse Rijk.

Eind 1944 veranderde het Zuid-Duitse stadje Sigmaringen op bevel van Hitler in een Franse enclave. Onder dwang streek er de Vichy-regering van Pétain en Laval neer, met in haar kielzog honderden Franse collaborateurs, tot overmaat van ramp verloor Sigmaringen ook nog eens tijdelijk zijn Duitse identiteit. Op bevel van de Führer werd het in september 1944 een Franse enclave, met als douane- en politiekorps de Milice van Laval. Hitler besefte dat hij na de invasie van Normandië  Frankrijk als verloren moest beschouwen. Maar hij wilde de fictie overeind houden dat er nog steeds sprake was van een Frans landsbestuur, ook al bevond zich dat in ballingschap. Dat Pétain, Laval en hun ministers weinig of niets voelden voor Sigmaringen, speelde geen rol. Min of meer als gevangenen van de Duitsers belandden ze via Belfort in het Donaustadje, wiens bevolking behoorlijk anti-nazi en zeer sterk pro-Hohenzollern was, dus als vanzelfsprekend anti-Frans. Hals over kop moest Heinrich von Hohenzollern, de toenmalige bewoner van het slot, met zijn familie elders onderdak zoeken. Dat vond hij bij Franz Schenk von Stauffenberg in het naburige Wilflingen. Na de oorlog keerde de familie terug op het slot.

Nadat we de dag erna eerst een prachtige fietstocht langs de Donau hadden gemaakt zijn we in de namiddag het slot gaan bezichtigen onder leiding van een enthousiaste 18 jarige gids. De rode loper lag al voor ons uit en we werden dan ook vriendelijk verzocht om daar op te blijven lopen. 

Het Slot is de moeite waard om te bezoeken . . . het werk van eeuwen Hohenzollern. . . en in alle stijlen!. . . Barbarossa, renaissance, barok, stijl 1900. . .en ongetwijfeld modern daar waar de familie dagelijks woont met aan het hoofd Karl Friedrich van Hohenzollern

De blauwe salon, de groene salon, de zwarte rookkamer, de rode zaal, de voorvaderengalerij, de Portugese galerij, de Hubertusgalerij (bijna 700 geweien), de wapenhal (met de grootste particuliere wapenverzameling van Europa), de kostbare gobelins, ze zijn voor de hedendaagse bezoeker nog even fascinerend. In een van de kamers was een schildering te zien van Huize Bergh uit ’s Heerenberg.

Na de rondwandeling zijn we op een van de terrassen neergestreken voor een lekker biertje en een coupe overheerlijke yoghurtijs. 

Onze laatste vakantiestop was in Andernach aan de Rijn. Tot onze verbazing was er nog net één vrije plek op deze drukke camperplaats aan de Rijn waar ook de cruiseschepen aanmeren voor een bezoek aan deze stad. ’s Middags hebben we vanaf onze stoel in de zon zitten genieten van alle levendigheid op de Rijn. Het komen en gaan van boten met op de achtergrond het spoorwegverkeer. Duitsers zijn ook nooit te beroerd om even een praatje te komen maken.

In 1988 vierde de stad haar 2000-jarig bestaan. Daarmee behoort ze tot de oudste steden van Duitsland. Waarschijnlijk is Andernach ontstaan uit een keltische vestiging. De Romeinen hebben op die plaats later het castellum Antunnacum gesticht. De stad ligt nabij het begin van de Rechts-Rijnlandse Limes.

In 613 werd te Andernach een verdrag gesloten waarin de autonomie van Austrasië en de leidende rol van de Austrasische adel werden vastgelegd, na de aristocratische opstand onder leiding van Arnulf van Metz, Pepijn van Landen en hofmeier Warchenar van Bourgondië tegen de nieuwe minderjarige koning van Austrasië en Bourgondië, Sigebert II, en diens regentes, de koningin-overgrootmoeder Brunhilde van Austrasië.

In de vroege middeleeuwen was Andernach een vrije rijksstad, die later aan de keurvorst van Keulen kwam. Kerkelijk gezien bleef de stad onder het bewind van de bisschop en keurvorst van Trier. Onder Napoleon was de stad van 1794 tot 1815 een deel van Frankrijk. Bij het Congres van Wenen werd Andernach toegewezen aan Pruisen, en werd het ingedeeld bij de provincie Rijn (Rheinprovinz).

In 1955 heeft Konrad Adenauer de eerste Bundeswehrcompagnie van het jonge Duitsland na de Tweede Wereldoorlog opgericht in Andernach.

Bij het opstaan was de lucht grijs en nevelig en er stond een stevige wind. Wat later begon het te regenen dus onze geplande fietstocht langs de Rijn ging de ijskast in. We hebben ons vermaakt met het kijken naar een film en toen het nademiddag droog werd zijn we de stad ingewandeld.

Tot de bezienswaardigheden van Andernach behoren de volgende bouwwerken. De ronde toren of Wehrturm uit ±1440 als blikvanger van de stad, de Maria Hemelvaartbasikiek met vier torens, de “Alter Krahnen” een laad- en loskraan uit 1561, de huidige Christuskerk die tot 1802 de voormalige Sint Nicolaaskerk van het Minorietenklooster was, dat in 1240 gesticht is. Verder de Rheintor of korenpoort waarvan het fundament uit 1200 stamt. De huidige opbouw is van 1899. Naast deze bezienswaardigheden is er nog veel meer bijzonders te bezichtigen in Andernach, zoals de restanten van de middeleeuwse vestingwerken en de ruïne van de stad.. Een bijzonder kenmerk van Andernach is de zogenoemde “eetbare stad”; alle groenvoorziening in Andernach zijn eetbare planten aangeplant, zoals amandelen, perziken, mispels en groenten zoals boerenkool, aubergines etc  die door de bevolking vrij geoogst mogen worden. Heel bijzonder vinden wij. 

Natuurlijk zijn er ook een aantal musea te bezoeken en niet te vergeten de koud water geiser.

Geiser (Geysir) Andernach is de hoogste koudwatergeiser ter wereld. Andernach ligt aan de rand van de Vulkaaneifel in het oosten van het Eifelgebied begrenst door de Rijn. Als onderdeel van het Vulkaanpark, bevindt zich hier het infocentrum van Geiser Andernach. De koudwatergeiser zelf is te vinden op een schiereiland in de Rijn. Hier bevindt zich het natuurreservaat Namedyer Werth. Begin 1900 werden in het gebied boringen gedaan voor de winning van koolzuur. In de jaren vijftig werden de boorgaten weer gesloten. Begin 2000 werd er weer een boring gedaan waardoor de huidige geiser ontstond. Daarna werd het gat weer gesloten. Doordat het een natuur beschermd gebied was / is, kwam er een juridische strijd om het gebied te openen voor toerisme. In 2006 kwam uiteindelijk groen licht hiervoor. Een koudwatergeiser, zoals Geysir Andernach, ontstaat door een onderaardse koolstofdioxidebron. Hierdoor wordt, op gezette tijden, het water met veel kracht door het gat in de bodem omhoog gespoten. Geysir Andernach bereikt een hoogte van 40 tot 60 meter! De hoogste ter wereld.

Omdat we al gereserveerd hadden in een restaurant voor ’s avonds konden we helaas ‘s middags niet meer met de boot mee om deze geiser te gaan bezichtingen. (boot vaart 4 keer per dag en je moet er drie uur voor uit trekken) Zetten we dit op ons lijstje voor een volgende keer.


Dwars door Zwitserland en Liechtenstein

Na een kort overleg besloten we om net over de grens in Zwitserland een vignet voor de autoweg te kopen (35 euro) omdat we het niet zagen zitten om meer dan 50 haarspeldbochten te moeten rijden én 50 km meer én 4 uur rijden i.p.v. 2 uur naar het Zwitserse Chur waar we zouden stoppen. 

We hebben er geen spijt van gehad, het was relaxt rijden en een prachtige omgeving met veel besneeuwde bergtoppen, vooral via de autoweg over de Sint Bernhard-pas, steile rotswanden, kabbelende beekjes, watervalletjes die vanuit grote hoogte uit de rotsen kwamen, dennenbossen en dan tussendoor de pittoreske dorpjes waar de koeien, schapen en geiten aan het grazen zijn. Dat is echt genieten na alle steden en dorpjes in Italië.

We hebben de camper buiten de camping geparkeerd op de CP plaats, maar mogen op de camping gebruik maken van de faciliteiten. (scheelt 25 euro per dag)

Chur is de hoofdstad van het Zwitserse kanton Graubünden. Chur heeft ruim 37.000 inwoners en ligt op een hoogte van 593 meter boven NAP. Chur was waarschijnlijk al 9000 jaar voor Christus door boeren bewoond. Daarmee is het de oudste nederzetting van Zwitserland

Kelten, Romeinen, Ostrogoten, Franken: al deze volkeren heersten ooit over Chur, de toegangspoort tot belangrijke handelsroutes en alpenpassen. Van de meer dan 9.000 jaar oude geschiedenis blijven de vondsten over uit het neolithicum, de bronstijd en de oudheid, alsook kostbare gebouwen uit recentere tijden, zoals de kathedraal van de 800 jaar oude bisschoppelijke zetel.

’s Middags zijn we op de fiets gestapt om naar het centrum van Chur te gaan. Daar hebben we rondgewandeld en op grote hoogte de kathedraal bezocht. We moesten overigens wel even langs een pinautomaat want hier kun je niet betalen met euro’s. Dat was dus weer even wennen. Einde van de middag weer op de fiets terug. Het is jammer dat de camping in een industriegebied ligt en niet echt uitnodigt om langer te blijven, dus morgen trekken we verder en gaan we naar het kleine deelstaatje Liechtenstein.

Ingeklemd tussen Zwitserland en Oostenrijk ligt het kleine vorstendom Liechtenstein. In 1699 kocht de Boheemse vorst Johan Adam Andreas van Liechtenstein de heerlijkheid Schellenberg en in 1712 het graafschap Vaduz van de graven van Hohenems. Ook kreeg hij voor een lening van 250.000 gulden in 1707 een zetel op de vorstenbank van de Zwabische Kreits. 

Op 23 januari 1719 verenigde keizer Karel VI de heerlijkheden Vaduz en Schellenberg tot een vorstendom, genaamd Liechtenstein. Ten slotte kreeg het nieuwe vorstendom in 1723 een zetel en een stem in de Rijksdag. Op 12 juli 1806 was Liechtenstein een van de ondertekenaars van de Rijnbondakte, waardoor het vorstendom zich losmaakte van het Heilige Roomse Rijk en soeverein werd. Het staatshoofd van Liechtenstein is op dit moment vorst Hans-Adam II, hoewel deze op 15 augustus 2004 de macht overdroeg aan zijn zoon, Alois  bleef hij het staatshoofd. Dat zal zo blijven tot zijn dood.

Het land kenmerkt zich met hoge bergen, een mild klimaat en een hoge levenskwaliteit. De dwergstaat Liechtenstein is niet groter dan 160 km²; de gemeente Venray, onze woonplaats bijvoorbeeld, is 165  km² en dus net iets groter dan heel Liechtenstein. Door de jaren heen heeft het land zich uitstekend ontwikkeld waardoor kwaliteit hoog bovenaan staat. Zeker voor toeristen is het een bijzondere bestemming. De cultuur is overal voelbaar en gedurende het jaar zijn er diverse festivals. Voor veel Nederlanders is Liechtenstein nog onbekend gebied. Dat komt omdat de dwergstaat niet op een doorgaande route richting de populaire vakantiebestemmingen in Italië, Oostenrijk of Zwitserland ligt. Voor ons dus een reden om er wél even naar toe te gaan.

We waren rond 9.15 al in Vaduz en nadat we de camper op de parkeerplaats hadden geparkeerd zijn we naar de stad gelopen en je ziet meteen hoog boven de stad het slot liggen van de regerende vorst. Bedrijven hoeven bijna geen belasting te betalen en je ziet hier dan ook diverse grote banken. Een van de eerste dingen die ons op vielen waren de auto’s, Bugatti, Jaguar  en meer van die grote klasbakken.

De stad is modern met klassieke gebouwen en je kunt zien dat er over nagedacht is want het is niet storend, en overal in de straten staan prachtige kunstwerken. Je ziet ook nergens ook maar iets van vuil liggen. Na een paar uur rond wandelen  én een stempel in ons paspoort rijker (leuke bijkomstigheid overigens) zijn we terug gewandeld naar de camper om onze weg te vervolgen.

Inmiddels hadden we al kunnen constateren dat er de nodige bussen met Japanners (hoe kan het ook anders) gearriveerd waren want er werden weer bij alle kunstwerken, bloembakken en gebouwen selfie’s gemaakt. Wij vonden het de moeite waard om dit mini-staatje te bezoeken.

Voor meer foto's wijzen we naar flickr, album Puglia-05.

Arriverderci Bella Italia

Rond half 10 zijn we vertrokken uit Rome en omdat het zondag was, was het lekker rustig op de weg. De zon was nog steeds volop aanwezig en met zo’n 26 graden was het aangenaam weer. De Apenijnen hebben we achter ons gelaten en al snel reden we door het mooie Toscane met zijn lange en ranke cipressen en glooiende heuvels. 

Net na de middag kwamen we aan op de CP in Barberino di Mugello, gelegen aan het meer van Bilancino. We hebben ’s middags dan ook de fiets gepakt om rond het meer te fietsen. Een verademing na alle drukte van de afgelopen dagen in Rome.

De dag erna was er geen zon meer te bekennen, de lucht was grauw en grijs en het regende. Dat was dus even wennen. Onderweg hebben we geen regen gehad wel de eerste 50 km zo’n 25 kilometer aan tunnels waarvan de langste 7,5 km was. Rond de middag arriveerden we op de CP plaats in Parma.

Parma

Parma ís lekker eten: de beroemde hammen en kazen, de nog duurdere ‘culatello’s’ (bijzondere salami’s), decennialang gerijpte balsamico’s op grootmoeders wijze. In het historische stadscentrum kan je door al dat lekkers verdwalen langs winkeltjes waar geproefd en gekeurd mag worden.


Winkeliers zijn hier geen verkopers, maar experts. Ze kijken je even in de ogen en kennen al jouw smaak. De rekken torsen er zoveel kaas - ja, uitsluitend Parmezaanse - dat men zich nog nauwelijks durft te bewegen. Plafonds buigen nog wat dieper door de vleeswaren die er hangen te wachten op publiek. En natuurlijk zijn wij aan dit lekkers niet voorbij gelopen.

Stijl en charme

Eigenlijk is Parma een provinciestad van 170.000 inwoners, maar wat een allure! Dat komt door de Farneses die met grandeur regeerden en er onder meer een schitterend paleis en de Pilotta (met het beroemde Farnese Theater) lieten bouwen. Hier wil men zien en gezien worden.
Later zou ook Marie Louise, dochter van de Oostenrijkse keizer en tweede vrouw van Napoleon, de stad verfraaien. Zelfs toen Bonaparte al naar Elba was verbannen, bleef de ex-keizerin van Frankrijk, tevens groothertogin van Parma, de stad besturen - tot haar dood in 1847. In het Museo Glauco Lombardo kom je meer over haar te weten.


Fietsparadijs


Parma rijdt moeilijk voor automobilisten die niet met de verkeerslussen vertrouwd zijn, maar voor fietsers en voetgangers is het zeer aangenaam. De binnenstad is autoluw met aandacht - en vooral plaats - voor fietsers. (al gaan de fietspaden slingerend langs paaltjes, over parkeervakken, gewoon heel on-hollands, dus uitkijken!!   Maar… alle auto’s stoppen als ze zien dat je over wilt steken.)

Bezienswaardigheden liggen op loopafstand. Ten oosten van de gelijknamige rivier ligt het oudste stadsdeel met kerken en kloosters, de citadel en musea in vroegere paleizen.

De westkant pronkt met het Palazzo Ducale in een groot park en het was heerlijk om hier te wandelen en de herfstkleuren te zien.

Piazza Garibaldi met gebouwen uit 17de en 18de eeuw is het middelpunt van de stad, maar het hart klopt pas echt rond de Piazza del Duomo - in de zijstraten terrasjes, restaurantjes, pizzatenten en gelateria’s net achter de Duomo.

De 12de-eeuwse kathedraal behoort tot de belangrijkste Romaanse monumenten van Noord-Italië, maar het ware symbool van Parma is het Battistero, even verderop. Deze romaans-gotische doopkapel is wereldberoemd door het achthoekige grondplan en de spectaculaire opbouw. Het interieur met een doopvont in het midden, vier galerijen, de beschilderde koepel, fresco’s en beelden is uniek..

Parma is ook de stad van Verdi, de bekende componist is hier geboren en getogen. De Parmezanen laten hem nooit los. In het klassieke Teatro Regio wordt zijn werk - de opera Aïda duurt vier uur! - bijna doorlopend opgevoerd. Voor de fans: het Verdi Festival loopt dit jaar van 1 tot 28 oktober. Op de terugweg begon het zachtjes te regenen en zoals de Goden ons meestal gezind zijn waren we net op tijd terug bij de camper voor het flink begon te hozen en dat heeft het de rest van de avond gedaan. Parma zal ik niet snel vergeten als was het alleen maar omdat een overvliegende duif het nodig vond om zijn behoefte te doen op mijn hoofd, bril, jas en tas!!

Como.

Vanmorgen scheen de zon weer bij het wakker worden en nadat we even bij buurman Lidl onze boodschappen hadden gehaald zijn we rond half 10 vertrokken. Ook deze route ging via de tolweg en na een paar uur zagen we de bergen voor ons opdoemen met enkele besneeuwde toppen. Onze laatste stop in Italië is dus in Como. Na de lunch hebben we onze wandelschoenen aan gedaan en hebben we een wandeling gemaakt langs het Comomeer. 

Met een prachtig uitzicht op de bergen nemen we afscheid van 4 weken reizen door Italië.

Wat ons opgevallen is aan en in Italië:

  • Hele slechte provinciale wegen

    Heel veel zwerfkatten en honden

    complete vuilnisbergen bij inhammen langs de wegen terwijl de steden vaak heel schoon zijn.

    Als je door de smalle straatjes loopt ruik je overal de geur van waspoeder als er was hangt te wapperen.

    Iedereen is met zijn gsm in de weer, in de auto, op straat, in de metro zelfs in de kerk tijdens een dienst.

    Op heel veel bruggen van twee banen is er één afgezet waardoor ze nu een-baans zijn geworden, en het kwam op ons over dat het te maken heeft met het ongeluk in Genua.

    De mannen hebben nagenoeg allemaal blinkend gepoetste schoenen.

    Er wordt erg veel gerookt.

    Juli en augustus kun je het zuiden van Italië beter vermijden want dan trekken de Italianen massaal naar de kust en vanaf de derde week in september sluiten heel veel campings en CP plaatsen in het zuiden ondanks de hoge temperaturen.

    Italianen zijn erg vriendelijk.

    Na een regenbui sprongen er allemaal kikkers over het strand en het gras.

De overige aanvullende foto's staan rond 23.00 uur (2 oktober 2018) op Flickr onder het album Puglia-05.








Rome, stad van tastbare geschiedenis en zoveel meer.....

Er is een uitdrukking “Eerst Rome zien en dan sterven”; eigenlijk is het afkomstig uit het Italiaans, maar dan als “Vedi Napoli e poi muori” (eerst Napels zien en dan sterven), bekend geworden door Goethe in zijn boek “Italienische Reise”. En taalkundigen zouden zelfs kunnen inbrengen dat er in het Italiaans een woordspeling wordt gebruikt: Muori zelf is een plaats in Italië, dus er zou ook kunnen staan “eerst Napels zien en dan Muori”. Indachtig een andere Duitser, genaamd Reinhard Mey, die in zijn liedje “Mein Testament” zegt dat hij weliswaar zijn testament opschrijft maar dat hij hoopt dat het nog niet zijn laatste wil is, gaan we er vanuit dat het nog wel een paar decennia zal duren vooraleer die voorspelling uitkomt.

Goed, we kozen er na Sulmona voor om ook deze keer de Apenijnen te doorkruisen over een snelweg en dus geen “binnendoor” weggetjes. We kwamen daarom na 2 uur rijden en nog net vóór de middag aan op de camperplaats in één van de buitenwijken van Rome, waar de trein, annex tram naar het Centraal Station voor de deur stopt. Inmiddels zijn we al aardig gewend geraakt aan het chaotisch verkeersgedrag van de Italianen en op de keper beschouwt valt het ook nog wel mee. Oké, ze parkeren dubbel, zelfs drievoudig, maken met het grootste gemak op de weg er een gefingeerde rijstrook bij, maar zijn daar en tegen heel galant (zodra je als voetganger wilt oversteken bij een zebrapad en een voet op de straat zet stoppen ze voor je), letten voortdurend op wat de andere weggebruikers doen en anticiperen daar op. En oh ja, als je als automobilist op een kruispunt wilt oversteken of rechts wilt invoegen, wapper je gewoon even met je handje uit het raam, en hupsakee, er komt ruimte. Het kostte dan ook weinig moeite om de circa 5 kilometer door de buitenwijken van Rome naar de camperplaats te rijden, maar je moet wel ook op wapperende handjes van de Romeinen letten.

Vooraf hadden we al besloten om een zogenaamde Roma Pass aan te schaffen, waarmee je 72 uur lang gebruik kunt maken van het openbaar vervoer (tram, trein, metro en bus), gratis toegang en voorrang hebt tot twee musea of archeologische sites naar keuze en bij de overige korting krijgt. Vandaag moet we echter zonder doen, want we blijven hier na vandaag nog drie dagen. 

Maar een middag is tijd genoeg om de Trevi-Fontein aan te doen. Helaas troffen we het niet: hij werd schoongemaakt en was dus niet in werking. Ondanks dat zag het er zwart van de toeristen. Een paar dagen later hebben we de fontein nog een keer bezocht omdat we hoorden dat hij inmiddels was schoongemaakt en weer in werking was. Nu dus wel een foto van een werkende Trevi Fontein.

Op onze omzwervingen kwamen we ook langs het voormalige paleis van Paus Paulus VI, nu in gebruik als Presidentieel Paleis. Het is nu het grootste onderkomen van een president (de Italiaanse dus) ter wereld. Zelfs het Witte Huis in de VS is kleiner!

Vervolgens kwamen we door een wirwar van kleine straatjes in het historisch centrum bij het Panthéon. Het huidige Panthéon werd gebouwd tussen 118 en 128 n. Chr. En verving een eerdere tempel die door brand was verwoest. In de 7e eeuw werd de Tempel voor alle goden (de betekenis van Panthéon), omgevormd tot kerk. De perfect ronde koepel van gegoten cement is na tweeduizend jaar nog steeds ongeschonden! De muren zijn onderaan de koepel maar liefst 6 meter dik. De enige lichtinval komt van boven, van het “open oog”, de ronde opening in de top van de koepel. De vloer heeft een ingenieus Romeins afwateringssysteem, dat nog steeds in tact is. In deze kerk zijn de koningen van Italië begraven. 

Opvallend is dat overal daar waar veel toeristen komen ook de beveiliging door gewapende carabinieri zichtbaar aanwezig is. We hebben ze ondertussen heel vaak gezien, altijd met zijn tweeën en vol bewapend met karabijn en pistool. 

De volgende dag waren we al vroeg uit de veren. Want vandaag staat het Vaticaan op ons programma en, als we de berichten mogen geloven, samen met nog zo’n 25.000 anderen. Met de trein en metro naar de Sint Pieter en op zo’n 500 m daar vandaan werden we aangehouden door een vriendelijke jongeman die ons wilde overhalen om met een gids het Vaticaan en zijn Musea te bezoeken. Normaal doen we dat niet en gaan we liever op eigen houtje, maar hij wees ons op de mogelijkheid om daarmee de rijen te ontwijken. Inmiddels konden we de rij voor de Sint-Pieter al waarnemen en hij vertelde ons op basis van de huidige rij dat we al minstens drie uur in de rij zouden staan. Voor € 35,- per persoon kregen we een engelstalige gids en een rondleiding van 3,5 uur.   We hebben het aanbod aangenomen want om drie uur in de rij staan wachten bij meer dan 30 graden in de volle zon (je moet nog het hele Sint-Pieter-plein over) is niet echt een uitdagend vooruitzicht. En inderdaad waren we na zo’n 20 min. binnen.

Vaticaans Museum

Ja, het rijke roomse leven! Het Vaticaans Museum is het rijkste, grootste en meest indrukwekkendste museum ter wereld. Er zijn ruim 1.400 zalen vol schilderijen, Griekse en Romeinse beeldhouwwerken en Egyptische en Etruskische kunst. Alleen al in dit museum hebben we twee uren rondgelopen. 


Sixtijnse kapel.


Op de plaats van de Sixtijnse Kapel stond eerder al een oudere kapel. Deze Capella Maggiore (Grote Kapel) werd waarschijnlijk in 1368 gebouwd, maar was onder het bewind van paus Sixtus IV (1471-1484) vervallen tot een ruïne. Sixtus liet daarom een nieuwe pauselijke hofkapel bouwen voor hem en zijn gevolg van tweehonderd personen.De bouw van de Sixtijnse Kapel, vernoemd naar paus Sixtus IV, begon in 1473 en werd voltooid in 1481. De bekende Renaissancearchitect Baccio Pontelli ontwierp de kapel en het werd gebouwd onder toezicht van Giovannino de Dolci. Tijdens de bouw werden de maten van de oudere Capalla Maggiore aangehouden, die in 1473 was gesloopt. De eerste mis in de Sixtijnse Kapel vond plaats op 9 augustus 1483 ter ere van de Tenhemelopneming van Maria.

Beroemde Renaissancekunstenaars als Botticelli, Ghirlandaio en Perugino decoreerden de kapel al tijdens de bouw met schilderijen. In 1508 kreeg Michelangelo (1475-1564) de opdracht van paus Julius II (1503-1513) om het plafond van de Sixtijnse Kapel te decoreren. Michelangelo begon op 10 mei 1508 aan de enorme klus van het beschilderen van het plafond van vijfhonderd vierkante meter. Op 31 oktober 1512 werden de wereldberoemde fresco’s ingewijd door Julius II met de vespers, het katholieke avondgebied.


Sinds de voltooiing van de bouw fungeert de Sixtijnse Kapel als pauselijke hofkapel. Het is ook de plaats waar het conclaaf van het College van Kardinalen om een nieuwe paus te kiezen wordt gehouden. Het linker deurtje in de westwand van de kapel leidt naar de pauselijke sacristie, die ook wel de Kamer der Tranen (=Stanza delle lacrime) genoemd wordt. Het is de ruimte waar een nieuw gekozen paus zijn nieuwe witte gewaad aangemeten krijgt. Achter deze sacristie bevindt zich een trap waarmee de pausen onopvallend de Sint-Pieter konden bereiken.Tegenwoordig trekt de kapel zo’n vijf miljoen bezoekers per jaar, soms wel 30.000 per dag. Het condens van al deze toeristen heeft een grote invloed op de staat van de fresco’s, die snel aftakelen. Volgens museumdirecteur Antonio Paolucci zal er in de toekomst misschien een limiet aan het aantal bezoekers gesteld moeten worden.

De kapel is kleiner dan je zou verwachten, maar het schilderwerk is indrukwekkend.  En wie kent niet de foto’s en posters van de twee handen  welke een fragment zijn uit het schilderij van Michelangelo. 

Sint-Pieter

De Basilica de San Petro, zoals de kerk officieel heet, is gebouwd op de graftombe van de apostel Petrus en is de grootste kerk ter wereld. Vanaf de vloer tot de top van de koepel is hij 138 meter hoog en daarmee driemaal zo hoog als het Collosseum. Hij is wel veel jonger want pas in 1506 werd de opdracht tot de bouw van de basiliek gegeven door Paus Julius II; aan de bouw van deze basiliek werkten ook vele kunstenaars mee, onder andere wederom Michelangelo. Heel opmerkelijk is dat zijn beeld, de Pietà in de eerste kapel rechts, het enige beelhouwwerk is dat door Michelangelo is gesigneerd. Hij deed dat omdat niemand wilde geloven dat zoiets meesterlijks mooi door een zo jonge kunstenaar was gemaakt; Michelangelo was 23 jaar oud toen hij het beeld in opdracht van kardinaal Jean Biheres de Lagraulas in 1498 maakte voor diens graftombe.

In de crypte van de basiliek kun je dus de graftombe van Petrus zien en daar liggen ook de voorgaande pausen begraven. Ook de crypte hebben we bezocht.

Vanaf het Sint Pieterplein zijn we wandelend door het middeleeuwse Rome weer naar het Centraal Station gewandeld. Te voet merk je echt dat Rome op zeven heuvels is gebouwd: je blijft voortdurende klimmen en dalen. 

Het Oude Rome.

De tweede dag stond volledig in het teken van het oude Rome. Als eerste stapten we het Colosseum binnen, de arena die werd gebouwd tussen 72 en 80 n. Chr. en het grootste amfitheater van de Romeinen was. Er konden 55.000 toeschouwers in. Waarschijnlijk ontleent het zijn huidige naam aan het ruim 35 meter hoge beeld, de Colossus van Nero, dat naast het amfitheater stond en niet op de afmetingen van het gebouw, wat men ook vaak beweert. Het elliptische grondvlak meet (over de assen gemeten) 188 bij 156 meter, heeft een omtrek van 527 m. De hoogte van de gevel is 48,50 meter. De buitenmuur heeft drie rijen van 80 bogen, die telkens gescheiden worden door halfzuilen, beneden met Dorische, in het midden met Ionische en boven met Korinthische kapitelen. Ook de bovenverdieping (die merendeels gesloten is) heeft Korinthische pilasters. Er waren 76 ingangen die genummerd waren met Romeinse cijfers (boven de ingangen XXIII-LIV zijn de nummers nog zichtbaar). Boven één van de ingangen is een plattegrond zichtbaar van de stad Jerusalem, aangebracht rond 1700. 

In het Colosseum vonden Gladiator-gevechten plaats. Soms ook werden in de arena doodvonnissen voltrokken waarbij mensen (altijd niet-romeinen) door wilde dieren werden verscheurd . De laatste gladiator-gevechten vonden plaats in 404 nadat het Christendom als staatsgodsdienst was ingevoerd door keizer Honorius. De laatste voorstelling vond in 523 plaats. Historici schatten het aantal mensen dat in het Colosseum ter dood is gebracht tussen de 300.000 en 500.000.

Tegenover het Colosseum staat de Triomfboog van Titus,  ter herinnering van de inname van Jerusalem door de Romeinen in 80 n. Chr. De reliëfs aan de binnenzijde van de boog laten de relikwieën van de Tempel van Jerusalem zien. Buiten op de Triomfboog staat de intocht in Rome waarbij de schatten van de Tempel worden meegevoerd. Jarenlang is deze boog een schande geweest voor het Joodse volk. Nu behoort het tot één van de mooiste ruïnes van het Forum.

Forum Romanum

Het marktplein van Rome was hèt centrum van de oude Republiek vanaf de zesde eeuw vóór Christus; hier vergaderde de senaat en hielden politici hun toespraken. Handelaars deden er zaken, priesters brachten er hun offers, mensen deden er hun inkopen en bespraken actuele zaken. Kortom, een marktplein zoals het hoort. Toen de macht van het Romeinse Rijk afnam en uiteindelijk het wets-romeinse rijk verviel (6e eeuw na chr.), verviel ook het forum. Boeren lieten er nu hun koeien grazen. De schitterende marmeren tempels werden geplunderd en in de middeleeuwen kwamen de metselaars en andere bouwlieden hun materialen hier halen. Kortom, heel het oude Forum Romanum viel ten prooi aan plunderaars, voor zover het al niet bedolven was onder zand en afval. In de 19e eeuw is men met het opgraven van het Forum Romana begonnen. We kunnen nog wel iets van de oude luister terug vinden in de restanten. Vooral de immens grote tempels vallen op.

Als Noord-Europeaan moet je jezelf hier wel heel nietig voelen. Wij sloegen mekaar hier nog de koppen in en toevallig vandaag stond er een vondst in Lent in de krant waarop op een kommetje ter grootte van een vingerhoed de eerste krassen in de vorm van tekens die op letters lijken is gevonden, afkomstig uit de 1e eeuw v. Chr. In Rome zie je dan al hele verhalen op pilaren staan en werd er op scholen schrijven geleerd!

Naast het Forum Romanum ligt de heuvel Palantino. Op deze heuvel heeft Romulus de eerste paalwoning gebouwd en tijdens de Republiek en daarna woonde de elite van Rome op deze heuvel. Er hebben prachtige paleizen gestaan en de restanten daarvan zie ju nu nog.

Na een engelse lunch (fish and chips) in een engelse kroeg met italiaanse cappuccino zijn we de Joodse wijk (het ghetto ebrei) ingelopen; aan de buitenkant zie je het niet maar het valt pas op als je naar de menukaarten van de verschillende trattoria kijkt. Daarop treft je voortdurend het woord “kosher” aan en soms de term Ebrei (hebreeuws). Je bent dan dus duidelijk in de Joodse wijk. Ook opvallend: de wijze waarop gebouwen uit de Republiek, dus meer dan 2000 jaar oud, in de 18 tot 21e eeuwse bebouwing zijn geïntegreerd.

De volgende dag stond (na nog even naar de werkende Trevi-fontein te zijn geweest) een bezoek aan de P.C. Hooftstraat van Rome, de Via dei Condotti, op het programma.  Deze straat is bij uitstek in trek bij mensen die een paar slordige Euro’s hebben te besteden. Heel ingetogen staan de namen van grote modehuizen op de gevels: Hermès, Gucci, Armani, Prada, Burberry, Ferragamo en Valentino. En overal wordt de deur netjes voor je geopend mocht je naar binnen willen. We hebben wat trippelende dames met geschoren hondjes uit een winkel zien komen. Deze straat en de Via del Corso, van een iets mindere grandeur, komt uit op het Piazza del Popolo (het Plein van het Volk) en het grootste plein van Rome, waar je zonder blikken of blozen een rekening van € 15,- voor twee cappuccino wordt gepresenteerd. De elite zit daar onder een luifel op het terrasje, het gewone volk op de trappen van de kerk Santa Maria del Popolo, een kerk die in de 11eeeuw is gebouwd op het graf van Keizer Nero. Voorheen stond op het graf van deze door de Romeinen gehate keizer – hij zou tijdens de grote brand van Rome in juli 64 AD  te  laks hebben gereageerd voor eigen gewin – een walnotenboom waarin volgens de legende kwade geesten huisden in de vorm van kraaien. Wij denken echter dat nog geen 10% van de mensen op de trappen hiervan op de hoogte is. 

Wij hadden net daarvoor in een van de zijstraatjes een lekkere lunch genoten voor een prijs ver onder die van de cappuccino op de Piazza del Popolo.

Van daaruit zijn we weer langzaam naar de metro gelopen langs (en via) de kerk de Trinità del Monti, afdalend over de Spaanse trappen naar het Piazza Barberini en vandaar terug naar de camperplaats. Morgen verlaten we Rome weer en gaan we naar Toscane.

Aanvullende 414 foto’s staan op Flickr in Album Puglia-04.




Parelwitte stranden en kleurrijk snoepgoed

Vanaf Vieste zijn we klimmend en dalend langs de kust naar het visserstadje Peschici gereden. De azuurblauwe Adriatische zee glinstert door de zon en aan de andere kant van de weg de bloeiende oleanders, cactussen en dennenbomen en zo zijn de 40 km snel overbrugd. Aangekomen  bij de CP bleek deze helaas gesloten te zijn, evenals de diverse campings die we passeerden. Uiteindelijk konden we aan de voet van het stadje op de laatste camping nog terecht. En behalve wij stonden er nog een Belgisch stel en twee Duitse stellen op de camping. Omdat we direct aan de zee stonden besloten we om lekker te gaan zwemmen en aan het einde van de middag via het strand naar het oude stadje boven te lopen en daar meteen te eten. 

Toen we tegen 17.30 aan de wandel gingen kwamen we na een poosje bij een geul die vol met water stond en waar we dus niet door konden. Kijkend naar de lucht die inmiddels behoorlijk donker begon te worden en er regen voorspeld was besloten we toch maar om te keren omdat de afstand via de gewone weg te ver was en ook te steil om eventueel met de fiets te gaan. En het duurde ook niet lang voor het ging regen. Jammer voor ons maar niets aan te doen. De bui was erg kort en toen we even richting het strand liepen sprongen er her en der kikkers rond. Erg vreemd want die verwacht je niet op een strand., maar we zijn wel meer vreemde dingen tegen gekomen in Italië en daar komen we later nog op terug.

Peschici is ontstaan uit de rotsachtige bergen op een kleine landtong van de Gargano. De naam duidt op de haar Slavische oorsprong “pésc” betekent zand, refererend aan de zanderige oceaanbodem hier. Arabesk van oorsprong en  ooit een slavenkolonie waar Slavische soldaten over waakten (anno 970)   Recht boven de zee domineert de stad het omringende landschap in het noorden van Gargano, waar zo ver het oog reikt groene Aleppo dennenbossen kunnen worden gezien afgewisseld met brede gouden baaien en de stad heeft een fantastisch uitzicht over de Tremiti eilanden. Peschici is opvallend met zijn smalle straatjes in het oude centrum en de typische witte gebouwen met grijze koepel daken. De stad wordt beschouwd als ‘de parel van de Gargano‘ en is onder Italianen bekend om zijn geweldige parelwitte zandstranden. 

De volgende dag verlaten we het uitgestorven maar mooie Garganogebied en omdat we geen uren onderweg willen zijn, rijden we via de tolweg naar Sulmona een middeleeuws stadje in de Apenijnen. Nadat we bij de Lidl onze boodschappen hadden gedaan arriveerden we bij de CP plaats waar nog een camper stond met een jong engels stel. Na de lunch trokken we de wandelschoenen aan en gingen we op verkenning.

Sulmona, of zoals het in de oudheid heette Sulmo, is een stadje gelegen in het midden van Italië, op 120 kilometer van de hoofdstad Rome. Een deel van het grondgebied van de gemeente ligt binnen de grenzen van het Nationaal Park Majella., een massief met 61 bergtoppen en dichte wouden in de Apenijnen. Sulmona ligt op het punt waar de rivieren Vella en Gizio samenvloeien. Het was een van de belangrijkste steden van de Samnieten die de streek zo'n  2500 jaar geleden bevolkten. Deze gemeenschap is tevens de geboorteplaats van de beroemde klassieke dichter Publius Ovidius Naso (43 v.Chr. - 17 na Chr.).

In de 13de eeuw liet Koning Manfred van Sicilië een aquaduct bouwen dat met 21 bogen het Piazza Garibaldi oversteekt. Een groot deel van de stad is na 1706 herbouwd. In dat jaar bracht een zware aardbeving grote verwoestingen toe aan de stad. Sulmona bestaat grotendeels uit oude gebouwen zoals o.a het Palazzo dell’Annunzita uit 1320 en laat een mengeling zien van gotische en renaissance architectuur. In zijn bewogen geschiedenis heeft hij dienst gedaan als ziekenhuis, school, rechtbank en drogist. Waar ooit een Romeinse tempel stond, staat nu de kathedraal San Panfilo en een aquaduct verbindt het plein met de Fontana della Vecchio uit 1474.

Zeemzoete bloemen

Zoetekauwen laten zich ongetwijfeld verleiden in de Corso Ovidio, de hoofdstraat van Sulmona. In deze straat verdwijnen de eeuwenoude grijze gevels naar de achtergrond en voeren de vele kleurrijke uitgestalde bloemen de boventoon. Ze zijn niet alleen een pareltje voor het oog, maar ook een geschenk voor je mond. Het zijn de confetti van Sulmona, het snoepgoed waarvoor het dorp tot ver in het buitenland is gekend. De confetti van Sulmona zijn eigenlijk niets meer dan gesuikerde amandelen, vergelijkbaar met onze doopsuiker. Traditioneel ontving iedere gast op een bruiloft vijf confetti, deze stonden symbool voor gezondheid, welvaart, geluk, vruchtbaarheid en een lang leven.  Maar het zouden wel de beste zijn van heel de wereld. Ze bestaan in verschillende vormen en smaken: soms is de kern van de confetti geen amandel, maar wel een hazelnoot, een pistachenoot of chocolade. Daarnaast worden er vaak aroma’s toegevoegd zoals anijs, drop en allerlei fruitsmaken. 

Van honing tot suiker.

Over de oorsprong van de confetti bestaan verschillende versies, maar zeker is dat de Oude Romeinen al snoepgoed aten bij belangrijke gebeurtenissen zoals geboorten en huwelijken. Natuurlijk leken deze bonbons helemaal niet op de huidige confetti, want suiker was tot voor de jaren 700 een nog onbestaand product. Om de snoepjes hun zoete smaak te geven, gebruikten de Oude Romeinen honing. En ook de suikerlaag was eenvoudigweg een laag verharde honing. Pas aan het einde van de jaren 1400 begon in Sulmona de productie van de ‘moderne’ confetti. In diezelfde periode werd in het klooster van Santa Chiara trouwens ook begonnen met de artistieke bewerking ervan. En daar zijn de kleurrijke bloemen vandaag nog altijd getuige van. Natuurlijk bezochten wij ook een winkel met de beroemde confetti. 

Al met al is het een heel gezellig oud stadje en toch heel anders dan het geen we tot nu toe gezien hebben in Italië.


Morgen vertrekken we naar Rome waar we de komende dagen zullen vertoeven.

De overige foto's staan op Flickr in het album Puglia-04.