Met de camper naar .....

Betoverend Boedapest

Voordat we van Esztergom naar de stadscamping van Boedapest gaan maken we een tussenstop in Szentendre. Het is een kleine stad van 23.000 inwoners bekend vanwege zijn handwerkslieden en kunstenaars. We parkeerden de camper op een parkeerplaats aan de rand van de oude binnenkern en moesten hoofdstedelijke prijzen betalen voor het parkeerticket: omgerekend € 15,00 voor 2,5 uur. Gelukkig waren we er vroeg (rond 10.00 uur) en was het nog niet echt druk, dat veranderde helaas al snel en een uur later werden het plaatsje overspoeld door toeristen die met bussen aan- en afgevoerd werden. Van de handwerkslieden en kunstenaars waren er ook niet veel meer over: het merendeel was souvenierswinkeltje, soms even afgewisseld met een handwerkerskraampje met sieraden, borduursels en leerbewerker.


Het deed ons echt denken aan Volendam: bijna alles kitsch en de echte visser is al lang gevlogen. Na wel een voortreffelijke lunch voor een habbekrats hielden we het voor gezien en reden we de laatste 30 km naar de Stadscamping Haller in Boedapest, een weg die uitdrukkelijk verboden was voor kar en paard.


Als uitvalsbasis voor een bezoek aan de stad is deze camping in het centrum echt een aanrader: gelegen op 100 m van de tram en op 600 m van de metro. Wel onder één van de startbanen van het vliegveld van Boedapest, maar die vliegen dan al zo hoog dat je daar geen last van hebt. Leuke bijkomstigheid: als je ouder bent dan 65 jaar (senior) mag je gratis met het openbaar vervoer. Voor de Hongaren gold dat al, maar Orbàn heeft die regel ook op alle EU-onderdanen moeten toepassen toen hij aanspraak maakte op Europese subsidies.

Na een rustige nacht stonden we de volgende morgen om half 10 op de tramhalte om op de Forvam Tér (Marktplein) uit te stappen. Daar vind je een overdekte markt die je best mag vergelijken met de oude Les Halles in Parijs: gebouwd in 1897, 150 meter lang en 100 meter breed, drie verdiepingen. In de kelder vindt je de supermarkt van de Aldi, op de begane grond de lokale slagers, bakkers, groentetelers, slijterijen etc en op de eerste verdieping de uitbaters van eettentjes en souvenierswinkeljes.


Daar liepen we tegen een Japanse aan die - zoals gebruikelijk - met haar smartphone op filmstand door de rijen liep. Plotseling draaide ze een standje binnen en de uitbaatster probeerde duidelijk te maken dat zulks toch niet de bedoeling was, maar de Japanse ging onverstoorbaar verder met filmen. Uiteindelijke hief de uitbaatster haar handen ten hemel en riep ‘ one Euro for a photo”. We gaven haar een duimpje en inmiddels was de Japanse haar standje al weer uit en kon ze er wel om lachen.

We vonden Boedapast verschrikkelijk schoon vergeleken bij onze eigen steden: nergens vind je een papiertje of een blikje op straat, heel af en toe kom je een uitgetrapte sigaret tegen. De brede boulevards deden ons denken aan de Parijse, inclusief de classicistische bebouwing. Zou Georges Haussmann, de stedebouwkundige van het Parijs van de 19e eeuw ook hier aan het werk zijn geweest?
We passeren de winkelgalerij Parisi Udvàr (hetgeen Parijse rechtbank betekent) maar waar nu een hotel in gevestigd is en op het Vörösmarty-plein staan we voor één van de oudste en beroemdste koffiehuizen in de stad, Gerbeaud Cukrászda.


Al meer dan anderhalve eeuw worden er koffie en heerlijke gebakjes geserveerd in een prachtig interieur met sprookjesachtige roodfluwelen zitjes. Het is slechts één van de beroemde koffiehuizen in Boedapest. Naast het serveren van koffie en gebak is er nog iets wat deze bars gemeen hebben: een mooi, weelderig interieur. De opkomst van de koffiehuizen vond vooral plaats in de tweede helft van de 19e eeuw. Een "kávéház" (koffiehuis) was toen een plaats waar kunstenaars, journalisten en rijke mensen elkaar ontmoetten om er allerhande onderwerpen te bespreken. Je zal meteen begrijpen waarom de koffiehuizen niet gedoogd werden door de communistische heersers die het land een groot deel van de 20e eeuw in een ijzeren greep hielden.


We slenterden voort, stopten even voor een Thaise lunch (’Padthai’) om daarna één van de meest bijzondere gebouwen van Boedapest te bezoeken: de Szent István Bazilika (Sint-Stefanusbasiliek). Hier vereren de Hongaren hun eerste christelijke koning. De bouw van deze kerk, de grootste van de stad, begon in 1851. József Hild zorgde voor het plan, maar het duurde meer dan een halve eeuw totdat de kerk klaar was. Waar je ook loopt in de stad, je hebt bijna van overal uitzicht op de 96 meter hoge koepel. In die koepel bevindt zich een uitkijkplatform op 65 meter hoogte vanwaar je een panoramisch uitzicht hebt over de stad. Om er te komen moet je meer dan 300 treden overwinnen, maar gelukkig is er ook een lift.


Het interieur is bijzonder mooi: weldadig, niet overdadig. Als je de basiliek binnenkomt via de massieve deur bij de hoofdingang (naast de toren), heb je een goed overzicht van het interieur. Boven het hoofdaltaar staat een beeld van de heilige koning. Links, in de Heilige Rechterhandkapel (Szent Jobb-kápolna), ligt een van de meest vereerde objecten van het land: de gemummificeerde onderarm van Szent István.


Drie bijzondere objecten van deze eerste dag willen we nog even benoemen. Het eerste is het Herdenkingsmonument voor Slachtoffers van de Duitse Bezetting dat in 2014 werd opgericht. Het is tamelijk controversieel. Officieel is het een herinnering aan de Duitse invasie van 19 maart 1944 en de daaropvolgende bezetting. Vergeet niet dat het Duitse nazi-regime en de Hongaarse regering in die tijd bondgenoten waren. Je herkent wellicht de aartsengel Gabriël, die Hongarije vertegenwoordigt, en door een Duitse adelaar werd aangevallen.

Aan de andere kant zijn er de altijd aanwezige bloemen en foto's van slachtoffers van de nazi's, geplaatst door mensen die hun vermoorde familieleden willen herdenken. Geef toe, het is een beetje vreemd: een monument dat officieel een inval en de daaropvolgende bezetting herdenkt in plaats van de slachtoffers.

Het tweede markante object is het Hongaarse Parlementsgebouw. Als je het Britse Parlement in Londen al eens zag, dan komt dat in Boedapest je beslist bekend voor. Het Hongaarse Parlement werd gebouwd tussen 1884 en 1902, naar een ontwerp van Imre Steindl dat sterk geïnspireerd was op het Britse voorbeeld. Het complex telt bijna 700 kamers waarvan de “Nationale Vergaderzaal” beschouwd wordt als de indrukwekkendste, maar de Koepelzaal en de grote Congreszaal moeten daarvoor weinig onderdoen. Opvallend aan de buitenzijde zijn de vele gevelspitsen die het gebouw een apart karakter bezorgen. Het gebouw behoort tot de fraaiste monumenten ter wereld en dat zegt natuurlijk al genoeg. Het is 268 meter lang, 118 meter breed en 27 meter hoog. De centrale koepel torent maar liefst 96 meter boven de stad uit. In totaal beslaat het Parlement ongeveer 1,8 hectare! Je kunt het alleen met een gids bezoeken en dat hebben we maar overgeslagen.


Het laatste bijzondere object van die dag was het kunstwerk van de schoenen op de kade van de Donau. Het is het gedenkteken ter nagedachtenis aan de Joden die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de fascistische Arrow Cross-milities werden gedood. Het werd opgericht in 2005 en is het geesteskind van filmregisseur Can Togay en het werk van beeldhouwer Gyula Pauer. De Joden kregen de opdracht hun schoenen uit te trekken en werden aan de rand van het water neergeschoten, zodat ze in de rivier vielen. Deze installatie stelt hun achtergelaten schoenen voor, gegoten in ijzer, en brengt de wreedheden van die tijd terug naar de voorbijgangers. Je krijgt echt kippenvel als je er bij staat.


De tweede dag zijn we met de stadsbus naar het op de heuvels gelegen Buda gegaan (we hadden geen zin in honderden treden omhoog) en hebben als eerste de Matthiaskerk bezocht. Deze kerk draagt de naam van koning Matthias die in 1470 stierf. De zuidelijke toren van de kerk, de Matthiastoren, dateert uit die tijd en is 80 meter hoog. De belangrijkste werkzaamheden aan het gebouw begonnen al omstreeks 1255 onder de heerschappij van koning Béla IV. Vanaf 1541 hebben de Ottomanen de kerk omgebouwd tot een moskee en in 1686 kwamen de Habsburgers die op hun beurt grote schade veroorzaakten. De renovaties in het laatste kwart van de 19e eeuw werden in neogotische stijl voltrokken, maar die hebben niet lang standgehouden, want tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de kerk opnieuw zeer zwaar beschadigd.


Het gebedshuis is nu prachtig verbouwd, met vooral aandacht voor het voormalige gotische gebouw. Opvallend zijn de kleurrijke geglazuurde dakpannen, een verwijzing naar de periode van koning Matthias. Een van de oudste delen van de huidige kerk is een reliëf uit de 14e eeuw waarop taferelen uit het leven van Maria afgebeeld worden. Je vindt het in het Maria-portaal, de grote ingang. Wees niet verbaasd als je ook de naam Nagyboldogasszony-templom (Onze-Lieve-Vrouwekerk) ziet opduiken, dat is de officiële naam. Voor de fans van koningin Elizabeth (Sissi: ) zij werd hier in 1867 tot koningin van Hongarije gekroond.


Na het bezoek aan de kerk hebben we in het Vissersbastion koffie gedronken en konden we genieten van het prachtige uitzicht over Pest, waarbij vooral het Parlamentsgebouw en de Dom prominent naar voren traden.

Daarna liepen we via het voormalige Koninklijk Paleis , waarvan een klein gedeelte nu als Presidentieel onderkomen in gebruik is, inclusief twee schildwachten, terug naar de Donau. Vlakbij de Dom zijn we neergestreken om te lunchen en kozen we voor een typisch Hongaars gerecht Magyar Lángos en het was heerlijk!


We wilden ook nog even een kijkje nemen in de beroemdste kroeg van Boedapest, Simple Kert, een oud pand, gedeeltelijk ruïne, die is omgebouwd tot hippe kroeg met trendy décor, maar helaas, na een wandeling van ruim een half uur kwamen we voor een gesloten deur.

Onderweg passeerden we ook nog de grootste synagoge van Europa. Ook hier kon je helaas alleen maar met een gids naar binnen en dat betekende voor ons een uur wachten en daar hadden we geen zin in, bovendien vonden we 25 euro per persoon entree aardig aan de prijs.


Daarna wat boodschappen gedaan en met de tram terug naar de camper.
Het waren twee prachtige dagen met mooi weer en we kunnen iedereen aanbevelen om Boedapest te bezoeken.
Morgen trekken we verder naar het buitenverblijf van Elizabeth en Karl Josef.

Reacties

Reacties

Harry

Erg mooi/goed verslag.

Ko

Prachtig relaas en mooie foto’s.
Het monument aan de Donau is inderdaad om kippenvel van te krijgen.
Geniet van de verdere reis.

Gr.
Ko

Pam

Weer prachtig verteld.....en inderdaad het valt echt op dat de straten en stoepen zo schoon zijn....en de aanblik van die schoenen daar kan je alleen maar heel stil van worden....

Susan

Mooi verhaal en foto's. Echt leuk om jullie zo te volgen.
Geniet van alle moois.
Groetjes

Netty en Johan

Wat heeft Boedapest veel moois te bieden,n rijke cultuur waar jullie optimaal genoten hebben denk ik. Goede reis verder!

Carla

Mooie foto’s en een leuk verhaal,
Goeie reis verder!

jos

prachtig

Inge

Ach natuurlijk, de Jappen......die alleen maar als een gek aan het klikken zijn en thuis pas kijken wat of ze nu eigenlijk hebben gezien! Je snapt, ik ben geen fan van ze.
Jammer hé van zo'n plaatsje, Volendam is er dus niks bij, alles voor de commercie! En het verbaasd me dat het zo'n schone stad is. Tegenwoordig vind ik ook in het buitenland net als in ons eigen landje de steden en dorpen gewoon vies. Iedereen flikkert zijn zooi maar neer met de gedachte dat er vast wel iemand is die het opruimt.......
Maar wat een prachtige gebouwen met interessante verhalen erbij, ik weet het nu weer zeker, wij moeten daar gauw weer eens heen

May

Fijn jullie reisverslag weer te lezen bij de mooie foto’s van Boedapest.
Geniet weer verder.

Maaike

Leuk verhaal , mooie foto’s ook! Leuk jullie zo te volgen !
En vergeet niet dit heerlijke dessert te nuttigen [Somlói galuska,] het is misschien wel beroemdste dessert uit de Hongaarse keuken!

Johan

Zijn jullie de Chinese president Xi toevallig tegen gekomen?

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!