Fifty Shades of Green
Na een goede nachtrust zijn we redelijk vroeg weer uit Bushmills vertrokken met typisch Iers weer: af en toe een bui met daar tussen door een stralende zon. Onderweg werden we tegengehouden door een zeer vriendelijke politieagente die ons naar onze parkeerpas vroeg. Daar hadden we nog nooit van gehoord, afgezien dan van een invaliden parkeerkaart maar die bedoelde ze niet. Het bleek dat je rondom Portrush deze dagen een parkeerpas nodig hebt om daar te mogen rijden in verband met de British Open Golf die daar werd gespeeld. Wisten wij veelā¦ā¦. Maar goed, snel een foto geschoten van Dunluce Castle, vlakbij Portrush, en toen maar verder naar Derry.

Derry ā door de Engelsen hernoemd in Londonderry, iets wat Ieren niet accepteren ā ligt op een heuvel in een mooie kronkel in de rivier de Foyle en dicht bij open zee. Om dit plekje is al meer dan duizend jaar gevochten. De stadsmuren dateren uit het begin van de 17e eeuw en zijn sedertdien nooit doorbroken; daarom wordt Derry ook wel The Maiden City, de Maagdenstad, genoemd. De muren zijn minstens 6 meter hoog en ook net zo breed en zijn in totaal 1,6 km (een engelse mijl) lang. Het is verbazingwekkend hoe klein het ommuurde deel van de stad eigenlijk is: het is piepklein! Vanaf het centrale plein, the Diamond, gaan slechts vier straten naar even zovele poorten in de stadsmuur: Shipquay Gate, Bishops Gate, Butcher Gate en Ferryquay Gate. Vanaf het Toeristenbureau zijn wij naar Bishops Gate gelopen om daar via een trap op de muur te klimmen. Je hebt dan een prachtig overzicht, niet alleen over de oude stad, maar ook over de daar omheen liggende buitenwijken. Alleen bij Shipquay Gate zijn we weer even naar beneden gegaan om The Guildhall te bezoeken. Dit oude Gildenhuis is nu het stadhuis van Derry. Het heeft prachtige gebrandschilderde ramen.





De volgende dag, donderdag 18 juli, gingen we wat later op pad (een aantal pinten Guinness maakt dat je wat moeilijker wakker wordt ās morgens). De eerste halteplaats was het Dough Famine Village. Dit museum is ontstaan doordat de eigenaar van het oorspronkelijke huis de kennis over de typische leefomstandigheden van zijn voorouders wilde behouden. De huisjes ā het laatst nog in 1983 bewoond ā zijn klein, bedekt met gras (helmgras) en de leefomstandigheden waren destijds erbarmelijk. Het hoofdvoedsel van de gemiddelde Ier bestond in de 19e eeuw uit 6 kg aardappelen per man/vrouw per dag. Als vlees had men konijn en als groenten zeewier en kool. Vis vangen was door de gevaarlijke kliffen erg moeilijk. Toen de oogst van 1845 mislukte trad dan ook onmiddellijk de Grote Hongersnood in. Aan het eind van de rondgang door het (openlucht)museum begrijp je waarom meer dan de helft van bevolking in Ierland in de 19e eeuw hun heil en toevlucht zochten in emigratie naar de Verenigde Staten. In 1840 bestond de bevolking van Ierland uit 8 miljoen personen welk aantal terugliep tot iets meer dan 3 miljoen aan het begin van de 20e eeuw. Die 8 miljoen zullen ze waarschijnlijk nooit meer halen: in 2017 was de bevolking in Ierland iets meer dan 5 miljoen groot.

We leerden veel over de begraafcultuur in Ierland ā we waren onderweg al een straat doorgereden waarin links en rechts bordjes stonden met āwakeā en de autoās allemaal zwarte linten hadden ā en ook waar de typisch Engelse uitdrukking āsaved by the bellā vandaan komt. De Ieren (maar ook de Engelsen) waren ontzettend bang om levend begraven te worden. Men dronk namelijk vaak zoveel alcohol (whiskey) dat men in coma raakte. En omdat de zelfgestookte whiskey niet gedestilleerd werd in koperen installaties maar in die van lood - welk materiaal veel goedkoper was - stierven er ook daadwerkelijk mensen aan loodvergiftiging. Was je nu in coma of werkelijk dood, dat was de vraag. Tot de begraafrituelen behoorden dan ook veel onderdelen die er voor moesten zorgen dat men zeker wist dat de betrokkene ook werkelijk was overleden. Maar voor het geval dat al die voorzorgsmaatregelen toch tekort geschoten waren, werd er op het graf een bel geplaatst met aan de klepel een touwtje dat via een pijpje in de kist aan de hand werd vast gemaakt. Mocht de āoverledeneā dan wakker worden, kon hij of zij aan het touwtje trekken om op die manier gered te worden: saved by the bell. Tot de andere ingrediĆ«nten van de rondleiding behoorden ook nog (eigen) gestookte Whiskey van 40% zogenaamde āPoteenĀØ en gelukkig aan het eind een kop koffie/thee naar keuze en een broodje met boter en jam.

Na de verschrikkingen van de 19e eeuw gingen wij weer naar het natuurschoon van het hedendaagse Ierland. In Glenevin, een klein dorpje zoān 15 km van Dough keerde in 1960 Danielle Russo, een gepensioneerde Ierse uit Amerika, weer terug naar het geboorteland om er een Bed and Breakfast te beginnen. Toen zij op ongeveer 1 km van het huis een waterval ontdekte heeft ze samen met haar buurman een pad daar naar toe aangelegd. Je steekt daarbij meermalen het riviertje over, vroeger door middel van stapstenen, nu gewoon met een bruggetje. De grond is buitengewoon ijzerhoudend waardoor het water een roestige kleur heeft en het water bij de waterval redelijk schuimt.

Daarna wilden we eigenlijk met de veerboot van Buncrana naar Rathmullem maar we waren daarvoor nƩt te laat. De volgende afvaar was dik anderhalf uur later en daarom besloten we om maar om het Loch heen te rijden, een tochtje van 60 km extra, op weg naar de vuurtoren Fanad Head. Deze vuurtoren is gebouwd nadat in 1811 het fregat Saldanha van de marine beschutting zocht in de omgeving van Fanad tegen een ziedende storm. Helaas bereikte het schip nooit de kust: ze leed schipbreuk met als enige overlevende de papegaai van de kapitein. Kort daarop is de vuurtoren van Fanad Head gebouwd. Het ding zelf stelt niet zo heel veel voor, meer dertien in een dozijn, maar de route er naar toe is adembenemend.

Via Doe Castle wat diep in de Sheephaven Bay ligt en ongeveer 200 jaar lang het bolwerk van de Schotse MacSweeney Clan was ā een omweg van 4 km maar nauwelijks de moeite waard ā hebben we de camper geparkeerd op de parking van het Glenveagh National Park. Hier brengen we de nacht door.

Omdat we vandaag (en morgen) verschrikkelijk traag internet hebben, worden de aanvullende foto's niet eerder dan zaterdag op Flickr gezet.
Over berg en dal
Wat is het toch heerlijk als je vroeg op pad bent. Het is om te beginnen lekker rustig op de weg en je kunt volop van de heuvelachtige omgeving genieten, waar de konijnen aan het ontbijt zitten in de talloze weilanden. Op de dag dat de Nijmeegse Vierdaagse van start ging waren wij rond de klok van 8.00 uur op onze eerste bestemming van deze dag: The Dark Hedges. Wandelschoenen aan en op pad. Via een bospad kwamen we bij de meest gefotografeerde locatie in Noord-Ierland in de provincie Ulster. Scenes voor de serie Game of Thrones werden hier opgenomen. Het is eigenlijk simpelweg een weg met heel oude beukenbomen, die met hun takken zo kunstig verweven zijn dat ze een prachtige mysterieuze sfeer creƫren. Het is de Bregagh Road vlakbij het dorpje Armoy. De straat is alleen toegankelijk voor wandelaars maar dat verbod wordt nogal eens genegeerd door de Noord-Ieren en ook toeristen.
Dat was voor ons de reden om zo vroeg te gaan en we waren dan ook de enigen die er wandelden. Niet veel later, terug bij de parkeerplaats kwamen de eersteā¦jawel Japanners de hoek om. Het was de moeite van het vroege opstaan waard.

Na het ontbijt rijden we vanaf The Dark Hedges naar het Noorden, naar de kust waar we naar de Touwbrug van Carrick-a-Rede gaan. (wat de rots in de weg betekent) Netjes weer in de rij voor de kassa want pas om 9.30 ging de poort van het wandelpad open. Al ruim 250 jaar verbindt de touwburg van Carrick-a-Rede het vasteland van de county Antrim met Carrick Island. Om op het eiland te komen steek je de 20 meter lange brug die 30 meter boven de oceaan schommelt over. Gelukkig is de brug niet meer zoals in de jaren 70 toen hij nog slechts bestond uit een leuning en houten latten met grote gaten er tussen.

De wandeling van 2,5 km er naar toe was heuvelachtig en met trappen maar met een prachtig uitzicht over de omgeving. Roland ging niet mee de brug over en bleef wachten tot ik weer terug was. Grappig is dat als je over de brug loopt , je tevens over een oude vulkaanmond loopt. Als je vanuit Carrick Island naar het vasteland kijkt zie je zwarte rotsformaties in de witte kalksteen. Dit zwart is basalt, gestolde lava die 60 miljoen jaar geleden door de Carrick Reef vulkaan is uitgespuugd.

Na nog een kleine klim kom je op de top van het eilandje en dankzij het mooie zonnige weer was het volop genieten. Ook hier was het een drukte van jewelste toen wij weer naar beneden liepen. Roland heeft zijn entreebewijs van 9 pond ( die dus puur voor die brug was, maar dat staat natuurlijk nergens vermeld) aan een man gegeven die met zijn familie nog naar binnen moest en net zoals wij verbaasd keken bij de Schot die ons parkeerkaartje betaalde gisteren, was deze familie ook zeer verbaasd. Leuk dit soort dingetjes!

Onze volgende bezienswaardigheid is de Giantās Causeway en ook dit is een toeristische trekpleister maar ook een die je beslist niet over mag slaan als je hier in de buurt bent. De legende gaat dat de Ierse reus Finn McCool een pad door de zee (Causeway) naar Schotland bouwde om met zijn Schotse tegenhanger Benandonner te vechten.
Het echte verhaal is dat 60 miljoen jaar geleden zeer vloeibare lava vanuit de diepte van de aardkorst aan de oppervlakte kwam. De lava koelde af en er bleven de kenmerkende basalt zuilen over die vandaag de dag een bijzonder natuurverschijnsel laten zien.


Ook dit was weer een wandeling door berg en dal om er te komen en je waant je er in een hele andere wereld totdatā¦je weer Japanners in allerlei standjes ziet poseren. Het was hilarisch om te zien dat veel toeristen dus ook die Japanners op de kiek hebben gezet en ja, ik ook! ( Niet bepaald een out-fit waar je mee aan de wandel gaat toch? )

Je kunt als je dat wilt met de bus heen en terug vanaf het bezoekerscentrum, maar de wandeling is te mooi om daarvoor in een bus te gaan zitten. Terug bij de camper hebben we even een verkoelend ijsje gegeten en toen naar de camperplaats die een paar kilometer verderop ligt in het dorpje Bushmills.
Daar hebben we wat boodschappen gedaan en een terras opgezocht om na te genieten van een prachtige indrukwekkende dag.

Morgen nog een paar bezienswaardigheden in Noord-Ierland en dan rijden we Ierland in waar we weer gewoon met euroās kunnen betalen. Het blijft vreemd!
De overige foto's staan op Flickr Album Ierland 02
Van een Vrijgevige Schot
De zon scheen volop toen we om 10.00 uur Belfast achter ons lieten om aan onze tweede vakantieweek beginnen. Onze eerste stop was bij Carrickfergus Castle. Al meer dan 800 jaar is dit een indrukwekkend monument in het landschap van Noord-Ierland. Op 14 juni 1690 zette Koning Willem III (onze stadhouder) hier voet aan wal, ten teken daarvan hebben ze hier net naast het kasteel een standbeeld van hem opgericht. Nadien werd het kasteel nog belegerd door de Schotten, het Iers, het Engels en het Franse leger. Tot 1928 speelde het een belangrijke militaire rol en het is een van de best bewaarde middeleeuwse gebouwen in Ierland.


Na deze korte tussenstop hebben we onderweg een stop gemaakt om wat boodschappen te doen en omdat we geen klein geld hadden voor de parkeermeter vroeg Roland aan een Schot of hij geld kon wisselen maar daar deed hij niet aan, hij liep naar de parkeermeter en kocht een kaartje voor ons. Als dat geen vriendelijke geste is!
De prachtige kustweg volgend naar de volgende stop voor een gasfles en dat is een crime in het Verenigd Koninkrijk want die hebben maar liefst 11 verschillende gasfles-aansluitingen en 62 soorten gasflessen, maar dankzij het speurwerk van Roland hebben we er toch een kunnen vinden.
Maar 11 verschillende gasfles-aansluitingen is nog niet alles. Wat dacht je van 3 verschillende series bankbiljetten. Wel allemaal Engelse ponden, maar je hebt in Noord-Ierland bankbiljetten van de Ulster Bank, van de Bank of Ireland (in ponden, terwijl Ierland Euroās heeft) en natuurlijk ook van de Bank of England en allemaal in de waarden van 100 pond, 20 pond, 10 pond en 5 pond.

De kustweg doet ons een beetje denken aan de kustweg in Italiƫ die we vorig jaar hebben gereden met dit verschil dat er langs de weg geen oleanders bloeien hier maar fuchsiastruiken die wij nog nooit zo groot hebben gezien.
Onze volgende stop was bij Glenarm Castle. Dit kasteel is de thuisbasis van burggraaf en burggravin van Dunluce (dit is de streek waar we ons bevinden) en in het bezit van de familie McDonnnell. Sinds het kasteel gebouwd werd in 1636 is het onafgebroken in hun bezit. Het kasteel zelf is maar een paar dagen per jaar voor het publiek geopend maar The walled garden (een van de oudste ommuurde tuinen van Ierland) is wel open.
Bij het kopen van een ticket vroeg de mevrouw achter de kassa of wij uit Nederland kwamen en meteen daarna een verhaal over hoe leuk ze dat vond want haar inmiddels overleden moeder kwam uit Tilburg en had haar vader tijdens de bevrijding leren kennen. Ze werd er emotioneel van want ze had zulke goede herinneringen aan Nederland. Ze had alle tijd voor ons en de mensen die achter ons stonden bleven rustig staan wachten. Dat wachten is overigens iets waar wij nog wel wat van kunnen leren. Bij de bushalte, netjes achter elkaar staan en wachten tot er niemand meer uitstapt. Gisteren bij de eetkraampjes idem dito, netjes achter elkaar en niks voorschieten. Gewoon een ieder op zijn beurt zoals het hoort dus ook geen ergernissen.

Wij waren blij dat we hier niet gisteren aangekomen waren want de afgelopen twee dagen was er hier het grootste familiefestival van Ierland waar zoān 30.000 mensen zijn geweest waarvan het grootste gedeelte dus ook met caravan, tent of camper was. Rondom het kasteel waren ze nu dus druk bezig met alles opruimen waardoor we niet door de hele kasteeltuin konden wandelen maar wel door het mooiste gedeelte waar het een weelde van diverse bloemen was.

Eigenlijk wilden we vandaag ook nog een wandeling maken een stuk verderop in het Glenariff Forest Park maar we staan hier eigenlijk op een heerlijk plekje met uitzicht over de zee en het dorpje dat we dat laten voor wat het is. (en ja, Inge de lucht is hier helderblauw want we hebben prachtig zomers weer tot nu toe! )

Morgen rijden we op tijd aan omdat we voor 9.00 (dan komen de busladingen met toeristen nl) bij The Dark Hedges willen zijn (hier zijn o.a opnames gemaakt voor de serie Games of Trones).
Dus wordt vervolgdā¦.
No Troubles in Belfast
Vanmorgen vroeg op de fiets om de 8 km naar het centrum van Belfast te rijden over een voormalige trambaan, nu exclusief gemaakt voor voetgangers en fietsers. Het laatste stukje ging door de typische arbeiderswijken die nog volop in de sfeer van 12 juli verkeerden: de Oranjemarsen. Op die dag herdenken de protestant gezinden in Belfast het feit dat onze protestante stadhouder Willem III de Engelse katholieke koning Jacobus II in de Slag bij de Boyne in 1690 versloeg en hij vervolgens Koning van Engeland werd. Het is op zich dan niet vreemd dat je rond deze tijd een portret van Willem III op een vaandel aan een lantaarnpaal tegenkomt.

We zetten onze fietsen bij de Crescent Curch neer en beginnen van daaruit aan onze stadswandeling van zoān 7 km. Wat onmiddellijk opvalt is het feit dat de meeste gebouwen van donker-rode baksteen zijn opgetrokken waardoor de entree van de stad een sombere indruk maakt. Later zal dat gevoel vervagen, want Belfast heeft zeker mooi architectuur te bieden. We worden ook onmiddellijk met de neus op de feiten gedrukt als we het āMonument to the Unknown Woman Workerā passeren. Dit standbeeld van twee vrouwen is een ode aan alle werkende vrouwen van Belfast, betaald en onbetaald. Belfast heeft in haar ontwikkeling veel te danken aan hardwerkende vrouwen die de wereldvermaarde linnenindustrie tot bloei brachten. Maar nog meer ter ere van die vele andere vrouwen die tijdens de moeilijke periode van werkloosheid als gevolg van āThe Troublesā (de etnische strijd tussen het katholieke en protestante deel van Noord-Ierland) hard werkten om hun gezinnen te onderhouden terwijl de mannen met heel andere dingen bezig waren.

Dat de (Noord) Ieren ook gevoel voor humor hebben merken we als we het stadhuis van Belfast binnen stappen. Deze City Hall werd gebouwd in klassieke renaissancestijl aan het begin van de 20e eeuw. De buitengevel is voornamelijk in grijze Portlandsteen opgetrokken en het stadhuis heeft op elke hoek een toren. Een groot gedeelte van de bevolking van Belfast vond het gebouw echter maar helemaal niets. Zij waren van mening dat het een mausoleum was voor koningin Victoria (ā 1901) maar dat de Queen het helemaal niet mooi vond want er uit was gekropen om op het voetstuk voor het stadhuis te klimmen waar ze nu nog steeds staat. Wij konden de schoonheid van het gebouw binnen en buiten wel waarderen met o.a bijzondere glas-in-lood ramen. Recht tegenover het stadhuis staat het Titanic monument. De Titanic is indertijd in Belfast gebouwd.

Het stadhuis wordt omgeven door een grote tuin met heel veel gazon, waarop de stadsbewoners graag vertoeven. Je kunt je het nauwelijks voorstellen maar het is toegestaan om op het gazon te lopen, te liggen en met de kinderen te spelen. En wij maar klagen als de mensen in het Vondelpark buiten de paden treden.
Als je in Belfast loopt mag je de Entries natuurlijk niet missen: een veelheid van nauwe straatjes tussen Ann Street en High Street, vergeven van de kleine kroegjes, taveernes en restaurantjes, met onder andere de oudste bar van Belfast, Whiteās Tavern en de kleinste kroeg: de Bittles Bar.

Bij de St.Anneās Cathedral met zijn neoromaanse gevel was het kerkkoor dat elke zondag om 11.00 zingt net afgelopen en dus konden we deze kerk met zijn prachtige mozaĆÆken en beeldhouwwerken bezichtigen. Alleen al het plafond van de doopkapel bevat zoān 150.000 stukjes mozaĆÆk. In deze kerk zou het grootste Keltische kruis van heel Ierland moeten hangen, maar dat hebben wij niet kunnen vinden. Omdat het vandaag 41 jaar geleden is dat we getrouwd zijn hebben we ook meteen maar een kaars aangestoken.

Na even om de Albert Memorial Clock Tower, hƩt symbool van Belfast, gelopen te hebben was het inmiddels lunchtijd en dan kun je het beste naar St. George Food Market gaan. Je kijkt jouw ogen uit als je al dat lekkers bij de verschillende kraampjes ziet; omdat de gerechten van over de hele wereld komen (we zagen Thais, Indisch, Marokkaans, Libanees, Mexicaans, Argentijns en natuurlijk ook Engels) komen de verschillende geuren je tegemoet. Voor ons was een Mexicaanse wrap en een Indische Curry de keuze, die we smakelijk hebben verorberd terwijl we ondertussen konden luisteren naar twee Ieren die hun liederen live ten gehore brachten.

Al slingerend door het oude Belfast zijn we langzaam naar de Universiteit van Belfast gelopen. Het laatste stuk loop je dan over Bedford Street, die onder Belfastenaren bekend staat als de Golden Mile, van Centrum naar Universiteit. Op deze mijl vind je de levendigste pubs, bars en cafĆ©s van de stad naast restaurants, bioscopen en theaters en uiteindelijk kom je aan bij Queens University. In zoān 250 gebouwen volgen 17.500 studenten hun colleges.

Achter de universiteit bevinden zich de Botanische Gardens, die nog steeds ook als rustplaats dienen voor het drukke stadsleven. Ook hier tref je op het gras talloze geliefden, maar ook gezinnen met kinderen aan. Janny heeft een heel tijdje in de Rozentuin doorgebracht.

Aan het eind van de middag kwamen we weer op de camping aan waar we nog een tijdje gezellig hebben gesproken met een Canadees stel van onze leeftijd dat 6 maanden in een Nederlandse camper door Europa trekt.
Morgen gaan we langs de kust omhoog om heel langzaam naar de Wild Atlantic Way te gaan.
De aanvullende fotoās staan dadelijk in het Album Ierland 02 op Flickr.
En voor diegenen die zich afvragen wie de verhalen schrijft: de ene keer Janny, een andere keer Roland. Aan jullie om te achterhalen wie het geweest is bij de afzonderlijke verhalen. En neen, daar is geen prijzengeld aan verbonden.
Van Schotse Ruit en een fluit
Na een paar mooie dagen laten we het prachtige Lake District achter ons en rijden we richting Schotland. We hebben ons verbaasd over het feit dat we de enige buitenlanders waren op de camping. Zo wie zo zien we weinig buitenlandse autoās /campers rijden. Omdat we geen zin hebben om meteen door te rijden naar de Ferry maken we een tussenstop in Caerlaverock vlakbij een kasteel. Op de camperplaats aangekomen staat er warempel een Duitse camper. Na de lunch gaan de wandelschoenen aan, de zon schijnt, dus wat willen we nog meer.
Vanaf de CP plaats loopt een pad door het Castle Wood (kasteelse bos) waar bomen staan die meer dan 200 jaar oud zijn. We zien veel wilde kamperfoelie en vingerhoedskruid in het bos staan. Na een km of 3 komen we bij oude funderingen en lezen we op het bord dat hier een kasteel heeft gestaan.
In 1220 gaf Sir John Maxwell opdracht voor het bouwen van het eerste Caerlaverock kasteel. Dit was een van de eerste stenen kastelen die in Schotland werd gebouwd.

Omdat de grond erg drassig was besloten de Maxwells in de 14e eeuw 200 meter naar het noorden een nieuw kasteel te bouwen; in de 17e eeuw werden de Mawells Graaf (Earl) van Nithsdale en bouwden ze een nieuw optrekje daar. Hun āstamkasteelā hebben ze toen verlaten en dat kasteel is inmiddels vervallen tot een ruĆÆne die je kunt bezichtigen. Omdat wij de route naar het kasteel via het bospad gelopen hadden zagen we pas toen we uit het kasteel kwamen dat je tickets moest kopen bij het restaurant. Nou is het ons inmiddels niet meer vreemd dat we tegen de richting in lopen, we doen het ook niet opzettelijk, het overkomt ons gewoon.

Janny had van lieve vrienden van ons een klein cadeautje meegekregen wat ze pas in Schotland open mocht maken. (met opdracht) Dus Jantje en Ernest bij deze het bewijs, het was een fluitje van een cent! ? De rest van de lezers zullen we dit verhaal besparen! Maar gelachen hebben we wel en daar gaat het tenslotte om.

Na de bezichtiging zijn we via de weg terug gelopen. Er is amper verkeer en de omgeving is ook hier landelijk met hier en daar een boerderij, graanvelden en veel koeien en schapen. Mooi om te zien dat hier de jonge kalveren gewoon bij hun moeder in de wei blijven.

We hebben nog een hele poos lekker buiten kunnen zitten. En na een goede nachtrust liep om 7.00 de wekker weer af omdat we op tijd bij de ferry moesten zijn. Het was erg rustig op de weg en we konden genieten van het mooie groene en heuvelachtige Schotland. Om 10.30 vertrok de ferry en de overtocht was erg rustig en twee uur later in meerden we aan in Larne dat op zoān 50 km ligt van Belfast waar we onze eerste stop in Ierland hebben. De camping (km of 8 buiten Belfast) heeft mooie ruime plaatsen en we hebben meteen maar even een machine met was laten draaien. Morgen gaan we met de fiets naar Belfast om daar een stadswandeling te maken en dan kijken we wel of we langer blijven of vertrekken.

De overige foto's staan op Flickr in het Album Ierland 01.
Van kolenboer tot knipperbol
Op tijd naar bed, dus ook op tijd wakker en dus op tijd weer op route. Omdat het voor ons nog te vroeg was om te ontbijten zijn we onderweg even een klein dorpje ingereden om te ontbijten. Het dorpje bestond uit een hotel, 7 huizen en jawel een verkeerslicht om de smalle brug over te kunnen rijden. Terwijl wij aan ons ontbijt zaten kwam de kolenboer (wij moesten ff goed kijken..) voorbij die bij een van de huizen een paar zakken kolen af kwam leveren. Even waren wij weer terug in onze jeugd toen we ook regelmatig de kolenboer met een zak kolen op zijn rug bij ons naar binnen zagen sjouwen. Dat geldt eveneens voor de gele knipperbollen die hier nog steeds in gebruik zijn bij een oversteekplaats.

Onderweg zie je weinig huizen, soms een boerderij en veel schapen. Men leeft hier van de landbouw en veeteelt. Af en toe miezerde het wat maar dat kun je verwachten als je in het Lake District op vakantie gaat.
De weg naar Keswick en de camping waar we een paar dagen zouden verblijven was heuvelachtig met veel bochten maar de Engelsen zijn rustige rijders. De camping Borrowdale (vreemd genoeg zonder sanitair, maar dat hebben we zelf ) ligt midden in een groot wandelgebied en aan het Derwentwater (groot meer)

Omdat het wandelgebied moerassig is zijn er op diverse plaatsen wandelpaden aangelegd en je ziet een weelde van Flora. Gewapend met onze wandel GPS, stevige bergschoenen en Janny een Nordic-walkingstok zijn we op pad gegaan. We bezochten ook de Lodore Falls. Deze waterval die een āmustā is voor toeristen wordt gevormd door het beekje van Watendlath Tarn dat over een lengte van zoān 30 meter over enorme rotsblokken loopt. Helaas door het lange droge weer (ook hier regent het veel minder) was er weinig waterval te zien.

Maar de wandeling er naar toe was prachtig. Op de terugweg in een klein dorpje zagen we een telefooncel staan die hier nog steeds gebruikt worden.
In de avond en nacht heeft het geregend maar onze tweede dag hier was er een vol zon dus op de fiets naar Keswick, we kozen voor een hoger gelegen route die qua verkeer rustiger was en een spectaculair uitzicht biedt aan de omgeving met het meer. (lang leve de E-Bike anders was dit niet gelukt)

Keswick is het belangrijkste centrum voor toerisme in het noorderlijke merengebied en dat is dan ook te merken. Wij hebben er op ons gemak rond gekeken en vooral de tuinen en parken waar de Engelsen beroemd om zijn, zijn prachtig!

Ook mogen we niet vergeten om Beatrice Potter te vernoemen die hier inspiratie op deed voor haar verhaaltjes. Ooit zei John Ruskin (schrijver, dichter en schilder en kunstcriticus ) dat Keswick een plaats was die bijna te mooi was om in te leven maar die mening delen wij beslist niet, maar waarschijnlijk heeft hij niet al die mooie plaatsjes gezien die wij inmiddels bezocht hebben ;-) Wat opvalt zijn de vele honden die de Engelsen bij zich hebben. Ze mogen ook bijna bij alle winkels, restaurants ed naar binnen en overal staan waterbakken. En dat de Engelsen humor hebben blijkt wel uit onderstaande foto.

Aan het einde van de middag hebben we weer een uurtje gewandeld in de omgeving van de camping.
Onze laatste dag hier besloten we om de bus te nemen om op een half uur rijden het alom beroemde Wordsworth House en Garden te bezoeken in Cockermouth. Eerst een wandeling van 20 min. om bij de bushalte te komen maar dat is in dit prachtig natuurgebied geen straf.

Naarmate de bus dichter bij Cockermouth kwam werd de lucht ook donkerder en moesten we toch even gebruik maken van een regenjas maar die kon de rest van de dag in de tas blijven zitten.
De folder van dit Wordsworth huis begint met: This lovely Georgian townhouse was de geboorteplek van de beroemde Engelse romantische poƫet William Wordsworth en zijn zus Dorothy. Het is ingericht in de stijl van de 17e eeuw en (ik schrijf het even in het engels) it offers an unforgettable chance to experience life in the 1770, with real food on the table, but not eatable and a real fire in the grate.

Gelukkig was de gids een goedgemutste vrolijke man die het verhaal smakelijk kon vertellen en dat maakte al veel goed. In de zon konden we daarna op ons gemak door de tuinen wandelen waar alles volop in bloei staat.

In het dorp zelf was weinig te beleven dus halverwege de middag zijn we terug gegaan en konden we nog net de laatste kilometers van de Tour de France zien.
Morgen verlaten we het gastvrije Engeland en rijden we naar Schotland om daar over twee dagen de overtocht te maken naar Ierland.
De overige foto's staan op Flickr in het Album Ierland 1.
Van Voeten en Duimen
Op zondag 7 juli rond de middag zijn we vertrokken richting Calais, onze eerste stop en overnachtingsplaats. We konden vlot doorrijden en tegen 16.00 stonden we op de camperplaats op loopafstand van de zee. Om 17.00 uur was de finale van het Nederlands damesvoetbalteam tegen de VS dus nog net een uurtje de tijd om over de boulevard te wandelen. Weinig strandaanbidders waren er te zien, des te meer wandelaars op de boulevard en bij de eet- en drinkgelegenheden.

Helaas zijn de dames geen wereldkampioen geworden maar ze speelden een prima wedstrijd en kunnen trots zijn op hun prestatie.
Wij lagen op tijd onder de wol omdat we de dag erna om 6 uur bij de Ferry van P&O moesten zijn. Natuurlijk zat er een ophaalbrug tegen en waren er wegwerkzaamheden; waarom zou je dan een bord neerzetten hoe je dan wel bij de ferry kunt komen. Niet getreurd, er stond een busje met buiten twee agenten, dus even stoppen en vragen. Ze stonden een partij te stuntelen want ze wisten het niet en verstonden ook nauwelijks frans, dan maar in het engels proberen, dat verstonden ze wel maar, nee hoor ze wisten het niet dus liepen ze naar de agent in het busje en zowaar we moesten de eerst volgende weg rechtsaf. (ze stonden dus vlakbij de ingang!!!) Dat was de eerste hindernis van die dag.
Het weer was erg helder en je kon in Calais de witte krijtrotsen van Dover al zien.

Na een rustige overtocht van 1,5 uur kon ons avontuur beginnen in het land van de āvoeten en duimenā (die Engelsen blijven apart met hun feet en inches) en het zou niet bij dat enige akkefietje blijven die dag. Onze bestemming was het plaatsje Wetherby zoān 400 km naar het Noorden. Meteen de klok weer een uur terug en dus konden we om half 8 Engelse tijd on route. Het links rijden valt reuze mee, maar o, wee de rotondes, soms erg onduidelijk en dus hebben we ook een paar keer een afslag gemist. Ondertussen gaf Roland zijn bril de geest en hoorden we een vervelende piep in de camper. Duurde even voor we ontdekt hadden waar het van kwam maar ook dat werd weer opgelost. Vervolgens hoorden we wat later een knal tegen de voorruit en ja hoor een ster in het glas veroorzaakt door een steen. Nog lastiger was het om in Wetherby te komen want we hadden kennelijk de verkeerde coƶrdinaten en dan denk je dat je er bentā¦jammer dan, nog 78 km te gaan. Maar goed i.p.v om 13.00 waren we dan eindelijk om 15.00 op de plaats van bestemming.
Moe van het zitten meteen de wandelschoenen aan en op pad.
Wetherby was vroeger een halteplaats voor de koetsen op weg naar Schotland of Londen. Op zijn hoogtepunt had de stad in die periode 40 herbergen en alehouses. Nu staat het bekend als bloemenstad en je ziet overal prachtige hanging-baskets aan de huizen en winkels hangen.

Een van de bezienswaardigheden is de brug, deze brug is een samensmelting van drie bruggen die zijn oorsprong vond in 1233 AD. Het is in elk geval een gezellig en pittoresk stadje.

Morgen gaan we richting Lake District waar we een aantal dagen zullen blijven.
En om de dag in stijl af te sluiten viel er nog een bak noten/muesli-mix uit de kast dus de camper is meteen geveegd. ās Avonds op tijd onder de wol want het was een lange dag! De overige foto's staan op Flickr.
En wil je de ehe route inzien? Dat kan op https://www.zwiebelfam.nl/camper/site/2019_route.htm

Het leven is goed in het Brabantse Land!
Onze bestemming deze keer was Geertruidenberg om van daar uit op verkenning te gaan in de omgeving en met name de Biesbosch. Onze standplaats bevond zich bij de kleine jachthaven waar plek is voor 16 campers. Doucheās en toiletten waren er aanwezig en op loopafstand van het oude centrum. Na de lunch dus met de benenwagen op verkenning uit.

In 1213 verleent Graaf Willem I van Holland āSint Geertruidenbergāā stadsrechten. In de late middeleeuwen was de stad een belangrijk handelscentrum van graven en edelen. De Hoekse en Kabeljauwse twisten en de Sint Elisabethvloed maakten daar in 1421 een einde aan en werd de stad een grensvesting. Pas vanaf 1813 hoort Geertruidenberg definitief bij Brabant.

Bij het VVV kantoor voor wandel en fiets info kwamen we aan de praat met de medewerkster die van Roemeense afkomst bleek te zijn en omdat dit land ook nog op ons lijstje staat hebben we daar ook maar meteen info over gevraagd en ze vertelde honderd uit over wat we vooral NIET over mogen slaan. Altijd leuk dit soort informatie.
We starten onze wandeling op de historische markt met lei-lindes en monumentale panden en de fraaie Geertruidskerk. Als je midden op het plein staat zie je de immens grote koeltoren van de Amercentrale staan. Bijna angstaanjagend. Vanaf 1853 stond er een synagoge (bijkerk) aan het marktplein die in 1874 werd vervangen door het huidige gebouw. In 1941 woonden er 14 joden in Geertruidenberg. Tien ervan werden in 1943 omgebracht in de kampen Vught (1) en Sobidor (9) Na de oorlog is de synagoge niet meer voor Joodse diensten gebruikt.
Voor het voormalige raadhuis staat nog de schandpaal. Voor 1400 was dit raadhuis de grafelijke hofstede. Tijdens de Franse Revolutie werd het Nassau-wapen op dit gebouw onherstelbaar beschadigd.

Via vestinggrachten, bolwerken en ravelijnen krijg je een goed beeld van dit vestingstadje.
Wanneer we de Donge oversteken lopen we meteen Raamdonksveer binnen met beeldbepalende panden aan de voormalige Haven en Het Heereplein. Raamdonksveer; een dorp van schippers, vissers, polder en griendwerkers terwijl het naastgelegen dorp Raamsdonk zich ontwikkelde tot een voornamelijk op landbouw gericht dorp.
Wat ons meteen opviel is dat men in Brabant de bermen niet maait zodat je overal volop veldbloemen ziet staan. Margrieten, klaprozen, boterbloemen het is een prachtig gezicht.

De volgende dag stappen we op de fiets om de monumenten/kunst route te fietsen. We fietsen langs historische en pittoreske plekken en genieten van de ongerepte natuur langs de Donge die meanderend door het landschap stroomt. Overal zien we jonge eendjes en het is een drukte van jewelste van het gekwetter van vogels.

Een van de kunstwerken die we tegen kwamen was het kunstwerk ter herdenking van de watersnoodramp in febr.1953. Op 1 febr. liep van het bebouwde gebied in Raamsdonkveer 85% onder water. In zoān 1100 woningen stond het water van 10 cm tot 2,60 meter hoog. Omdat het aan de rand van het rampgebied lag was het goed bereikbaar voor journalisten en de eerste fotoās van de ramp gingen vanaf hier de hele wereld rond.

Tegen de avond zijn we nog naar Made gefietst (7,5 km van Geertruidenberg) omdat Maria en Herman daar logeerden en we de dag erna samen de Biesbosch zouden gaan bezoeken.
Was het tijdens de fietstocht vrijdag met 15 graden nog behoorlijk fris op deze zaterdagmorgen stond de zon al vroeg aan de hemel en het beloofde een prachtige dag te worden. Met de auto zijn we naar de Biesbosch gereden en we hadden geluk dat er nog net 4 plaatsen vrij waren die dag op een van de fluisterboten.
Tot die tijd hebben we eerst het museumeiland bezocht waar alles over het ontstaan en de geschiedenis van de Biesbosch te vinden is.
Nationaal Park De Biesbosch is ontstaan na de St.Elisabethsvloed in 1421. Dat het ƩƩn van de weinige overgebleven zoetwatergetijden gebieden in Europa is, maakt het tot een uniek gebied. Tot de jaren 70 verdienden talloze griendhakkers, rietsnijders, biezenvlechters, jagers, vissers en landbouwers hier hun brood.
Tijdens onze tocht door De Biesbosch zien we kreken, killen, riet, zandplaten. Regelmatig zie je sporen en aangevreten hout van bevers.

Men laat de natuur in dit gebied volledig zijn gang gaan en er is een diversiteit aan vogels en vissen in dit gebied zoals o.a de ijsvogel, flamingoās en de zeearend.

Na de boottocht maken we nog een wandeling door het Wilgenbos alvorens we terug gaan naar Geertruidenberg om na te genieten op een terras met een drankje en wat later een heerlijke maaltijd. We hebben geboft met het weer want het werd 22 graden met de hele dag zon.

Op zondag maken we weer een fietstocht in de omgeving en bezoeken we o.a Oosterhout waar een treffen was van Old-Timers bij het Catharinaklooster. Er waren schitterende auto's te zien maar voor ons is de Lelijke Eend nog steeds favoriet omdat we die allebei vroeger een gehad hebben.

Ook bezoeken we de Militaire begraafplaats waar zoān 30 Poolse soldaten begraven liggen uit WO II.
We fietsen weer door een prachtig natuurgebied en kleine dorpjes terug naar de camper waar we nog een poosje buiten genieten van de zon.
We hebben vier dagen genoten van het mooie wat Brabant te bieden heeft en er zijn nog redenen genoeg om terug te gaan.

Overige foto's staan op flickr.