Met de camper naar .....

Langs de Via Appia

In Matera raakte één van onze gasflessen leeg, een kleine misrekening. We dachten dat die nog vol zat, maar hij bleek slechts voor de helft gevuld te zijn toen we vertrokken. Gelukkig hadden we thuis met zulk een eventualiteit al rekening gehouden en opgezocht dat we voor de gasflessen van ENI de goede adapter bij ons hadden. Dus fluks op internet gezocht naar een station waar we een Bombola de Propano konden kopen en dat bleek in Locorotondo te zijn. Nu zouden we daar toch al naar toe gaan op ons rondje Puglia, alleen ruim een week later. We hebben de volgorde dus maar even aangepast. Een bijkomende verrassing: een fles met 10 kg propaan vulling kost bij het ENI-station maar € 20,- inclusief fles!

De weg ging grotendeels over de oude Via Appia, die Rome met Brindisi verbond en al in de 3e eeuw v. Chr. is gebouwd. Links en rechts passeerden we boomgaarden met granaatappels, olijfbomen en wijngaarden op dieprode grond. Onderweg kwamen we ook veel zogenaamde trulli tegen. Kenmerkend voor de trullo (meervoud trulli) is het kegelvormige dak, soms versierd met primitieve, christelijke of magische symbolen. Deze gebouwtjes zijn in de 16e eeuw ontstaan als middel om belastingen te ontduiken. Er werd geen cement gebruikt om de daken te bouwen. Gaande onze route later deze weken zullen we ze nog heel vaak zien; we gaan immers nog naar Alberobello, de stad die bekend staat om zijn trulli.

Locorotondo: Borghi più belli d’Italia

Locorotondo wordt wel gezien als één van de meest mooie dorpjes van Italië. Het historisch centrum is maar klein en kan heel makkelijk worden verkend. Het dorpje heeft een rustig centrum met smalle straatjes met witte huizen en het dankt zijn naam aan het rond lopende stratenplan, locus rotundus in het Latijn. De smalle, rechthoekige huizen worden ook wel cummerse genoemd. Heel anders dan de trulli, maar deze huizen geven het stadje een heel eigen sfeer. Wij kwamen er aan op een vrijdag en dan is het markt, waardoor het grote parkeerterrein aan de voet van de oude binnenstad niet toegankelijk is. We hebben de camper dan ook eerst een stuk verder moeten zetten en zijn van daar uit het dorpje ingelopen. 

Het leuke aan het dorpje is, dat het een echt toeristische attractie ontbeert. Het dorpje zelf als geheel is de attractie en je kunt er uren door lopen en je verwonderen. De inwoners lijken geen haast te hebben, sommigen zitten gehurkt op de stoep voor hun deur rustig te telefoneren. Bovendien word je teruggeworpen in de tijd: er kan simpelweg geen auto de historische kern in, daarvoor zijn de straten te smal.

 

Locorotondo wordt ook wel het mooiste balkon van de Valle d’Itria genoemd. Het biedt inderdaad een prachtig uitzicht, vooral vanuit de Giardini Pubblici, het stadspark, met zover je kunt kijken een lappendeken van trulli in het groene landschap met stenen muurtjes, zilverkleurige olijfbomen, oude masseria's (ommuurde boerderijen) en wijngaarden. 

Nadat we eind van de middag de camper op het inmiddels vrij gemaakt marktplein hadden gezet en gegeten hadden, zijn we Locorotondo nog een keer ingelopen, maar nu rond half acht. De zon was al onder en de straatverlichting aan. Dat geeft ineens een heel ander beeld van het stadje. Opeens is het veel levendiger, de senioren hadden hun plaats op de bankjes ingenomen en kwetterden er lustig op los. 

We hebben nog een dik uur ons vergaapt aan de smalle kronkelige straatjes waar absoluut geen auto in past (wat een verademing in het anders druk toeterend Italiaanse verkeer). 

Wat ons bezoek extra mooi maakte: de volgende dag, 15 september, is een katholieke feestdag (Onze Lieve Vrouw van Smarten) en opeens hoorde we gezangen uit de kerk, er bleek een Pontificale Mis te zijn in het Gregoriaans,dus hebben we daar een poosje naar staan luisteren en ook de straten waren voor dat evenement volop versierd. Locorotondo is een absolute aanrader als je in Puglia bent.

Van kronkelende buitenwegen en smalle stadstraatjes.

Zaterdag waren we al vroeg weer weg en op route omdat we ingebouwd dreigden te worden door kraampjes van verkopers, die de feestdag te baat hadden genomen om hun waren aan te prijzen. We hadden er voor gekozen om de kortste weg naar Gallipoli aan de Ionische Zee te nemen in plaats van de omweg over Brindisi en Lecce over de Route Nationaal. Nou dat hebben we geweten en eigenlijk hadden we het kunnen weten ook. In het plaatsje Cisternino werd de weg zo smal dat  een voetganger met onze rechterspiegel een klap op zijn schouder kreeg en in Manduria raakte onze navigatie volkomen de weg kwijt, want hij wilde ons door allerlei straatjes sturen waar zelfs een Fiat 500 nog nauwelijks door zou kunnen. Het kostte flink wat moeite om zonder kleerscheuren of blikschade de stad uit te komen. Na ruim 3 uur kwamen we, 120 km verder, eindelijk op de camperplaats Nuovo Orrizonte aan. En oh ja, toen wij aankwamen was die nog helemaal leeg.

De zeer vriendelijke eigenaar/beheerder schreef ons wel met enige moeite in omdat hij voor het lezen van de kleine lettertjes op onze campingcard wel even de bril van Janny nodig had. We hebben hem daarop voorzien van één van onze reserve leesbrillen (zo'n bijna wegwerpexemplaar van het Kruidvat van € 2,50), maar hij was er de Koning te rijk mee. Tegen het middaguur heeft hij de lokale lekkernij voor ons gebakken (broodjes van bladerdeeg met kaas en tomaten) en 's avonds kwam hij nog een schaaltje vers geplukte vijgen brengen. Dat hebben we in dankbaarheid aangenomen.

Gallipoli

Zondagmorgen stapten we al vroeg op de fiets om 9 km langs de kust te fietsen naar Gallipolis. Deze stad is door Grieken gesticht en zij noemden het Kaly Poly, hetgeen in het grieks goede stad betekent. De stad ligt op een eilandje net uit de kust en rijst als een witte parel op uit zee waarbij de stadsmuren onmiddellijk opvallen. In de 16eeeuw kreeg het een vaste verbinding met het vasteland via een stenen brug van 75 meter lang. Gallipoli heeft twee havens, een zuidelijke, waar de vissersboten aanmeren en een Noordelijke waar de pleziervaartuigen liggen. 

Wij hebben onze fietsen aan de zuidelijke haven geparkeerd en konden nog net over de vismarkt lopen waar de vissers hun vers gevangen vis te koop aanbieden; zo vers dat de schaaldieren nog water spuwden. Wij lusten graag vis, maar hebben er toch maar geen gekocht. Een paar uur bij temperaturen boven de 30 gr. C.  in een zakje achterop de fiets leek ons geen goed idee. 

Het oude centrum, en daarmee de gehele oude stad, is een wirwar van pittoreske smalle straatjes met wit gepleisterde huizen waar de tijd lijkt stil gestaan te hebben (afgezien van de hordes toeristen). Het betrekkelijk kleine eiland kent 16 kerken, waarvan we er een paar, inclusief de kathedraal St. Agatha, hebben bezocht. Opmerkelijk is dat de façade van die kerken allemaal naar de zee toe zijn gekeerd, alsof de kerken uitkijken naar de vissers om veilig terug te keren naar de haven. Zo ook de kathedraal die werd gebouwd tussen 1629 en 1696 op het hoogste punt van het eiland. Deze kathedraal heeft een prachtig altaar dat uit meerkleurig marmer is samengesteld; werkelijk een schoonheid!

Het stadje heeft daarnaast nog 35 ondergrondse oliepersen, waar al sinds de middeleeuwen de olie uit de olijven wordt geperst, niet alleen voor de consumptie maar ook als brandstof voor de olielampen in Parijs, Londen en zelfs Amsterdam. Wij wilden er in één aan de Via Antonietta De Pace naar  beneden, maar het was er zo benauwd dat we het voor gezien hielden. Op een gegeven moment werden we aangesproken door een Italiaan die op zijn fiets kwam aangereden en bij zijn huis stopte; hij vroeg of we wat water wilden. Hij zat om een praatje verlegen want binnen de kortste tijd wisten we dat hij als arts in Keulen in een hospice voor kinderen had gewerkt maar dat helaas geestelijk niet kon volhouden, dat hij tweemaal was getrouwd en waar hij nog veel hartzeer over had en dat hij nu in zijn bestaan voorzag door voor de middag te werken na de middag naar zee-egels te duiken, een bekende lekkernij hier. Hij was ontzettend aardig, sprak Engels en Duits en kon zelfs Nederlands verstaan. Zijn gemoed schoot helemaal vol toen hij met ons stond te praten.

 De inwoners zelf vertoeven vaak aan het stads-strand dat de Spaggia della Purita wordt genoemd met een fijn wit zand zoals op de Bounty-eilanden. Ook ‘s winters vertoeven ze daar omdat de maximum temperatuur hier bijna nooit onder de 25 gr. C. komt.

Halverwege de middag fietsten we terug naar de camperplaats, waar we de poort dicht vonden. Helaas lag het kaartje met het telefoonnummer in de camper. Dus even op zoek waar we via een muurtje over het gaas konden klimmen, kaartje uit de camper halen, terug over de omheining en de eigenaar bellen, die ons vertelde dat we de poort gewoon open konden schuiven. Tja...het kan verkeren.

De aanvullende foto's staan vanaf 22.00 uur zondag 16 september op Flickr onder het Album Puglia-03



Reacties

Reacties

Hanni

Heb om mezelf gelachen. Toen ik gisteren jullie bericht las over locorotondo, dacht ik dit was zeker een chaotische plek. Maar nu blijkt het een plaatsnaam te zijn .😁

johan en Netty

Goh Roland, ik dacht dat jij altijd alles onder controle had, maar ook jij mag je wel eens vergissen!!!!
Wat weer een bijzonder mooi reisverhaal van jullie en wat n mooie plaatjes.Mooi he dat je nog iemand blij kunt maken met n bril van 2,50. De waardering is later gebleken. Geniet lekker verder.
Liefs van ons

gerda van bruggen

Hoi luitjes aan de foto,s te zien is het voor jullie weer volop genieten

Pam

Prachtig verteld....en die kegelvormige daken...hoe bijzonder....die smalle straatjes met in de avond die verlichting geweldig om te zien ..wat een sfeer.....zo mooi...!

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!